Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Hij zal nu opknappen.
En als er iets is, kunt u me bellen. Zelfs morgen.
Dank u wel.
Kijk, Charly.
Kom dan.
Kijk...
Zie je?
Je mag hem aaien.
Kijk dan.
Goed zo.
Het vliegtuig
Kijk dan, mam. Het sneeuwt!
Goeienavond.
Hier. Voor een lekkere maaltijd vanavond.
Bedankt. Da's heel aardig.
Geen dank. Prettig kerstfeest!
Bedankt. U ook!
- Mama... - Ja?
...is papa er als we thuiskomen?
Ja. Hij zou vanmiddag terugkomen.
Zou hij aan mijn fiets gedacht hebben?
Had je hem daarom gevraagd?
Al heel lang geleden. Ik schreef het hem zelfs.
Charly, kom me helpen!
Stroop je mouwen op.
Het sneeuwt!
Kom, kinderen. Ze wachten op ons.
Het sneeuwt!
De cadeaus!
De cadeaus! De cadeaus!
Waarom komt papa niet?
Hij belde net. Hij komt vannacht terug.
Je zult hem morgenochtend zien.
Papa.
- Sliep je niet? - Ik wachtte op je.
Heb je mijn cadeau?
Ga terug naarje bed. Snel! Ik kom eraan.
Vooruit!
Hier.
- Vind je het niet mooi? - Jawel...
Goed. Het is laat, je moet gaan slapen.
We spelen er morgen mee. Oké?
Ben je boos op me omdat ik te laat thuis was?
We hadden twee dagen storm. We konden niet vliegen.
Ik had vanavond bij jullie willen zijn.
Soms wil je dingen op een bepaalde manier doen,
maar dat lukt niet altijd. En daar kun je niets aan doen.
Dat is de reden niet.
Wat dan wel?
Ik zou met kerst een nieuwe fiets krijgen.
Je hebt een vliegtuig gekregen. Da's nog beter.
Iedereen heeft een fiets.
Maar met een vliegtuig kan je niets doen.
Kun je niets doen met een vliegtuig? Kijk.
Je kunt het laten opstijgen.
Je kunt het laten zweven.
Je kunt...
Je kunt er heel veel dingen mee doen. Wat je maar wilt.
Maar het geeft niet...
Ik zet het boven op de kast,
en ik kan het voor je pakken wanneer je wilt.
Ik zet het vooraan.
Dan is het, als je voor je inslaapt naar het plafond kijkt,
net alsof je naar de lucht kijkt.
En ik zal morgen met mama over je fiets praten.
Misschien krijg je hem voor je verjaardag.
Ben je niet meer boos?
Je moet nu slapen, mannetje.
Droom fijn.
Welterusten, papa.
Ah, je bent er.
Charly was wakker. Ik zag hem.
Ik heb hem zijn vliegtuig gegeven.
- Was hij blij? - Nee. Teleurgesteld.
Hij verwachtte een fiets.
Ik heb er dag en nacht aan gewerkt
zodat het vanavond klaar zou zijn en...
Jij bent degene die teleurgesteld is.
Het is een prachtig vliegtuig.
Ik zou er graag zo een gekregen hebben.
Heel graag.
Liever dan een fiets.
Krijg ik geen cadeau?
Het staat op de piano.
Wacht!
Au!
Wacht op mij!
Papa!
Papa.
Wat doe je daar? Ga naar binnen.
Ben je mijn cadeau niet vergeten?
Daar wil ik 't hier niet over hebben. Ga naar binnen.
Straks is de fiets die ik wil er niet meer.
Daar praten we later over! Ga naar binnen voor ik kwaad word!
"Charly, maak je geen zorgen.
"Ik ben je fiets niet vergeten.
"Ik wil je niet wekken, je slaapt zo lekker.
"Ik kom over een paar dagen terug.
"Je vader die van je houdt."
Mercedes, over zes dagen ben ik jarig.
Stil!
Dan krijg ik 'n fiets.
- Zeg dat niet. - Hoezo?
Dan krijg je het niet.
- Kijk. - Waar vond je die?
Let op...
Een muis!
Hé, ga zitten!
Ga zitten! Ga terug naarjullie plek!
Hé hé hé... Kom overeind.
Wat is dat?
- Wie bracht dit mee? - Mercedes, meester!
Mercedes, neem geen beestjes meer mee naar school.
Ik kan er niets aan doen. Hij is zelf in m'n tas gekropen.
- Dag, Charly! Tot morgen. - Dag.
Kom, Charly.
Charly, je zult nu heel dapper moeten zijn.
