All language subtitles for Christopher.Columbus.S01E01-E02

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

voor de Portugese kust 13 augustus 1476

In de zomer van 1476 had ik, gedreven door een nog onbegrijpelijke drang

om de westelijke oceaan te ontdekken, aangemonsterd op een koopvaardijschip

dat van Genua naar Vlaanderen voer via de westkust van de onbekende zee.

Bij Lagos vielen Franse oorlogsbodems ons aan en staken ons schip in brand.

Dat was inderdaad een vreemd lot voor me.

De boeken van Marco Polo en Ptolemeus bevatten de grondstof van m'n leven.

Ze schreven over vreemde landen in het oosten en een ronde wereld,

ideeën die een obsessie voor me zouden worden.

Al mijn arme scheepsmaten kwamen om, de meesten waren vrienden van me.

En de zigeuners beroofden hun lijken.

Laat dat mes vallen. Laat vallen.

Blijf uit mijn buurt.

We willen u geen kwaad doen. De doden hebben deze dingen niet meer nodig.

Ik vertrouw u.

U bent jong om een leider te zijn. - Ik vaar al sinds mijn negende.

Waar komt u vandaan? - Ik ben geboren in Genua.

Dat is een grote haven in Italië.

Ze wil uw hand lezen.

Er wacht u een vreemd lot, zoiets heb ik nog nooit gezien.

U zal naast koningen zitten en zij zullen u om raad vragen.

Ga verder. - Ik zie veel ontberingen,

maar iedereen zal uw naam kennen.

Jij scoort vast goed op jaarmarkten.

De lijken liggen 16 kilometer verderop op het strand.

Dit is voor hun begrafenis. Hou een dienst voor ze.

Dat zal ik doen, mijn zoon.

Ik reisde naar Lissabon, waar m'n broer en vriend Bartholomeus

voor een cartograaf werkte.

De Portugese hoofdstad was een van de boeiendste steden in Europa.

De Turken zijn op weg naar het Heilige Land.

Heidenen ontwijden het Heilige Graf van onze Heer, Jezus Christus.

We moeten de islam verdrijven en Jeruzalem herwinnen,

anders zullen we voor eeuwig branden in de hel.

De Heer zij met u.

Hoewel ook hier kruistochten tegen de Turken gepredikt werden,

hadden Portugezen gebieden ontdekt in het noorden, zuiden en westen.

Ze trokken naar de Azoren, Scandinavië en de kust van Afrika.

Kijk, ivoor uit Afrika. Bronwater. Fris bronwater. Een halve blanca.

Ik verafschuwde slavernij.

Maar ik wist dat er nog mensen waren die in de toekomst geloofden.

Dank u. Goedendag, meester Columbus. - Goedendag.

Ik wil van alles twee stuks. - Christophorus.

Was jij niet op weg naar Vlaanderen? - Ik moest je gewoon opzoeken.

Ik heb je zo veel te vertellen.

Anna, dit is m'n broer Christophorus. - Wil je eens proeven?

Mag je de winkel sluiten? - Mijn baas komt z'n villa niet uit.

Waarom zou hij ook? De Portugezen hebben goede kaarten,

maar wie doet beter dan de Genuezen? - Of is bescheidener?

Ik heb z'n winst verdrievoudigd. Hij betaalt goed en laat me met rust.

Nog wat wijn? - Nee, dank je.

Even geen ascetisch gedoe. We hebben wat te vieren.

Genua verstikt, hè? - De Turken laten niks door.

Europa zit in een wurggreep. - Portugal niet.

Het staat in contact met Afrika en Scandinavië.

Blijf toch. Ik kan het werk alleen niet aan en jij bent er beter in.

Dank je, maar ik wil zo snel mogelijk weer gaan varen.

Lissabon zou je bevallen. - Ik ben een zeeman.

Goed dan. Ik vertel je dit niet graag,

maar er vaart een karveel naar Malta en Venetië en ze zoeken een kapitein.

Nee, dank je. - Waarom niet? Het betaalt goed.

Ik wacht wel. Ik vaar m'n hele leven al op de Middellandse zee.

Ik moet de oceaan leren te bevaren. - Moet?

Het is of je voortgedreven wordt door een onzichtbare geselmonnik.

Misschien is dat ook zo. Maar ik weet niet waarheen of waarom.

De enige baan die ik vond op een schip dat westwaarts voer,

was die van eerste stuurman op een gammele IJslandvaarder.

Na een zware storm en twee weken dwalen in de ijzige mist,

sloot de kapitein zich 'ziek' in z'n hut op uit angst voor muiterij.

Hij gaf mij de leiding.

Kijk daar, kapitein, aan bakboord.

Wat het ook is, haal het aan boord. - Maak je klaar om het op te hijsen.

Ga de anderen helpen. - Goed.

Wat is dat? - Je hoeft er niet bang voor te zijn.

Wat een rare snuiter.

Hij is al een hele poos dood. Ik denk al enkele weken.

Ik heb over zulke mensen gelezen in Marco Polo z'n boeken.

Die ogen, die wangen.

Hij is hierheen gedreven. - Uit het westen.

Dat betekent dat er land moet zijn in het westen.

Wat een ongelooflijk toeval dat dat lijk net ons pad kruiste.

Het was vast een speling van het lot. Laat het maar zakken.

Ik was bevriend geraakt met de Scandinaaf Noscomb.

Hij nam me mee naar een vertelling van saga's.

De grote hoofdman Erik voer vele dagen en nachten lang westwaarts.

Hij belandde in een ver land, waar geen Viking ooit geweest was.

De lucht was er warm en er groeiden wilde druiven.

Er leefde een vreemd volk. En hij noemde het Vinland.

Tijdens de terugreis naar Portugal was ik de hele tijd aan het piekeren.

Ik dacht aan Sint-Christoffel die naast een wilde rivier woonde

en op een nacht z'n leven waagde om Jezus naar de overkant te brengen.

Was de oceaan mijn wilde rivier?

Moest ik de boodschap van Jezus naar de volkeren aan de overkant brengen?

Dat lijk was het vreemdste wal ik ooit op zee gezien heb.

Het was een geweldige vondst.

Wil je trouwens nog steeds dat ik bij je kom werken?

Meer nog, de zaak is nu van mij. Ik heb geld geleend en hem gekocht.

Hij is nu van mij en van de geldschieters.

Gefeliciteerd. Hoor je dat? Nu is hij een echte zakenman.

Het zou niks voor mij zijn, maar ik wens je succes.

Mijn vrouw vraagt zich vast af waar ik blijf.

Als je nog eens noordwaarts vaart... - Natuurlijk.

Hij is de beste van allemaal. - Dat weet ik.

We worden partners.

Goed, op één voorwaarde. Geef me genoeg tijd om te studeren.

Wat wil je leren? - Alles over de zee en de sterren.

Ik moet Latijn en Castiliaans leren.

Ik weet nu zeker wal ik vroeger al vermoedde.

We kunnen de oceaan ook oversteken, hij is alleen groter.

Hoeveel groter? - Daar moet ik achter komen.

Dat is mijn lot.

Theresa, ik hou zielsveel van je. - Ik ook van jou, Pablo.

Tot in de kerk, Inez. - Ik leg een briefje onder m'n stoel.

In het Convento dos Santos wonen de puurste en rijkste jongedames.

Je bent wondermooi. - Felipa komt eraan.

Maak je maar geen zorgen. Op een dag zal iemand je het hof maken.

Dat weet ik wel zeker.

Komt die ook uit Porto Santo? - Jullie zijn kinderachtig en dwaas.

Je kan hem opeten. - Of adopteren.

Je maakt meer kans bij hem dan bij een vrijer.

Wat was dat met dat konijn? - Toen haar vader gouverneur was,

nam hij konijnen mee om op te eten. Ze vraten het eiland bijna kaal.

Hij werkte zich dieper in de nesten en verloor zijn inkomen.

Daarom heeft zij geen bruidsschat.

Ik was al m'n hele leven een eenzame zeeman, maar dat zou nu veranderen.

Ga nu allen heen in vrede.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Zeg me alsjeblieft hoe je heet. - Felipa Perestrello.

Hij is erg knap, hè?

Kom mee, meisjes. Vlug wat.

Vizinho, de raadsheer van de koning, wil u zo snel mogelijk spreken.

Hierop heb ik gewacht.

Reken niet te veel op hem. Hij heeft er weinig vrienden. Hij is jood.

U herkent deze kaart vast. - Ik voel me vereerd.

U en uw broer zijn de beste cartografen van Lissabon.

