Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ondertitels door Schnibbel
De dochter van de puttendelver
Wil je oversteken?
De rivier oversteken?
Waarom, is ze van jou?
Ze loopt over de gronden van mijn vader.
Niemand is eigenaar van water!
Wel als het over je land loopt.
De grond is niet van u, wat je er ook voor betaalde.
Waarom niet? - Je bewerkt ze niet.
Niet aan trekken, de knoop is te strak.
Ik heb eten mee voor mijn vader. Ik moet aan de overkant raken.
Sta op. Raap je mand op.
Bedankt.
Patricia! - F�lipe!
Voorzichtig, de springladingen gaan ontploffen.
Kom hier!
Alles goed, Patricia?
Dat was een goeie. Ze deed goed haar werk.
Dat was een blindganger.
Prachtig! Werkelijk prachtig!
Zes volle kruiwagens waard, die! Voila, dat was het.
En de derde mijn?
Verprutst.
De derde was een fluts. 't Is mijn schuld.
Ik boorde dwars door de steen.
Ik dacht dat er nog een tweede steen onder zat,
maar het was mulle grond.
Dus had de mijn geen effect.
Een tafellaken?
Is het voor mij dat je de tafel zo mooi dekt? - Jawel, het is mijn verjaardag vandaag.
Word je 18?
Inderdaad, en ik heb een verrassing voor vader.
Polenta! Heilige Maria!
Uit de bron klimmen zal lastig worden, straks.
Met een takel kun je er zelfs lijken uit hijsen!
Stoofpot!
Is 't echt vandaag dat je verjaart?
Ja, vader, de 21ste april.
Ik vergeet altijd zulke dingen. Eet je mee?
Geen tijd!
't Is jouw verjaardag en jij geeft de cadeaus?
Had vader me het leven niet geschonken, zou ik nu niet verjaren.
Dan was ik niet geboren.
Had ik het geweten, ik bracht een schuimwijntje mee.
Ik lust geen schuimwijn.
Dit hier is goed. Niet te kloppen.
Hoe vordert de put? - Traagjes.
Zal ze veel water geven?
Zeker, er zit een bron onder.
Nog twee meter en we hebben natte voeten.
Maar, ga je al weg?
Ja, mijn zusjes moeten om half twee op school zijn.
Dag Patricia. Bedankt en gelukkige verjaardag.
Bedankt.
Tot later, schatje.
Zet je hoed op!
Ze is even welopgevoed als mooi.
Dat kan je wel zeggen, F�lipe.
En iedereen vergat haar verjaardag?
Ik kon de datum niet weten, maar jij toch wel.
Natuurlijk was ik het niet vergeten.
Maar je moet toch voor een verrassing kunnen zorgen.
Je deed alsof...
Natuurlijk deed ik alsof, imbeciel.
Je hebt een cadeau voor haar? - Een mooie!
Ik gaf haar zus Amanda 40 francs
om een hoed te kopen bij Paris Chapeaux.
We gaan haar verrassen bij 't avondeten.
Dat is de reden dat ik geveinsd heb.
Een hoed, dat is een mooi cadeau voor een meisje.
Tot vanavond!
Toen ze werd geboren, riep de vroedvrouw me binnen...
om de baby te zien,
ze was rood als een kreeft. Ik was tevreden.
Toen ik zag dat het geen piemeltje had,
was ik al minder tevreden.
Waarom? Een meisje is toch ook goed.
Dat is waar, maar tot ze trouwt, heeft ze geen naam.
Toen schonk m'n vrouw me nog een dochter, en daarna nog ��n.
Op een dag zei ze,
'Er is hier een dame uit Parijs op vakantie,
en ze wil Patricia met haar meenemen.'
Een dame zonder kinderen, maar welgesteld.
Ik dacht: 'Met al die meisjes, ik zal niet merken dat er ��n weg is.'
Ik dacht ook: 'Ze heeft geluk.
Ze zal het warm hebben en geen honger lijden.'
Ze was zes toen ze wegging.
M'n vrouw schonk me nog meer dochters, en dan werd ze bij God geroepen.
En ik bleef achter, sukkelaar dat ik ben,
met vijf dochters, waarvan de oudste, Amanda, nog maar 14 was.
Jj arme drommel! Wat een tegenspoed!
Eet maar.
Op een dag overleed de dame van Parijs, en Patricia keerde terug.
Ze was 15. Ik herkende haar niet,
en verstond haar niet als ze sprak.
Toen gaf ze me een kus,
ontfermde zich over het huishouden, en nam de plaats in van haar moeder.
Iedereen is zeer te spreken over haar.
Ze is geen dochter, maar een geschenk uit de hemel.
Ik zie haar nu zo graag als zou het een zoon zijn.
Het klinkt raar maar 't is waar. Als een zoon.
Je zal haar missen wanneer ze trouwt.
Het zal gebeuren, maar daar denk ik liever nog niet aan!
Of ze zou met iemand kunnen trouwen die hetzelfde werk doet als wij,
en die dichtbij woont. Zo zou je haar niet kwijt zijn.
Een jongedame heeft mijn hulp nog eens nodig.
Vroeger was er hier ergens een voetgangersbrug...
Die ligt een eind verderop.
Bedankt.
Niet nodig zo ver te lopen. Ik ben hier.
Doet u dit de hele dag? - Ik zou daar geen probleem mee hebben.
Nu dat ik u zo heb...
Zeg me je naam. - Waarom?
Waarom niet? Ben je van Salon?
Ja.
Loop door. Snel!
Ik ben niet gehaast.
Asjeblief! Iemand zou ons kunnen zien.
Hier is niemand. Van waar heb je dat Parijse accent?
Van op school bij de nonnen, in Parijs.
Rare schoenen voor iemand die bij de nonnen zat.
Als ik rijk was, zou ik er mooiere hebben.
Breng me nu naar de overkant. - Wie bent u?
Ik zeg het niet!
Dan blijf ik u vasthouden.
Ik trek aan uw haar!
U zegt het niet alleen, u doet het nog ook! Al goed...
Vooruit.
Jij bent geen gemakkelijke!
Eigen schuld als ik u pijn heb gedaan!
Serieus nu, wie bent u?
Een meisje. De dochter van de puttendelver.
Er is er maar ��n in de wereld?
Neen, maar wel de moedigste.
U bent erg mooi.
U verkoopt zulke flauwekul...
Bent u ook van Salon? - Ik ben daar geboren.
Daarna studeerde ik in Lyon en Parijs.
Wat is uw naam? - Jacques Mazel.
De zoon van de winkel? - Juist.
Is deze motor van u?
Ja, dat is de mijne.
Keert u terug naar Salon?
Waarom?
Ik kan u meenemen.
Ooit op een motorfiets gezeten?
Nee. - U moet het eens proberen.
Als ik toestem moet u me afzetten op het kruispunt naar Lan�on.
Daar woont niemand. - Dan doe ik de rest te voet.
U gaat niet te snel rijden?
Nee, integendeel, ik zal het plezier wat laten duren.
Spring er maar op.
Hou je vast aan m'n heup. Wees niet bang.
Als u zich te stevig vasthoudt, geeft u mij het recht om aan uw haar te trekken.
Zo zal ik niet bang zijn als u te snel rijdt.
Was u bang? - Een beetje, maar het was plezierig.
Bedankt.
Zou ik u meevragen naar de bioscoop, zou u meegaan?
Nee.
Erg duidelijk...
Wel, goedendag dan.
Goedendag.
Wacht u ergens op?
Op u om te vertrekken.
Mijneer Mazel! - Wat?
Uw vrouw gaat door 't lint.
Dat verwondert me niet. Heeft ze de krant gelezen?
Een klant heeft het haar getoond.
Prachtig, dat was een goed idee! Gewoon huilen of hysterisch?
Ze weent met een enorme kracht! De tranen spuiten uit haar ogen!
Het gejammer is over. Ik ga eens luisteren.
Leg dat achteraan.
Wat scheelt er?
Wat is er?
Wist jij het?
Ik weet niet waarover je het hebt. Wat is er?
Morgen, in Salon.
De luchtshow. Ik weet ervan, Jacques vertelde er over.
Hij heeft gelogen, hij zei dat hij niet deelnam.
Hij zei dat hij niet wist of hij mee zou doen. - De leugenaar!
Hij is wel duidelijk jouw zoon!
Ik hoop maar dat je daar zeker van bent.
Wat heeft hij gedaan?
Kijk maar in de krant.
Je hebt het al gelezen,
maar je doet alsof je het niet weet, hypocriet!
Ik ging het je later vertellen.
Ik heb honger, mama.
Ik heb nagedacht over wat je zei.
Ik ook.
Op een dag zal ze trouwen. - Dat is de natuur.
Toen je zei: 'Iemand van ons beroep, en die dichtbij woont,'
bedoelde je waarschijnlijk iemand als jij?
Ja, ik bedoelde iemand als mezelf.
Ik zou daar niet tegen zijn...
als mijn dochter was zoals andere meisjes.
het probleem is dat ze niet is zoals wij, versta je?
Ik begrijp het.
Ze spreekt Frans met een bekakt accent, zoals een minister.
Ze eet met een vork...
Ik zou dat ook kunnen.
Mischien wel, jij bent van deze tijd.
Ze maakt altijd jurken, is bezig met haar haar...
't Is een prinses, zie je. - Ja, een prinses.
Zie je jezelf trouwen met een prinses?
Niet echt... Maar ik zou wel willen.
Als ik haar niet aan jou schenk, ben ik haar misschien volledig kwijt.
Er zou wel eens een prins kunnen passeren,
die haar meeneemt naar Amerika of Toscani�...
