Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
- Wat wil je, Germaine? - Goedenavond, mevrouw Peeters.
- Is Joseph er? - Nee.
- Ik heb geld nodig. - Je hebt je toelage al gehad.
- Ik red het niet. - Dat zeg je iedere maand.
Ik heb 500 frank nodig.
- Wat is er, Germaine? - Ik wil Joseph zien.
Laat mijn zoon met rust.
- Ik wil 'm zien. - Hij is er niet. Ga weg.
Jullie hebben geen hart.
Jullie houden alleen van jezelf en geven niks om mijn kind en om mij.
Hier.
En nu laat je ons met rust.
Kom. Ga naar huis.
Beste neef.
Vrienden van me, de Vlaamse familie Peeters, zitten in de problemen.
Ze worden verdacht van de moord op een jonge vrouw die verdwenen is.
Help ze alsjeblieft. Ze zijn erg eenzaam.
Als je de tijd hebt om ze op te zoeken...
haalt hun oudste dochter Anna je op bij het station van Givet.
Goedendag. Ik ben Anna Peeters.
Ik wist dat u zou komen. Dank u.
- Heeft u andere bagage? - Nee.
We denken dat u beter in het hotel kunt logeren.
Zullen we er heen gaan?
- Hoezo? - U bent misschien moe.
Ik ben helemaal niet moe.
Kon u zich makkelijk vrijmaken van uw werk?
- Kent u de streek? - Een beetje.
Kunt u een paar dagen blijven?
Ik denk het wel.
- Bent u hier geboren? - Nee, in Zolder, vlak bij Hasselt.
M'n ouders zijn net voor de oorlog hier komen wonen.
We spraken toen nog geen Frans.
De politie. Dat is al de derde huiszoeking.
M'n vader. Komt u verder.
Zal ik het even aannemen?
Gaat u zitten, commissaris. M'n moeder komt zo.
Speelt u piano?
M'n zus en ik.
En viool?
Joseph, m'n broer. Hij kan alles. Muziek maken en studeren.
- Is hij in Givet? Dank u. - Nee. In Leuven. Hij komt vanavond.
Anna heeft me verteld dat u ons wilt helpen.
We kunnen u niet genoeg bedanken.
Iedereen is tegen m'n zoon.
De politie denkt dat hij schuldig is.
Ze doorzoeken het huis.
Het is al zo sinds Germaine verdwenen is.
- Wanneer was dat? - Op woensdag drie juni.
Ze kwam rond tien uur 's avonds. M'n moeder was hier.
Was uw broer in Givet die dag?
Nee. Hij komt alleen op zaterdag. Hij was in Leuven, op de universiteit.
Waarom verdenken ze hem dan?
Een dronken schipper zou 'm op de kade voorbij hebben zien rijden.
- Heeft u Germaine nog gezien? - Nee.
- Wat heeft u gedaan na haar vertrek? - Ik ben naar m'n kamer gegaan.
Toen ik terugkwam, zat m'n zus achter de piano en Marguerite was er.
Onze nicht, de dochter van dokter Van de Weert. Ze wonen in Givet.
- Kan het licht aan in de kelder? - Natuurlijk.
Marguerite is de verloofde van m'n broer.
M'n moeder heeft het er moeilijk mee.
Ze hebben zich jong verloofd en zouden na Joseph z'n studie trouwen.
Toen kreeg hij dat kind.
- Met Germaine. - Een kind?
- Wilden ze evengoed trouwen? - Marguerite hoopte van wel.
Wist Germaine Piedboeuf ervan?
Ze wilde per se met 'm trouwen. Misschien is hij niet eens de vader.
Ik wist niet...
Commissaris Maigret gaat ons helpen. M'n nicht Marguerite.
Fijn dat u gekomen bent.
Moet je even lezen.
- Wie heeft dat bedacht? - Ik, zomaar. Om Joseph te helpen.
Welke motorrijder reed op drie juni laat langs de Maas?
Beloning te bekomen bij kruidenier Peeters.
Geen gek idee.
Ik moet even iets controleren op zolder.
Aangenaam.
Inspecteur Mach�re. Blij om met u te mogen samenwerken.
Voor u besta ik niet.
Ik zei het al door de telefoon: Ik ben hier priv�.
Zeg tegen uw broer dat hij me vanavond in het hotel opzoekt.
We hebben u nodig.