Zijne Majesteit wil gedetailleerde kaarten van de Goudkust.

Dit zijn peilingen en observaties van onze kapiteins. Het is dringend.

Maar natuurlijk. - Wanneer doet u dat allemaal?

Ik heb gehoord dat u al twee jaar voortdurend in de bibliotheek zit.

Wat bestudeert u?

Alles. - Hoezo alles?

Ik heb net uw vertaling gelezen van 't essay over de omloop van planeten.

Ik vond het geweldig. Ik werk aan een voorstel voor Zijne Majesteit.

Hopelijk ziet u de waarde ervan in. - Als het die heeft, zie ik ze zeker.

Fort Sao Jorge da Mina.

het koninklijke paleis

Maar we bouwen meer dan een fort.

Het fort krijgt een handelsrechtbank, dokken, een kapel en pakhuizen.

Het moet ervoor zorgen dat Portugal Afrika blijft domineren, voor altijd.

Dat zal het ook.

We sturen 9 schepen met troepen en arbeiders en een urca met materiaal.

En best ook een met paarden. Ze zijn het beste ruilmiddel voor arbeid.

Slaven, zal je bedoelen. - Kom nou, Vizinho.

De paus geeft er niet om hoe we ze gebruiken.

Waarom wil jij dan ons geweten zijn? - De paus kan hem niet veel schelen.

Het is de enige manier om deze kolonies te houden.

Deze kaart is echt prachtig. Wie is die Columbus?

Ze zijn met z'n tweeën, Sire. Het zijn broers uit Genua.

De oudste, Christophorus, is een gerespecteerde zeeman.

Dat is een goede combinatie. Hou hem in de gaten.

Mannen als hij kunnen we altijd gebruiken.

In de daaropvolgende maanden had ik twee passies: mijn studie en Felipa.

Ik kon het hofmaken niet, zoals de andere vrijers,

beperken tot het roepen van onnozele woordjes.

Ik nam m'n toevlucht tot meer gewaagde ondernemingen.

Felipa riskeerde ontmaskering en schaamte bij elk afspraakje.

Ik was bang dat je niet zou komen.

Heb ik je al 's teleurgesteld? - Nee, Christophorus.

Maar ik heb een hekel aan deze plek. Het is een pakhuis voor meisjes.

En de andere meisjes plagen me zo omdat ik geen bruidsschat heb.

Ze plagen je omdat je zo mooi bent en zo veel edeler dan zij.

Ik wil met je trouwen. Ik ga naar je moeder toe.

Het heeft geen zin. Ze zullen alles vergallen.

Deze situatie kan je niet gelukkig maken.

Christophorus, mijn lief. Ik ben alleen gelukkig als ik bij je ben.

Ik hou van je, Felipa. Ik hou van je.

Ik heb navraag gedaan en u bent een gerespecteerd cartograaf.

Alleen daarom ontvang ik u. - Ik ben u erg dankbaar.

Wat wil u met mijn dochter? - Ik wil haar graag het hof maken.

Ze is van adellijk bloed, van een van de oudste families in Portugal.

Ja, dat weet ik. - U mag haar het hof niet maken.

In welke toestand onze familie op dit moment ook verkeert,

het is ondenkbaar dat Dona Felipa niet met een edelman trouwt.

Het is net of de duivel en de Turken christelijk Europa willen weghouden

van de rijkdommen van het oosten.

Maar er is een andere manier om er te komen.

We kunnen naar het westen varen om het oosten te bereiken.

De oceaan over?

Volgens m'n berekeningen is 't Cathay van Marco Polo bereikbaar per schip.

En de haven van Cipango is nog dichterbij, op 4.800 km van Lissabon.

Meester Columbus, Zijne Hoogheid is bezig met de verovering van Afrika.

De westelijke zee interesseert hem niet.

U moet een audiëntie voor me regelen. - Dat is onmogelijk.

Denkt u dat u de eerste bent die zo'n voorstel doet?

Iedereen die 'n berg zag oprijzen aan de horizon weet dat de aarde rond is.

Dat wordt in elke universiteit aangeleerd.

In theorie kan je eromheen varen. - Wel dan?

In theorie kan het, maar de afstanden zijn te groot.

Niemand zal er ooit in slagen.

Je moet erin blijven geloven, liefste.

Waar koningen nu van houden, dat verwerpen ze later.

Waar ze nu geen tijd voor hebben, dat wordt morgen hun obsessie.

Wat er ook gebeurt, ik wil jou aan mijn zijde.

Zou je weer in Porto Santo willen wonen?

Met jou zou ik waar ook willen wonen.

Kom mee, Dona Felipa. Laat haar gaan, niemand zal haar kwaad doen.

Maar dat kan ik van u niet zeggen als u niet meteen vertrekt.

Ik heb hulp ingeroepen. - Ga, alsjeblieft. Alles komt goed.

Bedankt dat u me opnieuw wil ontvangen.

Als Felipa een vader of broers had, zouden ze u aanpakken.

Ik ga met haar trouwen.

Luister even. Ik ben geen edelman, maar dat heeft wel één voordeel.

Ik verwacht geen bruidsschat.

U vindt trouwens geen beheerder voor uw eigendommen in Porto Santo.

Ik wil ze graag voor u beheren. - Zou u uw zaak achterlaten?

Ik hou van uw dochter, Dona Moniz.

Christophorus en Felipa, ik verklaar jullie tot man en vrouw.

Moge God jullie genadig zijn en een licht zijn in je leven op aarde,

ter voorbereiding van het eeuwige leven in de hemel. Amen.

Kapitein Perestrello was erg geleerd. - Ja, dit was zijn kamer...

We brachten onze eerste nacht door in het huis van de familie Perestrello.

Welterusten, Theresita. - Slaap lekker, mijn kind.

Felipa d'r vader was niet alleen gouverneur geweest, maar ook kapitein

en zijn studeerkamer was een schatkist vol kaarten.

Fort da Mina.

De Portugezen waren zo in beslag genomen door Afrika.

Daar zou ik verandering in brengen.

Felipa, het spijt me.

De zee zal me jou ontnemen, maar toch niet in onze huwelijksnacht?

Ik hou van je, Felipa.

Op Porto Santo volgden jaren van geluk en liefde.

Elke andere man zou tevreden zijn, maar ik was rusteloos.

Ik was beheerder, maar als ik kon, bestudeerde ik winden en stromingen.

En alles wat ik leerde, bevestigde mijn geloof in m'n levensdoel.

Christophorus, waar ben je, liefste?

Na een storm monterde de natuur me soms wat op

met nieuwe bewijzen van landen in het westen.

Kijk wat we gevonden hebben. - Wat is dat?

Bamboe, maar heel andere dan de bamboe die hier groeit.

Misschien is het een instrument. - Er kunnen twee kruikjes wijn in.

Het komt vast uit Afrika. - Nee, niet uit Afrika, Carlos.

Ik heb er al van gehoord. Deze bamboe groeit alleen in Azië.

Hoe is hij hier dan beland?

Een storm moet hem hierheen gevoerd hebben.

Uit het westen. Bedankt, Carlos.

Komen stormen altijd uit het westen? - Bijna altijd.

Kan je een poosje zonder me?

Ik moet al zo vaak zonder je. In gedachten ben je altijd ver weg.

Heb ik je ooit ongelukkig gemaakt? - Ik denk dat je dat nu wil doen.

Waar wil je een poosje heen gaan?

Er vertrekt een schip naar Fort da Mina op de Goudkust.

Ik heb aangemonsterd als officier.

Maar het is een vreselijke plek. - Ik moet erheen gaan.

Ik moet metingen doen op de evenaar.

Ga toch niet weg, ik heb er een hekel aan.

Ik vind het al vreselijk als je enkele dagen naar Madeira gaat.

Ga toch niet weg.

Ik kom heus wel terug.

Fort da Mina Portugees West-Afrika

Ik was naar Fort da Mina gegaan om de hemel te bestuderen,

maar in plaats daarvan ving ik een glimp op van de hel.

Hou hem tegen. - Hij ontsnapt.

Dat was verdraaid goed.

Hier, neem een slok. - Blijf uit mijn buurt.

Ik ben Benguela. Dat was een knap schot, hè?

Ze hebben net een mens vermoord. - Een mens? Kom nou.

Wat doe je eigenlijk? Ik hou je al de hele week in de gaten.

Ik heb een nieuwe fles nodig. Heb je wat geld?

Ik ben geen bedelaar, zie je. Ik zoek goud in de jungle.