Er zijn niet veel prinsen meer.
Maar dokters, tandartsen en belastingsinspecteurs zijn even erg.
Dat is waar. Maar zou ze met mij trouwen, zou je je geen zorgen hoeven te maken.
't Is makkelijk praten over trouwen, maar daar heb je geld voor nodig.
Ik heb wel geld, en ook een erfenis.
Een erfenis? Een grote?
18000 francs. En 13000 aan de kant gelegd.
31000 dan? - Nee, 30000. Ik heb een auto gekocht.
Heb jij een auto? - Zeker.
Geen sportwagen, maar het rijdt.
En ik heb mijn eigen huis. En het is niet ver van het uwe.
Ik beschouw jou als mijn vriend, F�lipe.
Maar zij moet er ook voor te vinden zijn.
U hebt gelijk. Zou u het haar vragen?
F�lipe, je hebt 10 kilo explosieven in...
je rugzak en je bent bang van mijn dochter?
Ik zal het proberen.
Ik zou haar morgen met mijn auto naar de airshow kunnen meenemen.
Dat zou leuk zijn. Zij zal haar hoed hebben, jij je auto.
Trakteer haar met bier of limonade en praat met haar.
Zo deed ik het bij haar moeder.
Was ze ook zo mooi? - Nog mooier!
Het is een mooi meisje, maar haar moeder...
was een vrouw met...
Ze had...
Ze was...
Goedenavond. - Goedenavond, meisjes.
Goedenavond, F�lipe! - Goedenavond, F�lipe.
Goedenavond, F�lipe.
Hij heeft een verrassing voor je verjaardag.
Zeg het haar.
Vooruit, lomperd!
Is het erg?
Helemaal niet. Hij heeft een auto.
U hebt een auto?
Inderdaad. En ik heb kaarten voor de vliegshow.
Wanneer? - Morgen.
Dus dacht ik, mits toestemming van uw vader,
en zou u willen,
zouden we samen kunnen gaan met de auto.
Dat is vriendelijk van u, F�lipe, maar morgen kan ik niet.
Waarom niet?
Morgen namiddag moet ik de was doen.
Ik had wel gedacht dat er iets zou zijn.
Kan dat niet op een andere dag?
Nee, ik sta al achter. En mijn jurk is niet klaar.
Mijn jurk is klaar.
En ik zou maar wat graag de vliegeniers zien.
Zwijgen, jij!
Als jij voet zet in een auto, breek ik je arm!
Dat doe je niet...
Wacht maar af, of ik het niet zou doen...
Dus 't is nee? - Ik zou wel graag, maar ik kan niet.
Een andere keer dan.
Spijtig. Eet.
Blijf je niet eten? - Nee, mijn zuster verwacht me.
't Is de verjaardag van Patricia!
Zou ze me vragen, ik zou met plezier blijven.
Maar ze vraagt me niet.
Natuurlijk wel. L�onore, zet een extra bord.
Ik wil me niet opdringen,
maar als ik ge�nviteerd wordt, accepteer ik gaarne.
En je zuster dan, F�lipe?
Ze is bij onze oom.
Een klein leugentje, uit beleefdheid.
Je hebt tact, F�lipe. Dat was erg tactvol van je.
L�onore... - Ja? - Kom Roberte instoppen, alsjeblief.
Amanda... Leg de hoed op tafel.
Wat is dat?
Wat is het? Bracht jij het mee, F�lipe?
Nee, ik was het niet.
Weet jij het, Amanda? - Nee, vader. Ik heb geen idee.
Nee, we weten het niet.
Dank u, vader.
Ik heb niets gedaan, maar die kus doet me wel plezier.
En 't is een mooie hoed.
Heb jij ze gekozen?
Ja. Vind je ze mooi?
Ja, ik vind ze mooi.
Wel, waarop wacht je? Je moet ze opzetten, om te zien hoe het staat.
Niet nu, vader.
Ik moet mijn haar doen, mijn mooie jurk aandoen...
Ik zal ze morgen dragen voor de mis.
Goed.
Je zou ze morgen kunnen dragen voor de airshow.
Misschien, maar ik kan niet.
De kaarten kosten 25 francs 't stuk.
Aan die prijs zijn 't misschien valse.
Nee, helemaal niet.
Ik kreeg ze van mijn vriend Imbert. Hij werkt in de luchtvaart.
Hij is de mecanicien van Mazel, Jacques Mazel,
de zoon van de winkelier.
Wat doet ie bij de luchtvaart, de zoon van de winkelier?
Hij is piloot. Officier zelfs.
Hij vliegt morgen.
En u kent hem?
Hij zat in dezelfde klas als mijn zuster.
Hij is een heer nu, maar wel nog altijd aardig.
Als hij me ziet, zal hij me groeten.
Zie je, Patricia,
ik zou vereerd zijn om daar met een meisje zo mooi als jij te zijn.
Met die hoed! - Je zegt het.
En de jurk �n de auto!
De auto zal geen indruk op hem maken. Maar jij wel!
Kan Amanda de was niet doen, samen met L�onore?
Vind je het niet erg als ik het werk aan jou overlaat?
Ik? Ik zal het met plezier doen.
Goed, dan ga ik mee.
Dank u, F�lipe.
Nee, ik moet u bedanken. Weet wel, ik zal niet zo gekleed gaan.
Ik beweer niet dat ik aan u zal kunnen tippen.
Naast u zal ik in het niets verdwijnen.
Maar ik zal proper en deftig zijn. Zoals het hoort.
All�e, bende, aan tafel!
Ik wist dat ze mee zou gaan. De hoed haalde...
haar over.
Je kunt de was niet doen met zo'n hoed op.
Luister, 't is moeders lied.
Het lied dat haar steeds aan 't huilen bracht?
Ja.
Weet je, ik ben niet jaloers.
Ik weet dat je F�lipe niet wilt.
Misschien, wanneer je hem afwijst,
en hij de jacht op jou beu is,
zal hij misschien aan mij denken.
Maar wijs hem niet direct af.
Waarom niet?
Hij zou met iemand anders kunnen trouwen.
Geef me wat tijd.
Ik droomde van een bloem, die nooit zou sterven.
Ik droomde van een liefde, die eeuwig zou duren.
Kom, laat ons wachten aan het drankenstalletje.
Jacques!
F�lipe!
Wat brengt jou hier?
Om je te bewonderen, beste.
Acrobati�n maken indruk, maar het is niet moeilijk.
Dat kan zijn, maar in mijn put ben ik ver van de hemel.
Als ik u daarboven zie...
Zeg, ik wil u voorstellen aan een vriendin, de dochter van mijn baas.
Is ze mooi? - Ongelooflijk. Kijk, daar is ze.
Stel me dan voor.
Dit is Jacques...
Patricia, de dochter van mijn baas.
Vliegtuigen interesseren u?
't Is mijn eerste keer, maar ik was erg bang.
't Is aardig dat u tijd vrijmaakt voor de piloten.
Ha, zo is ze!
Hetgeen ze doet voor haar familie is ongelooflijk.
Ze voorziet haar vader van eten?
Hoe weet u dat?
U vertelde dat hij putten graaft.
Wat kan ze dan doen om hem te helpen? Zijn eten brengen.
Maar dat klopt helemaal!
Ziet u de kracht van de logica?
't Is zoals ie het zou hebben meegemaakt.
Zo zijn we allemaal bij de luchtmacht.
Trouwens, weet u wie er bij de parachutisten is?
't Is Remy.
Remy de kluns? - Diezelfde.
Ga hem groeten. Ik zal hier wachten bij de jongedame.
Ik blijf niet lang weg.
Is hij uw verloofde?
Nee. Hij wil wel, maar ik niet.
Natuurlijk. Je bent niet geboren voor die wereld,
of zelfs voor die hoed.
De vorige keer had je commentaar op mijn schoenen,
nu staat mijn hoed je niet aan?
Alleen maar omdat ze je haar verstopt.
Anders vind ik je hoed wel mooi.
Ze komt van Paris Chapeaux. - Dat zie ik.
Blijft u hier de ganse dag met F�lipe?
Tot zeven uur, dan moet ik naar huis.
Waarom bezoekt u uw tante niet?
Welke tante?
Uw tante in Salon.
Ik heb hier geen tante.
Ik heb maar ��n tante en die woont in Fuveau.
Spijtig, anders kon u F�lipe wijsmaken dat u haar gaat...
bezoeken maar in de plaats daarvan met mij afspreken.
Hoe ondeugend...
Aardig van u, maar als ik F�lipe wijsmaak dat ik...
m'n tante ga bezoeken, vertelt ie dat geheid aan m'n vader.
Uw vader en uw tante hebben ruzie, over een erfenis.
Als u hem dat vertelt...
Maar niets van dat alles is waar.
Maar toch is 't een goed leugentje.
Ontmoet me bij Lancret om 5 uur.
Ik zou wel willen,
maar ik mag het niet doen.
Erfenissen zorgen altijd voor problemen in families.
Het verwondert mij niet dat uw vader en uw tante ruzie hebben.
Vindt u dat ik haar moet bezoeken?
De zuster van uw moeder? Je moet.
Ik zou liever hebben dat je bleef.
Ik was zelfs van plan om...
Zal ik dan gaan?
Patricia, we zitten hier al een kwartier, je kon al teruggeweest zijn.
Goed, zet je hoed maar op.
Zou jij er niet voor zorgen?
OK, 't is beter om je nederig voor te doen tegenover familie.
Wees niet bang, ik zorg ervoor.
Dank u. Tot later.
Ober!
Ik heb iets nodig dat me moed geeft.