Er is vanochtend iets heel ergs gebeurd.
Je vader heeft een ongeluk gehad
en hij is dood.
Opa...
Ja, jongen. Wat wil je me zeggen?
Mag ik mijn huiswerk gaan maken?
Hij was een moedige en toegewijde man.
Hij had ervoor gekozen de staat te dienen,
een veeleisende keus
gezien de zware druk en plichten die ermee gepaard gaan.
Luitenant-kolonel Pierre Lassal kende ze
en aanvaardde ze geheel bewust.
Dat sprak voor deze man.
Het is waardig voor het leger te kiezen
en jezelf op te offeren om je land te verdedigen.
- Goedendag. Bent u Pierres vrouw? - Ja.
Xavier Montaigu. Ik werkte met uw man
in hetzelfde kantoor.
Ik ben zo vrij zijn spullen te komen brengen.
- U hebt een schitterend huis. - Dank u.
Uw man was een voortreffelijke piloot en buitengewone ingenieur.
Vermoedelijk de beste. Zijn dood laat een grote leegte achter.
- Is dat uw huisje in de Landes? - Kent u het?
Pierre sprak er vaak over.
Pierre werkte aan een geavanceerd programma.
We moeten zijn werk afmaken,
maar kunnen sommige documenten niet vinden.
- Bewaarde hij hier dingen? - Geen idee.
Pierre sprak zelden over zijn werk.
Als u iets vindt wat ons kan interesseren, bel me dan.
Zal ik doen.
Mama, wat zit er in die doos?
Spullen van papa uit het lab.
Waarom open je hem niet?
Ik open hem later.
Mam!
Mam?
Mam?
Mam.
"Charly, maak je geen zorgen. Ik ben je fiets niet vergeten.
"Ik wil je niet wekken,
"je slaapt zo lekker.
"Ik kom over een paar dagen terug. Je vader die van je houdt."
Mama!
Mama!
Mama!
Heb jij het vliegtuig op de kast gezet?
Het vliegtuig van papa... Heb jij 't op de kast gezet?
Nee. Hoezo?
Kun je me even komen helpen?
Wat een mooi vliegtuig.
- Waar is Mercedes? - Daar.
- Mercedes... - Sst.
Wat doe je?
Mercedes.
Sst.
- Wat doe je? - Dat is een geheim.
- Ik heb ook een geheim. - O ja? Wat?
Ik kan het niemand vertellen.
En als ik het mijne vertel?
Oké.
- Beloof je dat? - Ja.
- Jij begint. - Nee. Jij begint.
Ik begraaf mijn lievelingsvoorwerp in de grond
en doe een wens.
Als het voorwerp verdwijnt, wordt mijn wens werkelijkheid.
Nu jij.
Mijn vliegtuig vliegt. Het belandde uit zichzelf weer op de kast.
Dat kan niet. Ik geloof je niet.
Laat eens zien dan.
Vliegtuig, vlieg.
Vliegtuig, vlieg, alsjeblieft.
Waarom beweeg je niet? Ik weet dat je vliegt. Kom op!
Hé, vliegtuig, hoor je me? Geef antwoord.
Je loog om mijn geheim te weten te komen!
Charly, het loopt altijd slecht af met leugenaars!
Geef me een teken als je niet kunt vliegen.
Beweeg je vleugels of zeg iets.
Hé, vliegtuig, hoor je me?
Hé, vliegtuig, hoor je me?
Mama, ik wil niet naar school.
- Ben je ergens bang voor? - Ik wil gewoon niet.
Je moet naar school.
Waarom?
Ik ga weer werken. Ik kan niet meer op je passen.
Dan blijf ik wel alleen thuis.
Alle kinderen gaan naar school. Dus jij ook.
Ik wil niet zonder m'n vliegtuig gaan.
Goedendag, mevrouw. Is alles goed met je, Charly?
- Wil je je vliegtuig meenemen? - Ja.
Dat is een goed idee. Laat het aan de klas zien.
- Is dat vliegtuig van jou? - Hoe kom je eraan?
- Mijn vader maakte het. - Is hij echt dood?
Laat eens zien.
Geef hier.
Kom op! Opschieten!
Voor we beginnen, wil ik dat we Charly, die weer terug is,
welkom heten.
Welkom, Charly!
En ik wil dat er straks in de pauze
twee kinderen bij hem blijven en vertellen
wat we tijdens zijn afwezigheid deden.
Wie wil dat doen?
- En jij, Mercedes? - Nee.
Da's aardig van jullie. Bedankt. Dan zal ik het zelf doen.
