Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Vaar naar ze toe. Ik wil Pinzon aan boord spreken.
Ons schip is sneller. We kunnen dagen eerder in Spanje zijn.
Als hij aanmeert, zijn ze 'm vergeten.
Mooi zo, maar eerst moet hij ons de weg naar huis wijzen, nietwaar?
We varen naar ze toe.
Mijn bedoeling was het oosten even verder te verkennen
en dan terug te keren.
We hebben het roer moeten repareren en toen we terug waren,
was jij al weg.
We zijn naar Bohio gevaren om je te zoeken.
Je bent zes weken weg geweest.
Je bent op zoek gegaan naar goud. Heb je veel gevonden?
Niks van belang. - Ik waarschuw je,
ik ondervraag al je bemanningsleden. - We hebben een beetje gevonden.
Waar? - In een rivier.
Welke rivier?
Ik heb 'm de Pinzon genoemd.
Heus? De Pinzon. Wat origineel.
Dat schrijven we op de kaarten.
Luister 's hier. Jij geeft mij al het goud voor de koninklijke schatkist.
Alles.
En nu nog iets over de gevangenen.
Ik heb geen gevangenen.
En die vier indiaanse vrouwen dan?
Juist, ja. Ze hebben me gesmeekt om mee te mogen. Ik heb ermee ingestemd
als stichtelijk voorbeeld voor 't Hof.
Ze komen bij mij aan boord.
Als ze mee willen, dan reizen ze met mij mee.
Breng ze anders terug.
Ik wil je er even aan herinneren dat je bij mij 'n eed afgelegd hebt.
Als je me nog 's verraadt, zal het je duur te staan komen.
Wat heeft hij gezegd?
Is met Vicente alles oké? Wat is er met de Santa María gebeurd?
We varen met ze mee tot aan de Azoren en dan varen we naar Palos.
Prima, maar…
Breng alle vrouwen aan land. - Komt in orde.
En zij?
Haar breng ik zelf wel.
Bijna 200 zeemijl in 24 uur. Onze beste dag tot nu toe.
Ik vaar 200 zeermijl ten westen van de Azoren.
Dat zijn Portugese wateren.
Koning Jan wil vast maar wat graag dat we zinken en verdwijnen.
Vijf weken stevige wind en stralend weer.
Hij kent verdorie altijd de goeie koers
ofwel is hij de meest fortuinlijke zeeman ooit.
De wind is gedraaid.
Ja, het weer ziet er niet al te best uit.
Moet je die wolken voor ons zien.
Reef de zeilen. Haal alles naar beneden.
Het kan wel 's zover zijn. - Alle hens aan dek. Reef de zeilen.
We vallen dwarszees. Stuur iemand naar 't roer.
Alonso, ga naar het roer. - De Pinta reageert niet meer.
Mijn broers. - Blijf het proberen.
Alle contact tussen de Niña en de Pinta was verbroken.
Pinzon dacht dat we gezonken waren.
Als hij het overleefde, kon hij op 't paleis zijn ontdekkingen bekendmaken.
Geen teken van de Niña. - Nou en? We staan er alleen voor.
En Vicente dan? - Ik kan ze van hieruit niet helpen.
Ben je gek? Moet ik zelf aan het roer gaan staan?
Rep je ernaartoe.
Martin, wat is er? - Ga ze helpen.
Voor het eerst sloeg de wanhoop toe.
God vond ons werk vast belangrijk,
maar als de monstergolven ons lieten zinken, was alles vergeefs geweest.
Ik dacht aan Beatriz en m'n zonen, alleen in een gevaarlijk land.
Een gevoel van woede overmande me.
Zeg ze dat alles in orde komt.
Zeg ze dat God ons hier doorheen zal loodsen.
Ik stopte m'n verslag voor de koning en koningin in 'n vat.
Ik beeldde me in dat die velletjes papier het zouden kunnen overleven.
Ik was even bang als de andere zeemannen,
maar ik moest iets achterlaten
om te bewijzen dat alles niet vergeefs was.
De storm dreef ons naar het noordoosten.
Navigatie was onmogelijk.
We waren aan de wind en de zee overgeleverd.
Ieder deed 'n schietgebedje, maar niemand verwachtte te overleven.
Als we gespaard bleven, zouden we samen op bedevaart gaan.
De cycloon in de nacht van 3 maart maakte van de zee één woelige massa.
Controleer de zeilen. - Ze zijn gescheurd.
Niet opgeven. We moeten 't schip onder controle krijgen.
Alaminos, Xarmiento en Paco, kom.
Gefeliciteerd. Ik had nooit verwacht dat we de ochtend zouden halen.
Dat kleine zeil heeft ons gered.
Dat heeft 't hem gedaan.
En die mannen hebben het gehesen.
Een van hen wou jij trouwens ophangen.
Dat land daar in de verte ken ik.
Voor de avond valt, zijn we in Lissabon.
Vertrouw je Koning Jan? - We hebben geen keuze.
Als we het schip niet repareren, halen we Palos niet.
We waren aan Portugal overgeleverd.
Ons schip lag in de haven van Lissabon.
De koning was om een epidemie niet in de stad.
Maar hij had me opgedragen om een indiaan te brengen
naar het klooster van Santa María Dos Virtudes, waar hij verbleef.
Ik was doodsbang.
Die grondgebieden zouden voor Portugal erg waardevol zijn.
Voor het hele christendom weliswaar. - Verzet u niet.
Het verdrag van 1480 met Spanje, dat de paus goedgekeurd heeft, stelt
dat ten zuiden van de Canarische eilanden en ten westen van Afrika
alles van Portugal is.
Dat verdrag ken ik niet.
Ik heb de gebieden opgeëist in naam van Ferdinand en Isabella van Spanje.
We kunnen dit vast wel vriendschappelijk oplossen.
Hebt u 'n indiaan bij u? - Zoals u gevraagd had.
