All language subtitles for Maigret - Bruno Cremer - 44 - Signé Picpus

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Een knokpartij op de Boulevard Victor?

Met Pantheon vijf. Een moord op de Quai aux Fleurs?

- Nee, het is alleen maar een Bercy. - Een wat?

Kun je geen woorden gebruiken die iedereen gebruikt? Hobo, zuiplap...

Niemand zegt meer Bercy. Je werkt me op de zenuwen.

- Het spijt me, chef, ik ben nogal... - Er is géén helderziende vermoord.

- Oké, maar ik sla een mal figuur. - Nou en?

- U was er ook niet. - Is dat een verwijt?

Met de Tour de France hangt iedereen aan de radio.

Dus krijg ik die gek met zijn vloeibladverhaal op mijn bord.

Zegt hij: We moeten die helderziende redden. Ik moest toch iets doen?

Goed dat je heel Parijs hebt gealarmeerd. Dit is jouw zaak.

482 min of meer heldere helderzienden staan onder bewaking.

Je bent een echte held.

Zou het een flauwe grap kunnen zijn?

- Waar zit die kerel? - In het kantoor.

Haal je handen uit je zakken.

- Vooruit Mascouvin, vertel je verhaal. - Alweer?

Ik ben boekhouder bij de makelaars Proud & Drouin.

Al negen jaar. Ik heb nooit een misstap begaan.

Maar twee weken geleden nam ik 100.000 francs uit de kassa.

Mooi is dat.

Om speelschulden te betalen. Monsieur gaat al een poos om met de gravin.

Een voorname dame bij wie mensen van stand bridge komen spelen.

Hij heeft uiteraard verloren.

Ik kon niet betalen. Ik vroeg uitstel, maar kreeg die niet.

Ik was in paniek. Ik wilde mijn baas schrijven om het hem uit te leggen.

In het café vroeg ik iets om te schrijven.

Daar stuitte hij op het vloeipapier.

Om vijf uur vermoord ik de helderziende. Picpus.

Ik las het toevallig in de reflectie op mijn bril.

- Bobet gaat winnen. - Hou op over Bobet.

Toch wel gek, dat vloeipapier.

- Commissaris. - Ga maar, het is vast voor jou.

Chef, een helderziende is overvallen in de Rue St Antoine.

- Ben je nu opgelucht? - Zij stond niet onder bewaking.

Goed, we rukken uit.

Christiani, zijn ze aangekomen? Kom mee. En u gaat ook mee.

MAIGRET EN HET GEVAL PICPUS

- Wacht ik hier? - Nee, kom mee naar boven.

Goed dat u er bent. U staat ook goed bekend. We hebben niks aangeraakt.

- Een revolver? - Nee, een mes. Gaat u kijken.

- Ik ga liever niet naar binnen. - Ik blijf bij Mascouvin.

Toeval dat we zo snel verwittigd werden.

- Dag dokter. - Dag commissaris.

Dokter Grinbaum heeft het overlijden vastgesteld. Twee messteken.

De tweede zou dodelijk zijn geweest, niet dokter?

Mlle Jeanne, eigenlijk Marie Picard, 36, niet erkend helderziende.

Volgens de conciërge heeft ze fatsoenlijk cliënteel.

Niet erg spraakzaam, die conciërge. En ze stottert.

- Had ze klanten, vanmiddag? - Dat heb ik haar gevraagd.

Weet ik niet, zei ze. En dat niet alle conciërges nieuwsgierig zijn.

- En niemand heeft iets gehoord? - Het is rond vijf uur gebeurd.

- Hoezo? - Net tijdens de aankomst van de rit.

Op dat moment lette niemand op. Iets over vijf ontdekte de mademoiselle haar.

Mademoiselle?

Mlle Roy runt een herberg op het platteland, langs de Seine.

- Laat u mensen ook wel zelf praten? - Het spijt me, commissaris.

Het is mijn schuld, ik was te laat.

Jeanne had me gebeld. Ze wilde me zien. Maar met de herberg en zo...

Ze was in nood, daar ben ik zeker van. Ze wist dat haar iets zou overkomen.

Voor een helderziende is dat een koud kunstje.

Dat is niet grappig. Excuseert u hem.

Ik hou wel van humor, maar... U bent het ook gewend om misdaden te zien.