Alles spreekt tegen Joseph, maar zonder het lijk kan ik niks beginnen.
- Waar komen ze vandaan? - Uit Limburg.
Hier zijn ze niet erg geliefd.
- Zijn ze rijk? - Sinds de oorlog.
De vader heeft problemen gehad met het verzet.
Anna en haar moeder zorgen voor het huis.
En de Piedboeufs?
Heel anders. De vader is nachtwaker en de zoon werkt op kantoor.
- Is hij serieus? - Hij houdt van vrouwen en biljarten.
- En Germaine? - Niet erg deugdzaam.
E�n ding is zeker:
Ze is op drie juni naar de Vlamingen gegaan.
Sindsdien heeft niemand haar gezien.
- Zelfmoord? - Nee. Ze was dol op haar kind.
Ik heb nog een spoor. Een schoft van een schipper...
die wegens ontucht is vervolgd. We houden 'm in de gaten.
Bent u commissaris Maigret?
Ik ben Joseph Peeters.
Moordenaar. Waar is Germaine?
Vanwaar die vijandigheid?
M'n ouders bevoorraadden de Duitse schepen.
Ze waren niet de enige, maar wij zijn Vlaams.
En nu het voorval met Germaine...
Het wordt er niet beter op.
Houdt u nog van uw nicht?
Desondanks heeft u Germaine zwanger gemaakt.
- Had u met haar willen trouwen? - Geen sprake van.
Het begon als een spel. We zagen elkaar stiekem.
Ze maakte me aan het lachen. Ze vond me intelligent.
Op een dag vertelde ze dat ze in verwachting was.
Ze wilde het niet laten weghalen.
Ik had het wel betaald. M'n moeder en m'n zus hadden me geholpen.
Maar ze wilde niet.
Weet u zeker dat u de vader bent?
Dat is mogelijk.
Zoekt u het kind weleens op? Waarom niet?
Het kind is een last voor uw familie.
- Op drie juni was u niet in Givet. - Nee. Ik was in Leuven.
Heeft u getuigen?
Waar was u?
Op m'n kamer. Ik heb zitten leren.
Heeft u nog iemand gesproken?
Dat weet ik niet meer.
Dat is vervelend.
Maar inmiddels heeft er een motor- rijder op de advertentie gereageerd:
Een garagehouder uit Dinant. Hij reed die avond langs het huis.
Dat is prettig voor u...
maar u moet wel bewijzen dat u op dat moment in Leuven was.
Dat zou nog beter zijn.
Ik heb haar niet vermoord, commissaris.
Ik verzeker u dat ik haar niet vermoord heb.
Wat is er?
Is meneer Piedboeuf thuis?
- De vader of de zoon? - De vader.
Bent u van de politie?
Dan hoort u te weten dat hij in bed ligt. Hij werkt 's nachts.
En z'n zoon?
Die is in de fabriek. Komt u maar binnen. Ik ben bezig.
Ga je een boterham eten? Een lekkere boterham met jam.
Dat is de zoon van die arme Germaine. Hij is lief.
- Zorgt u voor hem? - Sinds z'n moeder verdwenen is.
Ik pas op hem tot z'n opa opstaat. Je moet elkaar helpen.
Bent u degene die ze hebben laten komen?
- Wie? - De Vlamingen natuurlijk.
De politie trekt altijd partij voor de rijken.
Ze hebben alle tijd gehad om de sporen uit te wissen.
Haar lijk zal nooit gevonden worden.
Waarom denkt u dat ze dood is?
Dat voel ik.
- Ik schrik me dood. - Neemt u me niet kwalijk.
- Is dat de kamer van uw broer? - Ja. Hij is vanochtend vertrokken.
Een moeilijk examen. Hij is een doorzetter. Ik hoop dat hij slaagt.
De winter kan vervliegen de liefelijke lente kan voorbijgaan
- Dat is van Ibsen. - Dat weet ik.
Ik blijf hier op je wachten, o verloofde, tot m'n laatste dag
Ik ben bij de Piedboeufs geweest.
- Wat zeiden ze? - Niks.
Ik heb alleen het kind gezien en z'n oppas.
Ligt uw kamer hiernaast?
- Hoe oud bent u? - Dertig jaar.
- Bent u nooit verloofd geweest? - Nee.
Wilt u mij bij een experiment helpen?
Op de piano hetzelfde muziekfragment spelen als op drie juni?
- Toen heb ik niet gespeeld. - Wie dan wel?