Voor een gevecht?
Nee, maar over een half uur of een drie kwartier, zal ik moed nodig hebben.
Veel of een beetje? - Veel.
Heel veel. Om een meisje ten huwelijk te vragen.
Gaan we al deze taarten opeten?
Waarom niet?
Naar waar gaan we? - Naar mijn huis.
Wat zullen uw ouders zeggen? - Niets.
Ze zijn er niet? - Inderdaad, ze zijn er niet.
Wat zullen ze zeggen als ze thuiskomen?
Ze zullen niet thuiskomen. We gaan niet naar hen,
maar naar mijn bureau.
't Is een afzonderlijke ruimte, waar ik dikwijls...
ben om tot rust te komen.
't Ligt vol met papieren en boeken. Komt u?
Ja... Maar u zei dat...
U zag dat er geen plaats was in Lancret.
Ober!
Zet u. Ik schenk ons iets uit.
Ik ben gek om dit te doen.
Inderdaad. Gek om je zorgen te maken.
Dit is perfect natuurlijk.
Wat is er erg aan samen iets drinken?
Ik blijf niet.
Zet u.
Laat me met rust! Bent u niet beschaamd?
Ja, ik ben beschaamd.
Als u dat nog eens probeert...
Ik zal het niet meer proberen.
Ik gedroeg me als een bruut. Vergeef me. Je bent zo mooi.
Meestal, met een meisje van 18...
Ik heb het u gezegd!
Ik nam u niet serieus.
Maar ik had dat wel moeten doen.
En ik had nooit naar hier moeten komen.
Patricia!
Laat ons niet zo uit elkaar gaan.
Was het waar, wat je eerder zei,
dat je verliefd bent op me en me altijd graag zult zien?
Ik overdreef misschien wat.
Echte liefde komt niet zo snel.
Heb je ooit echte liefde gekend?
Nee. Eerlijk, nee.
Waarom spreek je er dan over?
Dat is hoe ik het me voorstel.
Op een dag vind ik het misschien.
Maar beoordeel me niet op een moment van zinsverbijstering.
Excuseer me, mijnheer Mazel.
Luister...
We hebben niets verkeerds gedaan,
maar ik heb je wel gekust.
Dus mag u me Jacques noemen.
Vergeef me, Jacques.
Ik weet dat je van binnen een deftige jongen bent,
en veel meisjes zouden niet zo flauw doen, want je bent knap.
Maar ik kan het niet.
Ik kan het niet.
Vergeef me.
F�lipe?
Patricia! Vergeef me, vergeef me!
U hebt gedronken?
Ja, en nu ben ik dronken.
En uw tante, alles goed met uw tante?
Alles goed. Gaan we? - Ja, we vertrekken.
Ga niet met hem mee. Hij zal je doden!
Wat? Ik? Haar doden?
En uw tante, was ze tevreden?
F�lipe, 't is zeven uur! Kunt u mij naar huis brengen!?
De auto doet het niet. Ik kan het niet wagen.
Waarom nemen we de bus niet? - Die is al weg!
En m'n vader? - Ja, haar vader...
Jacques!
Jacques!
Jacques!
F�lipe, wat is er?
Mijn redder in nood. Kunt u haar thuisbrengen?
Maar, F�lipe...
Ga met hem mee.
Als ik geen andere keus heb...
't Komt door mijn vader.
Als ze om 8 uur niet thuis is, doet ie een beroerte!
Hij zal vragen waar ik ben! Wat zal u zeggen?
Dat uw auto in panne staat en dat u mij zijn dochter hebt toevertrouwd.
Je hebt me gevraagd om te stoppen.
Ik weet het.
Je sjaal waaide weg, zei je.
Ik weet het.
Maar er is iets dat u niet weet.
Het is niet door de wind dat mijn sjaal wegwaaide,
ik deed het gebeuren.
Toen we zo snel reden, hield ik u stevig vast
en door de geur van de wind begon mijn hoofd te tollen.
Ik was bang om te vallen.
Is dit een liefdesverklaring?
Of ��n van zwakte.
Ik ben nog nooit dicht bij een een jongen geweest, maar nu...
Nu wat?
Je moet dit niet overdrijven, Patricia. Elke jongen en meisje gaat door deze fase.
Ik heb het recht niet meer mijn vader of mijn zussen te kussen.
Kinderpraat.
Als elk meisje zo zou reageren,
zou er in families niet veel meer worden gekust.
Als ��n van ons zich heeft misdragen, dan ben ik het.
Je hebt me je liefde bewezen.
Maar het bewijst dat ik het niet verdien om bemind te worden.
Breng me nu snel thuis en vergeet alles wat gebeurd is.
Wil je me niet meer zien?
Wat voor zin heeft het, u bent rijk en ik ben de dochter van een puttendelver.
Kan ik je morgen zien?
De kapel van Saint Julien. Er staat een cipres naast.
Morgen om 11 uur bij de cipres?
Als u wil, maar wat is de zin?
Wil je me dan werkelijk niet meer zien?
Maar jawel.
Ik weet het niet. Ik ben nu mezelf niet meer. Ik ben iemand anders!
En ik hou van je.
Ik hou van je.
Dat meent u niet! Naar Afrika?
Om wat te doen in Afrika? - Op oefening.
Welke oefening? - Dat mag ik u niet zeggen.
Een gevaarlijke oefening?
Niet echt. - En zal dat lang duren?
Twee of drie maanden.
Waarom meteen? Is het zo dringend?
We hebben de orders al enkele dagen, maar ze waren niet voor uw zoon.
Het was voor Charbonnier, maar die brak vandaag...
zijn been en Mazel moet hem vervangen.
Luister...
Ik heb je hulp nodig met iets.
Heb je met de kaarten gespeeld? - Nee.
Ik heb een meisje ontmoet. Ze heet Patricia. De dochter van een puttendelver.
En wat wil je dat ik doe?
We hebben een afspraak. - Nu niet meer. - Dat weet ik.
Maar morgen zal ze daar zijn.
Ik zou vragen dat je naar de afspraak gaat
om haar te zeggen dat ik het marsorder deze avond pas kreeg.
Ik wil niet dat ze zou denken dat ik al...
zou geweten hebben dat ik moest vertrekken.
Ik heb een briefje voor haar.
Ga je gaan? - Ja, ik zal gaan.
Zweer je het?
Ja, ik zweer het.
Gezien de internationale situatie,
heeft de regering beslist zijn inspanningen op te drijven
door extra reservisten op te roepen.
Elkeen wiens mobilisatieformulier
het nummer 6 of 7 in de linker bovenhoek draagt
moet zich onverwijld in zijn kazerne aanmelden.
Leve de republiek en Leve Frankrijk!
Mijn zoon is al aan het front.
Zijn deze betaald?
Ja, ze zijn betaald.
Ik vraag het omdat er geen bonnetje is, ziet u...
En met de opwinding over dit nieuws...
Opwinding maakt van de mensen nog geen dieven.
Kom je, F�lipe?
't Zijn goede werktuigen, maar ik zal ze niet veel kunnen gebruiken.
Van wat ik net hoorde op de radio, moet ik onmiddellijk vertrekken, zonder uitstel.
Ga maar iets drinken. Ik heb nog iets vergeten.
Kom, Amanda.
Wat heb je vergeten? - Je zult wel zien. Kom.
Misschien is ie om sigaretten voor u.
Dat zou me niet verwonderen want ik weet dat hij veel om me geeft.
Hij wilde me wat tijd geven om met u te praten.
Zet u.
Luister, F�lipe...
Nee, onderbreek me niet,
anders kan ik niet zeggen wat ik te zeggen heb.
Hier komt het.
Ik ken u nu al drie jaar.
Ik heb gemerkt dat ik gelukkig ben als ik u zie,
en wanneer ik u niet zie, ik niet gelukkig ben.
Als u er bent, zie ik geen andere meisjes staan.
Wanneer ik een put graaf,
zie ik uw mooie gezichtje, dat lacht naar mijn werk.
En nu ik ben opgeroepen...
Begint u het te begrijpen?
Ik wist het al lang. Ik weet dat u een goede echtgenoot zou zijn.
Maar ik kan geen 'ja' zeggen.
Dus het is'nee'?
Ik heb u erg graag, F�lipe.
Maar u houdt niet van me.
Weet u, in elk koppel is de ene meer verliefd dan de ander.
Dat zou dan ik zijn. Kunnen we niet proberen?
Ik kan niet, F�lipe.
Ik kan echt niet. Over enkele maanden krijg ik een kind.
Jee...
Dat is me wat.
Voor mij is dit nieuws erger dan de oorlog.
En voor mij?
Ja, natuurlijk, voor u ook...
Maar wie is de vader?
Een rijke heer.
Wat zegt hij ervan?
Hij weet het niet.
U moet het hem vertellen.
Hij is al vertrokken naar de oorlog.
Wie weet komt hij wel terug?
Zelfs al komt ie terug, reken ik er niet op dat ik hem terugzie.
Hij houdt niet van me, en ik ben arm.
Ik zal hem nooit iets vragen.
Maar uw vader... Weet hij dat u in moeilijkheden zit?
Nee, hij weet het nog niet.
Trouw met me en ik zeg dat ik u in deze toestand heb gebracht.
Als u wil vertel ik het hem meteen. Ik neem het erbij als hij me een mep geeft!
Bedankt, F�lipe, maar ik zal het 'm zelf vertellen.
Je hoopt nog altijd op die andere man?
Geen enkele hoop.
Houdt u van hem? Houdt u echt van hem?
Als het voor vrouwen hetzelfde is als voor mannen,
zal je er nooit over raken.