Daar raak je niet aan gewend, geloof me, echt niet.

Ik had vis voor haar meegebracht. Zeelt. Vanmorgen gevangen.

Was u al lang bevriend?

We ontmoetten elkaar 7 jaar geleden op een zangwedstrijd. Belachelijk, hè.

Dat is helemaal niet belachelijk.

- U bent zangeres? - Ja. Nou ja, ik wilde zangeres worden.

U hebt haar dus gevonden.

De deur was niet op slot. Ik riep haar, ik zei: Ik ben het.

Geen antwoord. Ik ging naar binnen.

Ze zat in die luie stoel. Het lichaam lichtjes voorovergebogen.

Ik dacht dat ze sliep. Ik raakte haar aan en toen viel ze. Zo is het gebeurd.

- Is het wapen gevonden? - Nee.

Zijn er meubels stuk?

De moordenaar is nergens anders geweest.

- Kan zij het niet gedaan hebben? - Met zulke polsen lukt dat niet.

Wat is dat?

- Is de deur gesloten? - Ik heb een slotenmaker laten komen.

Wat doet u hier?

Geef antwoord. Hoe lang zit u al in de keuken?

Ik weet het niet. Misschien een uur.

U was hier dus al om vijf uur?

Nee, ik ben al eerder aangekomen.

- Hebt u de misdaad gezien? - Is er een misdaad gepleegd?

Waarom hebt u zichzelf opgesloten in de keuken? Waar is de sleutel?

Ik weet het niet.

- Wat weet u niet? - Niets.

U heet soms toch niet Picpus?

Le Cloaguen Octave.

U bent 68 jaar oud.

St Raphaël. U bent scheepsarts in ruste.

Rue Cardinet 123.

Gaat u zitten, Mr Le Cloaguen.

Vertelt u eens wat u hier deed, in dit huis.

Niets. Ik was gekomen om haar te zien.

Om uw toekomst te laten voorspellen? Was u een klant?

Klant? Nou ja, in zekere zin.

Ik vind de sleutel niet. Misschien heeft hij hem uit het raam gegooid.

Laat maar. Zij heeft de deur op slot gedaan.

Waarom? Wat is er gebeurd?

Ze zei dat ze iemand verwachtte. Toen de bel ging, sloot ze me daar op.

- En toen? - Ze had me gevraagd om te wachten.

- Kwam u hier vaak? - Iedere week.

Al lang?

Al heel lang. Excuseer mij, vindt u het erg als ik... Kan ik wat tabak krijgen?

Alstublieft.

Hij doet wel vreemd.

Als die arme man schuldig is, mag ik...

Zoals ik zei, Picpus heeft de helderziende vermoord.

Breng die vent terug naar het bureau. Vooruit, dit is jouw zaak.

Mag ik ook weg? De herberg kan zonder mij niet...

U bent heel aardig, maar een herberg stelt niks voor.

Er is een moord gepleegd en voor het onderzoek...

U bent van streek, dat begrijp ik. Maury zal u naar het bureau brengen.

Hij zal uw verklaring noteren en dan kunt u gaan. U blijft ter beschikking.

Dat beloof ik. U bent heel lief, commissaris. Als ik nog iets kan doen.

Waar wacht je nog op, Maury? Op een promotie?

Kunt u me niet beter naar de politie brengen?

Waarom? Wilt u niet naar huis? Kom mee.

In ieder geval, het is niet de moeite... U hoeft niet...

U hoeft mijn vrouw niet te zeggen dat ik tabak gebruikt heb.

Dag madame.

Commissaris Maigret van de recherche.

Mijn hemel, wat is er gebeurd?

Ik wil eens met u praten.

Het spijt me. De meid heeft een dag vrij. En nu moet ik zelf...

Als u wilt gaan zitten, commissaris, alstublieft.

Kent u Mlle Jeanne? Een helderziende uit de Rue St Antoine.

Ze werd thuis vermoord.

Op dat moment was uw man daar. Hij zat opgesloten in de keuken.

Mijn man?

Maar Octave, wat deed jij daar bij die vrouw?

Niets. Ik was daar, dat is alles.

Giselle.

Mijn dochter, Giselle.

Kent u Mlle Jeanne?