- Marguerite. Ze zong er ook bij. - Weet u nog wat ze zong?
Het lied van Solveig op muziek van Grieg. Hoezo?
Gewoon een experiment. Doe het even.
- Moet ik doorgaan, commissaris? - Kom maar weer naar boven.
Gisteren heeft u m'n broer gezien.
Denkt u dat hij in staat is een moord te begaan?
- Hoe laat was het ongeveer? - Acht uur 's avonds.
- Weet u dat heel zeker? - Ja.
Excuseer me even.
Heeft u nieuws?
De schipper van de Etoile Polaire kwam rond 8 uur uit het caf�. Ladderzat.
Op het moment ligt hij alweer z'n roes uit te slapen.
Ik zoek nog steeds het lijk.
Zolang we het niet hebben, kan ik Peeters niet pakken.
- De motorrijder is bekend. - Dat bewijst niks.
- Klopt. - Denkt u dat hij onschuldig is?
Ik denk helemaal niks. Tot straks.
- G�rard Piedboeuf? - Bent u de politieman uit Parijs?
- Komt u bij mij vandaan? - Ik ben er vanochtend geweest.
- Wilt u me iets vragen? - Misschien. Ik begin pas.
U werkt voor de Vlamingen. Dat weet iedereen. U wilt...
Ik wil helemaal niks. We gaan naar uw vader.
- Kent u de familie Peeters goed? - M'n zus ging met hen om.
- Dat weet ik. En u? - Ik heb u niks te zeggen.
U bent hier al geweest.
- Meneer Piedboeuf? - Kom binnen.
Dat is m'n kleinzoon.
Wanneer heeft u z'n moeder voor het laatst gezien?
Op drie juni 's avonds.
Ze had geld nodig.
Zij deden altijd moeilijk als ze moesten betalen. Ook de toelage.
Ze wilden van haar af.
Ze kon veel geld krijgen, als ze voorgoed wegging met het kind.
Ze waren tegen dat huwelijk.
Ik krijg ze wel. Ze zullen ervoor boeten.
- Ze hebben m'n zus vermoord. - Dat is niet bewezen.
Ik heb het bewijs dat Peeters die nacht in Givet was.
Dat is niks meer waard.
Een motorrijder heeft verklaard dat hij die avond daar aanwezig was.
U bent echt tegen ons.
Inspecteur Mach�re nog gezien?
- Geen boodschap? - Van uw vrouw. Ze belt terug.
- Mag ik? - Ga uw gang. Wilt u eten?
Ik stuur de ober naar u toe.
- Wat zal het zijn? - Een entrec�te.
- Hoe wilt u 'm hebben? - Rood.
- Salade of frietjes? - Salade �n frietjes.
- Wilt u wat drinken? - Een biertje.
Commissaris Maigret. Telefoon uit Parijs. Uw vrouw.
Ik luister.
Ja, ik ben het.
Het gaat goed. Maak je geen zorgen.
Dat weet ik nog niet.
Ik zeg je toch dat ik het niet weet.
Het gaat meestal niet zoals ik zou willen.
Ik was net aan het eten.
Ik bel je morgen als het kan. Kusje.
Cassin van de Etoile Polaire. Hij wil u iets vertellen.
Komt er nog wat van? Op drie juni 's avonds was je ladderzat.
Helemaal niet.
Ik had 'n paar glazen gedronken, maar ik weet heus wel wat ik gezien heb.
Je zag een motor stoppen...
- voor het huis van de Vlamingen. - Nee.
- Die heb ik alleen gehoord. - Wat heb je dan wel gezien?
Een vrouw stond op de kade te wachten. Ik zal u vertellen wie:
- Die ene zus die in Namen werkt. - Maria?
Een magere en droevige vrouw. Ik weet niet hoe ze heet.
Hoe laat heb je haar gezien?
Een uur of acht, denk ik, of later.
- Heeft zij jou gezien? - Nee.
Ik heb me verstopt. Ik dacht dat ze op een vriendje stond te wachten.
- Wou je naar ze gluren? - Zoiets.
- Zo ben je in moeilijkheden geraakt. - Dat is verleden tijd.
Vijf jaar gevangenis.
- Op wie stond Maria te wachten? - Niet op een vriendje.
Ze stond op de uitkijk.
Twee mensen hebben het huis van de Vlamingen via de achterdeur verlaten.