Ik ben hier drie, nee, zelfs al vier jaar geleden gestrand.

Ze laten me blijven omdat ik met ze deel.

Maar ik ben al een poos ziek, dus als je wat geld voor me hebi...

Ik heb een vrouw in mijn hut. Voor een fles mag je haar hebben.

Moge God jou vergeven en al diegenen die deze plek zo afschuwelijk maken.

Loop toch naar de hel.

Voel je je nu al beter? Ik heb iets voor je.

Maar dit is niet Afrikaans. - Zie je nou wel? Hij weet het.

Waar heb je dit vandaan? - Ik voer mee met...

Ik herinner me geen namen meer.

We werden stuurloos bij de Azoren en dreven dagenlang naar het westen.

Het was het einde van de wereld. Toen zag ik dat op de golven drijven.

Op welke breedtegraad? - Hoe weet ik dat nou?

Denk na. Het is belangrijk. - Voor mij niet.

Laat me los. Ben je gek of zo?

Kom hier.

Mooi, hè? Ze kost je maar... - Eruit.

Het galjoen uit Lissabon is er. De kapitein zei dat dit dringend was.

Hoe is het? - Ze heeft koorts.

We dachten dat we haar hier konden helpen, maar…

Rijden maar.

Volgens Vizinho gelooft de koning niet meer in een route rond Afrika.

Hij wil de raad je verhandelingen voorleggen.

Mag ik ze opsturen? - Sneller. Kom op.

Wat een geluk dat u gekomen bent.

Bedankt, eerwaarde.

Ik ben anders nooit ziek. Wat is er toch met me gebeurd?

Ik had niet mogen weggaan. Niks zal ons ooit nog scheiden.

Laat Diego niet bij vreemden opgroeien.

Diego zal bij ons opgroeien, in Porto Santo.

Luister even naar me.

Al die jaren dat we samen waren, heb ik je gadegeslagen.

Ik hoopte dat ik je blij kon maken, maar dat is me nooit gelukt.

Je hart verlangde altijd

naar wat er in het westen achter de horizon lag.

Je moet die onbekende wereld vinden waar je altijd naar op zoek bent.

Je moet de hemel en de aarde bewegen en hem vinden.

Je hebt te veel vertrouwen en bent te openhartig.

Je moet je plannen geheimhouden.

Anders zullen anderen ze stelen.

Ze zullen ze stelen en zelf met de eer gaan [open.

Beloof het me. - Ik beloof het je. Echt waar.

Ik was nog volop in de rouw toen ik ontboden werd bij Koning Jan

die eindelijk had afgezien van een route rond Afrika.

Via het westen naar het oosten varen. - Ja, Uwe Majesteit.

Mijn raadsheren vinden uw voorstel volslagen gek.

U verraadt uw voorgangers door hun theorieën te mengen.

U neemt stukjes uit de werken van Ptolemeus, Marco Polo en Africanus.

Moet ik nog verder gaan? - Geen van hen was ooit zeeman.

Ik wel. Ik gebruikte alleen dingen die ik juist achtte.

Waarvan u wou dal ze juist waren.

Geen rekening houden met mijn berekeningen zou waanzin zijn

als Zijne Majesteit voor twee schepen goud, parfum en kruiden kan verwerven

en gebieden die honderd keer zo groot zijn als Portugal.

Welke beloning wil u daarvoor? Zeg het maar, hoor.

Een man die zulke dromen koestert, droomt ook wat voor zichzelf.

Ik ontken niet dat ik ambitieus ben. Dit zijn mijn eisen, Majesteit.

Ik wil zeggenschap in de administratie

en ik wil tien procent van de winst.

U bent vrijpostig en ambitieus, kapitein Columbus,

maar dat stoort me niet.

Zonder die eigenschappen kan een man niks bereiken.

Geef ons nog wat tijd om uw voorstel te bestuderen.

Hij is een dromer. - Maar hij kan het goed uitleggen.

Dat is waar. Hij is een bekwaam en gedreven man.

Ik heb net de brieven van Toscanelli aan mijn vader gelezen

en alles wat Columbus voorstelt, komt overeen met wat hij verkondigde.

Columbus mag Lissabon niet verlaten. Begrepen?

De koning heeft de twee Portugese kapiteins, Dulmo en Estreito

opgedragen westwaarts te varen volgens uw plan.

Ze zijn van adel en betalen de reis zelf.

Ze zullen falen. Ik heb zaken achtergehouden.

Of ze nu slagen of niet, u bent in gevaar.

Als ze Indië bereiken, zal hij u het zwijgen opleggen

zodat u de eer niet kan opeisen. Als ze falen, krijgt u de schuld.

Hij kan wreed zijn. Hij heeft z'n schoonbroer laten ombrengen.

U moet Portugal zo snel mogelijk verlaten.

Uw leven staat op het spel.

Dit is voor u. Het zijn aantekeningen en een kaart van Toscanelli.

Ze komen overeen met al uw theorieën.

Zoek in Spanje priester Marchena op, in het klooster van La Rabida.

Laat hem die zien en vertel over mij.

Hij is een prima geograaf en een goed man.

Waarom doet u dit allemaal voor mij?

Als jood heb ik m'n eigen redenen om 'n nieuw begin voor Europa te wensen.

Maar het is meer dan dat.

We moeten uit deze kooi breken en stoppen met elkaar te haten

zoals we dat nu al twintig eeuwen doen.

Waarom hebt u me eerst ontmoedigd? - Het was een slecht moment.

En ik had het toen mis. De koning was bezeten van Afrika.

Nu is er niet veel tijd meer. Vertrek en snel.

Kijk uit. Als ze 't ontdekken... - Maak je maar geen zorgen om mij.

Het schip ligt vlak achter de golfbreker.

Pas goed op je papa. - Ja, oom.

de haven van Palos, Spanje

Diego en ik waren nog maar net in Spanje

toen we een stoet van mensen zagen, veroordeeld door de inquisitie.

We keken vol medelijden naar de slachtoffers en opeens besefte ik

dat ik ook nieuwe ideeën had. Velen van hen werden om die reden verbrand

door zeloten zoals priester Linares.

Gekweld door dat schouwspel gingen we naar het klooster van La Rabida,

waar heel andere geestelijken woonden.

We komen voor priester Marchena. - Kom binnen.

Toscanelli, een hoogontwikkelde cartograaf.

Hoeveel schepen heb je nodig? - Ten hoogste drie.

Ken je hertog Medinaceli? - Nee, ik ken niemand in Spanje.

Hij is een integer man met een gezonde dosis verbeelding

en hij heeft veel invloed aan het hof.

Hij zou je kunnen helpen. - Wanneer kan ik hem ontmoeten?

Zodra je in Sevilla bent. Ik geef je een introductiebrief.

Sevilla is ver hiervandaan. Ik ben bezorgd om mijn zoontje, Diego.

We zijn ervaren opvoeders en nemen hem graag onder onze hoede.

Hoe lang blijf je weg? - Dat weet ik zelf niet, jongen.

Vind je priester Marchena aardig?

Maar waarom mag ik niet meegaan? - Het is een gevaarlijke reis.

Spanje voert oorlog tegen de Moren. - Wie zijn zij?

Heidenen die eeuwen geleden van Afrika naar Spanje gekomen zijn.

Ooit heersten ze bijna overal in het land.

Nu worden ze verdreven. Er wordt overal gevochten.

Ik ben niet bang.

Natuurlijk ben je niet bang.

Maar je kan beter hier blijven. Je kan hier zo veel leren.

Ik zal je missen. - Ik jou ook.

Halt.

U kan maar beter niet alleen rijden. Het stikt hier van de Moren.

U mag met ons meerijden als u wil.

Waar gaat u heen? - Naar het paleis in Sevilla.

Waarom? - Ik wil hertog Medinacelli spreken.

Ik ken de hertog.

Ik hoop dat hij een audiëntie kan regelen.

Dat zal niet gemakkelijk zijn. Het is een oorlog.

Don Castillo y Roland de Barrameda. - Christophorus Columbus.

Moren. Klaar voor de aanval.

Je hebt goed gevochten. Als ik iets voor je kan doen aan het hof...

't Is oorlog. Je hebt goed gestreden, maar zal nooit een soldaat worden.

De hertog was meteen gewonnen voor mijn voorstel

en wou me voorstellen aan het koningspaar.

Aan de kant voor Zijne Majesteit koning Ferdinand,

heerser van Castilië, Leon en Aragon.

De vorsten hadden het druk met andere zaken.

Hoewel iedereen aan het hof wist wat ik wou en me erom uitlachte,

liet die audiëntie maar op zich wachten.