Ik zal naar je zuster gaan.
Dank u, Pascal.
Hij gaat vertrekken. - Niets aan te doen.
Misschien doden ze hem. - Waarom?
Omdat hij naar de oorlog gaat.
Nee, Pascal. Niet iedereen sneuvelt in de oorlog.
Toch niet zo vlug.
Ik zeg niet dat je direct zult sterven, al wat ik zeg is dat je je leven riskeert.
Dat bewijst hoe moedig je bent.
Is het niet, Patricia, dat hij dapper is?
Kom, hier is er plaats!
Denk er aan, je krijgt verlof ook.
Spijtig dat je vader vorig jaar stierf.
Had hij gewacht tot het jaar erop, dan had je nu meer verlof.
Hij had wel nog wat willen wachten.
Ook als je trouwt krijg je verlof.
Zou hij trouwen, hij kreeg meer verlof.
Maar wat heb jij, waarom ween je? Wil je enkele klappen?
Vaarwel, F�lipe!
Vaarwel, iedereen!
Vaarwel! - Vaarwel!
Wat zeggen ze over de oorlog?
Er is niet veel hoop.
En, heeft hij het gevraagd?
Ja, hij heeft het gevraagd.
En wat heb je geantwoord?
Ik zei 'nee'.
Misschien had je dat beter niet gedaan.
Ik kon geen 'ja' zeggen.
Dat is jouw zaak.
Verwacht echter niet dat er een prins verschijnt,
er zijn er geen meer.
Ik moet je iets vertellen, iets ernstigs.
Over F�lipe?
Over mij. - Je maakt me bang. - Ik m�et het je vertellen.
Als je op een andere jongen verliefd bent, heb ik liever dat je 't niet aan me vertelt,
want ik ben niet goed in 't luisteren naar bakvis-verhalen.
Je bent mijn vader, als ik een geheim heb moet ik er met jou over kunnen praten.
Ja... maar kan die jongen niet naar me komen,
zoals het hoort?
Is hij ook naar de oorlog?
Ja, hij is ook weg. Maar zelfs al was ie niet naar de...
oorlog, dan zou ie toch niet komen om me te vragen.
Waarom niet?
Ik ben geen vrouw voor hem. - Wat bedoel je daarmee?
Hij zou me niet willen. - Wie is het dan?
Uit nieuwsgierigigheid zou ik wel eens willen weten
welke jongen jou niet zou willen? Is het de koning van Engeland?
Nee, maar voor ons is hij even onbereikbaar.
Als hij geen aanzoek wil doen, des te beter.
Dan is hij het niet waard om over te spreken.
Maar ik moet je erover vertellen, en wie het is...
de jongen op wie ik verliefd was.
Verliefd was? Kende je hem al lang?
Nee, ik heb hem maar twee keer ontmoet.
Twee keer en jij spreekt van liefde?
Ik kende je moeder vijf jaar voor ik wist dat ik verliefd was op haar.
Maar tegenwoordig gaat dat sneller, zeker...
Wie is het?
't Is Jacques Mazel, de zoon van de winkelier.
Heeft hij je iets beloofd?
Nee, vader, geen beloftes. Maar ik gaf hem alles.
Heb je gezondigd?
En ik die dacht dat je een engel was.
Engelen wonen niet op de aarde.
Ik ben zoals elk ander meisje.
Mag ik dichterbij komen?
Je bent mijn dochter. Kom maar bij me, kom.
Kom. Je beeft helemaal.
Je weet nog het ergste niet.
Er is nog iets.
Iets dat iedereen zal zien.
Ben je dat zeker?
Ja, ik ben het zeker.
Had je moeder nog geleefd, zou dit niet gebeurd zijn.
Eten we of eten we niet?
God weet wat er nodig is om je je etenslust te ontnemen.
Als ik de oorlog zou kunnen be�indigen door in hongerstaking te gaan,
ik zou geen seconde twijfelen.
Maar, gezien ik mijn zoon even graag zie als jij,
zal ik zoals altijd eten om ervoor te zorgen dat hij nog een vader overhoudt.
Mijnheer... Pascal, de puttendelver, wil u beiden spreken.
Waarover? - Hij zegt dat het ernstig is. Hij is gekomen met al zijn dochters.
Hij is zeker gek geworden!
Hij lijkt kalm en beleefd.
Hij zoekt waarschijnlijk liefdadigheid. - Geen liefdadigheid, mevrouw!
Ik heb mijn hele leven geen liefdadigheid gevraagd,
en ik zal er nu niet mee beginnen.
Wind je niet op, Amoretti. Ik weet dat je een harde werker bent.
Dank u, mijnheer Mazel.
Maar waarom brengt u al deze mooie meisjes naar mij?
Dat is om u te tonen hoe mooi ze zijn.
Deze hier, dat is de jongste. Ze is vier jaar.
Kijk eens naar die kuiten: zo stevig als die van een ma�skip.
En niemand is zo slim als zij.
Roberte, zeg eens goeiendag aan mijnheer Mazel.
Goeiendag, mijnheer Mazel.
Werp eens een kus naar mevrouw.
Ze heeft goed haar les geleerd.
Inderdaad, ze heeft een goed geheugen.
En kijk eens naar de anderen. Kijk naar Isabelles kaken!
Allemaal tekenen van gezondheid, het bewijs...
dat we van sterk bloed zijn.
Zie hier mijn dochters, mijnheer en mevrouw.
En wat wilt u ons duidelijk maken?
Ik stuur ze eerst naar buiten.
Amanda, neem de kleintjes mee en zorg voor ze.
Ik begrijp niet goed waarom u hier uw orders komt geven?
Mevrouw, de enigen die ik beveel zijn mijn dochters en mijn houweel.
Kom dichterbij, Patricia.
Ik weet het niet zeker, maar ik begin hier chantage te vermoeden.
Marie, wacht eens even af. Ik ken Pascal, 't is een eerlijk man.
Dank u, mijnheer Mazel.
Dat meisje is een beetje te lieftallig,
en ze kijkt een beetje t� opvallend naar de grond.
Als ze haar ogen neerslaat, heeft ze misschien een reden.
En ik begrijp niet wat u bedoelt met 'te lieftallig'.
Nooit is een meisje te mooi.
Ze is 18 jaar en 4 maanden.
De beste leeftijd voor meisjes.
Ik begrijp wat u verwondert, ze ziet er niet uit zoals...
je verwacht dat een dochter van een puttendelver er uitziet.
Maar dat is geen misdaad, denk ik.
Thuis zeggen we dikwijls:
'Patricia is een prinses. '
Wel dan, gefeliciteerd omdat je de vader bent van een prinses.
En verder?
Ik heb een dochter die een prinses lijkt, en u, u hebt een zoon.
Die, zoals ik vernomen heb, een prins is.
Is hij aan het front momenteel?
Hetgeen mijn zoon doet zijn uw zaken niet.
Wat hij doet zijn inderdaad mijn zaken niet, maar wat hij deed met m'n dochter w�l.
Nu komt de aap uit de mouw!
Luister hier, mijnheer, zou ik elk meisje moeten...
ontvangen die iets voelt voor m'n zoon,
kunnen we gelijk groter gaan wonen! Ons gesprek is afgelopen!
Inderdaad, Pascal, dit gesprek is een beetje lachwekkend.
Bovendien vind ik dat je je dochters...
misschien wat beter in de gaten moet houden,
als je wil voorkomen dat ze beginnen bloeien.
Kom, vader, laten we gaan.
Momentje, ze hebben het niet goed begrepen.
Mijnheer Mazel, bloeien, dat is iets voor in de lente,
dat is mooi, dat is niet zo belangrijk.
Maar daarna komt de zomer, en dan de herfst,
en van onder de bladeren beginnen de vruchten naar boven te komen.
Begrijpt u? - Voila, chantage!
Andre, maak dat ze zo snel als mogelijk buiten...
zijn, zoniet roep ik de gendarmes.
De gendarmes?
Omdat uw zoon bij mijn dochter een kind...
heeft verwekt gaat u de gendarmes roepen?
En wat verwacht u dat ze gaan doen, de gendarmes?
Haar hier onmiddellijk doen bevallen?
Een jongen met looks en geld hoort de andere kant...
op te kijken wanneer hij een arm meisje ziet!
Ik zeg nee, mijn zoon draait niet op voor wat anderen gedaan hebben!
Neen, neen, neen en neen!
Vrouwen praten veel, en denken dan pas na.
U als man, wat zegt u?
Ik zeg, Pascal, dat u meer weet over houwelen dan over meisjes.
Want meisjes, Pascal,
mannen en vooral hun vaders begrijpen ze nooit.
Maar gezien u een deftige kerel bent, zal ik mijn zoon schrijven...
Maar je kunt Jacques daarmee toch niet vervelen,
hij geeft wel andere dingen te doen!
Hij heeft wel andere dingen aan zijn hoofd dan de dochter...
van een puttengraver! Ik krijg er hartzeer van...
Indien mijn zoon u ook maar vijf minuten in zijn armen hield,
bewees hij u daarmee een grote eer!
Goed dan, we stellen ons daarmee tevreden.
Gaan we, vader?
Ja, we gaan.
Maar voor we gaan, mijnheer Mazel, wil ik dit toch duidelijk stellen.
Uw vrouw schijnt te denken dat ik gekomen ben om de kassa te plunderen.
Ze kan zich echter niet meer vergissen.
Het doel van mijn bezoek is om u te vertellen wat er gebeurd is.
Uit mijn dochters ongeluk komt een kind voort.
Ik vergelijk dat met het vinden van een geldbeugel.