Ze hebben iets langwerpigs in de Maas geworpen.
Tussen m'n boot en de Atalante die erachter lag.
- Kom mee. - Waarheen?
Kom.
Nou? Waar was u precies?
Daar.
Hier.
- U moet iets anders verzinnen. - Hoezo?
Hiervandaan kun je de kruidenier niet zien.
En ook niet de rivier tussen de twee boten.
- Misschien iets verderop. - Dat zal best.
Als u het weet, komt u naar ons toe.
En als het niet klopt, ga je de bak in.
Zou hij iets weten?
Vandaag of morgen komt ie met een ander bewijs tegen Peeters.
- Hoezo? - Weet ik veel.
Om zichzelf vrij te pleiten?
- Heeft u een vuurtje? - Ik rook niet.
Dat had ik kunnen weten.
- Heeft u lucifers? - Natuurlijk.
De mensen uit de buurt kopen nooit iets bij u?
Alleen de schippers die langskomen.
Hopelijk kan ik vanavond uw dochter Maria ontmoeten.
Dat kan pas over een paar dagen.
- Of u moet haar in Namen opzoeken. - Waarom?
Ze heeft haar enkel verstuikt op het schoolplein.
Wilt u een borreltje?
Wilt u Anna zien?
- Wanneer komt Joseph terug? - Zaterdagmiddag.
- Dat is oude jenever. - Heel lekker.
Niet gek, he?
- Niemand mag er 's nachts in. - Dat weet ik. Doe toch maar open.
Brengt u de hele nacht in dit vertrek door?
Ik moet drie rondes doen door het gebouw.
U bent altijd alleen.
's Nachts hier, 's ochtends in uw bed en 's middags?
Ik werk in de tuin...
en zorg voor m'n kleinzoon.
Weet u heel zeker dat uw dochter vermoord is?
Ze heeft geen zelfmoord gepleegd.
Ze hield te veel van haar zoontje.
Ze is ook niet weggegaan, zelfs niet voor geld.
Ik denk toch dat ze van Joseph Peeters hield...
ondanks alle narigheid.
Ik wist dat hij niet met haar wilde trouwen.
Zij zijn rijk en wij zijn maar gewone arbeiders.
Ik moet nu m'n ronde doen.
Ik begrijp niet waarom u tegen ons bent.
- Is uw zoon bij u thuis? - Nee. In de stad, denk ik.
- Waar is ie? - Misschien in het Caf� de la Mairie.
Een biertje.
De smeris van de Vlamingen.
Als je rijk bent, hoef je niet bang te zijn voor de politie.
Mag je niet zeggen wat je denkt tegenwoordig?
Ik herhaal dat de politie in dienst van de rijke mensen is.
Maar als je arm bent...
Alsof je in Frankrijk geen Fransman mag zijn. En vooral niet arm.
Ze hebben geld verdiend aan de moffen.
Wat doen ze bij ons?
Ze vrijen met onze meisjes, maken ze zwanger om ze daarna te vermoorden.
- We gaan. Je hebt te veel gedronken. - Ik ben niet bang voor hem.
Let niet op hem. Hij heeft gedronken en door dat gedoe is hij van streek.
Jullie kunnen zien dat hij me provoceert.
Hij provoceert me.
Hij drijft de spot met me omdat ik gedronken heb.
Hier durft hij niks te zeggen, buiten Parijs.
Zonder z'n mensen om hem te beschermen. Een echte schijtluis.
Ga naar bed.
U gaat me aanhouden. Tevreden?
Ga naar bed.
- Wie is daar? - Mach�re.
Kom binnen.
Doe de gordijnen open.
- Wat is er aan de hand? - Groot nieuws. Net binnengekomen.
Wacht. Vraag of ze m'n ontbijt boven brengen.
En geen melk.
Het ontbijt van meneer Maigret, graag. En geen melk.
- Wat voor nieuws heb je? - Ze hebben Germaine gevonden.
- Dood? - Morsdood.
Het ministerie van BiZa in Brussel heeft me via Parijs ingelicht.
En?
Ze hebben haar in de Maas bij Huy gevonden.
Zo'n 100 kilometer hiervandaan. Ze is vermoord.
Luister: Het lijk heeft drie weken � een maand in het water gelegen.
Het verkeerde in verregaande...
Eet smakelijk.
- In verregaande staat van ontbinding. - Alleen hoofdzaken.