Ze is doofstom. Ik ken die kaartlegster niet, maar mijn man ken ik wel.

Hij is dokter geweest op internationale schepen. Hij was buitengewoon goed.

Sinds hij terug is, is hij geen man meer als alle andere.

U hebt het vast wel gemerkt, hij is net een kind.

U snapt wat voor schade dat heeft berokkend aan ons sociale leven.

Het spijt me, maar ik moet u echt wel vragen of ik zijn kamer mag zien.

Aan zijn leven op zee heeft hij de zin voor eenvoud overgehouden.

Komt u maar mee.

Hij hoort eigenlijk een grotere kamer te hebben, maar dat wil hij niet.

Zelfs in zijn toestand. Als hij iets wil...

Ik weet niet wat u wilt drinken. Ik heb alleen water.

Zet jij een grendel op de buitenkant van je deur?

- Woont u hier al lang? - Tien jaar.

Sinds we verhuisden uit St Raphaël. Door zijn toestand.

Voor zijn verzorging zijn we hierheen gekomen.

Op het bureau kunnen we niks met hem aanvangen.

En als we hem nodig hebben...

Hij is er altijd. Soms loopt hij me voor de voeten.

Soms gaat hij naar buiten, ik weet niet waar naartoe.

Ik wist niet dat hij naar een kaartlegster ging. Om de toekomst te lezen?

U had gelijk. Ze zijn rijk. Ze ontvangen een rente van 200.000 francs.

Maar ze verstoppen de poen. Ze leven als sukkelaars.

Hij zit bijna aldoor opgesloten. Zijn vrouw zegt dat hij gek is.

- Hij weet wel veel. En de dochter? - Die is echt wel doofstom.

Jij die zo opmerkzaam bent, vind jij niet dat er iets ontbreekt in hun flat?

- Wat dan? - Raad eens.

Heb je daar één foto gezien?

Vind je dat niet vreemd, op hun leeftijd? Geen spoor van vroeger?

En wat zegt dat?

Wat dat zegt? Niks. Het is alleen een begin.

- Ik zei het al, je probeert te begrijpen. - Je observeert.

Precies. Jij blijft hier op wacht staan. Je weet maar nooit.

Om middernacht word je afgelost.

Hallo? Ja, ik ben het.

Ik weet niet hoe laat ik thuiskom.

Ja, zelfs in juli. Moordenaars nemen geen vakantie.

Zeg eens, zou jij op het idee komen om je man op te sluiten?

Nee, ik maak een grapje.

Luister eens, tot straks dan maar. Dag.

- Chef? - Hoezo, sta jij niet op wacht?

Ik heb me laten vervangen. We zochten u overal.

En je hebt me gevonden. Mooi werk.

Lach niet, de grote baas wacht op u.

Op dit uur? Wat is er? Dan moet het ernstig zijn.

Maury zal het u uitleggen.

U had gelijk, Maigret. Picpus heeft zijn helderziende vermoord.

Maar het zal even duren voor we onze kroongetuige kunnen ondervragen.

Het is mijn schuld, chef.

Ik heb Mascouvin verhoord, maar er kwam niks nieuws.

- Toen nam ik hem mee naar zijn club. - Naar de gravin?

- Dat was toch een goed idee? - En toen?

Er was geen auto beschikbaar, dus gingen we te voet.

Er was veel volk op de Pont Neuf. Hij is me ontsnapt.

- En je hebt hem niet gepakt? - Hij is in de Seine gesprongen.

- Hij klapte tegen een brugpijler aan. - Is hij dood?

Een sleepboot viste hem op. Hij ligt in het ziekenhuis, in coma.

- Dat verandert ineens alles. - Waarom?

Een getuige die zelfmoord wil plegen, is zeker medeplichtig.

Doe uw best, maar hou vooral de pers erbuiten.

- In juli is dat manna uit de hemel. - Ze hebben de Tour ook nog.

Het spijt me, chef.

Spijt zet geen zoden aan de dijk. En die vrouw?

- Welke vrouw? - Hou je me voor de gek?

Mlle Roy? Prévot nam haar verklaring op. Ze is naar huis.

U zei dat ze geen verdachte was.

Hadden jullie niet meer vragen?

En Le Cloaguen?

En die Mascouvin? Kende ze hem?