Hij is nu vijf maanden bij ons en spreekt al behoorlijk Spaans.
Mag ik?
Dat is de koning waarover ik je verteld heb, Diego.
Majesteit. - Staat u maar op.
Hij lijkt niet op de Afrikanen. - Zijn ras was ons onbekend.
Waar komt u vandaan? - Van het eiland San Salvador.
Zijn er nog eilanden in de buurt? - Nog veel eilanden, Majesteit.
San Salvador.
Colba en Babeque.
Saomette en Bohio.
Dat volstaat.
U hebt 'm goed opgeleid. - Ze leren snel.
Is hij gedoopt? - Nog niet. We hadden geen priester.
Admiraal,
uw schip mag in de haven van Lissabon blijven liggen tot 't gerepareerd is.
Vertrek maar als u klaar bent.
Breng onze felicitaties over aan Zijne Hoogheden,
Ferdinand en Isabella. - Ik ben u dankbaar, Majesteit.
We kunnen ze niet laten gaan. - Het is genoeg geweest, Vilhegas.
Zin ontdekkingen zijn bekend. We winnen er niks mee als we hem doden.
Stuur boodschappers naar Spanje en Europa om 't goeie nieuws te brengen.
Hij is een groots man
en hij heeft ons als eerste opgezocht.
Het is 'm gelukt. U verdient het. U verdient het echt.
Bartolomeo. - Christophoro.
Priester Marchena. - God was je goedgezind.
Hoe is het met Diego? - Hij is nu hofjonker.
Waar zijn Ferdinand en Beatriz?
Zij wachten thuis op je.
De Hoogheden willen je 'n triomftocht geven, zoals in het oude Rome.
Dit is als in het Rome van weleer.
En de boten? - De Santa Maria is 'n wrak.
En Pinzon en de Pinta? - Gezonken.
Het leek
op de hof van Eden voor de val.
Een paradijs.
Ik heb zo vaak naar dat paradijs gekeken
en aan jou gedacht en aan wal je reactie zou zijn.
Ik zou blij geweest zijn voor jou,
want je droom is werkelijkheid geworden.
Mijn droom komt ook uit. Je bent terug, ongedeerd en zegevierend
en je ligt in mijn armen.
Ik wil dat je meegaat naar het Hof.
Hoe bedoel je? - Als mijn vrouw.
Je hebt het allemaal in je eentje gedaan.
Ik wil je enkel liefhebben en helpen voor zover ik dat kan. Meer niet.
Ik hou van je.
Hoe zie ik eruit? - Als 'n admiraal in spe.
En onderkoning.
Columbus werd toch benoemd tot onderkoning, nietwaar?
Moet ik met minder tevreden zijn? Ik heb zo veel nieuw land ontdekt.
Jammer dat de inboorlingen weg zijn.
U kon niet weten dat de Niña zou zinken.
Zijn de kanonnen geladen? - Ja, Martin.
Vuur ze dan maar één keer af zodat ze weten dat we in aantocht zijn.
De Niña.
Daar ligt de Niña.
Ik zie de Niña. De Niña is al aangemeerd.
Dit kan niet waar zijn.
Dit...
Diezelfde avond, geteisterd door vernedering en ziekte,
werd hij het slachtoffer van z'n falen
en overleed Martin Pinzon.
Jammer dat Martin er niet bij is. - En dat het niet kan.
Nee, don Christophoro.
Wij en heel Spanje doen hulde aan u.
U hebt Spanje groots gemaakt.
Wij zijn u eeuwig dankbaar.
Zet uw muts maar weer op.
Ik verdien zo veel eer niet.
Deze onderneming die dankzij God een goeie afloop gekend heeft,
werd dankzij u mogelijk gemaakt.
U vond het geen dwaas idee.
Gebieden die vroeger onbekend waren,
zijn nu een met de heilige kerk en ons geloof.
En als een rechtvaardige beloning
zal Spanje veel macht en rijkdom bekomen
en het hele christendom ook.
Gaat u zitten, don Christophoro.
Geef uw verslag.
Op twaalf oktober 1492,
na een lastige zeereis van 34.000 zeermijl over de oceaan,
meerde de koninklijke vloot aan
en eigenden we ons het land toe dat we San Salvador genoemd hebben.
Hij zit gewoon naast de koning en koningin.
Die eer is vast geen lange adem beschoren.
Ik wou meteen opnieuw uitvaren, maar er was telkens oponthoud.
Die weken was de koningin erg begaan met het welzijn van de indianen.
Wij willen dat iedereen de mensen die u indianen noemt,
liefdevol behandelt. - Uiteraard.
Straf degenen die ze misbruiken. - Ja, Majesteit.
Op aanbevelen van priester De Talavera
krijgt priester Linares de opdracht om ze volledig te bekeren.
Ze zullen ons geloof omarmen.
Met geduld en liefde kan alles. - Bedankt, priesters.
Nu wil ik de admiraal alleen spreken. - Ja, Majesteit. Dag, admiraal.
We zijn tevreden over uw zoon. Hij is 'n voorbeeldige jongen.
Bedankt. Ik stel het erg op prijs dat u hem in uw Hof toelaat.
Het genoegen is aan onze kant.
Ik weet dat u een tweede zoon hebt, die bij z'n moeder woont.
Hij heet Ferdinand.
Normaal bemoei ik me niet met zulke dingen,
maar ik merkte meteen dat u een erg vroom, religieus man bent.
Vooral om die reden heb ik ingestemd met uw onderneming.
Het is voor mij dan ook een raadsel waarom u niet getrouwd bent.
Ik wil trouwen.
Dat kan ik enkel maar aanmoedigen, admiraal.
Zijn ze niet tevreden met wat ik meegebracht heb?
De koning niet.
Van wie weet je dat? - Van z'n hofjonkers.
Wat hebben ze nog meer gezegd? - Niks.
Dat er geen bewijzen zijn da je de Indiën daadwerkelijk bereikt hebt.
