Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Zo, nu beginnen we.
En als we aan het einde van het verhaal zijn, weten we misschien meer dan we nu
weten.
Je bent bekijker!
Niet doen!
Ik kan niet jullie bekijken, jullie!
Nee, ik niet!
Enig wat niet te willen!
Alleen vanwege... Alleen vanwege...
Hij heeft me gebeterd.
Nikijker!
Nikijker! Nikijker!
Nikijker!
Ze mogen niet kijken. Ze mogen niet kijken.
Stel maar.
Victor komt zo.
Nee. Nee.
Ik wil het niet.
Ik wil het niet.
Zet Victor mee.
Ik ga nu rechtstaan.
Ik zal weggaan.
Mijn naam is Marie.
U moet weten, madame, deze aanstelling is niet eenvoudig. Mijn zoon is...
...volharding is vereist.
U heeft een mooie stem.
Ruben? Ruben?
Ik wil je graag aan iemand voorstellen. Schikt het?
Ik zou je graag aan iemand willen voorstellen, Ruben.
Ze komt niet om je te wassen en te kleden. Dat zul je zelf moeten doen.
Marie Lee.
Zal ik het gordijn opendoen?
Het zou... Ruben, zo blijft er niemand.
Betaal u vooraf.
Waar is de bibliotheek?
Ik wil de boeken graag thuis lezen.
Ze hebben mij beloofd het eerst een maand te proberen.
Ik hoor haar niet.
Hier, neemt u deze mee.
Ik ben hier om boeken te lezen en dan ga jij niet voor mij verpesten. Stop met
bewegen en ik laat je los.
Stop met bewegen.
Dave.
Als je ooit één vinger naar mij uitsteekt.
Goed.
Je moet weg.
Ja.
Zo, nu beginnen wij. En als wij aan...
En dat is bijna het einde van het verhaal.
Zo ga je hem niet met boeken om.
Heeft hij zich gedragen?
Ja.
Tot morgen?
Deze heet Marie niet?
Ja.
Een verder?
Ik heb het niet gezegd.
Die blijft ook niet.
Niet kijken!
Niet kijken!
Niet kijken!
Hij kan hier niet weg.
Zo, nu beginnen we.
En als we aan het einde van ons verhaal zijn, weten we misschien meer dan we nu
weten.
Er was dus een spiegel, die al het goede en schone dat zich erin spiegelde, tot
niets ineen liet krimpen.
Maar dat wat niet deugde en slecht was, kwam duidelijk tevoorschijn en werd nog
lelijker.
Nu kon men pas zien hoe de mens haar te werkelijk uitzag.
De spiegel schudde en ziddende zo hard van al dat lelijks, dat hij in miljarden
stukken brak en als een regen over de aarde viel.
Als je wil, pak ik een ander boek.
Als iemand zo 'n scherp in zijn hart kreeg, werd het een ijsklomp.
In de grote stad woonde... Ik pak wel een ander boek. Ga verder.
Ze waren geen broer en zuster, maar ze leefden veel van elkaar.
Je kent het al.
Het wordt betaald om te lezen.
Lees.
In de grote stad woonden twee kinderen.
Ze waren geen broer en zus, maar ze hielden evenveel van elkaar.
Hij heette Kai en zij heette Gerda.
Buiten dwarrelde de sneeuw.
Dat zijn de witte bijen, zei de oude grootmoeder.
Hebben die ook een bijen, koningin?
vroeg Kai.
Ja, zei de grootmoeder.
De sneeuwkoningin.
Ze kijkt winternachten door de ramen naar binnen.
Die bevriezen dan zo mooi.
Alsof er bloemen opgeschoten zijn.
Kai zag alleen nog het lelijke.
Hij had zo 'n scherf in zijn oog gekregen. Wat een lelijke roze, zei Kai
Het was alsof ik een teken mijn hart kreeg.
Kai had nu ook zo 'n scherf in zijn borst gekregen.
Zijn hart werd langzaam een ijskloer.
Waarom huil je, zei Kai.
Hoe ziet hij dan zo lelijk uit?
Lelijk.
Je bent lelijk.
Je bent zo leeg. Wat ben jij leeg?
Je bent... leeg.
Hoe kan ik nou zo 'n kind paarden?
Alles is lelijk aan jou.
Alles. Een domme blik.
Een domme blik.
Leerlijk!
Praat ze wel eens terug.
Het is ruikelijk.
Hier ruik je het weer, papier.
Mensen stinken.
Hoe zie jij eruit?
Heb je donker of licht haar?
Rood.
Rood haar.
Ja, en lang.
Groen of bruine ogen?
Groen.
Het was heel mooi, maar van ijs.
Van verblindend, glinsterend ijs.
De sneeuwkoningin kuste Kai.
De kus drong door tot zijn hart, dat reeds half een ijsklomp was.
Het was even alsof hij zou sterven. Ik riep.
De sneeuwkoningin kuste Kaar nog eens en toen was hij Gerda vergeten.
Moet u het echt?
Ja.
U moet er kijken aan je.
Doe maar alsof u het leuk vindt.
Eergisteren zijn wij aan boord van twee met negen rinnen beladen slaven. Willem,
al je vluchtelucht nodig?