En die vis die ze naar de helderziende bracht? Niets?

We kunnen haar nog eens laten komen.

Om haar van streek te maken?

Weet je wat dat betekent als je je vriendin vermoord aantreft?

Voor jullie is dat routine, maar voor haar...

Goed, het is zomer. Leuke vakantie.

Goedenavond.

WIE IS PICPUS?

Een koffie.

- Brengt u me iets om te schrijven? - Alsof ik niks anders te doen heb.

Het spijt me, dat kon ik niet weten. Het gaat om die arme, hoe heet ie?

Hij kwam hier iedere ochtend. Als hij suiker vroeg, excuseerde hij zich al.

- Vroeg hij vaak iets om te schrijven? - Gisteren voor het eerst.

- Sindsdien heeft niemand dit gebruikt? - Ik sla de bestellingen op, meer niet.

- Hoe vaak vervangt u het vloeipapier? - Niet zo vaak.

- Ober? - Ik kom al.

DAT RAAKT KANT NOCH WAL.

Dag commissaris.

- Koffie, chef? - Nee, dank u.

- De baas wil weten of er nieuws is. - Is er nieuws?

Het rapport van het lab bevestigt wat u al zei.

De moordenaar stak haar in de rug. Hij moet onder de bloedspatten zitten.

- Er zat geen bloed op Le Cloaguen. - En het moet een potige kerel zijn.

Mlle Roy kan het dus niet zijn. En het vloeiblad?

Het handschrift is vervormd.

Zonder wetenschap dan maar. En, wat levert het mierenneuken op?

- Maury is gaan slapen. - Zelfs mieren hebben recht op slaap.

Prévot staat op wacht bij Le Cloaguen. Er is niemand weggegaan.

Ik ben dus naar de gravin gegaan.

- Je hebt er het leukste uit gekozen. - Leuk, bridge?

In een uur tijd heb ik een maand aan onkosten verspeeld.

En bovendien hadden ze me door.

Ik had nochtans een stijlvol hemd aan en een das met bloedrode streepjes.

En, wat voor antwoord kreeg je op je vragen?

Dat Mascouvin niet hun type was. Verbaast me niks. Die gravin, zeg...

Zelfs met haar kleren aan lijkt ze bloot, en ze is bloedmooi.

En de schulden van Mascouvin?

Ze beweert dat er bij haar alleen gespeeld wordt voor het plezier.

Het geld dient alleen om het spannend te maken.

Dat is niet chic, zegt ze, met haar onverstaanbaar accent.

Ze kent noch Le Cloaguen, noch Mlle Jeanne.

Noppes, dus. En, nog iets?

Er is een buurtonderzoek gedaan bij de helderziende.

De winkelier zegt dat de verkoopster iets gezien heeft.

We hebben haar hier laten komen.

- Waar is ze? - Op de gang. Wilt u haar verhoren?

Is het dat meisje dat zit te huilen? Zeg dat dan.

Ga zitten.

- Wat gaat u met me doen? - Hangt ervan af. Hebt u iets gedaan?

Nee, het is mijn baas die zegt dat ik iets gezien heb. Ik heb niks gezien.

Emma Guilloux zag een man naar binnen gaan iets voor vijf uur.

Wie was die man?

Mijn baas drijft de spot met mij. Hij zegt dat het mijn vriendje is.

- En hij heeft een mooie auto. - Wat voor auto?

Weet ik niet. Ik ken niks van auto's. Een grote cabriolet.

- Welke kleur? - Groen.

Een groene cabriolet. Ik snap het al, een knappe man in een cabriolet.

Ja maar, dat is alleen jaloezie.

Ze vinden het grappig dat zo iemand iets met mij wil.

Zeg eens, Emma, bent u al gaan dansen met hem?

Eén keer, heel fatsoenlijk. Hij kan alle meisjes krijgen.

Hoe heet hij?

Justin.

En zijn familienaam?

En hoe ziet hij eruit?

Dat is een makkie: lang, knap, elegant en dan ook nog lief.

En als hij je aankijkt, kun je zo in zijn ziel kijken.

- Blond, bruin? - Bruin. Maar hij heeft niks gedaan.

- U hebt hem naar binnen zien gaan? - Ik weet het niet.