Een eerlijk man stelt zich onmiddellijk de vraag:
'Van wie is die geldbeugel?'
Dus heb ik aan mijn dochter gevraagd: 'Van wie is het kind?'
En ze zei: "t Is van Jacques Mazel. '
Dus dacht ik: 'Zijn vader moet het weten. '
En ik hoopte dat u zou zeggen: 'In dat geval,
'zal mijn zoon verlof vragen om te komen trouwen. '
Ik persoonlijk zou hem de hand van mijn dochter niet hebben geweigerd.
En dan, op een dag, zou het kind geboren worden...
en zouden we vuurwerk afsteken om dat te vieren.
Voila, dat is wat ik dacht.
Ik was dom. Ik kende u niet.
Ik begrijp nu dat je wantrouwig moet zijn van mensen die werktuigen verkopen,
maar die ze nooit zelf gebruiken.
U heeft het meisje en het kind afgewezen.
U hebt geen gelijk.
Ik weet niet wiens kind dit is nu. Het zal geen naam hebben.
Mijn dochter is nu een verloren meisje.
Ze is zelfs verloren voor mij.
Kom, Patricia.
U gaat dit nu overal rondvertellen, aan iedereen!
Nee, mevrouw, dit is niet iets waarvoor je reclame maakt.
Ik zal het niet rondvertellen, maar ik zou aan u hetzelfde vragen.
Voor ons is het triest, maar voor u heeft het een bitter kantje.
Smakelijk verder, mijnheer, mevrouw.
Amanda...
Ga daar staan met de meisjes.
Kom.
Hier scheiden onze wegen.
Ik wist het, vader.
De bus komt om twee uur, aan het eind van deze weg.
Neem ze.
Ga naar mijn zuster Nathalie en vertel haar alles.
Ze zal het begrijpen, want ze beging indertijd ook een enorme stommiteit.
Ze zal voor je zorgen.
Wat mij betreft...
't Is niet dat niet van je hou, integendeel.
Ik hou meer van je dan dat ik je ooit heb kunnen tonen.
Het feit is, ze hebben je niet gewild.
Ik heb gedaan wat ik kon. Maar je zag het zelf:
ze willen je niet.
Dus ga je beter weg. Om bestwil van het kind.
't Zal algauw duidelijk worden en ze zullen beginnen roddelen.
De buren ook, en... en...
Je moet ergens anders een nieuw leven beginnen.
Hier zou je een verloren vrouw zijn...
Mijn leven is verloren, waar ik ook ga.
Maar hier meer dan ergens anders. Je moet vertrekken, hoe vlugger hoe beter.
Ik heb er de ganse nacht over nagedacht en ik ben er klaar voor.
Ik zend je spullen achter met de bus, in een doos.
Ik wou dat iemand mij in een doos stak, en naar het kerkhof bracht.
Spreek zo niet, dat lost niets op.
Omdat de meisjes kijken, moet ik je een kus geven.
Kom dichter.
't Is voor de meisjes.
Vaarwel.
Vaarwel, vader.
Vooruit...
F�lipe! Heb je goed geslapen op de trein?
Jawel, een soldaat kan overal slapen.
Hoelang duurt je verlof? - Dertig dagen.
Een maand, tot ik hersteld ben.
Raakte je gewond dan? - Er werd op mij geschoten.
Met een machinegeweer, ze raakten mijn helm.
Ik maakte twee gevangenen.
Je bent een held, F�lipe.
Niet echt. Ik had geluk.
En hier, welk nieuws?
Ik weet niets.
Onze tante stuurde een brief. Vader verbrandde ze.
Zonder ze te lezen? - Zonder ze te lezen.
Als je wil nemen we deze namiddag de auto en zoeken we je zus op in Fuveau.
Maar als mijn vader het te weten komt...
We vertellen hem dat we gewoon een ritje gaan maken.
Je zou me meenemen in je auto? - Natuurlijk.
Zou het u plezier doen moest ik meekomen?
Ja.
Ik zou liever niet alleen gaan naar je zuster.
Heeft mijnheer Mazel zijn zoon op de hoogte gebracht?
Dat weet ik niet. 't Doet toch niet ter zake.
Er wordt verteld dat hij gesneuveld is in de oorlog.
Jacques? Dood?
Zou hij gesneuveld zijn, zouden ze u officieel hebben ingelicht.
Ze hebben me officieel ingelicht dat zijn vliegtuig...
achter de Duitse linies is neergegaan. Al brandend.
Maar ze hebben zijn lichaam niet gevonden?
Al brandend...
Ik probeer meer te weten te komen maar per...
dag die voorbijgaat slinkt de hoop.
Maar ik weet het, F�lipe. Ik weet dat ie niet meer terugkomt.
Baas, hoeveel kost die klok, die met de kleine matroos?
275. - Laat u hem gaan voor 250?
Nee. 275. 't Is het laatste stuk. - Goed.
275.
Heb je gehoord wat ik net zei?
Ik niet.
Ik praat, ik praat altijd maar...
Het lijkt alleen maar alsof ik aan 't praten ben.
Het leven lijkt door te gaan, maar eigenlijk is het ik niet die spreek.
Ik lijk een soort grammofoon die praat uit zichzelf.
Pascal!
F�lipe!
Heb je de oorlog nog niet gewonnen?
Nee, ik ben nog niet kwaad genoeg, maar dat komt wel.
Sommigen zeggen dat ze nog niet echt begonnen is.
Dan zijn er anderen die wel weten dat ze al bezig is.
En voor wie ze slecht begonnen is.
Ik heb net mijnheer Mazel gezien. Ik voel met hem mee.
Het maakt mij niet uit of hij rouwt of niet.
Zeg geen zulke dingen, Pascal. Het maakt je misschien...
niet uit maar het belangt je wel aan.
Zijn zoon...
Had hij een zoon?
Dat weet je goed genoeg, Pascal.
Zijn zoon is al drie weken als vermist opgegeven.
Men heeft zijn vliegtuig al brandend zien neergaan.
Weet Patricia het?
Patricia? Wie is dat?
Kende jij een meisje dat Patricia heette? Ik niet.
Pascal, we zijn alleen hier. Je kan je eens laten gaan.
Is het om me te pesten dat je op verlof bent gekomen?
Nee, nee... U weet dat ik uit vriendschap spreek.
Wel, zwijg dan over dingen die ik niet wil horen.
Kijk, Amanda.
Kijk hoe mooi ze is geworden.
D�t zou een goede vrouw zijn voor een hardwerkende man!
Blijft u eten?
Stoort het, Pascal? - Integendeel, het zou me plezier doen.
Ja, ik blijf!
Deze namiddag zou ik Amanda meenemen voor een ritje in mijn auto,
met uw goedkeuring.
Als het u plezier zou doen, doe maar.
Maar denk er aan, F�lipe, let goed op haar.
Als je een jongeman ziet met een blitse motorfiets, die zegt:
'F�lipe, ik breng haar naar huis', zeg hem 'Nee'.
Want een motorfiets lijkt wel niet veel,
maar 't kan het geluk van een familie wegvoeren.
Kom, opeten.
't Is niet te warm?
Lekker, niet?
Niet in panne gevallen deze keer?
Nee. De auto deed het goed.
En Patricia, heb je Patricia gezien?
Eet je soep maar op nu.
Waarom geeft Patricia me m'n soep niet?
Zwijg en eet.
Hebben jullie je geamuseerd? - Ja, ja.
Hij trakteerde met nougat op de kermis.
Was het druk op de kermis?
Overvol. - Ja.
Ik heb de postbode gevraagd waar Patricia is.
En de postbode gaf me een kus.
Amanda, steek haar in bed.
Kom.
De postbode is aardig.
Zijn snor prikt. - Ja, hij is aardig.
Werp vader een kus. - Nee.
Je werpt me geen kus?
Nee. Niet naar jou. Jij bent stout.
Stop haar in bed.
Jullie ook, naar bed.
Slaap wel.
En...
Waar was die kermis?
In Istres.
En, was het de moeite, die kermis?
Ja. Wel, zoals elke andere kermis.
En u was daar de ganse namiddag?
Ja, de ganse namiddag...
Buiten de tijd dat we rondreden.
Zeg niet dat je liegt!
Zeg niet dat je een bepaald iemand zag of ik wurg je!
Ik lieg niet, ik ben zo niet.
Ik kan zien aan je manieren dat je liegt, je hebt het gezicht van een leugenaar!
Als dat zo is, kan ik daar niet aan doen.
Amanda, kom onmiddellijk naar beneden!
Er zijn dingen die je niet mag doen, beste.
Als je zulke dingen gedaan hebt en je zegt het...
me niet, roep ik ongeluk over je uit!
Kom hier, verloren meisje! Je bent al een even grote leugenaar als hij hier.
Ben je naar Fuveau geweest?
Het was mijn idee.
Ik wilde het weten.
Wat weten?
Hoe het met haar was. En nu weet ik het, ze houdt zich kranig.
Een beetje bleekjes, maar het gaat toch goed met haar.
Spijtig.
Spijtig. Ze verdient het niet maar het gaat goed met haar.
Spijtig. - Ik zeg zoveel te beter.
Het kind is geboren. Wij hebben het gezien.
't Is een jongen.
Een jongen? - Hij noemt Andr�.
Waarom Andr�?
Omdat dat de naam is van... De naam van...
Wel, 't is een mooie naam.
Wiens naam is het?
't Is de naam van mijnheer Mazel.
Is ze vergeten hoe hij ons de deur wees, die geldjood?
Zijn tweede naam is Pascal.
Wat, Pascal? Hoe, Pascal!?