Ik moet u alweer teleurstellen,

maar Zijne Majesteit wordt verwacht voor de belegering van Malaga.

Koningin Isabella blijft nog even om d'r nieuwe biechtvader te spreken.

Ik begrijp het. - Ik herhaal het nog maar eens.

U moet blijven terugkomen. - Dat zal ik doen.

Tegen Mozes hebt U gezegd: Verbouw druiven, maar drink niet van de wijn.

Dit is het Beloofde Land, maar je mag er niet in.

God, het land waarnaar ik op zoek ben, is het Uwe.

Geef me de kracht om te volharden, zodat de wereld een gemaakt wordt

en alle mensen verenigd worden in het enige echte geloof.

Uwe Majesteit. - Eerwaarde de Talavera.

Ik ben te laat. Vergeef me. - Ik was te vroeg, eerwaarde.

Clara, zorg dat we niet gestoord worden.

Wil u me de biecht afnemen? - Ja, Uwe Majesteit.

M'n vorige biechtvaders knielden ook. - Dat kan ik niet doen.

Dit is de rechtbank van God en ik ben hier in Zijn naam.

U bekritiseert de zonde van de hoogmoed.

We hebben een goede biechtvader uitgekozen.

Aan de kant voor Hare Majesteit koningin Isabella,

heerseres van Castilië, Leon en Aragon.

Wie bent u? - Christophorus Columbus, uw dienaar.

Medinacelli is 'n goede beschermheer, hij spreekt onophoudelijk over u.

Priester Marchena heeft ook geschreven. We respecteren hem.

Ik kan u nu enkele minuten ontvangen.

Kom maar mee.

Wacht alstublieft even. Dit duurt niet lang.

Ik heb over uw plannen nagedacht en heb een vraag.

Als je echt naar Indië kan varen via het westen,

waarom is het dan niemand gelukt? - God heeft altijd een uitverkorene.

Net zoals Mozes uitverkoren was?

U was vandaag in de kapel. - Daarom praal ik nu met u.

U bent een vrome en oprecht gelovige man.

Maar ik heb geleerd dat de oceaan te groot is om over te steken.

Volgens de profeet Ezra liet God zes zevende van de aarde opdrogen.

Als een zevende bedekt is met water, is de oceaan niet grenzeloos.

En volgens Seneca zal na vele jaren een nieuwe tijd aanbreken,

wanneer de oceaan bevrijd wordt en een nieuw land ontdekt wordt.

Venient annis saecula seris, quibus oceanus.

Ja, ik weet het. - Dat nieuwe land is Azië.

Is dat uw overtuiging? - De sterren in de lucht bewijzen.

Ze bewegen van oost naar west, zoals alle grote volken.

De Assyriërs, de Perzen, de Grieken en de Romeinen.

Nu is Spanje aan de beurt.

Er is genoeg geld voor een kruistocht om het Heilige Land te bevrijden.

U spreekt met veel overtuiging.

U zal gauw wat van ons horen.

Hij klinkt vast wel overtuigend,

maar twee Portugese kapiteins voeren dit jaar al westwaarts.

Ze hebben niks gevonden en moesten terugkeren.

Zoals meester Columbus zei, heeft God altijd een uitverkorene.

Meestal de best voorbereide. - U bent uitverkoren,

maar niet voor dwaze expedities over zee. U moet hier zo veel doen.

De Moren verslaan, de inquisitie uitbreiden en die joden verdrijven.

Ik wil alleen dat eerste. Ik verfoei de wreedheden van de inquisitie.

Ze zijn noodzakelijk.

En de joden hebben veel voor Spanje gedaan.

Ze beschikken over duistere krachten.

Dit zijn gewichtige zaken en u mag zich niet laten afleiden.

Er staal veel op het spel: het voortbestaan van uw rijk

en de verlossing van uw ziel.

Zelfs als het mogelijk is, is dit een grootse onderneming.

Maar wal u zegt, is waar. Dit is niet het juiste moment. Vertrek maar.

Om mezelf te onderhouden terwijl ik ongeduldig wachtte,

verdiende ik geld als cartograaf.

Goedemiddag, kapitein Pinzon. Dit is de kaart die u wou.

U levert goed werk. Fijn dat u alle zandbanken aangeduid hebt.

U hebt me goede informatie gegeven. Deed iedereen dat maar.

Mijn broer kent de Costa Brava goed. - Noord-Afrika ook.

Ik voel me gelukkiger op het water.

Hoeveel ben ik u verschuldigd? - Tien realen.

Zet u al uw klanten af of hebt u het alleen op ons gemunt?

Dat dekt de kosten amper. In Lissabon vraag ik tien keer zo veel.

Wij zijn niet zo rijk. - Waarom stonden we Afrika ook af?

U had Palos 's moeten zien voor de koningin de slavernij afschafte.

Hier papa, deze is voor U.

De lekkerste appel van allemaal. - Dat weet ik.

Diego, je moet naar de les.

Heb je al wat gehoord van de koningin?

En sinds zes maanden krijg ik ook geen toelage meer van haar.

Hoe is het met je broer?

Hij probeert in Londen het hof te winnen voor onze onderneming,

maar hij heeft niet veel succes.

Hadden we maar een meester Vizinho in Engeland.

Ik moet het je vertellen. Zijn vijanden waren te machtig.

Ze hebben hem geëxecuteerd.

Om m'n eenzaamheid te verdrijven, stelde een kennis me zijn nicht voor,

een boerenmeisje van nog geen 20, van een wijnbouwersfamilie.

In die mistroostige tijd pepte d'r schoonheid en levendigheid me op.

We werden vrienden,

maar ik onthield me van wat niet zomaar een slippertje kon zijn.

Mijn vader bewerkte dit land voor de eigenaar ervan.

Tante wou me hier opvoeden, maar ik verkoos de stad.

Dit land is erg mooi. - Ik ben geen plattelandsmeisje.

Ik hoopte dat u dat al gemerkt had.

Ik wil geen boerenjongen tot man, die zwoegt op een ander z'n land.

Ik wou leren lezen en schrijven en boeiende mensen ontmoeten,

zoals mysterieuze kapiteins die de wereld willen veranderen.

Ik heb mijn dierbaren niet gelukkig gemaakt.

Ik heb hen en mezelf opgeofferd voor die droom

die meer onvervulbaar lijkt dan ooit. - Wanhoop niet.

Ik kamp ook met schuldgevoelens.

Ik rouw nog steeds om Felipa,

maar er is nu iemand anders in m'n leven, een jongedame.

Alleen zij maakt me gelukkig. Ze heet Beatriz Enriquez.

Vermaak je je een beetje?

Dit wordt een bijzonder wijnjaar.

Ik zal mijn oom vragen een kist voor ons opzij te zetten.

Heb je een huwelijk overwogen?

Ik kan me niet inbeelden dat ik iemand anders zou huwen. Nog niet.

Wat wil je? Wil je dat ik je je zonden op voorhand al kwijtscheld?

Je beseft vast net zo goed als ik dat je haar niet meer mag opzoeken.

Hertog Medinacelli.

Ik heb goed nieuws voor je, Christophorus.

Een groep geleerden komt bij elkaar om naar je argumenten te luisteren.

De koningin is je niet vergeten. - Ik wist het.

Da's een samenvatting van m'n ideeën. - U hebt het mis.

Hoe durft u Sint-Augustinus tegen te spreken?

Als er naties zijn aan de andere kant van de aardbol,

betekent dat dat er naties zijn die niet van Adam afstammen.

Hoe zijn ze de oceaan overgestoken? - Er ligt geen oceaan tussen.

Op de wereldkaart zal u zien dat er maar een oceaan en een continent is.

De afstammelingen van Adam zijn over het land naar daar getrokken.

We kunnen ze bereiken door de zee in de andere richting over te steken.

Priester Linares heeft u een vraag gesteld.

Spreekt u Sint-Augustinus tegen? - Ik citeer even.

Antwoord op de vraag.

We kunnen ze bereiken over zee... - Ketterij.

Dit is ketterij, nietwaar?

Het is in elk geval slecht berekend.

U haalt de afmetingen door elkaar.

Als Cipango al bestaat, ligt het op 16.000 km van hier.

Elke kapitein weet dat geen schip zo ver kan varen.

Dat hoeft ook helemaal niet. De afstand is veel kleiner.

Dat weet ik uit eigen ervaring. - Uw ervaring?

Het is allemaal pure wiskunde.

De omtrek van de aarde op de evenaar is 32.000 km.