Je bent van streek, vader. - Ja, dat spreekt voor zich.
Ze blijven kritiek op me leveren.
Het waren de Indiën. Verder ligt de kust van Azië.
Die doe ik bij m'n volgende reis aan.
Vader, waarom gaan we naar je huis?
Je gaat er toch niet meer wonen, hè?
Diego, ik moet je iets vertellen.
Toen jij bij priester Marchena in 't klooster woonde,
was ik heel eenzaam
en ben ik verliefd geworden op 'n mooie vrouw.
We zijn nooit getrouwd, maar zonder haar had ik het nooit gered.
We hebben een kind samen, je halfbroer.
Heb ik een halfbroer? - Ja, hij heet Ferdinand.
Je zult hem zeker mogen.
Woon je hier? - Ja, ga maar naar binnen.
Admiraal? God zij met u. - En met u, vriend.
Ik wist niet dat je kwam.
We hadden het niet gepland.
Beatriz, dat is mijn zoon, Diego.
Ik heb veel over je gehoord. Je vader is erg trots op je.
Ik ook op hem.
Waar bleef je nou?
Dat is Diego en dit is Ferdinand.
Wat een mooie kleren.
Die krijg jij ooit ook.
Een zwaard ontbreekt nog. Is hij jouw vader?
Hij is ook mijn vader. - Laten we dan vrienden zijn.
Prima. Kom, ik laat je mijn kamer zien.
Een aardige jongen.
Ik wil dat de mensen van wie ik hou elkaar leren kennen
voor we trouwen.
Ik wil met je trouwen.
Kom in het paleis wonen.
Je weet hoe ik erover denk.
Ik woon hier liever rustig met Ferdinand.
In het paleis hoor ik niet thuis.
Maar je hoort wel bij mij. - Ooit misschien wel,
maar nu niet.
Als je werk erop zit,
dan kun je rustig bij mij komen wonen en ermee tevreden zijn.
Dan hebben we het er nog 's over.
Ik zal iets koken. Diego en jij hebben vast honger als een paard.
De twist met de Portugezen over wat van wie was, kende maar geen einde.
Zij hadden de machtigste zeemacht.
We moesten 't regelen voor ik opnieuw kon uitvaren.
Op verzoek van het Hof stelde ik een grenslijn voor
ten westen van de Azoren.
Gebied ten oosten van de grens was Portugees.
Alle nieuwe gebieden ten westen van de grens waren voor Spanje.
Portugal en de paus stemden allebei met de regeling in.
Op 25 september begonnen we aan de meest ambitieuze expeditie ooit.
17 schepen en 1.200 bemanningsleden zeilden de open zee in.
Aan vrijwilligers was er geen gebrek.
Er waren ook veel bekende gezichten.
Er waren hidalgo's aan boord, jonge zonen van adel.
Trots op hun bloed, maar arm. Dokters.
Geestelijken om de indianen te bekeren.
Boeren, ambachtslieden en metselaars om het nieuwe Spanje te bouwen.
Zeemannen, scheepsbouwers
en de paarden natuurlijk.
Er lagen ons nieuwe kansen en avonturen te wachten.
En op 28 november naderde de vloot La Navidad.
Zie je iets? - Niks, admiraal.
De Hof van Eden, admiraal? Het paradijs op aarde?
God heeft ons gewaarschuwd om op onze hoede te zijn.
Wees voorzichtig, zei Hij. Dit zijn geen onschuldige kinderen,
maar dienaars van de duivel.
Er leven op dit eiland een heleboel indianen.
Het spreekt voor zich dat sommigen goedaardig en anderen duivels zijn.
Ocampo.
De Torres.
Moge je ziel in vrede rusten, vriend.
Je droomde van 'n nieuw land onder 'n nieuwe hemel.
Dit is niet het einde van je droom, maar pas het begin.
Dat zweer ik.
Ter ere van Hare Katholieke Hoogheid, de koningin,
dien ik deze stad de naam Isabella toe.
Ik draag hem op aan hen die het leven hier gelaten hebben.
Wil je weer met hen mee?
Halt.
Hidalgo's? - Niks doen.
Wacht op mijn bevel. - Stop.
Castillo.
Diego, ik wil weten wat er met Guacanabo gebeurd is.
Ik wil ze levend, Castillo.
Terugtrekken.
Terugtrekken. Ze hebben nog nooit paarden gezien.
Terugtrekken.
Zeg dat ze niet bang moeten zijn. Vraag ze waar Guacanabo is.
Hij wacht op je in het dorp. Hij werd verwond in de strijd.
De strijd tegen wie?
Zij die het fort vernield hebben.
Ik hoop maar dat ze de waarheid spreken.
Fijn u terug te zien.
We vreesden u nooit meer te zien.
We vinden het heel erg wal uw mannen overkomen is.
Wie heeft ze vermoord?
Stammen uit de provincies Marien en Maguana
aan de andere kant van het eiland.
En waarom?
De Spanjaarden gingen op plundertocht en verkrachtten de vrouwen.
Elke man nam drie vrouwen of meer en dat was nog niet genoeg.
Krijgers van die plaatsen staken het eiland over
en vielen het fort onverwachts aan.
Ik kon ze niet redden, maar ben de moordenaars wel te lijf gegaan.
Toen heb ik me verwond.
Mijn dappere mannen hebben me uit de vlammen gered.
Dat kan hij wel zeggen.
Wat komt het hem goed uit dat er geen getuigen meer overblijven.
Hij heeft ze afgemaakt.
Hij verdient de doodstraf.
Indianen hebben geen metalen wapens.
Onderzoek of z'n wonden toegebracht zijn
met Spaanse of indiaanse wapens. Dokter Chanca.
Beweert u dat ik lieg?
Ik vraag het u opnieuw. Denkt u dat ik lieg?
Dat denk ik niet, vriend.
Kunt u ons 'n gids bezorgen die ons naar Cibao kan brengen?