Charly, wil je je klasgenoten je vliegtuig laten zien?
Dat geeft niet.
Pak jullie schriften en noteer wat ik op het bord schrijf.
Klinkers
Charly, wat is er?
Wil je ons iets zeggen?
Ga dan weer zitten.
Hou op!
Zijn jullie niet goed wijs?
Ga zitten!
Jij begon! Dus nou kappen!
Rustig!
Hoe deed je dat?
Ga terug naarjullie plek!
Hou op! Blijf zitten!
- Jullie blijven... - Hij begon!
Jullie blijven in de pauze hier!
Hij begon!
Kom op, beweeg. Laat het me zien.
Beweeg nog een keer, alsjeblieft.
Je leeft, ik wist het!
Licht één keer op om ja te zeggen en twee keer om nee te zeggen.
Ben je mijn vriend?
Ben je mijn vriend?
Ik smeek het je, vlieg. Ik smeek het je...
Kom op, vlieg.
Vlieg...
Pas op!
Mama, ik wil iets tegen papa zeggen.
- Wat wil je hem zeggen? - Dat mijn vliegtuig vliegt.
Waar is hij nu?
- Hoe bedoel je? - Waar is papa nu?
Denk je dat hij in de hemel is?
Dat weet ik niet.
Als je dood bent, ga je toch naar de hemel?
Ja. Sommige mensen denken dat, anderen denken iets anders.
- Dat hangt ervan af. - Waar hangt dat van af?
Dat hangt af van hun godsdienst, van hun cultuur.
Van heel veel dingen.
En wat denk jij?
Dat hij daar is waar we willen dat hij is.
Ik moet naar mijn werk.
Marieta zal op je passen. Zul je zoet zijn?
Ja, mama.
Er gebeuren heel vreemde dingen in dit huis.
Charly?
Charly!
Mevrouw, Charly staat op het dak! Wat moet ik doen? Kom snel!
Charly! Charly! Hoor je me? Geef antwoord!
- Charly! - Kijk uit, we komen je halen!
Ik ben bang dat hij zal vallen.
Vraag je vader met een ladder te komen.
Z'n vliegtuig vliegt.
Schiet op!
Charly...
verroer je niet.
Vlieg. Kom op, vlieg.
Vlieg.
Nee!
Charly, geef me nu antwoord.
Waarom klom je op het dak?
Ik wilde wegvliegen met mijn vliegtuig.
Maar het kan niet vliegen. Het is 'n speeltje.
Het vliegt wel.
Charly, hou op!
Dat kan niet!
Besef je wel datje had kunnen doodvallen?
Beloof me dit nooit meer te doen.
Beloof het me, Charly! Kijk me aan als ik tegen je praat!
Oké.
- Je mag er niet meer mee spelen. - Nee! Nee!
- Nee! - Laat los, Charly! Hou op!
- Charl y, hou o l - Nee! p.
Hou op, straks doe je je pijn. Hou op.
Geef het terug!
Laat de sleutel los.
- Ga hier zitten! - Nee!
Mama!
Mama, ik ben moe. Mag ik naar bed?
Ja, natuurlijk.
- Welterusten, mama. - Welterusten, schat.
- Hallo? - Xavier Montaigu?
- Met wie spreek ik? - Met Pierres vrouw.
Ah, hoe maakt u het?
- Dat is snel. - Ik heb me gehaast.
U zegt dat dit het werk van een speeltje is?
- Heeft Pierre het gemaakt? - Ja.
- Waar is het vliegtuig? - In Charly's slaapkamer.
Mag ik het zien?
Heeft uw zoon er een afstandsbediening voor?
Nee.
Ik neem het mee naar het lab. Ik breng het snel weer terug.
Waar is mijn vliegtuig?
Een collega van papa nam het mee.
- Waarom? - Om het te bestuderen.
Dat wil ik niet!
Je sprong bijna van het dak, het maakte alles stuk.
- Het is gevaarlijk... - Het is papa's vliegtuig!
Charly, hij brengt het terug.
Charly, geef antwoord.
Charly?
Charly!
Charly, ben jij dat?
Charly!
Charly!
Mercedes.
Mercedes, ik ben het, Charly.
Mercedes, word wakker.
Wat wil je?
- Je moet me je fiets lenen. - Waarom?
Leen hem me, alsjeblieft. Het is belangrijk.
Als je me niet zegt waarom, krijg je hem niet.
Heeft het met je vliegtuig te maken?
Ik leen je mijn fiets, maar ik kom mee.
- Is het nog ver? - Rij door.