Volgens de sectie was ze dood voordat ze in het water terechtkwam.
De arts zegt: al twee � drie dagen.
Nog interessanter: De schedel was ingeslagen.
Dat is de doodsoorzaak volgens de arts. De klap werd toegebracht...
met een hamer of een moker.
Vindt u het niet vreemd...
dat ze pas een paar dagen na haar dood in het water werd gegooid?
- Heb je een lijst van haar kleren? - Oude zwarte schoenen.
Zwarte kousen, roze ondergoed, een zwarte jurk.
- Geen jas? - Geen jas, inderdaad.
En het regende die dag. Vreemd. Heeft u een idee?
Ik weet het niet.
- Zijn de Piedboeufs op de hoogte? - Ik dacht dat u er zelf heen wilde.
Ik ben niet belast met dit onderzoek. Jij mag het doen. Tot straks.
Waarvoor heb je gezeten?
Vanwege een vrouw. Ik was al een keer met haar naar bed geweest.
Op een dag wou ze niet. Ik had gedronken.
Toen ik haar beetpakte, ging ze schreeuwen. De politie kwam.
Waarom heb je dat verhaal verzonnen van die vrouw op de kade?
- Ik? - Jij hebt helemaal niks gezien.
Denkt u dat?
Misschien heeft u wel gelijk.
Wie heeft je gevraagd om te getuigen?
Heeft hij je betaald?
Hij geeft rondjes weg. Dat doet hij vaak.
Maar het is niet waar.
Ik vertel wat u wilt horen.
Voor de rechtbank zou ik het tegenovergestelde verklaren.
Wat heb je precies gezien?
- U zult het toch niet geloven. - Vertel op.
Een vrouw stond op de kade te wachten.
Toen kwam er een man. Ze vloog hem om de nek.
Wie was het?
Ik heb 'm niet herkend.
Je liegt.
Ik ga u niet vertellen wat ik weet, want ik heb een hekel aan smerissen.
Ik wil u wel een rood wijntje aanbieden.
Laat me je boot zien.
De douaniers hebben 'm vanochtend doorzocht.
- Heeft u de boot doorzocht? - Niks gevonden.
We doen het over. Helemaal volgens de regels.
Wat is er?
- Jij denkt dat je slim bent. - Zo krijgt u me niet aan het praten.
Sta op.
- Mag ik niet eens blijven zitten? - Sta op.
Wat is dat?
Doe je vaker harde dingen in je kussens?
Niet erg comfortabel.
Nou?
Het stomste is dat u het bij het verkeerde eind heeft.
Ik heb niks gedaan.
Ik heb die dingen aan de waterkant gevonden op vier juni.
En toen kwam je op het idee om ze in je zitkussen te stoppen?
Ik ben het gewend dat de smerissen me niet geloven.
Gaat u me aanhouden?
- Wou je hier iemand mee chanteren? - Nooit van z'n leven.
Houdt u me nou aan, of hoe zit dat?
Je weet het maar nooit met smerissen...
De dokter verwacht u.
Aangenaam.
U bent hier om de Peeters te helpen, zei m'n dochter. Daar ben ik blij om.
Hoe sterk moet je zijn om een vrouw de schedel in te slaan?
De schedel?
Een schedel is heel stevig. Ik kan het niet precies zeggen.
Waarom stelt u deze vraag?
Zomaar.
- Wat vindt u van Joseph Peeters? - Hij is een goede jongen.
Ik had liever gezien dat hij mij was opgevolgd.
Maar hij wilde rechten studeren.
- Hij zou met uw dochter trouwen. - Zonder dat ellendige gedoe.
Er is geen enkel bewijs dat het kind van hem is.
Heeft u de Piedboeufs geld aangeboden...
om Germaine weg te krijgen?
Ze hebben het niet aangenomen.
Volgens mij is Germaine Piedboeuf er met een nieuw vriendje vandoor.
Denkt u dat uw dochter met Joseph naar bed gaat?
Wie heeft u dat verteld?
Marguerite naar bed met Joseph?
Recherche. Ik zou graag Maria Peeters willen spreken.
Dat is onmogelijk.
- Wat? - De moeder-overste gaat daarover.
- Ga haar halen. - Dat kan ik niet doen.
- Kunt u dat niet doen? - Ze is bij de bisschop.
- Wie vervangt haar? - Ze is onvervangbaar.
Ik wil Maria onmiddellijk spreken.