Er zijn zieken in Isabella. Ik wil snel terug.
Kapitein Mardan gaat met u mee.
Ik ga ook mee. - U blijft hier.
Waarom? - Om de indianen te bekeren.
Mijn grootste zorg gaat uit naar mijn landgenoten
en niet naar moordlustige wilden.
Uw taak is deze mensen bekeren.
Ze zouden de kerk Gods ten ondergang brengen.
Leer ze beter kennen en u zult uw mening herzien. Ga.
Dat lijkt me geen… - Da's een bevel.
U blijft hier. Begin eraan. - Ik waarschuw u, admiraal,
ik dien een hogere macht dan u. - En u dient de koningin.
Als u niet gehoorzaamt, zult u 't zich beklagen.
Hij is geen gezant van God. - Je moet hem begrijpen.
Als hij ze bekeert, kunnen ze ze niet meer uitbuiten.
Minder inkomsten voor de kerk.
Admiraal, we kennen elkaar al vele jaren.
We hebben soms meningsverschillen, maar we zijn vrienden.
Laat dit voor wat het is.
Ga varen. Op zee ben je een reus.
Een topkapitein. En laat die troep hier aan mensen als ik over.
Goud voor de staat en zielen voor de kerk.
Dat vinden we op zee niet, enkel hier in Hispaniola.
Ik maakte me zorgen om de toekomst
en leidde mannen landinwaarts om goud te zoeken.
Zeg dat ze verder gaan. - Ja, admiraal.
Rij verder en wacht in het kamp.
Jij daar. Waar vlucht je naartoe? - Nergens, sergeant.
Kom hier.
Wat heb je daar? - Niks, sergeant.
Moet ik je laten fouilleren?
Hij stopt goud in z'n eigen zakken.
Al het goud is eigendom van de Kroon.
De hidalgo's stelen wel honderd munten per dag.
Admiraal, deze man verdient een lijfstraf.
Op zee duldde ik geen lijfstraffen,
maar hier, in Hispaniola, had ik al zo veel gezien
en ik had geen keuze.
Het ging van kwaad naar erger.
Terug in Isabella werden we met een boel zieken en doden geconfronteerd.
Velen bezweken aan het voedsel.
Anderen liepen virale infecties op van de indiaanse vrouwen.
Admiraal.
De hidalgo's weigerden te werken.
Toen ik ze onder druk zette, zweerden ze tegen me samen.
Jij daar, don Rodrigo.
Admiraal?
We hebben dit gevonden.
Ik heb de handschriften vergeleken.
Wat gewiekst van u.
Is dit van u? - Ja, natuurlijk.
U geeft dus toe dat u een karveel wilt overmannen?
Met trots.
Wie zijn de andere samenzweerders? - Ik ben een eerzaam man.
Arresteer hem.
Doe wat ik zeg. - Ik weet zeker dat...
Arresteer hem, zei ik.
Uw zwaard, graag.
En u, admiraal, bent een leugenachtige bedrieger.
U misleidt ons. Dit zijn de Indiën niet.
Er is hier geen rijkdom. Enkel dood.
Geniet van uw onbeduidende macht zo lang u dat nog kunt.
Sla hem in de boeien.
De dagen die daarop volgden, voelde ik de dreiging van 'n opstand.
Om de vrede te herroepen stuurde ik de hidalgo's landinwaarts.
De meesten gehoorzaamden, maar anderen bevrijdden Rodrigo.
Priester Linares ging met ze mee en ik stond machteloos.
Ze eigenden zich een karveel toe en zetten koers richting Spanje.
Ik wist dat ze me in het paleis in opspraak zouden gaan brengen.
De problemen in Hispaniola bereikten elke dag nieuwe hoogtes.
Op midzomerdag kwam eindelijk het proviandschip uit Spanje aan.
Christophoro. - Ik ben blij je te zien, Bartolomeo.
Wat doe jij hier? - Ik was toevallig in de buurt.
Zeg op, wat kom je doen?
Ik heb de titel van don en caballero van Spanje gekregen.
Ik kreeg meteen het bevel over het schip.
Maar ik laat de kapiteins wel varen. - Maar goed ook.
Hoe is 't met Beatriz? - Goed.
Ferdinand is intussen ook hofjonker.
Hoe meer zonen in het Hof, hoe beter.
Heb je priester Linares gezien?
Linares? Nee, waarom? - Hij is 'n leugenaar en lasteraar.
De yams zijn heerlijk.
Dan zal Hispaniola je zeker bevallen.
Ik moet terug om me te verdedigen voor Linares alles verknoeit.
Wil je me vervangen terwijl ik weg ben?
Ik wou je vervangen als je op ontdekkingsreis ging,
maar de terugreis is nog belangrijker.
Dus je doet het? - Ja, uiteraard.
Samen staan we sterk.
Ik kon wekenlang niet doorvaren door orkanen.
Toen de Niña eindelijk uitvoer, was ze vol gestouwd met zieken,
teleurgestelden en stervenden.
Colombo is een vreemdeling van gewone komaf.
Geen wonder dat hij wrok koestert tegenover Spaanse edellieden.
Dat hebben wij nooit gemerkt, broeder Linares.
U hebt niet het ongeluk gehad zoals ik, Uwe Majesteit,
om ergens te zijn waar hij heerst.
En waar hij Spanjaarden onnodig wrede straffen oplegt.
En wat de indianen betreft,
hij omhelsde het stamhoofd dat in La Navidad een bloedbad aanrichtte.
Hij dacht vast dat hij onschuldig was.
Hij gaf er niet om, Uwe Majesteit.
Hij wou de indianen als bondgenoten om de edellieden klein te krijgen.
U schildert hem af als een tiran. Ik kan dit maar moeilijk geloven.
Ik spreek de waarheid, Majesteit.
Is er goud in dat plaatsje, Cibao? - Minder dan eerst gezegd werd.