Ik ben het zat. Nu moetjij fietsen.
- Hoorde je dat? - Dat zijn doden.
O ja? Denk je?
's Nachts komen de doden naar het bos.
Kom op nou!
Hier is het. Kijk.
- Hoe wil je daar binnenkomen? - Weet ik niet.
Pas op! Pas op!
Sst! Kom hier.
Kom!
Verstop je goed.
Help! Help! Help me! Help me, alsjeblieft!
Help! Help! Help me! Help me, alsjeblieft!
- Wat is er loos? - Help me.
Ik heb me pijn gedaan. Ik geloof dat ik iets gebroken heb.
Wat is er aan de hand?
Je hebt helemaal niets. Stel je niet aan. Sta op.
Dat gaat niet, het is gebroken.
Wat doe je hier zo laat?
Ik ben gaan fietsen en ben verdwaald.
- Dan gaan we je ouders bellen. - Ik kan echt niet opstaan.
- Je mobieltje ging over. - Dank je.
Wacht even. Zou je hier even naar kunnen kijken?
Kan dit vliegtuig vliegen?
Niets mechanisch. Het kan zweven, maar niet vliegen.
Dat denk ik ook,
maar Pierres vrouw zei dat het thuis rondvloog.
Dat verzint ze.
Wacht. Ik zal je iets anders laten zien.
Geen deukje, geen krasje, niets.
- Zoiets zag ik nog nooit. - Is het hier gemaakt?
Geen idee, en ik weet ook niet waarmee.
Ik ken dit materiaal niet.
Ik zou het in de kluis leggen
en morgenochtend vroeg de baas inlichten.
Nou, tot morgen. Rust wat uit.
- Hallo? - U hebt me net gebeld.
Charly is verdwenen en is spoorloos. Ik denk dat hij naar het lab gaat.
- Waarom? - Hij doorzocht Pierres spullen.
Het gebouw wordt bewaakt, maar als ik hem vind, bel ik u.
Blijft u thuis.
Ik leef opgesloten met honden in een donkere ruimte.
Ik wil niet terug. Het zijn m'n ouders niet.
Charly!
Charly, hoor je me? Geef antwoord!
Daar!
Pas op! Ren! Ren!
Er zijn overal militairen! Ren! Snel!
Blijf staan!
Charly.
Charly, pas op.
Ik wil het niet afpakken, ik wil 't alleen bestuderen.
Vlieg.
Vlieg.
Vlieg.
Ik smeek het je.
Hé?
Xavier Montaigu. Spreek wat in.
Au!
Laat me los! Laat me los!
- Je doet me pijn! - Ik bel de politie.
- Je doet me pijn! - Kom.
- Laat haar los! Hou op! - Kent u haar?
Ze is de dochter van mijn buren.
Neem haar mee, anders vil ik haar!
- Waar is Charly? - Weet ik niet.
- Waar is hij? - Weet ik niet!
Catherine, wat weet je van dit vliegtuig?
- Niets! - Pierre zei vast iets!
- Hoezo? - Het is belangrijk.
- Waar is Charly? - Hij vloog van het dak!
Mercedes?
Mercedes, ben jij het?
Je moet me helpen mijn vader te vinden.
Wees niet bang.
Wees niet bang, ik ben bij je.
Als we mijn vader gevonden hebben, gaan we hier weg.
Het toestel is niet erg precies.
Kijkt u hier rond. Als u verdwaalt, bel me dan.
Pas op, u kunt everzwijnen tegenkomen.
- Ga in de auto wachten. - Ik blijf bij jou.
- Waarom? - Ik ben bang voor everzwijnen.
Papa?
Papa?
Charly, ben jij het?
Hoorde je dat?
Dat is vast een everzwijn.
Charly!
Xavier, hoort u me?
Wat is er gebeurd?
Ik moet flauwgevallen zijn.
Zoekt u dit?
Het werkt niet meer.
We zullen de gendarmerie de zone doorgeven.
Dag, mevrouw.
Gaat u naar huis, mocht uw zoon terugkomen.
Ik zal u brengen.
Waar gaan we heen?
Ik breng je thuis. Je ouders wachten op je.
Ik wil metjou op Charly wachten.
Oké. Ik zal ze bellen.
Gendarmerie
Hou vol. Hou vol.
Daarboven kunnen we weer wegvliegen.
"Meteoriet gevonden in de Egyptische woestijn.
"Buitengewone materie.
"Om het lichtste en stevigste vliegtuig ter wereld mee te maken."
Wat doe je?
Waar ga je heen?
Toe, blijf hier. Blijf hier...