Niet zonder toestemming van moeder-overste.
- Wanneer komt ze terug? - Over een uur of twee.
Kan ik Maria hier spreken?
Onmogelijk. Dat is tegen de regels. Het spijt me.
Is je baas er?
Vooruit. Ga me voor.
Waar bergt je baas z'n spullen op?
- Heeft u de schipper niet gezien? - Nee. Is hij niet aan boord?
- Is de boot van hem? - Nee. Van z'n neef uit Fl�malle.
- Wat verdient hij met het varen? - Niet veel.
Ik had u niet gehoord. Bent u hier voor Joseph?
Hij is even boven.
- Is Anna bij hem? - Ja. Hier zijn ze al.
Bent u er al, commissaris?
Heeft er iemand gisteren stampei gemaakt in het Caf� de la Mairie?
Was het G�rard Piedboeuf?
- Wilt u iets drinken? - Een jenever.
Haal jij de fles en jij de glazen. Gaat u zitten, commissaris.
- Bedient u weleens in de winkel? - Natuurlijk.
- U schenkt ook drank in? - Waarom niet?
Ik kan me niet voorstellen dat u dronken schippers bedient.
Zijn ze niet wat vrijpostig tegen u? Misschien zelfs onfatsoenlijk?
Niet deze glazen. De kristallen glazen.
U moet me nog eens over hem vertellen.
Op uw gezondheid.
We hebben het bewijs dat Germaine Piedboeuf vermoord is.
Dat is afschuwelijk.
Haar lijk werd bij Huy gevonden. In de Maas.
Dat maakt het nog moeilijker voor ons.
Misschien juist makkelijker.
Als uw broer kan bewijzen dat hij er toen niet was.
- Hoezo? - Ze werd met een hamer vermoord.
- Dat is niet waar. - Ik heb de hamer in m'n zak.
Nog iets gehoord over Maria?
Maandag of dinsdag is ze beter. Misschien komt ze niet meer terug.
- Waarom niet? - Ze wil al lang non worden.
En u?
Ik non worden?
Ik kan het me inderdaad niet voorstellen.
- Wat is er? - Ik wil u even apart spreken.
- Waarover? - Over de schipper.
Is hij teruggekomen?
Heeft hij bekend?
Z'n pet en z'n jasje...
lagen bij de rivier, met dat papiertje eraan.
Ik ben een schoft. Wat ik gedaan heb, is vreselijk.
Ik kies voor de rivier. Cassin.
Zo zie je maar. Ik had het daarnet over een hamer.
- Waar was je vandaag? - In Namen.
Nagaan hoe het met Maria is.
- Nou? - Ik mocht er niet in.
- Heb je niet aangedrongen? - Nou en of. Niks hielp.
- Ik ga erheen. - U komt er niet in.
Informeer bij alle stations in de buurt...
- naar de schipper. - U gelooft niet...
En zoek naar vingerafdrukken.
- Wat is dat? - Een hamer.
Ik nodig je vanavond uit voor het eten.
Ik zou graag de moeder-overste willen spreken.
Ze is in de kapel.
Mag ik wachten tot het einde van het gebed?
Eerwaarde moeder.
Ik zou graag een van uw onderwijzeressen willen spreken.
Ik weet dat het niet mag.
Maar het gaat om de vrijheid van de broer van Maria Peeters.
Een politieagent is hier geweest. Hij heeft ons bedreigd.
Het spijt me, maar de situatie is ernstig. Hij is overijverig geweest.
Zou u het hem willen vergeven?
Ik laat u bij haar brengen.
Uw zus heeft u ongetwijfeld gezegd dat ik een vriend ben.
Heeft u pijn?
Waarom huilt u?
Laat me met rust. Alstublieft.
Ik moet u ondervragen.
Bent u commissaris Maigret?
Ik kan u niet helpen.
Ze is erg gevoelig.
Die toestanden hebben haar van streek gemaakt. En dan die val.
Ze is de wanhoop nabij.
Laat ons je gezicht zien, Maria.
Alsjeblieft.
Het spijt me.
Ik ben erg nerveus.
- Heeft u m'n broer gezien? - Een uur geleden nog.
Hij was thuis met Anna en uw nicht Marguerite.
Hoe is het met hem?
Goed. Hij is rustig en heeft vertrouwen.
Mag ik u iets vragen?
Op drie juni om tien uur 's avonds, wat deed u toen?