Intussen boeten Spanjaarden met hun leven, want overal heersen ziekten.
Hij is een opportunist. Dat was meteen al duidelijk.
In Palos werden we heel anders onthaald dan voorheen.
Wat heb jij voor ons meegebracht? - Evelia…
Alaminos, ik help je wel.
Raak hem niet aan. - Hij is mijn man.
Laat haar met rust. - Waar is je roem nu?
Daar is hij. Ik was in de kerk toen je ons rijkdom beloofde.
En kijk wat je meegebracht hebt.
Je kunt de admiraal onze tegenslagen niet verwijten.
Luister niet naar ze.
Ik heb een nieuwe wereld ontdekt onder uw heerschappij.
Spanje kan het machtigste land op aarde worden.
Maar als ik aan wal kom, word ik uitgescholden. Waarom?
Omdat ik zwartgemaakt word door opstandelingen, tegen mij
en tegen het koninklijke gezag. Ze hebben een karveel gekaapt.
Laat me uitpraten.
Ik vraag u, Majesteit: Waarom zijn ze niet gestraft?
Waarom mogen ze mij zo onteren? - We zijn in Spanje, niet Hispaniola.
En u beslist niet wie er al dan niet moet worden gestraft.
Zolang broeder Linares niet gestraft wordt,
worden zijn leugens over mij en mijn daden groter.
Maar veel hebt u niet gedaan als je naar de inkomsten kijkt.
Ik begin nog maar pas. Hispaniola is maar één eiland.
Ten westen ervan ligt het rijke continent Azië.
Geen beloften meer.
We vechten tegen de Fransen en richten een koninkrijk op.
Geef me dan schepen en u kunt allebei doen. Ook Jeruzalem bevrijden.
Niks doet uw vertrouwen wankelen. - Valse beschuldigingen alvast niet.
Is het waar wat hij vertelde,
dat de indianen niet kunnen worden bekeerd?
Dat is helemaal niet waar.
Waarom slaagde hij er dan niet in? - Omdat hij ook niet wou slagen.
Dat kan ik niet geloven. - Ik ook niet, admiraal.
Vervang Linares dan en u zult wel zien.
Ik ben het eens met de admiraal.
We volgen uw raad op en vertrouwen op iemand anders.
Dank u, Majesteit.
Ik hoop nieuwe ontdekkingen te doen die van u machtige heersers maken.
Waar is de onderkoning? - In Spanje.
Wie heeft er dan de leiding? - Zijn broer, Bartolomeo.
Hoe kon jij overleven terwijl alle anderen omkwamen?
Ik leefde niet in het fort. Ik woon alleen.
Met een indiaanse. - Dat komt mooi uit.
Intussen werden je kameraden afgeslacht.
Met alle respect, uw broer zou God gedankt hebben voor mijn leven.
Maar u doet alsof ik een misdadiger ben.
Waar is dat indiaanse meisje? - Ver weg. We leven samen.
Je komt toch terug naar je landgenoten?
Ik schaam me voor mijn landgenoten. Daarom kom ik ook.
Er is een nieuwe officier gestuurd. - Kapitein Mardan.
Zijn mannen verkrachten en stelen.
Er verhongeren kinderen omdat een Spanjaard evenveel eet als een gezin.
Als een stakker dan wraak wil nemen, wordt zijn hele dorp uitgemoord.
U moet hier toch van gehoord hebben?
Ik heb ervan gehoord van Guacanabo, maar nog nooit van een Spanjaard.
Als jij nog een Spanjaard bent.
Als u denkt dat ik lieg, ga dan zelf kijken.
Waarom hebt u ze opgehangen? - Ze vielen ons aan.
Omdat jullie verkrachten en stelen. - U overdrijft.
Mijn mannen nemen wat ze vinden. - Ik vraag alleen dat u ze intoomt.
U wilt toch geen oorlog uitlokken? - Ik erken uw gezag niet, adelantado.
Jullie Colombo's zijn heerszuchtig. Ga maar liever weg.
U wordt gearresteerd voor insubordinatie.
Grijp hem.
Het wachten moet vreselijk voor u zijn, admiraal.
Maar veel hovelingen willen dat u er nooit meer heen gaat.
Weet ik, Majesteit. - Ik hoor daar niet bij,
maar ik kan niet alleen handelen.
Vanaf het begin geloofden wij dat het spirituele aspect
belangrijker was dan het materiële.
Anderen zijn het niet met ons eens. En dat zullen ze ook nooit zijn.
Ik heb altijd meer waarde gehecht aan uw gevoelens.
U krijgt weldra toestemming om uit te varen.
En ik heb u ontboden om u raad te geven. Of nee...
Om u te waarschuwen.
U moet hen tevredenstellen die willen winnen bij uw ontdekkingen.
Anders leggen ze u aan banden. - Dat begrijp ik, Majesteit.
Ik was blij dat ik terug in Isabella was. Er was ook blij nieuws.
Broeder Pane, die de wetten van de indianen bestudeerd had,
was beginnen te bekeren.
Er was ook een nieuwe nederzetting, Santo Domingo, in het zuiden.
Maar dat was nog niet alles.
Mannen van Guacanabo lokten die van Mardan in hinderlagen.
En ze werden steeds stoutmoediger. Ze zijn in opstand gekomen tegen ons.
Heb je met hem gepraat? - Onmogelijk.
Guacanabo was een bondgenoot. - Tot hij moe getergd was.
Door Mardan, maar ook door Castillo.
Ik moest de indianen wel hard laten werken.
Jij hebt je deel wel genomen. - Van wat je niet gestolen had?
Weet wel, admiraal, ik aanvaard jou als mijn overste om jouw daden.
Maar die kerel teert op jouw naam. - Genoeg.
Wat is de kracht van Guacanabo? - Meer mannen.
Hij moet worden verslagen voor hij bondgenoten kan vinden.
Ze komen hierheen.