Plus nog eens 400 km. - Volgens wie z'n berekeningen?

De mijne. - De uwe?

Kapitein, u bent noch fysicus, noch kosmograaf.

U bent alleen een avonturier en een opportunist.

Ik heb het u laten zien.

Laat hem toch spreken.

Kijk maar eens naar deze kaart.

Hij is gemaakt door Toscanelli, een van de beste geografen van onze tijd.

Hij is gebaseerd op de werken van Marinus, Ptolemeus en anderen.

Daar liggen Cipango en Cathay, 3.000 km ten westen van Spanje.

In de naam van de heilige maagd

en met gevaar voor mijn eigen leven, zal ik het u bewijzen.

U wil niet alleen uw leven wagen, maar ook dat van vele anderen

en bovendien de schepen van Spanje. - En u verspilt onze tijd.

U bent allemaal geleerde mannen, elk in uw eigen vakgebied.

Maar er is één ding wat u niet kan, één ding wat niemand kan.

De wereld die God geschapen heeft, veranderen.

Zich niet bewust van de bijeenkomst, vierden de gewone burgers carnaval.

Ben je nog steeds op zoek naar Cathay?

Welkom, Christophorus. Je bent aangekomen in Cathay.

de belegering van Malaga

Vuur.

Vuur.

Er ging 'n jaar voorbij en nog steeds nam de oorlog de vorsten in beslag.

Hoewel het ene bolwerk na het andere viel, was het einde niet in zicht.

Columbus, wat doe jij hier in godsnaam?

Ik wou niet werkeloos toezien.

Dus ben je gewoon soldaat geworden? - Ik ben zo gewoon als wat.

De zee is mijn specialiteit. En dit betaalt zo goed.

Je bent gek. - Ongetwijfeld.

Uw actie in Malaga is misschien de sleutel tot onze overwinning.

We zijn u eeuwig dankbaar, Don Castillo.

Majesteit. - We zullen u niet vergeten.

Markiezin. - Don Castillo.

Hij is een knappe man. Hè, Clara? - Dat is me niet opgevallen.

Nee, natuurlijk niet.

Is hij geschikt voor 'n hogere post?

Ik denk van niet. Hij is een prima soldaat, maar soms wat roekeloos.

Bent u daar zeker van? - Maar als u hem wil belonen,

hij leidt aan een aandoening die vaak voorkomt bij jonge edellieden.

Hij heeft een chronisch geldgebrek. - Net als de schatkist.

Daar heb je gelijk in, Santangel.

Hij zal het moeten stellen met onze dankbaarheid. Voorlopig toch.

De oorlog duurde voort, maar ik raakte gewond en mocht naar huis.

Je bent gewond. - Niet ernstig.

Hoe lang ben je hier al? - Enige dagen. Hoe lang vecht je al?

De baby. - Hij is blijkbaar te vroeg geboren.

Net voor ik hier aankwam.

Schat. Ik hoorde je stem, maar dacht dat ik droomde.

Is alles goed met je? - Ja, hoor.

Kijk hem nou toch eens.

Dat is jouw zoon.

Hij is wondermooi, hè?

Dat zijn jullie allebei.

Neem jij hem maar even. Doe maar.

Slaap nou maar.

Hij is een knappe, sterke jongen. Hoe wil je hem noemen?

Ferdinand Columbus, naar de koning.

Je wil hem dus jouw naam geven? - Natuurlijk.

Je bent toch niet van plan met haar te trouwen, hè?

Een huwelijk met een boerin zal je benadelen.

Ik hou van haar. - Doe maar, maar trouw niet met haar.

Je kan haar niet introduceren aan het hof. Ze zal je tot (ast zijn.

De Engelsen hadden geen interesse voor je project.

Ik ga naar Frankrijk en de San-Georgiabank in Genua.

maar je zal het nog moeilijker krijgen.

Diaz is teruggekeerd na een reis rond Afrika. Er is 'n zeeroute naar Indië.

Dat is een grootse prestatie. - Maar wat ben jij ermee?

Waarom zouden ze nog naar het westen varen?

Het is duizenden kilometers korter. - Dat weten wij.

Maar je tegenstanders zullen nog harder nee roepen.

Je zou het christendom groot maken. Verlam jezelf niet door dit huwelijk.

Je hoort in bed te liggen. - Ik kon niet slapen.

Ik wou met je praten.

Wat is er mis, liefste?

Ik was zo eenzaam zonder jou toen je weg was.

Ja, maar nu zijn we samen. - Voor hoe lang?

Toen de baby geboren werd, was ik er zeker van

dat jij en ik voor altijd samen zouden zijn,

dat we zouden trouwen. En nu... - Je hebt gehoord wat m'n broer zei.

Die droom van je is misschien niet meer dan een droom.

Maar de baby is echt. We hebben hem en elkaar.

En dat zal ook altijd zo blijven.

Je wil dus niet met me trouwen.

Ik hou van je en ik wil je niet kwetsen.

Ik wil bij je zijn.

Op een dag zullen we kunnen trouwen, maar nu kan dat nog niet.

Ik begrijp het.

Laat me met rust. Het gaat wel.

Maar het duurde nog jaren voor ik het verdict te horen kreeg

dat de koninklijke commissie over m'n project geveld had.

Eerwaarde Linares.

Hopelijk wordt dit geen beproeving voor u, zoals onze vorige ontmoeting.

U zal me deze keer vast niet van ketterij beschuldigen.

Daar zal u me vast geen reden toe geven.

Ik heb het rapport van de commissie

die uw voorstellen bestudeerde. - Dat heeft lang geduurd.

Dan kunnen we maar beter opschieten.

De commissie is het erover eens dat de reis drie jaar zou duren.

Het debat is afgerond. Dit zijn de conclusies.

Mag ik verder gaan?

Bovendien is de westelijke oceaan te groot om over te steken.

Wie erin zou slagen, kan nooit terugkeren.

Nonsens. - En ten slotte...

Zoals Sint-Augustinus zei, is het onmogelijk

dat iemand zo lang na de schepping een nieuw, kostbaar land ontdekt.

Wat volgens mij zo lang na de schepping onmogelijk is,

is dat zo veel geleerden er zo lang over doen om zo'n onzin te bedenken.

Het kind beeft.

Jij hebt het ook koud. - Ik heb soep om ons op te warmen.

Dezelfde soep als gisteren. Waarom brandt het vuur niet?

Ik ben vergeten kolen te kopen en het meeste hout is nog niet droog.

Lieg niet tegen me. Je hoeft me niet te beschermen.

We hebben geen geld.

Ik laat mijn gezin bevriezen voor dromen die nooit kunnen uitkomen.

Schat, wat doe je nou?

Hou op. - Ik ga vuur maken voor m'n gezin.

Doe dat nou niet, alsjeblieft.

Ik maak een groot vuur met deze monumenten van m'n domheid.

Niet doen. Doe het alsjeblieft niet.

Rustig maar.

Het spijt me.

Beatriz, we moeten hiervandaan.

Zeven jaar geleden ben ik hier aangekomen met Diego. Zeven jaar al.

Waar je ook heen gaat, wij gaan met je mee.

Parijs. We moeten naar Bartholomeus gaan aan het Franse hof.

De Fransen zullen luisteren. Ik moet Diego gaan halen.

Ze zullen luisteren, dat weet ik gewoon.

Na zo'n lange tijd kwam er eindelijk een einde aan de oorlog.

Uwe Koninklijke Hoogheden, aanvaard deze sleutel als teken van overgave

van de oude stad en het koninkrijk Granada.

In naam van de verenigde koninkrijken van Aragon en Castilië,

aanvaard ik Uw overgave.

Nu uw overwinning is aangebroken, wil ik uw aandacht vestigen

op iets wat u overal kan lezen in het Alhambrapaleis.

Er is maar één overwinnaar en dat is God.

Zijn naam zij geprezen.

Na acht eeuwen is de halvemaan onderdrukt en het kruis herrezen.

Het rijk is eindelijk bevrijd van de heidense Moren.

Dit is een overwinning van ons leger, maar ook van ons geloof.

God heeft ons deze grote triomf geschonken

en wij zullen bewijzen dat we hem waardig zijn.

Laat alle klokken in Spanje luiden om deze overwinning te vieren.

De overwinning veranderde alles.

Nog voor ik kon vertrekken, liet Medinacelli me halen

en reisde ik naar het Alhambra.

Nu leek alles mogelijk voor Spanje, zelfs mijn grootse onderneming.

Op voorwaarde natuurlijk dat we genoeg geldmiddelen vonden.