Ik speelde piano met Marguerite.
Was uw broer er ook?
Anna heeft me verteld dat u non wilt worden.
- En? Mocht u wel naar binnen? - Ik ben misdienaar geweest.
- Ik dacht dat Maria er niet was. - Waar moest ze anders zijn?
Heeft ze echt d'r enkel verstuikt?
Ze is in ieder geval ziek. En de schipper?
- Hij is met de trein naar Brussel. - Niet in het water gevallen dus.
Nee, en als hij niet dood is, dan is ie gevlucht. En als hij gevlucht is?
U denkt hetzelfde als ik.
Ik denk helemaal niks. Ik geniet van dat wijntje.
Ik heb de recherche in Brussel gevraagd 'm aan te houden.
Daar heb je goed aan gedaan. En de hamer?
- Geen vingerafdrukken. - Dat dacht ik al.
U moet getuigen. U heeft de hamer gevonden.
Ik niet. Inspecteur Mach�re heeft hem gevonden.
- Op uw gezondheid. - Op de jouwe, Mach�re.
- Is G�rard thuis? - Nee.
- Waar is hij? - Hij heeft ergens anders geslapen.
Wilt u een vers kopje koffie?
Jeannot, je moet uitkijken, hoor.
Hier. Een kleine verrassing voor je.
- Dat had u niet moeten doen. - Wat zou dat zijn? Maak maar open.
- Waarom wilt u G�rard spreken? - Zomaar.
Lekkere snoepjes.
Mag ik er ook een?
- Wilt u 'm aanhouden? - Waarom?
- Hij heeft zich idioot gedragen. - Hij had gedronken.
Nu ze 'echt' dood is, is het nog veel moeilijker voor ons.
Het had geen zin, maar ik had toch nog een beetje hoop.
Vooral voor de kleine.
Nu is alles afgelopen.
Ze komt niet meer terug.
- Wacht je op je baas? - Ja.
- Je kan nog lang wachten. - Zelfs bezopen komt hij altijd terug.
De wethouder, de gemeentesecretaris en de apotheker.
Het onderzoek is bijna afgerond.
Ik verwacht het bericht van de aanhouding van Cassin.
Weet u dat de mensen veel over u gepraat hebben?
Geroddeld, bedoel ik.
- Een lekker koud biertje. - Tevreden over uw verblijf bij ons?
Dat is lang geleden.
Ze heeft 'm niet zelf gegeven.
Daar is ze te trots voor. Nu tenminste.
- En vroeger? - Dat is minstens vier jaar geleden.
Vertel even.
Op een zondag ging Germaine naar de grotten van Rochefort met Joseph.
Anna was van de partij en ze vroegen mij ook mee.
We hebben gepicknickt.
Het was mooi weer, we waren vrolijk.
Ik ben bij Anna gebleven en het is vanzelf gebeurd. Zo gaat dat.
En daarna?
Ze hield er wel van. Maar het heeft niet lang geduurd.
Ik ben ermee gestopt. Ze was niet m'n type.
Ze wilde wel, maar ik niet.
Ik kom vanmiddag langs, zoals ik gisteren zei.
- Heel goed. Hoe laat? - Half vier. Schikt dat?
- Heeft u iets nieuws? - Dat denk ik.
Nee, jij niet. Jij zou er niet tegen kunnen.
Dat zal u ongetwijfeld wel interesseren.
Een goed verslag. Maar er staat er niet in of...
- U begrijpt wat ik bedoel? - Of ze verkracht werd?
Nee. Dat staat er niet in.
Neemt u me niet kwalijk, meneer de commissaris.
Ik heb gehoord dat de schipper van de Etoile Polaire gevlucht is.
Dat betekent dat hij schuldig is.
In dat geval is het onderzoek afgerond, nietwaar?
Ik kan u niet antwoorden. Ik leid dit onderzoek niet.
- Alles wijst in zijn richting. - Ja. We willen 'm ook aanhouden.
Maar hij kan bijvoorbeeld zeggen...
dat hij de jas en de hamer gevonden heeft...
en dat hij ze zomaar bewaard heeft.
Of dat hij gevlucht is omdat hij bang was.
Dat slaat nergens op.
Een beschuldiging slaat meestal nergens op. De verdediging ook niet.
Ze kunnen wel meer mensen gaan beschuldigen...
zoals ze met Joseph gedaan hebben.