Hoeveel? - Weet ik niet. Veel meer dan wij.
We wachten ze hier op.
Doe wat je doen moet.
Mannen met haakbussen. Links en rechts opstellen.
Zwaarden trekken.
Oprukken.
Mijn dorp.
Ik moet naar mijn vader en moeder. - Nee, je kunt niks doen.
Je hoeft niet mee, maar ik moet ze helpen.
Dan gaan we samen.
Roep je mannen terug. - Ze hebben gewonnen.
Ik beveel het je. - Ze willen een beloning.
Zijn ze dan slagers? - Nee, soldaten.
Hoe durf je ze te beledigen?
Ik doe mijn best.
Kijk daar.
Doe de poort open.
Meekomen.
Maak hem [os. - Dat zou ik niet doen.
Doe wat ik zeg.
Laat ons alleen.
Je bent een man van eer, Guacanabo.
Beloof me dat jullie in vrede zullen leven als ik je laat gaan.
Er kan geen vrede zijn onder ons
tot jullie dit eiland allemaal verlaten hebben.
Begrijp je dan dat ik je niet kan laten gaan?
Doe wat je doen moet.
We kunnen de gevangenen geen eten blijven geven.
Je hebt anders genoeg van mijn soldaten afgenomen.
Ze blijven plunderen. - Zij moeten ook eten.
Manzanillo, een dodelijk gif.
De gevangenen eten het op om aan ons te kunnen ontsnappen.
Aardig van ze. Nog even en ons probleem is opgelost.
We kunnen ze niet vrijlaten en ook niet doden.
We kunnen ze niet laten sterven in gevangenschap.
Er is maar één oplossing. Ze druist in tegen mijn overtuiging.
We moeten de gevangenen naar de slavenmarkten van Sevilla brengen.
Daar kunnen ze een leven opbouwen.
En christen worden.
En trouwens, ze brengen goud naar hen die erom gevraagd hebben.
Coana, waar is ze? - De wond is nog meer ontstoken.
Ik moet Coana zien. - Wie is Coana?
Een indiaanse, denk ik. Hij vraagt al de hele tijd naar haar.
Wat heeft hij? - Een steekwond.
Opgelopen in het dorp van Guacanabo. - Mijn zoon.
Wie is Coana?
Ik hou van haar.
Hoort ze bij de stam van Guacanabo?
Ik moet weer gaan varen.
Ik moet naar het zuiden varen, naar het nieuwe continent, Azië.
Het moet daar ergens liggen, al blijft het ons ontglippen.
Ik wil hier graag de leiding houden. - Ja, natuurlijk.
Maar wees streng. Geef onze vijanden geen wapens tegen ons.
Vertrouw me maar.
Jij bent het.
Ik was bang dat je...
Wil je hier bij me blijven?
Ik kom je wel halen.
Je moet weer sterk worden, Federico. Ik wil niet leven zonder jou.
Ik voer naar het zuiden.
Maar terwijl ik naar nieuw land zocht, werd mijn positie ondermijnd.
De aankomst van de gevangenen, na een zwarte reis, maakte het nog erger.
Bijna tweehonderd waren omgekomen en waren overboord gegooid.
Veel jonge vrouwen waren zwanger en ziek.
Koningin Isabella was woedend, als vrouw en als koningin.
Ferdinand was ook niet tevreden met het goud dat de gevangenen brachten.
Deze eilanden hier en dit hier...
die kennen we al.
Kun je ons vertellen over de plaats die Ciguare heet?
Er zijn prachtige steden.
De inwoners dragen rijke gewaden en zijn gewapend met zwaarden.
Het zijn ook handelaars. Heel veel goud.
Een grote rivier die landinwaarts stroomt, stroomt naar hen toe.
Hoe ver is Ciguare hiervandaan?
Negen dagen stappen. - Negen dagen stappen...
Hij heeft het over de rivier Ganges.
Van Marco Polo. Ze ligt net tussen Cathay en Indië in.
Het moet Ciguare zijn.
Over negen dagen vinden we wat we al jarenlang zoeken.
Admiraal, er steekt een storm op. Er steekt een storm op.
De gevreesde storm leek weer een zondvloed.
Het waaide dagenlang zo hard dat we vreesden weggeblazen te worden.
De mannen zwoegden om ons drijvende te houden.
Help me, Diego. Rustig maar, admiraal.
Je ziet er steeds beter uit. - Ik kan mijn arm zelfs bewegen.
Mooi. Coana is op de binnenplaats. - Bedankt.
Goeiemorgen, liefste.
Jij niet. Ze hebben honger.
Ik ook. Heb jij dit klaargemaakt?
Zorg jij voor de kinderen?
Goed.
Kom mee.
Hoe gaat het met hem? - Goed.
Dankzij Diego.
Ik mis het lawaai van de storm. - Hij is gaan liggen.
Maar het schip lekt. We moet een haven aandoen om het te repareren.
Help me overeind. - U moet rusten.
Als we terug in Isabella zijn. Het is niks.
U lijdt pijn. - Vaar naar het noordoosten.
Bedankt, goeie vriend.
Admiraal Colombo?
Ik moet u arresteren van de koninklijke gezant, don Bobadilla.
Hoezo, de koninklijke gezant, don Bobadilla? Waar is uw bevel?
Sla hem in de boeien.
Mijn vriend.
Don Bobadilla, op wiens bevel arresteert u de onderkoning?
Op bevel van Hunne Majesteiten. Lees maar.
Dit bevel is uitgevaardigd op 21 maart 1499.
Ik moet de schuldigen grijpen en veroordelen.
Waaraan ben ik schuldig?
U onderdrukt de Spanjaarden en voert een wrede oorlog met de indianen.
Dat is niet waar.
Wel volgens deze verklaringen. - Leugens. Smaad.
Toen ik aankwam, zag ik zeven Spanjaarden bengelen.
Op bevel van de adelantado. - Ze zijn opstandig.