Alsjeblieft, blijf hier.
Blijf bij mij.
Ga naar huis en zeg niets.
- Waar ga je heen? - Da's geheim.
Ik wil met je mee.
Dat gaat niet. Je moet naar huis gaan.
Vooruit, snel!
Dag, mevrouw.
- Heeft u iets nodig? - Nee. Ik ben zo weer terug.
Waar ging ze heen?
- Wat zei ze? - Niks bijzonders.
Maar het leek alsof ze iets in de lucht zocht.
Is er iemand?
Is er iemand?
Charly!
Charly, ik ben het.
Hoor je me?
Charly, hoor je me?
- Waar hebt u hem gevonden? - Daarboven.
Wat heeft hij?
Misschien 'n zonnesteek, ik weet niet.
Waar is het vliegtuig?
Charly, hoor je me?
Probeer te bewegen.
Mama...
Ja. Wat is er?
Ik ben mijn vliegtuig kwijt.
Ga maar weer slapen.
Ga opzij!
Kijk uit!
Raak het niet aan!
Raak het niet aan!
Catherine! Raak het niet aan! Nee!
Stop! Stop!
"Stop!", zeg ik!
Stop onmiddellijk! Stop onmiddellijk!
Mama, waar zijn we?
Onderweg. We vertrekken allebei.
- Mama... - Slaap maar. Het zal nog even duren.
- Mama? - Ja?
- Waar gaan we heen? - Naar zee.
Waarom gaan we niet naar huis?
De mensen van het lab zoeken ons.
Ze willen weten hoe je vliegtuig gemaakt is.
- Ze hebben er nooit zo een gezien. - Omdat het magisch is.
Mama,
denk je dat we mijn vliegtuig zullen vinden?
Dat weet ik niet.
Vannacht ben ik van het dak van het lab gevlogen.
Ik heb boven de bomen gevlogen. Ik zag de huizen, de wegen
en het bos van boven.
Geloof je me niet?
Jawel.
Wat doe jij daar?
Kom.
Kom uit de auto.
Sst. Wacht hier op me.
Charly... Charly, word wakker.
Word wakker, we zijn er.
Kijk eens wie er is.
- Ik slaap hier! - Nee, ik!
- Nee, ik! - Ik!
- Ik slaap hier! - Nee, ik!
Ik slaap hier!
Zo kan-ie wel. Ga buiten spelen.
Mama!
Mama!
Kijk! Ik heb het in het zand gevonden!
Mercedes!
Vlieg.
Vlieg.
Doet je vliegtuig het niet meer?
Dank je wel.
Hier.
Als jullie uitgegeten zijn, gaan we slapen.
We moeten uitrusten, we zijn moe.
Welterusten. Droom maar fijn.
Welterusten.
- Mama. - Ja?
Mijn vliegtuig werkt niet meer.
- Weet je dat zeker? - Ja. Ik heb alles geprobeerd.
Ik praatte zelfs tegen hem. Het werkt niet meer.
Probeer het morgen opnieuw.
Ga nu slapen.
Als mijn vliegtuig niet werkt, kan ik papa nooit terugvinden.
En als ik papa niet kan terugvinden,
kan ik hem niet zeggen wat ik hem wil zeggen.
Als je hem iets wil zeggen, kun je tegen hem praten.
Hij antwoordt misschien niet, maar hij zal je horen.
Ga nu slapen.
Charly, je moetje vliegtuig begraven.
Charly.
Papa!
Charly...
Kijk me aan.
Je moet teruggaan naarje moeder. Ze heeft je nodig.
Je moet groot en sterk voor haar worden.
Ga terug naar haar.
Zeg haar dat ik aan haar denk.
Zeg haar dat ik van haar hou.
Weet je, Charly, ook al kun je me niet meer zien,
ik zal er altijd voor je zijn.
Zelfs als je een man bent geworden, je hele leven.
Kijk naar een vast punt in de lucht en je zult weten dat ik aan je denk.
Krijg ik een glimlach?
Ik wil je glimlach zien voor ik ga.
Papa!
Ik wilde je zeggen dat ik blij was toen ik het vliegtuig kreeg.
Dag, papa.
Mama, ik wil terug naar huis.
o ja?
En je vliegtuig dan?
Ik wil het niet meer. Ik laat 't hier.
- Weet je dat zeker? - Ja.
- Wie het eerste waar is? - Bij de kofferbak!
Mama?
Ik heb papa vannacht gezien.
Ik moest zeggen dat hij van je houdt.
Vertaling: Ilonka van Gerven Ondertiteling: Eclair Media
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.