Aan die bastaard, durft ze mijn doopnaam te geven!?
Hij is ook gedoopt, 't is toch geen hond!
't Is wel tegen je vader dat je 't hebt!
Ben jij trots op die slons, misschien?
Nee, ze is niet trots, Pascal, ik verzeker je dat ze niet trots is op haar.
Het is en blijft mijn zuster! Ik hou van mijn zuster!
Ga naar bed! Of ik sla je kreupel met ��n klap!
Weet je, Pascal... - Ik weet het.
Ik weet dat ik te veel dochters heb!
En als ze dezelfde weg opgaan, kan ik een roze lamp aan mijn deur hangen.
Ga naar bed!
Twee voornamen geven aan dat kind, maakt het geen echte naam.
Maar hij heeft een echte naam. Een familienaam!
En wat is die naam?
Hij draagt de naam van zijn moeder, dezelfde als jij.
Zijn naam is Andr� Pascal Amoretti.
Maar wat vertel je nu, F�lipe? Ben je nu helemaal gek geworden?
Zijn naam is Amoretti? Zoals ik, zoals mijn vader?
Dat is niet mijn schuld, dat is de wet.
Wanneer een kind geen vader heeft, krijgt hij de naam van de moeder.
De naam van een vrouw telt?
Natuurlijk telt die. Dat is de wet.
Dus hij heeft alles van me afgenomen,
mijn dochter en mijn naam.
Wie is er met zo'n wet afgekomen?
Hoe kan ik me daartegen verzetten?
Wat wilt u? Diegenen die de wetten maken zijn machtiger dan wij.
Hoedanook, als het u niet aanstaat, er is een...
manier om de naam van de jongen te veranderen.
Hoe dan? - Hij kan de naam van haar man krijgen.
Maar ze kan niet met hem trouwen, hij is dood!
Juist, hij is dood. Maar er zijn er anderen die niet dood zijn.
Ik, bijvoorbeeld. Zou ze met mij trouwen, hij zou...
niet Amoretti heten, maar Rambert, zoals ik.
Zou jij daarmee akkoord gaan? - Ja.
Dus jij zou het verloren meisje nemen, �n de bastaard?
Als zij het zou willen, neem ik het volledige pakket.
Met graagte.
F�lipe, je hebt geen eergevoel.
Nee, je hebt echt geen trots.
Ik heb misschien geen trots, maar wel veel liefde.
Dat is toch ook al iets...
Dit hemd is van Basti�n.
De belastingsinspecteur draagt vrouwenkleren.
Vooruit.
't Is drukkend vandaag.
Hoe gaat het met hem?
Hij slaapt vast.
Daar heb je hem!
Inderdaad, hier ben ik. Gegroet, mijn zuster.
En? - Wel, hier ben ik.
Ik moet met jou spreken,
en met die daar, die doet alsof ze me niet kent.
Vader, ik weet niet wat ik moet zeggen.
Je kind is geboren?
Inderdaad, vader, het is geboren.
Het stond te gebeuren... - Nathalie, als je niets...
zinnigs te vertellen hebt, zwijg je beter!
Ik zwijg niet!
Hij is geboren in mijn bed en ik was zijn kleren.
Je zult op je woorden letten of ik zal op je kloppen als op de was!
't Is een jongen en ik heb vernomen dat zijn naam Amoretti is.
Zoals ik. - Zoals IK!
IK heb die naam op jou overgedragen, omdat IK die naam droeg.
En onze vader, hoe heette die? En de vader van onze vader?
Als een vrouw die krijgt is het omdat ze de eerste is die na mij geboren wordt.
Als het een meisje is heet ze Amanda, No�mie, of Isabelle.
Een jongere zoon noemt Pierre, Andr� of Paul.
Maar de eerste zoon in de Provence draagt de familienaam.
En die hier, die ik niet ken, draagt de naam Amoretti.
En ik, of ik dat nu wil of niet, ik ben verantwoordelijk voor hem.
Verantwoordelijk voor wat?
Voor alles!
Vader, wat wil je dat ik doe?
Ik zal je gehoorzamen. - Ja, zeg ons waarom je gekomen bent.
Ik ben gekomen om je te vertellen dat dit ernstig is!
Welja, 't is ernstig. We gaan akkoord.
Je bent gekomen om ons dat duidelijk te maken...
en nu weten we het!
Hou nu op met onze tijd te verdoen, want wij hebben nog werk!
Want wij hebben belangrijkere dingen te doen!
Dat kindje daar moet gevoed worden, en gekleed!
Patricia, blijf hier.
Ik moet je nog iets zeggen.
Over mijn zoon? - Ja en nee.
F�lipe heeft een idee.
Hij zegt dat als hij met je trouwt, het kind van...
naam verandert en dat het geen bastaard meer zal zijn.
Hij komt er morgen met je over spreken...
Je moet hem afwijzen.
Goed, vader.
Ze kan toch veel beter krijgen!
We worden hier het hof gemaakt door piloten!
Ze heeft F�lipe niet nodig om te trouwen, ze vindt wel een goede partij.
De jongen zal een treffelijke naam hebben! Een naam uit de stad.
Dus d�t is het? D�t ben je aan 't bekokstoven?
E�n misdaad was nog niet genoeg, je bent er al andere aan 't voorbereiden!
Onder die omstandigheden, pak maar je boeltje...
en je komt met mij mee naar huis!
Met mijn zoon?
Breng hem mee als je wil, het maakt mij niet uit.
Dan is het beter dat ze hem niet meeneemt.
Je moet begrijpen, het is een kind geboren uit zonde.
De schande van de familie.
De tweede schande, n� de jouwe.
Wel, laat de twee schandalen dan samen.
Ik kan hem opvoeden. Wat denk je?
Voor mij is het goed, maar zij zal niet willen.
Waarom niet,
tante Nathalie zal hem toch niet aan zijn lot overlaten?
Versta me niet verkeerd, dat kind in mijn huis...
binnenbrengen zal me pijn aan 't hart bezorgen.
Ik voel een grote boosheid voor hem, voor de...
miserie die hij me bezorgd heeft.
Maar je zult wegkwijnen zonder hem.
Je zult niet meer eten, vermageren,
en me uiteindelijk vragen om hem te gaan halen.
Nee, nee, dat zal ze niet vragen!
Maar wat weet jij!? Heb jij kinderen gehad, misschien!?
Gelukkig kun je 'r geen krijgen of je had er al vijftig!
En jij daar! Stukje leugenaar!
Je wil hem eerst meebrengen, en dan doe je alsof je 'm niet meer wil!?
Wat is dat voor hypocrisie? Ik moet geen hypocrieten!
Je zegt wat je denkt!
En als je het niet wil uitspreken, dan handel je ernaar!
Wat ga je doen, vader!? - Hem verdrinken!
Pascal! Wacht!
Haha, maak je niet ongerust, imbecielen. Hebben jullie niet...
gezien dat hij al tien minuten in de volle zon lag.
Vader, wil je ons thuis?
Jij wel.
Van hem weet ik het niet. Ik ken hem nog niet.
Ik ben hier al een uur, en nog niemand heeft dat lakentje opgetild.
Wat is hij klein. Hij eet niet genoeg.
Als de moedermelk niet genoeg is,
kunnen we kikkererwten met een ui proberen.
Hij heeft nagels aan z'n handjes.
Heb je dat nog nooit gezien?
Ja, maar ik heb er nooit eerder zo op gelet.
Wat staan jullie hier nog te kijken?
Hebben jullie alle tijd om hier week te staan worden!?
Hup, inpakken, we vertrekken over vijf minuten!
En haast je, in godsnaam!
Kom, open je ogen.
Amoretti, lach eens.
Amoretti de jonge, kom, toon je mooiste lach.
't Is voor Amoretti de oude.
Goedendag, jongedame.
Dag, mijnheer Mazel.
Is uw vader hier ergens?
Ja, mijnheer Mazel. Hij is ginder zijn explosieven aan 't prepareren.
Mijn vrouw en ik waren wat aan 't wandelen, en ik zag van ver uw waterput.
Dat deed mij er aan denken dat mijn put nodig een onderhoudsbeurt behoeft.
En, gezien uw vader niet meer naar de winkel komt...
Pascal!
Dag, Pascal. - Dag.
Ik had het net met uw dochter over de citerne...
van mijn wijngaard in Castelas, ken je ze?
Ja, ik ken ze.
Ze is nodig gereinigd.
Het water begint vies te ruiken.
Dat zijn kruiden en zaden die beginnen te rotten.
Wanneer zou u kunnen komen? - Wanneer ik hier gedaan heb.
Ik heb nog een vijftiental dagen werk.
Over vijftien dagen dan.
Voor het ogenblik is een put niet zo dringend.
Ik was bang dat je ging weigeren.
Nee, ik ben niet rijk genoeg om werk te weigeren.
Ik moet kinderen te eten geven, mijnheer Mazel.
Je bent een gelukkig man, Pascal.
Erg gelukkig.
Heb je onze slechte tijding gehoord?
Ja, mijnheer Mazel, ik heb het gehoord. Maar ik dacht dat u nog hoop koesterde.
Gisterenochtend kregen we het offici�le bericht.
Het is voorbij.
Dat is een verschrikkelijke zaak. Verschrikkelijk.
We kunnen niet altijd Gods wegen doorgronden.
Nu, wat uw put betreft... Ik ken ze, ze is ongeveer 25 meter diep.
Ik weet wat er moet gebeuren. Het zal u omtrent 300 francs kosten.
Dat is dan geregeld, Pascal. Ik hoop dat ik u zal terugzien in de winkel.