Bij wijze van kleding droegen ze amuletten en kleine leren broekjes.
We hebben er een paar gekocht.
Geen vrouwen, maar panen, hun broekje.
We hebben nog onderhandeld over struisvogelveren en een klein Abessijns
om langer aan boord te kunnen blijven en van dit schouwspel dat iets fraais had
te genieten.
***
Hoe ziet ze eruit?
Marie?
Ja?
Gewoon?
Met z 'n rood haar.
Dat zou je wel kunnen zien.
Groene ogen?
Ik geloof van wel.
Het is mooi, hè?
Ja, prachtig.
Ruben.
Dit er buiten toe, klinkt.
Ach jongen, toch laat mij dat dan.
Dit kan ik niet.
Wat? Wat doe je nu?
Je hebt kade handen.
Anders kan ik je niet zien. Zeg eens goed.
Waarom?
Heeft je moeder dat tegen jou gezegd? Nee, dat kan ik zelf zien.
Het is bloemen.
Kom je eraan?
Je ruikt het weer.
Nu we gaan maar in.
Ziet u al iets?
Nee, jongen.
En nu?
Ziet u nu al iets?
Wil ik Victor laten komen?
Nee, alsjeblieft. Nee, nee, nee.
Goed.
Zal ik je voorlezen?
Ik heb haar aangeraakt.
Zo kijk je.
Wat heb je nog meer gedaan?
We vergennen wel iets.
Gaan we bij mij in bed liggen?
Wil je niet weten waar ik was?
Jij hoort dicht bij de gangeraad.
Ga je wassen.
Wassen.
Je moet niemand nodig hebben, dan ben je van alles af.
Kan ik zien.
Nou, en?
Ga je wassen.
Heb jij een verhaal verteld?
Ik ga je niet wassen.
Nee, ik hoorde bij jou een verhaal.
Links.
Links.
Je mag wel kijken.
Mama?
Wat is er gebeurd?
Is Victor al weg?
Nee.
Goed. Prima.
Mag ik even naar je ogen kijken als ik hier toch ben?
Wat als we Marie vragen in huis te komen wonen?
Ze kan ook mama helpen.
Prima.
Prima.
Ik vraag het wel.
We gaan naar buiten. Nu?
Waar was je?
Zaterdag.
Het is niet gelukt.
Ik heb het niet.
Marie. Ik heet eigenlijk Neeltje Marie.
Mijn handen zijn bevroren.
Mag ik je vragen waarom ze naast te komen wonen, Marie?
Dan moet jij nu ja zeggen.
Je moet ja zeggen.
Nee.
Ja. Nee.
Ja.
Nee.
Ik krijg een koffer bij je.
Ja.
Ik laat je je kanaal zien.
Als je deze kamer niet goed vindt, zijn er nog meer.
Ja, deze is goed.
Ik ga niet slapen.
Kom bij me zitten.
Hou je ook nog van mij?
Je hebt er nog meer?
Kom je eraan?
Je stinkt niet meer.
Is hij er anders uit dan ik dacht?
***
Hoe oud ben jij?
21.
Neemt u maar niet de paard. Nee, nee, nee.
Nee, blijf er zitten.
Toe.
Alsjeblieft.
Dit is ook cool.
U heeft zich goed van uw taak kwijt.
Ik ben u dankbaar.
Vergeet niet dat u hier bent om te lezen.
Meer niet.
Heb jij nog nagedacht over wat ik je zei?
Durf het niet te geloven.
Geloof me, Kathleen.
Het leven is maakbaar. We leven in een nieuwe tijd.
En onvermoedigd om ernaar te handelen.
God, wat valt de moeder zijn?
Hij kan een brief schrijven.
Hij kan gaan zien.
Herinner je je kleur?
Ja.
Mijn vader heeft naar mij geoefend.
Toen bewist hij dat ik blind was.
Hoe ziet rood eruit?
Zoals dit.
Waar gaan we eigenlijk naartoe?
Naar Klopaz.
Nee.
En mijn mama?
Of wil jij je hele leeftijd hier blijven?
Ik wil naar Istanbul.
En jij?
Kom, verrassend.
Verrassend?
Doe ze maar open.
Wat is de verrassing nu?
Victor, dit is Marie.
Marie? Dokter Verbeke.
Nou, u bent... Ruben.
Victor heeft heel goed nieuws.
U leeft in een leugen.
Wie gaat hem de waarheid vertellen?
Die ziet hij.
En hij is de een.
U bedoelt dat liefde blind is?
Ben je bang?
Zenuwachtig.
En een beetje bang.
Het gaat vast lukken.
Hoe loopt dat sprookje eigenlijk af?
De sneeuw kan niet.
Ja.
Goed natuurlijk.
Heb je het niet keit?
Marie? Marie?
Waar ben je?
Marie?
We zullen je ogen verdorven met een nieuw medicijn.
Cocaine.
Je zult er niet veel van voelen.
Is Marie daar?
Naar uw collega.
Mijn complimenten.
Prachtig.
Prachtig.
En u wachten.
Maar het ziet er gunstig uit.