Die mannen zijn veroordeeld. - Omdat ze de Colombo's tegenwerkten.
Maar hoe dan ook, uw broer was te ijverig.
Hij had geen Spanjaarden mogen terechtstellen.
Hoe moeten wij regeren als we elkaar uitmoorden?
Waar is mijn broer nu? - In de bergen, met zijn soldaten.
Dan leeft hij nog.
Hij is opstandig. Hij moet zich meteen overgeven.
U moet hem daartoe aanzetten. - Nooit.
Want dan wordt Bartolomeo opgesloten.
Dan moet ik hem halen, ook al vloeit er dan veel Spaans bloed.
Ik heb uw bezittingen in laten pakken.
Bobadilla vaardigde een bevel uit waardoor iedereen goud mag zoeken
en maar één elfde hoeft af te dragen.
De gevangenen op Hispaniola zijn dus ook gek op hem.
De wereld draait om hebzucht. Niks anders.
Geloof ik niet. - Kijk naar jezelf.
Jij spreekt altijd rechtuit. - Uit vriendschap.
Had dit eiland maar aan mij gelaten. Ik had mijn vijanden wel opgeknoopt.
Ik zal zegevieren. Ik kom terug
om mijn fouten recht te zetten: onderdrukking en slavernij.
Onderdrukking? Door jou?
Het wordt heel anders na jou.
Maakt Bobadilla het jou ook lastig? - Nee, hoor.
Ik ben een Spanjaard en een hidalgo, jouw vijand en zijn bondgenoot.
Wil je op dit eiland blijven? - Nee, ik heb om schepen gevraagd.
En die krijg ik, want ik heb Azië, Cathay of Cipango nooit genoemd.
Alleen goud en zilver.
Vaarwel, mijn vriend. Jij bent de enige grote man die ik ken.
Wachter.
Ik kom wel terug.
Daarom, mijn broer, vraag ik je om je aan het koningspaar te onderwerpen
en om deze onwaardigheden te dulden,
in de overtuiging dat alles wel wordt rechtgezet in Spanje.
Ik kom mee.
Admiraal, ik ben kapitein Valdez.
Wilt u meekomen?
Waar gaan we heen? - Heb vertrouwen.
U wordt niet terechtgesteld, maar naar Spanje teruggebracht. Doorlopen.
We zijn uit de haven. Ik kan u losmaken.
Hunne Majesteiten hebben me laten ketenen.
Ik wacht tot zij me ontketenen.
Ik draag ze als een teken van hun dankbaarheid.
Dat begrijp ik.
Coana, we moeten hier weg.
Ik wil met je trouwen en je meenemen naar Spanje.
Ik wil met je trouwen. We horen samen.
Maar ik ga niet mee naar Spanje.
Er rest ons hier niks meer. Met de admiraal verdwijnt ook alle hoop.
Kijk, dit is alles wat je zou achterlaten.
Ik zou mijn volk achterlaten. Ze hebben me nodig.
Met broeder Pane kan ik ze helpen.
Iemand moet ze helpen. Ik mag ze niet in de steek laten.
Blijf bij mij.
Dat kan ik niet. Ik kan hier niet langer blijven.
Ik hou van je.
Ik zal hier altijd voor je zijn. Ik wacht tot je naar me terugkomt.
Ik blijf van je houden.
Grijp het touw.
De stille was een verrassing.
Ik voelde hun medelijden, maar wou het niet.
De kapitein besloot ons niet in de gevangenis op te sluiten,
maar in het klooster van La Rabida.
Wat heb je hem gevraagd? - Hoe hij hier terechtgekomen is.
Dat weet hij niet. Misschien maar goed ook.
Hij werd in Sevilla als slaaf verkocht.
Hij werd ziek. Zijn meester had met hem te doen en bracht hem hierheen.
Ik ken deze man. Ik ken hem zo goed.
Je had hem moeten zien zoals ik hem gezien heb.
Het lijkt zo lang geleden.
Wat zegt hij?
Machtige heer.
Machtige heer.
Kijk naar die machtige heer van je, Guacanabo.
Kijk wat hij jou en zichzelf aangedaan heeft.
Ik heb u een land geschonken groter dan Afrika en Europa, Majesteiten.
En hoe word ik beloond?
Mijn eer en mijn vrijheid zijn me ontnomen na valse beschuldigingen
die uit boosaardigheid en hebzucht voortvloeien.
Vader. Oom.
Er zijn redenen waarom de vorsten je niet eerder konden bevrijden, vader.
Er kan zo oorlog uitbreken in Italië. - Daar breekt altijd oorlog uit.
Ik moet gaan. De koningin wacht.
Als ik u beledigd heb, dan smeek ik u om vergiffenis.
Sta op, admiraal.
We wilden u niet laten arresteren.
Bobadilla moest een onderzoek instellen
en de schuldigen straffen.
We hadden nooit gedacht dat hij zijn opdracht zo zou opvatten
en dat hij u en de adelantado zou opsluiten.
Dat dacht ik, Majesteit.
Admiraal, we roepen don Bobadilla terug
en sturen onze trouwe gezant, don Nicolas de Ovando.
Commendador de Lares wordt de gouverneur en rechter op de eilanden.
Maar ik wil zelf graag meteen naar Hispaniola terugkeren.
We dachten dat u hier wel zou willen uitrusten, in Spanje.
Uitrusten? De aardige woorden van Hare Majesteit waren genoeg.
U eist te veel van uzelf, admiraal. Wij vragen alleen
welke raad u de nieuwe gouverneur kunt geven.
Net voor we naar Hispaniola terugkeerden,
verkenden we een kust die maar negen dagen van Cathay verwijderd was.
Zo dichtbij waren we. Zo dichtbij.
Wat wilt u, admiraal? - Nog een expeditie.
Laat me op verkenning gaan en geef me mijn rechten op Hispaniola terug.
Er moet nog zoveel gebeuren.