Misschien.
Wel dan, tot ziens, mijnheer Mazel.
Tot ziens, mevrouw.
Is dat uw kind?
Ja, mevrouw.
Hoe oud is hij? - Bijna zes maand.
Mogen we hem zien? Zonder hem wakkker te maken, natuurlijk.
Enkel eens kijken naar hem?
Natuurlijk mag u hem zien, we zijn niet beschaamd voor hem.
Patricia, geef me Amoretti.
Hoe noemt u hem?
Bij zijn naam. Amoretti.
De oude Latijnse traditie.
Net als bij mij. Mijn grootmoeder noemde me nooit Andr�,
altijd Mazel.
Inderdaad. Maar hij heet niet Mazel, 't is Amoretti.
En raak hem niet aan.
En weet u, 't is een echte jongen, hij heeft iets ondeugends.
Lach eens.
Lach eens naar mevrouw.
Weet u, over een paar jaar trekt hij zijn tantes aan het haar.
Hij heeft er vijf.
Hij wordt al zwaar, weet u.
Hier, neem hem maar even over.
Dat had je beter niet gedaan. Ik wist dat het haar verdriet zou doen.
Het is geen onplezante droevigheid, Pascal.
Laat haar huilen.
Zet je, Marie. Zet je...
Kom, Pascal, laten we praten.
Waar wilt u heen? Als 't over het kind gaat, mag mijn dochter het horen.
Volgens jou, is dit kind de zoon van onze onfortuinlijke zoon.
Volgens mij, volgens mij... 't Is de zoon van mijn dochter.
Maar zijn vader...
Je weet goed dat dat mijn zoon was..
Ik weet goed, ik weet goed... Ik weet helemaal niets!
Al dat ik weet is dat het een goed kind is, maar niet het kindje Jezus.
Dus heeft hij een vader. Maar zijn vader...
Wie weet.
Patricia heeft u verteld dat het mijn zoon is.
Gelooft u Patricia als ze iets vertelt?
't Is een meisje. Met meisjes weet je het nooit.
't Zijn geboren leugenaars. U hebt me dat geleerd.
Ik kende uw dochter niet.
Ik heb me over haar laten inlichten. Ik ken haar nu.
Er is nog iemand die ons heeft afgewezen. Uw zoon.
Ik kan het hem niet kwalijk nemen als hij me niet wilde, maar toch...
hij daagde niet op op onze afspraak.
Jacques? Welke afspraak?
De dag voor zijn vertrek sprak hij met me af aan de kapel van Saint Julien.
Hij is niet gekomen.
Hij wist goed dat hij niet kon komen,
want de volgende dag vertrok hij naar Afrika.
Hij wist het niet.
Zijn kapitein is thuis achter hem gekomen, om 9 uur 's avonds.
Hij vertrok een uur later, met spoed, om een gewonde collega te vervangen.
Hij wist het niet?
Ik zweer het op zijn herinnering.
Zou hij misschien toch zijn gekomen?
Waarom stuurde hij dan niemand om haar te verwittigen?
Hij heeft iemand gestuurd.
Met een brief.
Een brief voor mij?
Hoe weet jij dat?
't Is mij dat ie vroeg om naar de afspraak te gaan.
Ik ben geweest. Ik heb u gezien.
En ik verbrandde de brief.
Jij? Heb jij zoiets gedaan?
Er waren zo veel meisjes die hem wilden weglokken van me!
Hij schreef me...
Het was erg gemeen van je om die brief te verbranden.
Een gemene streek!
En toen je 't wist van het kind heb je het hem niet gezegd?
Nee. - Dat is n�g een gemene streek!
Een gemene streek van een winkelier!
Hou op, vader.
Vind je niet dat ze al erg genoeg getroffen zijn?
Ik vind, ik vind...
Ik vind helemaal niets!
Ik vind dat deze jongen Amoretti heet, en dat hij mijn kleinzoon is!
Natuurlijk is hij dat.
Maar wij, voor hem, wat zijn wij?
Passanten! - Als je dat wil.
Maar zou het een slechte zaak zijn, als we wat voor hem zouden zorgen?
Voor hem zorgen, hoe dan, voor hem zorgen?
Wij hebben geld.
We hebben nu te veel, enkel voor ons twee.
We zouden hem kleinigheden kunnen kopen.
Kleren kiezen, dekens en speelgoed voor hem.
Naar de dokter gaan met hem.
Naar een dokter? Om hem te doden? Nee!
Zou hij ziek zijn, ja. Maar als hij zou ziek zijn,
zou IK hem naar de dokter brengen.
Ik heb u niet nodig.
Amoretti zal alles aan mij te danken hebben.
Hij zal het brood eten waar ik voor werk, ik zal hem zijn deken geven,
zijn soep verdienen, en wanneer hij drie jaar wordt, wees gerust,
zal IK lamskoteletten voor hem kopen.
Mijnheer Mazel, uw put, ik heb u gezegd dat ze 25 meter diep is.
Dat is niet waar. 't Is meer dan 30 meter.
Er in afdalen met een koord,
dat is al zwaar voor een jonge man.
Ik ben 56 jaar, maar ik zal er in afdalen, om geld te verdienen voor de jongen.
Ik vraag 300 francs, maar het is een klus van zeker 500 francs.
Maar ik zal u niets verschuldigd zijn,
want u hebt een schuld bij mij, omdat u mij onheus hebt behandeld.
Pascal, je spreekt over rechtvaardigheid, maar je bent zelf niet rechtvaardig.
Als uw zoon nog in leven was, zou u hier vandaag niet staan.
Misschien, Pascal, misschien. Maar kun je dat zeker zijn?
Kun je zweren op het hoofd van dit kind dat je dat zeker bent?
Ik zal niets zweren.
Maak je dan niet boos en gebruik geen kwetsende woorden.
Dit zijn harde en erge tijden voor iedereen.
Indien je zou weten hoe we ons voelen, zou je ons meer genegenheid betonen.
Ik heb nog werk, mijnheer Mazel.
Omdat Frankrijk de oorlog verloren heeft, en mijnheer Mazel zijn zoon,
moet ik mijn kleinzoon verliezen?
Je gaat hem niet verliezen, vader, dat weet je.
Ik weet het, ik weet het...
Wat ik weet is dat je daar de voorbije tien dagen vijf keer bent geweest.
En dat ze je verzorgingsproducten, dingen gevuld met pluimen...
en andere prullen hebben gegeven,
kortom, zaken die een kind van arme mensen niet nodig heeft!
En die koets! Op wat lijkt die? Die is veel te sjiek.
Om daarmee te gaan wandelen moet ik mijn zondagskostuum aantrekken.
Ik had gepland om vandaag hier te blijven, en wat met hem te spelen.
In plaats daarvan moet ik, met col en plastron,
mijn familie naar de Mazels brengen.
Waarom heb je dat beloofd? Waarom?
Ik kon er niets tegen inbrengen. Mevrouw Mazel vroeg...
de meisjes op de thee en zou hen speelgoed geven.
Ik stribbelde tegen, maar ze stond er op.
't Is niet gemakkelijk om nee te zeggen tegen haar, weet je.
Voor mij niet. Ik kan makkelijk nee zeggen tegen haar.
Neen, neen, neen, neen, neen, neen, neen en neen!
En beter nu dan later.
Omdat ik weet waarom ze ons opvrijen, ik weet het heel goed!
Je denkt dat ze een doel hebben?
Wees maar zeker.
Ze zijn erg uitgekookt. Ze kennen de wetten en de notarissen.
En als het hen lukt om hem te adopteren, stoten ze onze familie af,
en zullen wij niets meer te zeggen hebben, versta je?!
Maar nee, vader, dat gaat zo makkelijk niet.
Daarvoor hebben ze mijn toestemming nodig.
Zo?
Indien het jou toestemming vereist, dan ben ik gerust.
Je vertrekt alleen? - Ja, ik beloofde er om 2 uur te zijn.
Ok�. Ga dan maar.
Maar wees op je hoede.
Als ze je papieren willen doen tekenen, vertrouw het niet.
Heb jij de moed om naar die foto's te kijken?
Ik toonde ze aan haar. - Ik kan het niet.
Ik kan het echt niet.
Hallo bende! Hallo iedereen!
Hallo, mijnheer Mazel! Hoe gaat het met u?
Zo goed als kan worden verwacht, F�lipe. En met jou?
Met mij kan het niet beter.
Goed voor u.
Ik liep op straat, een beetje triest zoals het hoort,
wanneer plots, wat zag ik?
De deur van uw winkel die openstaat.
Dus dacht ik bij mezelf,
ik spring eens binnen om goedendag te zeggen.
kijken hoe het met u gaat, eens bijpraten...
U hebt misschien een goede reden om opgewekt te zijn,
maar wij niet.
Wie weet, mevrouw? Soms ben je niet zo ongelukkig als je denkt te zijn...
Misschien zien we hem inderdaad niet terug.
Maar niemand heeft hem dood gezien.
F�lipe, je mag niet grappen over zulke dingen.
Ik ben niet aan 't grappen, mijnheer Mazel.
Kom, ik heb officieel bericht gekregen.
Ik, in uw plaats...
In uw plaats, terwijl er nog twijfel is...
Maar u bent gek! Hou op!
Nee, mevrouw, 't zit zo! Ik heb net enkele piloten ontmoet.
Ze vertelden dat Jacques misschien nog leeft.
Dat hij misschien met zijn parachute in Zwitserland geland is.
't Is niet helemaal zeker, natuurlijk...
Ik was niet van plan het u direct te vertellen,
omdat het u misschien valse hoop kon geven.