- Hoezo, is dat ja of nee? - Ja, denk ik.

Wanneer ging hij weer weg?

Dat heb ik niet gezien. Er gaan daar zoveel mensen naar binnen.

- Ik zag ook een dame met een hoedje. - Lang, slank, bruin?

- Precies. - Vrij knap.

Nee, ik vind van niet. Ze heeft iets verwaands.

Wanneer was u voor het laatst bij uw vriend, thuis?

Ik ben nog nooit bij hem geweest.

U kent zijn adres dus niet?

Als u hem ziet, laat u iets horen.

Als hij niks gedaan heeft, is er geen probleem.

Christiani, breng de mademoiselle terug...

...en zeg tegen haar baas dat ze heel goed heeft meegewerkt.

Daarna maak je een lijst van alle groene cabriolets.

- Joseph Mascouvin. - Geen bezoek.

- Ik moet hem zien. - Mag niet.

- Ik vraag alleen waar hij is. - Ik zeg niks.

- Waar is hij? Welke kamer? - Het mag niet van de professor.

- Roep de professor. - Hij heeft vrij, vandaag.

- Houdt u mij voor de gek? - Dat is de wet. Die respecteert u toch.

Moet ik alle deuren openmaken?

Kamer 19. Maar u kunt hem niet spreken. Hij is buiten bewustzijn.

Ik zal hem geen pijn doen.

- Wat wilt u van hem? - Ik wou u hetzelfde vragen.

U zat aan zijn spullen. Ik roep de politie.

Commissaris, ik heb de professor gebeld. U mag bij de patiënt.

U wou de politie spreken? Ik luister.

Het spijt me.

Ik weet niet meer wat ik moet doen.

- Wie bent u? - Zijn zus, nou ja, zijn halfzus.

Berthe Janiveau, stenotypiste in het reisbureau van de Bastille.

- Madame of mademoiselle? - Mademoiselle.

- Vertel me maar over hem. - Over hem. Ik weet niet wat...

Ga zitten.

Mijn vader was timmerman in een dorpje in de Oisestreek.

Bij mijn geboorte waren mijn ouders al wat ouder. Na de Grote Oorlog...

Na mijn geboorte hoorden ze dat ze geen kinderen meer konden krijgen.

- Ze adopteerden een voogdijkind. - Joseph Mascouvin?

Hij is mijn broertje, zeven jaar ouder.

Na de dood van mijn ouders zorgde hij voor mij. Hij betaalde mijn studies.

Woont u samen?

Commissaris, we zijn niet echt broer en zus.

Toen hij zijn promotie kreeg, nam hij een echte flat voor mij.

- Hij kreeg dus promotie? - Ja, hij werd hoofdboekhouder.

En dat voor een voogdijkind, zei hij.

- Ik heb echt wel geluk. - U bent heel trots op hem.

Ja, dat is waar. Hij is gewoon perfect.

Hij is zo bescheiden. Zijn leven, dat is zijn werk, en ik.

En een beetje bridge.

Hij leert inderdaad bridge. Hij wou het me leren, maar ik snap er niks van.

Heeft hij geld verloren bij het bridgen?

Volgens mij speelt hij alleen bridge met het boek erbij.

Weet u of hij een reden had om te willen sterven?

Dat vraag ik me ook af.

Sinds kort vind ik dat hij wat vreemd doet, maar...

- Vond u dat hij vreemd deed? - Ik bedoel...

Iedere zondag komt hij naar mij toe.

We praten over mijn ouders, mijn toekomst.

Vorige zondag heeft hij afgezegd. Iets dringends op het platteland.

Op het platteland. Weet u ook waar?

Nee. Ik moest erom lachen, hij houdt niet van het platteland.

Als je vakantie wilt, moet je 't wel vragen.

Niet veel nieuws. Maury belde een uur geleden. De ouwe is op stap.

Hij praat met niemand. Hij zit bij de Seine en kijkt naar de vissers.

En de cabriolet? Ik dacht dat Justin al in mijn bureau zat te wachten.

Ik ga de kaartenbak vergelijken met de lijst van gezochte personen.

Het is warm, ik heb het ook warm. Het is weer om buiten te zitten.

Wie graag buitendienst loopt, dat kan. Zet je naam maar op de lijst.