Een expeditie met drie karvelen kost zowat twee miljoen maravedis.

Santangel en ik hebben bijna al het nodige gevonden.

Jij geeft een kwartmiljoen om je goede intenties te laten zien.

Zo veel heb ik niet. - Dat geld leen ik jou.

Zodra de documenten getekend zijn, kan je je voorbereiden.

Weet u nog dat in de haven van Palos gesmokkeld werd?

Als straf moeten ze de vorsten twee karvelen lenen.

Het derde schip kan u wel opeisen.

We beschikken dus over de nodige fondsen voor de expeditie.

Past het voor u om in te schepen in Palos?

Dat zou erg goed uitkomen. Ik heb er vrienden.

Reeds jaren richt u zich tot ons met uw verzoek.

Het is nu onze wens dat u grootse daden stelt

voor uzelf, voor Spanje en voor God.

Het goedkeuringsdocument.

Kapitein, hier staat dat u zelf 250.000 maravedis wil investeren.

Wat wil u in ruil daarvoor? - Dat is een achtste van de kosten,

dus het is normaal dat ik een achtste van de winst krijg.

Winst? - Dat is toch gebruikelijk.

Is dat de enige beloning die u wenst, kapitein?

Zoals Hare Majesteit weet, wil ik het liefst van al de heidense landen,

onder andere het rijk van de Kahn van Cathay tot het christendom bekeren.

Zo wil ik de Openbaring verkondigen in de wereld.

Daarom wens ik te worden benoemd tot onderkoning en admiraal

van welk gebied ik ook ontdek. - Voor de rest van uw leven?

En voor m'n erfgenamen, voor altijd.

We kunnen later onderhandelen. - Nee, nu. Wat wil u nog meer?

Opdat iedereen onze positie kent, wil ik dat ik en mijn erfgenamen

de titel van Don en de gouden sporen van Spanje mogen dragen.

En ik wil een tiende van de schatten die we in ons gebied vinden.

Een tiende van alles?

Kapitein, ik neem aan dat dit verzoeken zijn en geen eisen.

Het zijn wel degelijk eisen.

Ik heb te vaak moeten wachten en ben te vaak beledigd en vernederd.

Ik heb te veel gegeven om met minder tevreden te zijn.

Als u slaagt, kunnen we zulke eisen onmogelijk inwilligen.

Als u faalt, worden we 't mikpunt van spot. U kunt ze maar beter wijzigen.

Als u me toestaat, zal ik dat niet doen.

Ik blijf bij wat ik gezegd heb.

U mag gaan.

Kende u zijn 'eisen'?

We moeten priester de Talavera bedanken.

Hij is een opportunist, dat was meteen al duidelijk.

Die opportunist is nu op weg naar het Franse hof

en ik weet zeker dat hij van daaruit naar Indië zal reizen.

Columbus heeft alles te verliezen en wij niks.

Als hij faalt, is hij uit de gratie en anders hebben wij er een rijk bij.

En dan hebben we sowieso een onderkoning nodig.

Een andere avonturier zal het wel doen, voor veel minder.

Zal hij het doen of het proberen, zoals in Portugal?

Stel u voor dat de Franse koning de rijkste van Europa wordt.

Kapitein.

Admiraal.

Ja, admiraal. Je hebt alles gekregen wat je wou.

Koppigheid wordt beloond, hè?

Wij Majesteiten bevelen de inwoners van Palos

om kapitein Christophorus Colombo te bevoorraden.

Hij moet namens ons delen van de oceaan verkennen.

Help hem om drie karvelen uit te rusten.

Met bemanning.

Met bemanning.

Ze moeten evenveel betaald worden als gebruikelijk aan deze kust

voor hen die met de vloot meevaren.

En voor de derde keer verlenen we gratie

aan hen die misdaden gepleegd hebben,

waaronder ook diefstal, moord en verkrachting,

en die dienst nemen bij de bovengenoemde kapitein.

Het bedrag dat Palos verschuldigd is aan de kroon, wordt verdubbeld

als het dit koninklijke besluit niet volgt.

Maar je kunt alleen naar de hel toe varen.

Luister naar me. Luister.

Palos kan weer een machtige haven worden door deze reis.

Als u wacht op de mannen van Palos, komt er helemaal geen reis.

Ik begin die vrouw te geloven. - Vertrouw op God en in je visioenen.

Hoeveel heb je er al? - Geen een.

Ze blijven liever thuis om kikkererwten te eten.

Sla er een paar in de boeien, dan komen ze wel.

Wat kom jij hier doen, don Castillo? - Ik?

Ik hoor dat er veel goud is in Cathay.

Moordenaars, verkrachters, dieven. De koning wil ze gratie verlenen.

Mooie bemanning. Hier zitten de veroordeelden. Gemeen stelletje.

Een struikrover.

Een struikrover en moordenaar. En die daar…

Ik ben onschuldig. - Federigo is mijn broer.

Hij hielp me alleen ontsnappen. - Hij is ook tuig.

Al gevaren? - Wij allemaal.

Toen er nog werk was in Palos.

Je krijgt werk. En gratie als je met mij meevaart.

Varen? Waarheen?

Wie van jullie wil leven? - Wie niet?

Broeder Marchena. - Diego wou de schepen nog eens zien.

Waar dient dat voor? - Dat is Medusa.

Ze moet de zeemonsters afschrikken.

Mag ik niet mee, papa? - Deze keer niet.

Maar je had mannen nodig, hoorde ik. - Er komen nog andere reizen.

Jij was toch in Italië, Pinzon? - Ik ben pas aangekomen.

Ik heb blijkbaar veel gemist.

Dag, broeder. - Kapitein Pinzon.

Mijn zoon, Diego. - Een mooie jongen.

Wat 'n verandering. Mijn kaartenmaker is ineens vlootcommandant.

Een vloot zonder bemanning. Wij moeten praten.

Aan boord van de Santa María. Alleen. - Ik zal er zijn.

Broeder.

Je doet toch niet mee? - Vrienden vertelden me erover.

Ze waren ervan onder de indruk dat Ferdinand en Isabella hem steunen.

Ik twijfel eraan.

De Portugezen hebben vaak westwaarts van de Azoren gevaren, tevergeefs.

Waarom zou jij wel slagen?

Ik vertrek niet op de Azoren, maar op de Canarische Eilanden.

Hier heb je tegenwind,

daar heb je oostenwinden in de zomer en westenwinden in de herfst.

Heel standvastig.

Nu ken je al mijn geheimen. - Weet je dit zeker?

Ik heb vijf jaar op Porto Santo geleefd en heb de winden opgetekend.

Daarom neem je vierkant getuigde boten.

Als ik gelijk heb, komen we er met het grootzeil en marszeil.

Waarom heb ik jou nu nog nodig? - Ik heb de koninklijke patenten.

Ik heb jou nodig omdat ze vreemdelingen niet vertrouwen.

En als ik tot de herfst moet wachten, heb ik hier niks meer aan.

Hoeveel man wil je?

Dertig voor de Santa Maria en tweemaal twintig.

Ik wil de kapitein van de Pinta zijn. Francisco wordt mijn stuurman.

En Vicente wordt de kapitein van de Niña.

Ik kan me geen betere zeelui wensen.

We gaan op reis. We laten die rijkdom niet aan onze kaartenmaker.

Ik heb soms schuldgevoelens, over Diego.

Ik heb hem niet zien opgroeien.

Wie weet hoe lang ik weer wegblijf. - Doe wat je moet doen.

Ik wil dat je Diego leert kennen.

Dat brengt hem maar in de war. - Hij moet jou leren kennen.

Weet je dat zeker? - Heel zeker.

Je betekent zoveel voor me.

Iedereen moet het weten.

Je zei dat die dag wel zou komen.

Daar moeten we op wachten.

Ik zal je wat vertellen.

Als je om de Spaanse geschiedenis geeft,

kijk dan naar deze kisten en deze zakken. Kijk dan.

Ze zitten vol spiegels, klokken en glas.

Als ze terugkomen, zitten ze vol goud, parels en kruiden.

Palos zal weer machtig en rijk zijn.

Jullie hebben de keus: Vaar mee en je wordt even rijk en machtig.

Of blijf hier en wentel je in de armoede. Aan jullie de keus.

Maar durf jezelf dan geen zeeman te noemen.

Voor wie het weten wil, we nemen meer mee dan snuisterijtjes.

Namelijk knoflook.

Tegen tyfus, scheurbuik en andere kwalen. Beter dan goud.