Maar er zijn er die denken dat u snel een brief zult ontvangen.
Wanneer? Maar wanneer?
Of zelfs een telegram.
Of misschien komt hij vandaag zelfs naar Salon!
Leeft hij? - Ja, hij leeft!
Zijn kolonel heeft me gestuurd!
U bent hier en u lacht.
Heeft F�lipe het u verteld?
Nee, hij kreeg de kans niet.
Maar ik raadde het.
Hij vertelde mij ook iets.
Is het waar?
Hoe oud is ze?
Hij is bijna zes maanden.
Had u liever een meisje gehad?
Ik breng groot nieuws, maar ik verneem nog groter nieuws.
Ga naar uw ouders. Ik vertel u alles later wel.
Je wachtte op ons?
Jacques is terug. - Jacques?
Welke Jacques? Die van de Mazels?
Hij is boven, bij zijn ouders.
Heb je hem gezien dan? - Ja, ik heb hem gezien.
Is de kleine daar ook?
Je mocht hem daar niet laten, tussen al die Mazels.
Dus die jongen is zomaar komen opdagen, als een geest?
Nee, F�lipe kwam het hen vertellen.
Hij is hier ook? - Ze vallen allemaal in elkaars armen.
Wat een tafereel.
Ze kunnen niet stoppen met huilen van geluk.
Mevrouw Mazel lijkt op een fontein.
En het kind?
Het kind slaapt. Ze hebben er nog geen tijd voor gehad.
Waar gaat hij naartoe? - Hem halen.
Om wat te doen?
M'n lieverdje...
Kom, we zijn weg. - Waarom?
We zijn er te veel aan, hier. Laat hen maar vieren met hun zoon.
Je gaat hem dragen? - Natuurlijk, ik ben daar sterk genoeg voor.
We gaan hier niet blijven. Dat is niet beleefd.
Als ze ons iets te zeggen hebben, ze weten ons wonen. Kom, we zijn weg.
Kom. Vooruit...
Zeg het me als je de auto ziet.
F�lipe! Zie je de auto al?!
Nee! - Nee, F�lipe ziet nog niets.
Ze zeiden 11 uur. - Ze hebben gezegd r�nd 11 uur.
't Is 5 na 11. Ben je bang dat ze 't gaan vergeten?
Maak je geen zorgen, ze komen wel.
Er is hier iets dat ze aantrekt, sterker dan een magneet.
Zou ik mijn hoed opzetten?
Niet binnenshuis! - Dat is waar, maar dit is een speciale dag.
F�lipe zegt dat ze komen voor een aanzoek.
Vader, je maakt je illusies.
Nu hun zoon terug is,
zullen ze weer even hooghartig zijn als voordien.
Dat zou me verwonderen. Wat denk jij, Amanda?
Ik heb enkel zin om te huilen.
Natuurlijk, wanneer ik een vraag stel, stel ik ze altijd aan de onnozelste!
Ik weet dat ze komen voor een aanzoek.
Mijnheer Mazel zal witte handschoenen dragen.
Rijke mensen doen dat.
In mijn tijd was dat toch zo.
Wat als ik mijn hoed zo vasthou?
Waarom? - Om nonchalant te lijken, alsof ik net wegga.
Daar zijn ze! Daar zijn ze!
Ze zijn hier! - Dragen ze witte handschoenen?
Dat weet ik niet. Ik zag enkel de auto aankomen.
Jacques rijdt.
Jacques? - Ja.
En te oordelen aan de snelheid waarmee ze afkomen,
lijkt het dat ze haast hebben.
Ze zijn alleszins meer gehaast dan jij. - Wat wil je daarmee zeggen?
Ze heeft altijd wel iets te zeggen, je moet er geen acht aan geven.
Pas op, ze zijn daar. Doe normaal. En vooral niets zeggen.
De eerste die iets zegt, brengt de nacht door in het bos.
Zoals klein duimpje.
Laat ze binnenkomen.
Stil!
Kom binnen!
Hallo, Pascal. Hallo, meisjes.
Hallo, mijnheer Mazel.
Hallo, mevrouw.
Hallo, mijnheer.
U hebt onze zoon nog niet ontmoet?
Nee, mevrouw. Het is een flinke jongen.
Hij is net als ik me hem had voorgesteld. 't Is een prins.
Bedankt, maar er zijn geen prinsen in onze familie.
Toch niet dat ik weet.
Pascal, ik denk dat je kunt raden waarom we hier zijn.
Ik durf het niet raden, mijnheer Mazel.
Vindt u dat ik de meisjes naar buiten moet sturen?
Neen, deze keer niet, Pascal.
Hetgeen ik te zeggen heb, mogen ze horen.
Dat is goed, mijnheer Mazel.
De beste dingen in het leven, mogen worden...
gezegd in 't bijzijn van kleine meisjes.
Pascal, God heeft ons onze zoon teruggegeven.
Ik heb lang met Jacques gepraat, en ik wil zeggen dat het me oprecht spijt,
dat ik u dergelijk onrecht heb aangedaan, zonder het te willen.
En ik dank de goede God, dat hij ons deze kans...
geeft, om onze verkeerde daden recht te zetten.
Ik ben gekomen om te vragen of je aan mijn zoon
Jacques, de hand schenkt van uw dochter Patricia.
Sinds u bent beginnen praten, is de zon dit huis binnen gekomen.
Met enkele wonderlijke woorden, liet u zelfs de meubelen glanzen.
Ik stem toe, mijnheer Mazel.
U had onze eer weggenomen, Vandaag brengt u ze terug.
Dank u, mijnheer Mazel.
Vanaf nu, kunnen we weer met opgeheven hoofd door Salon wandelen.
U bent een goed man, Pascal.
Misschien niet zo goed, maar wel eerlijk, mevrouw Mazel.
Wanneer houden we het huwelijk? - Zo snel als mogelijk, natuurlijk.
Ik stel voor dat we morgenochtend naar het stadhuis gaan.
We zullen de papieren van de kinderen nodig hebben...
Maar Patricia heeft nog niets gezegd.
Ze is te ontroerd om te spreken.
't Is waar, mevrouw, ik ben erg ge�motioneerd.
Maar ik wil ook iets zeggen.
Ik wil zeggen aan mijnheer en mevrouw Mazel...
dat ze ons een grote eer bewijzen.
Maar mijnheer Mazel heeft gesproken van het rechtzetten van verkeerde daden.
Dat het hem speet.
Misschien bent u hier omdat uw geweten u parten speelt.
Als dat zo is, hoeven we de burgemeester en de pastoor niet te storen.
Jacques...
Een huwelijk is meer dan een familie die een kind accepteert.
't Is een man die een vrouw wil.
U bent hier gekomen met uw ouders.
Is het uit liefde of uit wroeging?
Gaat u niets zeggen?
Staat u het toe? Laten we een luchtje scheppen.
Maar waar gaan ze naartoe?
Och, weet u, ze kunnen niets ergers uithalen dan ze al gedaan hebben.
Is het waar? - Wat?
Ons huwelijk? - Zonder tegenslagen.
Doet het u plezier?
Maar nee, natuurlijk niet. Maar ik heb niet veel keus.
Raak me niet aan! Ik heb jou en jouw winkel niet nodig!
Gekkerd... je geloofde me? Ik grapte.
Over zulke dingen grap je niet.
Want ik hou van je.
En ik hou ook van jou. Meer dan je kunt denken.
Je hebt me nooit geschreven.
Mijn moeder liet weten dat je getrouwd was...
Maar ze wist dat dat niet waar was.
Ze wilde me beschermen.
Tegen mij?
Tegen de hele wereld. Het is mijn moeder.
F�lipe! - Wat? - Wil je de kleintjes meenemen, want
nu we allen akkoord zijn, gaan we misschien beginnen discussi�ren.
Waarover? - Wacht een secondje, niet in hun bijzijn.
De tortelduifjes!
Maar waarover wil je praten? - U weet het zeer goed.
Het kind.
Raak hem niet aan.
Laat hem slapen.
Ik heb toch wel het recht om naar mijn kleinzoon te kijken?
Hij mag dan uw kleinzoon zijn, maar ik ben zijn grootvader.
En voor de trouwpartij, moeten we goed overleggen
en duidelijk stellen aan wie het kind behoort.
Wat bedoel je?
Is hij van mij, of van hen?
Hij is van ons...
Dat is zeker. Maar wat betreft het zeggenschap?
Hij heeft een vader en een moeder.
Wij zijn oud genoeg om voor hem te zorgen.
U hebt het recht van hem te houden, voor hem te zorgen...
indien nodig, maar dit kind is niet van u.
Wij zijn z'n ouders.
Je hebt gelijk, Jacques.
Van hen houden en hen dienen, dat is het enige...
recht dat de ouderen op de jongeren hebben.
Hij heeft geantwoord: hij lacht.
Ja, hij lacht.
Vaarwel, Amoretti.
Welkom, kleine Mazel.
Wat ook je naam is,
je hebt mijn bloed, en je lacht.
Stoor ik?
Wat wil je?
Ik wil iets vragen aan Jacques.
Wat? - Je mening.
Zou je bezwaar hebben tegen een schoonbroer...
zo dom als ik?
Je wilt de hand van Amanda?
Ik ga akkoord. - Dank u.
Nu breekt mijn klomp. En ik dan? Wat ben ik?
Pascal, u bent mijn meester.
Ik kan niet over uw dochter praten in het bijzijn van al deze mensen.
Ik zal het u morgen vragen,
met handschoenen van rode klei, op de bodem van een put.
Ondertitels door Schnibbel
Controle en bewerking: Goffini
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.