Jammer voor Bobet, maar hij zal het zonder jullie moeten doen.

Carbonnier, jij schaduwt die verkoopster.

Vignon, jij volgt Berthe Janiveau. Ik geef je haar adres.

Maak haar niet aan het schrikken als het kan.

Christiani gaat kaartenbakken uitvlooien. Hij vindt dat zo leuk.

Zeg tegen Maury dat hij zich samen met jou bezighoudt met Le Cloaguen.

Dat was het. Nog vragen?

En u, chef?

Ik ga dit weekend naar het platteland.

- Met uw vrouw? - Dat weet ik nog niet.

Niet hier, dat is gevaarlijk. Ga de andere kant op.

Monsieur Maigret, ik had u niet gezien.

U hebt een mooie stem. U had zangeres kunnen worden.

Waarom hebt u niet doorgezet?

Mijn vader dreef de herberg. Toen hij ziek werd, kwam ik hier.

- En hij is nooit genezen? - Jawel, maar hij had geen zin meer.

- Hebt u er spijt van? - Dat is het leven.

Als u Jeanne had gehoord. Zij had pas een mooie stem.

De tekst is vreemd. Roze kerselaars en witte appelbomen.

Terwijl kersenbloesem roze is, en appelbloesem wit.

- Dat zegt u als politieman. - Waarom?

Voor mij is dat poëzie, voor u is dat een valse getuigenis.

Ik wilde alles binnenhalen voor de regen, maar ik mocht niet.

- Dat is het platteland. - Dat maakt het leuk.

De familie Berger komt iedere week, vrijdag tot zondag.

Adèle en Jean zien elkaar alleen hier. Ik denk dat hij een dubbelleven leidt.

Ze nemen twee kamers.

- En ze gebruiken er maar een. - Dat is hun geheim.

En die man, daar?

Monsieur Blaise. Hij komt om alleen te zijn, en om te vissen.

Hij is gek op u. Hij zit aldoor naar u te kijken.

Waar moet u om lachen?

En Jeanne, kwam zij hier vaak?

- Ik wist dat u voor het werk kwam. - Ik kon ook een inspecteur sturen.

Ik zei het al, ze kwam altijd alleen. Ik was haar enige vriendin, denk ik.

- Waarom is zij niet gaan zingen? - Waarom laat je je dromen varen?

Ze heeft heel wat beroepen gehad. Bij wie moet ik mijn hart nu luchten?

Ik dans nooit met klanten, maar deze keer...

- Danst u? - Ik?

Ik weet niet eens meer hoe dat moet, dansen. Kom even zitten.

- Jeanne had een vriend. - Ze wilde niemand meer.

- Waarom niet? - Waarom neem je geen risico's meer?

Net zoals u?

Is dit een politieverhoor?

U kunt anderen goed laten vertellen, maar praat u ook wel eens over uzelf?

Nooit tijdens het werk.

Net zoals ik. Ik moet aan het werk.

Nee, Mme Maigret, het is geen uitje, dit is een onderzoek.

Anders had ik je wel meegenomen.

Dat was iemand die langskwam.

Je zou deze herberg maar niks vinden. Ik ken je.

Hij ligt langs de weg.

Ja, het is een vreemd onderzoek.

Een prettige dag.

Ik ontdek geheimpjes die niks met de misdaad te maken hebben.

Er zijn er nog wel meer, maar ze zitten beter verstopt.

Nee, ik ben niet echt geïnspireerd.

Zie je, het is echt niet leuk.

Goed dan, ja, jij ook. Je krijgt een zoen van mij.

Mr Maigret, telefoon voor u.

- Met Maury. Hoort u mij? - Tuurlijk, je hoeft niet...

Mw Le Cloaguen ging weg om elf uur. Ik volgde haar in de metro.

Ze stapte uit in Opéra, en toen nam ze een taxi.

Ik vond geen taxi om haar te volgen, dus stond ik daar.

- Stommeling. - Maar ik heb wel het nummer.

Chef, u gelooft me niet. Het nummer van de taxi bestaat niet.

- Kan ze dat expres gedaan hebben? - Waar ben je nu?

Ik ben teruggegaan. Volgens de conciërge was de ouwe nog weg.

Blijf daar en laat je niet meer in de luren leggen.