Paco Alaminos. - Ga in de rij staan.

Manuelo Santos.

Ramon Xarmiento.

Ik wil scheepsjongen worden.

Hoe heet je? - Vallejo.

Heb je al ooit gevaren? - Voor de kust. Maar ik leer snel.

Hoe oud ben je? - Bijna zestien.

Dit wordt een lange reis. Wat zeggen je ouders ervan?

Ik heb geen ouders, kapitein. - Goed dan.

Je vaart mee op de Santa María. - Bedankt, kapitein, erg bedankt.

Vittorino Gaiego.

Volgende. - Vallejo Sanchez.

Volgende. - Rodrigo De Triana.

Mag ik me voorstellen? Luis De Torres. Ik vaar al dertig jaar lang.

Ik heb sterrenkunde gestudeerd.

Ik ken Latijn, Grieks, Arabisch, Chaldeeuws en Hebreeuws.

Ik ben een bekeerling. - Dat bent u niet.

U bent een jood. U wachtte tot u uitgezet zou worden.

U vergist zich, meneer. Heel erg zelfs.

Wat wilt u? - Dienst nemen.

Hoe wilt u met de machtige Khan praten zonder tolk?

U kunt weleens gelijk hebben. We praten straks verder.

Als u me van uw talenkennis kunt overtuigen, mag u mee.

Bedankt, kapitein. En u ook, meneer.

Ik kom alleen nog bekeerlingen tegen.

Hij kan heel waardevol zijn. - Ik mag hem niet. Ik wil hem niet.

Voor alle duidelijkheid.

Jij bent kapitein van de Pinta en ik bevelhebber van de vloot. Ik wil hem.

Je hebt een vijand gemaakt. - We zullen zien, don Castillo.

Hij gaat steeds meer op je lijken.

3 augustus 1492

Heb je inkt voor alle ontdekkingen? - En jij zakken voor al het goud?

Wie is die man in het zwart? - Escobedo, secretaris.

Hij moet onze ontdekkingen optekenen.

Een mooie dag. - Ook voor jou, De Torres.

Trossen losgooien.

Anker lichten.

Anker lichten.

35 graden van de horizon.

Zeilen in zicht. Drie schepen vlak achter ons.

Weer aan het werk. Dit dek moet geschrobd worden.

Hij kan goed klimmen, voor een man die zeven jaar gekropen heeft.

Portugese oorlogsschepen. Ze halen ons in.

Waarom? - Dat wil ik niet weten.

Koning Jan denkt dat hij alleen op verkenning mag. Zeilen bijzetten.

We hebben ze afgeschud, kapitein. - Hopelijk zien we ze niet terug.

We zullen op deze reis al genoeg zorgen hebben zonder koning Jan.

Hou koers. - Ja, kapitein.

Dat vierkante tuig werkt goed. Die Genuees had gelijk.

Aan het werk, mannen.

Wil je ons dit elke avond aandoen? Het paternoster, salve regina...

Zijn dit zeelui of novicen? - Christenen, don Castillo.

Ze zullen hun geloof nog hard nodig hebben.

Bij de Canarische Eilanden vonden we de noordoostelijke winden.

We zetten koers naar het westen, naar Cipango en Cathay.

Vier zeemijl per zandloper. Mooi.

Weet je, Escobedo, ik zal niet branden in de hel.

De duivel zal me achtervolgen en kwellen

met de stank van knoflook en gezouten sardientjes.

Kwetst het niet om deze onbeschaamde buitenlander te moeten gehoorzamen?

Denk eens na. Hij is een zeeman, wij niet.

Op het goud van Cathay en Cipango en op de man die ons erheen brengt.

Ik drink ergens anders op. Op de welvaart en roem van Spanje.

En op haar ware, edele zonen.

De zandloper is weer omgedraaid.

En het zand loopt weer door.

Precies op de Poolster. - Die knul is stipt met de zandloper.

U hebt hem gekozen omdat hij wees is. - Op zee heeft hij veel ouders.

Ik maak zo zelden vriendelijkheid mee dat het me altijd verbaast.

Zoals op die eerste dag.

Larie. Waar vind ik 'n betere tolk dan jij?

Maar ik ben bekeerd, een jood die christen werd.

Een vreemde voor christenen en joden.

Als we geen bekeerlingen aanvaarden, moeten we deze reis niet maken.

Ik heb een vriend gevonden, denk ik. - Ik ook, De Torres.

Jullie hopen steden vol goud, zijden stoffen en parfums te vinden.

Maar dit staat ons te wachten.

Ik heb al over vreemde zeewezens gehoord. Er kunnen monsters zijn.

Dat zijn griezelverhalen. - Ik geloof erin.

Ja, hoor. Je kunt er maar beter in geloven.

Waarom vaar je dan mee? - Ik heb lang niet gevaren.

En mijn lieve vrouw Delia, God zegene haar, bleef maar zeuren.

Nu verlang ik naar de zon op het dorpsplein.

Het dorpsplein, dat zie je nooit meer.

Ik wil weten wie dit gedaan heeft. Opschieten.

Een noodsein. Hij wil dat ik aan boord kom.

Met de ordehandhaver.

Opschieten, heb ik gezegd. - Ja, kapitein.

Kijk eens naar het roer. Het is stuk.

Kan het niet gemaakt worden? - Er is mee geknoeid.

Door wie? - Door zeelui die naar huis willen.

Heel wat. - Er komen er nog meer.

We moeten een voorbeeld stellen. - Zonder dader?

Het maakt niet uit wie je straft, als je maar vrees inboezemt.

Met vrees kun je geen tucht houden. - Waarmee dan wel?

Stel je mannen gerust. Deze reis wordt alleen wat langer.

Als we in volle zee zijn, halen ze zoiets niet meer uit.

Goeiendag.

Ik bewonder je, maar ben ook bezorgd om je.

Denk je dat de Khan je zijn rijkdom zomaar schenkt?

Nee, je moet meedogenloos zijn. En dat ben jij kennelijk niet.

Onderschat me niet, don Castillo.

Hoe meer westwaarts we voeren, hoe rustelozer ze werden.

Wat is onze koers? - Raad eens.

Naar het westen? - Niks hoger, niks lager.

Verdomde Genuees. Kan hij alleen maar naar het westen varen?

Hij kan wel met volle zeilen varen. - Ik kijk al weken uit.

Zeg eens, hoe komen wij ooit weer thuis met alleen een westenwind?

Mee eens. Maar mopperen over sterke wind is als mopperen over goud.

We gaan waar niemand ooit geweest is. God helpt ons hierdoorheen.

Die heidenen, die wij tot het christendom zullen bekeren,

die zijn toch rijk? - Ja, Ocampo, ze zijn rijk.

Kijk daar. - Moeder María.

Wat is dat? - Het einde van de wereld.

God, red ons. - Dit is niet het einde.

Die meteoren hebben jullie al je hele leven gezien.

Begrijp je het dan niet? Dit is een teken van God.

Het is een baken. Een licht.

Vastbinden zoals de andere.

Deze bloem is niet goed gezouten tijdens het malen. Doe er zout bij.

Kom snel, kapitein. Het kompas draait dol.

Wat is er? - De naald,

ze wijkt twee graden af.

Drie. - En onze koers dan?

We blijven ons kompas volgen. Ik doe de volgende meting.

Maak je maar geen zorgen. - Geen zorgen?

Zonder kompas gaan we eraan. - We hebben toch een kompas?

Goeienavond.

Weer aan het werk, mannen.

Misschien hebt u zin om te praten.

Al meegemaakt dat een kompas naar het noordwesten afwijkt?

Ik ook niet. Ik beken alleen aan jou

dat ik het niet begrijp. - Maar Ruiz moet het kompas volgen.

Heb je het werk van Zacuto gelezen? Over de rotatie van de sterren.

Toen ik daar stond, kwam het bij me op

dat dit een rotatie kan zijn die je op oostelijkere lengtes niet ziet.

De naald wijst naar het noorden, maar de Poolster is verschoven.

Dan moeten we afwachten of de ster zijn positie weer inneemt.

Dan werkt ons kompas nog altijd.

Anders is het waanzin om door te varen.

We kijken nog eens voor dageraad.

Alles hangt af van wat we dan ontdekken.

Welterusten.

Almachtige God, help me om Uw wegen te doorgronden.

Laat de morgenwacht komen.

Goeiemorgen, Ruiz.

De koers is goed. - Zet het kompas op het dek.

De naald wijst naar de Poolster. - Maar gisteravond...

Nee, het kwam door de ster.