Zeer gunstig.
Waar is hij?
Ruben? Marie?
Stil maar.
Waar was ze?
Even hier.
Ruben?
Marie?
Stil maar.
Marie?
Ik ben hier.
Je moet je vermannen.
Is ze weg?
Is er iets gebeurd?
Er zijn zoveel mooie dingen daar buiten.
Je zult ze nu allemaal zien.
Zijn ze zo mooi als Marie?
Het is best lelijk om zomaar weg te gaan.
Toch?
Ruben. Ruben.
Ruben, je moet mij beloven dat je weer gaat eten.
Ruben.
Ruben, je moet zich wel bekendmaken.
Je mag je kamer houden.
Hoe gaat het met hem?
Kan hij zien?
Het is onbeleefd, uw kap op te houden, mevrouw.
Dat is mijn zaak.
Niet helemaal.
Als u zich niet in het openbaar durft tonen, wat belooft dat voor Ruben?
U mag meer moed tonen.
Wat komt u eens doen, mevrouw?
Ik ga het nu zien.
U bent tussen de 30 en de 40 jaar oud.
Welke toekomst denkt u Ruben te kunnen bieden?
Een collega van mij heeft een boeiende studie gemaakt over de menselijke ziel.
Sommige liedtekens zijn voor altijd.
Wist u dat?
Ik ben ervan overtuigd dat de moderne wetenschap nog veel meer zal kunnen
corrigeren in de toekomst.
Laat dat een troost zijn.
Victor, je moet mij iets beloven.
Ruben is kwetsbaar.
Wees geduldig.
Laat hem zien hoe mooi de wereld is.
Verloof me dat jij hem dat laat zien.
Hij zal het allerbeste dat de wereld te bieden heeft zien.
Deze brief is van Marie.
Ruben, hij zal... bewaren.
Geef hem.
Op een beter moment.
Het is een nummer op.
Ik denk dat dit een goede lens is.
Is dat je bril?
***
Marie?
Op een gegeven moment heeft ze een advertentie geplaatst voor een
En... Dat is echt alles dat ik weet.
We komen hier samen wel door.
Wil je het nou wel een gedicht voorlezen?
Liggen ze recht?
Nee.
De eerste vrouw is niet de beste.
Het is de eerste.
Weet jij meer?
Leer kijken.
Dan zul je het zelf zien.
Wat weet je?
Niet meer dan jij.
Ik zal jou eens wat laten zien.
Ga maar kijken.
Goed kijken, Ruben.
Marie?
Marie? Wat is er, lieverd?
Ik dacht dat u iemand anders was.
Zoek jij Marie?
Ja.
Kom.
Hij zoekt Marie.
Ik ben ook Marie.
Ik ben ook Marie.
Wij zijn allemaal Marie.
Kom eens door mama, kom eens.
Zal ik iets voorlezen?
Victor heeft gezegd dat we heel goed voor je moeten zijn.
De sneeuwkoningin kust de kou.
Nee. Nee, dank u wel.
De kus drong... De kus drong door tot zijn hart.
Dat reed... Reed half een eisen... Stop!
De roep van het gouden wilkrijs niet dadelijk omhoog. Maar eerst komt er een
daling.
Kloe... Kloe... Het
vervolg van het...
Kutsuka is een weerberoemde courtisane. Ze had net een bad genomen. Ze stond ons
op te wachten met een gele herra besprenkeld schaap. Dat achter haar
een hondje. Het is een keizerlijk wijf. Goed in het vlees. Enorme ogen zitten in
de knieën. Zekster in de knieën.
Kutsuka is een weerberoemde courtisane.
Excuseert u mij. Kunt u mij misschien vertellen waar ik de boeken van Andersen
kan vinden?
Ik ben u niet bekend meer.
Excuseert u mij.
De boeken van Andersen, waar vind ik die?
Mag ik u wat vragen?
Kan ze dit?
Ze had echt eerst moeten lezen.
Zou je zo vriendelijk kunnen zijn om niets voor te hebben?
Hij zat helemaal stil.
Stijf en koud in de kille lege zaal.
Zij herkende hem meteen.
En vloog hem om de hals.
De tranen rolden over haar rode mannen.
En vielen op zijn borst.
Zijn ijs hart op.
Ze kuste.
Ze kuste zijn oog.
Hij weende.
Ze kuste zijn handen.
Zijn wangen.
Hij bloosde weer.
Dranen spoelden scherp uit zijn ogen.
Hij herkende haar.
Wat zie je?
Wat zie je nu?
Marie. Nee.
Niet waar.
Niet meer.
Jij bent ook weg.
Jij kreeg ogen.
Zie je me mooi?
Wij dachten, het bleek nooit het goede moment.
Ze willen niet gezien worden.
Mijn lief, mijn alles.
Als je deze brief leest kun je zien hoe wonderlijk mooi de wereld kan zijn.
Ik heb me nooit mooier gevoeld als door jouw handen bekeken.
Lief, mijn lief.
Zoek mij met je handen en oren.
Ik heb het geluk de grootste liefde te hebben gekend.
De zuiverste.
Ware liefde is blind.
Voor eeuwig.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.