Ik heb gebreken, maar ik ken het eiland en de bevolking.
Ik weet dat ik het goed kan maken. - Goed, admiraal.
Vertrouw ons. We doen ons uiterste best voor u.
Ik begrijp het, Majesteit.
Het is altijd onze vurige wens geweest, en dat blijft zo,
dat u overal met de grootste eer en met respect behandeld wordt.
Ik ging naar huis en wachtte. Weken, maanden.
Alles, mijn dromen, mijn missie, mijn leven waren tevergeefs geweest.
Beatriz troostte me, maar we praatten niet meer over trouwen.
Het ging nu niet meer om mijn loopbaan,
maar om die van Diego.
Vader, vader.
De koningin ontbiedt je.
Voor een expeditie naar Indië? - Ze is zwaar ziek.
Nee, dat kan niet waar zijn.
Ik kan mijn lijden beter dragen dan dat van haar.
Ze ontbiedt bijna niemand meer.
Dit is een grote eer. Ze praat vaak over u met de koning.
Ze is u altijd blijven steunen.
Sta op, admiraal.
Ga zitten.
Uw zoon hemelt u zonder ophouden op.
Hij vertelde me over uw wanhoop. Het deed me verdriet om dat te horen.
Het spijt me, maar ik kan de waarheid niet ontkennen.
Ik heb gefaald. - Admiraal,
hoe durft u te zeggen dat u gefaald hebt?
Ik heb Cathay nooit bereikt.
Ik heb maar een handvol heidenen bekeerd.
En ik heb ook geen goud gevonden om Jeruzalem mee te bevrijden.
U moet kijken naar wat u wel bereikt hebt.
Uw hele leven is een zegetocht.
Wat heeft God meer gedaan voor Mozes...
of voor David, Zijn dienaar,
dat Hij niet voor u gedaan heeft?
De poorten van de oceaan,
die vergrendeld waren met machtige ketenen,
die hebt u opengegooid.
U hebt ons...
een heel nieuwe wereld geschonken.
Een wereld zonder grenzen.
Daar zal de rijkdom vandaan komen
die van Spanje het machtigste land op aarde maakt.
Daar zal het christendom groeien en bloeien.
Nieuwe en grote volkeren zullen worden ontdekt.
Schitterende nieuwe steden zullen worden gebouwd.
U hebt ons,
de hele mensheid,
een toekomst gegeven.
Schep vreugde in uw leven, admiraal.
Schep er vreugde in.
Ik heb dit alleen bereikt met uw hulp,
mijn koningin.
U bent mijn bron van hoop en van inspiratie.
Mijn redder.
Ga met God.
Ik heb mijn koningin daarna nooit meer gezien.
Of het door haar inspiratie kwam of door mijn koppigheid en volharding,
ik jaagde mijn droom weer na en schreef het hof vele brieven.
En eindelijk wou de koning me ontvangen.
Admiraal, ik wil u het goeie nieuws vertellen.
Ik mocht het u vertellen voor Diego, die we hoog hebben.
Ik stem in met de verloving van uw zoon met mijn nicht doña Maria.
Dat is goed nieuws, Majesteit. U bewijst ons een grote eer.
Gefeliciteerd, mijn zoon. - Bedankt, vader.
Het was een laatste wens van de koningin
om ons geschil vriendschappelijk op te lossen.
Ik deel die wens, Majesteit.
Ik wil mijn koning graag dienen tot mijn dood.
Dan zijn er geen problemen.
Zijne Majesteit stelt voor, en ik raad u aan om erop in te gaan,
om uw overeenkomst met de kroon te verbreken.
Want u kunt zich er niet meer aan houden.
In ruil daarvoor krijgt u het hertogdom Corrion de los Condes
met alle bijbehorende voorrechten.
Begrijp ik dit goed? Moet ik een wereld inruilen voor een hertogdom?
Die wereld is niet van u, maar van Spanje.
U hebt mij en mijn erfgenamen die rechten gegeven.
Ik ben gouverneur, onderkoning en admiraal.
Ik geef mijn rechten en die van mijn familie nooit op.
Dan moet u maar een invloedrijk man zoeken om uw belangen te verdedigen.
Ik zal de kroon nooit aanklagen.
Ik wacht liever tot u inziet dat we dezelfde belangen hebben.
U bent een groot man, admiraal, maar waarom moet u toch zo koppig zijn?
Koppig? Zou Indië van u zijn als ik niet zo koppig was?
Zouden er hele vloten de oceaan oversteken?
Zou u zo machtig zijn als ik niet zo koppig was?
Admiraal. - Moet ik dit verraad aanvaarden?
Nooit, nooit, want zo koppig ben ik. - Genoeg.
Ga. Onmiddellijk.
Majesteit.
Germaine de Foix. Pas uit Frankrijk aangekomen.
Ze is zestien. Koning Ferdinand gaat met haar trouwen.
De sombere dagen na mijn aanvaring met de koning werden opgevrolijkt
door de vele bezoekjes van Diego en zijn mooie aanstaande bruidje.
Vader en moeder.
Ik heb nieuws. - Ga zitten, lieverd.
Zijne Majesteit heeft met me over Indië gepraat.
Hij belooft me weldra naar Hispaniola te sturen, als gouverneur.
Jou? - Ja, vader.
Dat is geweldig nieuws. Echt geweldig nieuws.
En als het zover is, hopelijk niet te gauw,
word ik de tweede admiraal van de oceaan.
Hij erkent mijn titel door jou aan te wijzen
als mijn opvolger.
Ik stelde hem voor om jou te sturen,
maar hij was bezorgd om uw gezondheid.
Dat geeft niks meer.
Je wordt een geweldige gouverneur.
Het is niet wat wij wilden, vader, maar we moeten ons erbij neerleggen.
Ik zal regeren zoals jij, rechtvaardig.
Dat zweer ik. - Dat zul je doen.
Dat zul je doen.
Mijn zoon.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.