De naald bleef naar het noorden wijzen, zoals ook nu.

Werken. Het dek moet glimmen.

Naar beneden. Die lenspompen moeten lucht zuigen.

We zetten koers naar het westen, niks hoger, niks lager.

Het kompas werkte. Het was de ster die afweek.

Het kompas werkte.

Geen zuchtje wind.

Geen wind. We varen misschien op de rand van de wereld.

Misschien varen we op de rand, ja.

Je kunt amper ademen.

We kunnen niet voor- of achteruit. - We hangen van een gek af.

We zijn 5.000 km ten westen van de Canarische Eilanden.

Of we hebben Cipango gemist, of het ligt bijna 20.000 km van Spanje af.

We wachten op het eerste zuchtje wind en varen terug.

We zijn te ver gekomen om te falen. - Falen? Jij bent geen onderkoning,

maar deze mannen hebben hun schuld ingelost.

Ze zijn verder gevaren dan wie ook. - Op een lege zee. Dat betekent niks.

Denk om de mannen. - Ze zijn bang.

Maar onwetendheid en angst mogen deze reis niet doen mislukken.

Kijk dan. Nog een beetje verder. - Ja, een beetje verder,

tot we vergaan. Nee, de Pinta keert om en vaart terug.

Vaar jij mee met de Niña? - Denk erom, voor je antwoord geeft.

In Palos zul je moeten uitleggen waarom je me achtergelaten hebt.

Hij was gek, zul je zeggen. - Ja, en dat zou waar zijn.

Maar als de Santa Maria Indië bereikt en naar Spanje terugkeert,

worden jullie uitgescholden voor dwazen.

En als we niet terugkomen, worden jullie veroordeeld als lafaards.

Wat je ook vindt, je lot is aan het mijne verbonden en ik wil doorgaan.

Ik had een meisje, Luisa. Had, ja.

Een hete brok uit Andalusië. Ze wacht niet op mij.

Bessen. Een bord vol bessen.

Pas geplukt, sappig en rood.

Zonder wormen. - Pak aan, jij.

Ik hoef hem niet. - Nee, jij hoeft hem nooit.

Laat hem. - Je hebt je in geen weken gewassen.

Ik was me even vaak als jij. - Waarom stink je dan?

Hou op, allebei.

Goed dan, ik neem de emmer en geef hem ook terug.

Wat doe je nou?

We mogen niet tegen elkaar vechten. We hebben dezelfde vijand.

We moeten tegen die ouwe vechten. - Ik word niet goed van jullie.

Dacht je dat 't maar even varen was?

Moet je hem horen. Weet je wat die ouwe gedaan heeft?

Hij sleept ons mee de hel in omdat hij admiraal wil worden.

Alaminos heeft gelijk. We mogen niet tegen elkaar vechten.

Waar ga je heen?

Daar. Het monster. Ik heb het monster gezien. Daar.

Rustig maar.

Het spijt me. - Het monster, kapitein.

Ik heb het gezien. - Luister eens.

Er bestaan geen monsters, behalve die die we zelf verzinnen.

Maar… Ik wou... Ik wou dat we naar huis konden.

Neem hem mee naar beneden. - Ja, kapitein.

Het komt wel goed.

De wanhoop maakte zich meester van de vloot.

Hoe verder we voeren, hoe slinkser ik werd.

Ik hield twee dagboeken bij, voor mezelf en voor hen.

Daarin maakte ik de afgelegde afstanden korter.

Maar ik merkte dat het niks uithaalde.

Met die wind komen we nooit meer thuis.

Als de zandloper omgedraaid wordt. Licht de bakboordwacht in.

Klaar? - Ik ben klaar.

Wanneer? - Als de zandloper omgedraaid wordt.

Hoe durven jullie? - Wat moet dit?

Waarom die wapens?

Kon je niet met mij praten?

Wat willen jullie? - Dat weet u.

Het is heel eenvoudig: terugvaren voor het te laat is.

We willen niemand kwaad doen. - Wees redelijk.

Wie zegt dat ik redelijk moet zijn? - Ik.

Willen jullie als een geslagen hond naar Spanje terug?

Is dat redelijk? Spanje ligt 5.500 km van ons vandaan.

En er is misschien land vlakbij. - Misschien.

U kunt het mooi uitleggen, maar het is te laat.

Als u niet naar Spanje vaart, nemen wij het schip in.

En dan? - Dan varen we naar Spanje terug.

Wat wacht je daar? De galg.

Ik heb een koninklijke volmacht. Neem het schip maar in als je wilt.

Als je zonder mijn hulp terug kunt varen,

word je opgeknoopt voor muiterij en verraad.

En als u overboord slaat?

Dan moet je mij ook doden.

En mij ook.

Mij ook.

En ik sleur een paar van jullie mee het graf in.

Je ziet dat je het schip niet zomaar in kunt nemen.

Maar ik beloof je,

als we binnen drie dagen geen land in zicht krijgen,

varen we naar Spanje terug.

Drie dagen? - Als je eerder terug wilt,

moet je mij en deze mannen doden.

Maar denk erom, je weet niks van mijn berekeningen, de wind, de sterren

en de kaarten die ik gemaakt heb. Niks.

Zonder mij komen jullie allemaal om.

Neem jullie post weer in. Allemaal. - We kunnen het erop wagen.

Ja, we wagen het erop. - We geven hem drie dagen. Meer niet.

Ik zal dit niet vergeten. Bedankt. Zet koers naar het westen.

Ik had gelijk. Je hebt geen lef. Als je me er een had laten opknopen...

Dat had niks uitgehaald.

Als we drie dagen geen land zien en als we tegenslag hebben,

hebben we amper water om terug te varen.

Over drie dagen weten we meer.

Dat zijn landvogels. We zijn dichtbij. Dat moet wel.

Deze schepen, deze mannen, ze zijn hier alleen door mij.

Stel dat ik me vergis. Moeten zij ervoor sterven?

Dat gebeurt niet.

Hunne Majesteiten beloofden 10.000 maravedis per jaar

aan de eerste man die land zag.

We vuurden tweemaal om het te vieren,

maar telkens volgde een bittere teleurstelling.

Want het bleken maar verre wolken te zijn.

Net voor ons avondgebed hebben we dit uit de zee opgevist.

God heeft ons een teken gegeven. Kijk.

Een bloem.

Hij heeft ons een teken gegeven. We moeten dichtbij zijn.

We zijn heel dichtbij. Die bloem is een teken.

12 oktober 1492

Een licht. Zie jij licht, Castillo? - Ik zie niks.

Het is weg.

Wat denk jij ervan? - Ik weet niet, kapitein.

Land.

Land. Land in zicht.

Ik ben rijk. Ik ben rijk.

Esteban, vuur het kanon af. - Ja, kapitein.

Godzijdank.

Laten we bidden.

Kom aan wal.

In het bijzijn van de koninklijke schrijver

neem ik op deze dag, vrijdag 12 oktober 1492,

dit land in bezit namens het katholieke Spaanse koningspaar.

En ik noem het San Salvador.

Als koninklijke schrijver kondig ik dit af.

Hunne Majesteiten schenken u de titel van Don.

Voortaan bent u admiraal van de oceaan,

onderkoning en voor eeuwig gouverneur van dit land

en van latere ontdekkingen.

Zweer je trouw aan de onderkoning en aan de admiraal van de oceaan?

Dat zweren wij.

Het is een eer om u te dienen.

En het avontuur gaat door.

Columbus krijgt tegenslag op zee.

Het spijt me zo, kapitein. - Spijt? De Santa María zinkt.

Hij ontdekt een stam.

Er breekt een strijd uit om macht, om zieltjes, maar vooral om goud.

We hebben vast al het goud gevonden, maar blijf zoeken.

Koning Ferdinand wil goud, niet de ziel van wilden.

Hij krijgt het allebei. - Geen beloften meer, admiraal.

Terwijl hij goud zoekt, jaagt Columbus zijn droom na.

Na negen dagen stappen hebben we alles volbracht. Na al die jaren.

Hij ontketent tomeloze krachten.

Maar de strijd om de Nieuwe Wereld maakt van zijn droom een nachtmerrie,

vol verraad. - Colombo is maar een gewone man.

Geen wonder dat hij wrok koestert tegenover Spaanse edellieden.

U hebt Spanje bedrogen.

Admiraal Colombo, ik moet u arresteren. De boeien.

Herbeleef de droom in de volgende aflevering

en de pracht en praal van de ontdekkingsreizen.

Het koningspaar en Christoffel Columbus, de legende en de man.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.