Heeft u G�rard Piedboeuf goed gekend?
- Ik ben een tijdje met 'm omgegaan. - Voor de geboorte van het kind?
Jullie maakten weleens uitstapjes samen.
Uw zus is zelfs een keer meegegaan naar de grotten van Rochefort.
Is dat waar, Anna?
- Ik kan het me niet herinneren. - Het maakt niet uit.
Wilt u me een stukje taart geven, juffrouw Anna?
Geen vruchtentaart.
Liever nog een stukje van uw verrukkelijke rijstevla.
- Heeft u 'm zelf gebakken? - Dat doet zij zelf.
Ik betreur alleen...
dat Maria vanwege haar enkel hier niet kan zijn voordat ik vertrek.
Gaat u weg?
Vanavond.
- Ik wil u graag spreken. - Alweer.
- Het heeft haast. - Neem me niet kwalijk.
Ik mag die lui niet. Hun koffie alleen al.
Wat is er?
Ik heb nieuws uit Brussel. De schipper zat niet in de trein.
- Noem je dat nieuws? - Wist u het al?
Dacht je dat hij dom was? Ik niet.
Vanavond is hij al in Amsterdam of in Duitsland.
- Met wat voor geld? - Goede vraag. Met wat voor geld?
Die heeft geen rooie cent.
- Geen overhaaste conclusie. - Wat moet ik doen?
Een borreltje drinken en naar muziek luisteren.
Muziek?
Weet u wat u zou moeten doen?
Het lied van Solveig spelen.
- Vandaag ben ik niet in de stemming. - Straks ben ik weg. Alstublieft.
Gaat u weg?
Ga op mijn plaats zitten en luister.
Het is nu zover.
Wat wilt u?
Voor m'n vertrek wilde ik nog een laatste keer met u praten.
- Waar ben je? - Hier.
- Heb je de commissaris gezien? - We komen zo naar beneden.
Wat wilt u me zeggen?
Dat weet u best.
- Wat gaat u doen? - Dat zei ik al: terug naar Parijs.
En ik?
Wie heeft de schipper geld gegeven?
Ik.
Wat gaat u doen?
Hoe heeft u Germaine Piedboeuf naar uw kamer gelokt?
Wist u al dat u haar ging doden?
Hoe lang al?
Een maand.
Houdt u zoveel van uw broer?
Heeft u iemand verteld wat u van plan was?
- Niemand. - Hem ook niet?
Hem vooral niet.
Onder welk voorwendsel heeft u Germaine naar uw kamer gelokt?
Ze had in de winkel staan schreeuwen.
Ze schreeuwde altijd.
M'n moeder had haar wat geld gegeven.
Ik ging met haar naar buiten...
en zei dat ik een briefje van Joseph had.
Jullie zijn via de achterdeur naar boven gegaan.
U heeft de deur opengemaakt, Germaine voor laten gaan en...
- Hoezo nee? - Ik heb haar niet gelijk geslagen.
Misschien had ik de moed niet eens gehad.
Ik weet het niet meer.
Maar ze keek naar m'n bed en zei:
Komt hij u hier opzoeken?
U heeft geluk.
U heeft geen kind gekregen.
- Toen heb ik haar geslagen. - Hoeveel keer?
Een keer. Ze is gelijk in elkaar gezakt.
Ik heb haar onder het bed geduwd.
- De inspecteur wil weggaan. - Hij kan wachten.
Heeft u het uw zus en Marguerite verteld?
Nee. Ik wist dat Joseph zou komen.
Maria moest 'm op de kade opwachten en zorgen dat hij zich niet liet zien.
Vond Maria het niet vreemd?
Ze begreep het niet maar heeft het gedaan.
En Joseph?
We hebben het lijk samen naar zolder gebracht.
Op zaterdag hebben we het in de Maas gegooid.
Maar de schipper heeft u gezien...
en sindsdien chanteert hij u.
Hij heeft u een flink bedrag gevraagd om weg te gaan...
en de verdenking op hem te vestigen.
U had de hamer gevonden. Ik moest snel iets doen.
Hield u van hem?
Ik haat hem.
- Wat gaat u doen? - Dat heb ik al gezegd.
Ik neem de trein naar Parijs.
En ik?
Ik ben niet belast met dit onderzoek.
U moet het zelf weten.
De trein naar Parijs staat gereed op perron twee.
Gedownload van www.nlondertitels.com
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.