Hou me op de hoogte. Als ze opdaagt, let dan op de staat van haar schoenen.

Mooie vangst.

- Heeft hij ze met een net gevangen? - Nee, ik had aas in de boot gelegd.

Mr Blaise kent de goeie plekjes. Hij vist met levend aas.

Mag ik?

Neem me niet kwalijk.

Vignon, jij vist toch?

Als je een snoek vangt met levend aas, hoe ziet hij er dan uit?

Snoeken zijn gulzig. Om de haak eruit te halen, moet je hem openscheuren.

- Als de vis in goeie staat is... - Is hij met een net gevangen.

Hij liegt dus. Dank je wel.

Zeg eens, Mlle Roy...

...gewoon onder ons, wat denkt u van die monsieur Blaise?

Hij is een klant.

- Kende hij Jeanne? - Ik laat de klanten hun privacy.

Nee, nee, geef antwoord.

- Kende hij Jeanne? - Ze hebben elkaar hier vast gezien.

Mlle Roy, ik stel u een vraag.

Dat is uw beroep.

Mlle Roy, het is belangrijk, en misschien heel ernstig.

Het heeft er niks mee te maken. Het is mijn schuld.

Ik wilde ze koppelen. Ik vond ze geknipt voor elkaar.

Misschien had ze opnieuw kunnen zingen.

- En, is het gelukt? - Ik dacht van wel.

In het begin bloeide ze open, maar later spraken ze niet meer met elkaar.

Ik wilde weten waarom, maar ze liet niks los.

Mr Maigret, het is voor u. Mr Christiani.

Ik bel voor Maury. Madame is terug. Haar schoenen zaten onder het slijk.

Nu is haar man weggegaan. Maury volgt hem en ik kom in zijn plaats.

Chef, mag ik u wat vragen? U weet soms niet wie de rit gewonnen heeft?

Ja, ik weet het. Tot ziens.

Mademoiselle, mag ik even gebruik maken van uw bureau?

- Als u dat wilt. - Wilt u Mr Blaise bij me laten komen?

Mr Blaise is vertrokken. Hij vroeg iemand een lift naar het station.

Blaise, Rue Notre Dame de Lorette 25. Ja, het is vertrouwelijk, dat weet ik.

Mag ik de recherche, alstublieft?

Inspecteur Vignon.

Ga naar de Rue Notre Dame de Lorette. Een zekere Blaise zal straks komen.

Een lange man, pooiertype. Kijk goed wat hij doet.

Wilt u beschuldigd worden van valse getuigenis?

Een paar nachtjes in de cel, dat maakt je hoofd weer helder.

- Mr Blaise vangt zijn vis zelf, zegt u. - Weet ik veel, hij komt ermee terug.

Gaat u die vis voor hem kopen?

- Klopt dat? - Het is geen misdaad.

Ik moet de klanten dienen. Hij ziet een vrouw, en dat wil hij geheim houden.

Als hij terugkomt, denkt iedereen dat hij is gaan vissen.

Is hij teruggekomen? Prima.

Goed zo. Kijk wat je over hem te weten kunt komen.

Goed. Laat Le Cloaguen naar mij toe komen.

Morgen, natuurlijk.

Tot ziens, dan.

- Interesseert de Tour jullie niet meer? - De renners hebben een rustdag.

- Dan kunnen jullie werken. - We werkten het hele weekend.

- Dat weet ik. Bravo. - Ik weet meer over de helderziende.

Ze wilde eerst zangeres worden.

Maar om geld te verdienen naaide ze en opende een atelier Chez Jeanne.

Ze ging failliet, maar hield de naam. Sinds drie jaar is ze helderziende.

En de familie Le Cloaguen?

Zijn vrouw is in zijn plaats gekomen. Ze wil u spreken.

- Stuur haar naar huis. - Ze wil niet. U zult het zelf zien.

Dit kan echt niet. Ik zit hier al drie uur.

Het spijt me, maar u kunt beter naar huis gaan.

- Ik heb een oproepingsbevel gekregen. - Ik kijk het even na.

Madame, u bent wel degelijk Mr Octave Le Cloaguen?

Ik ben zijn vrouw. Omdat hij ziek is, kom ik in zijn plaats.

Op het eerste gezicht monsieur, madame, gaat het hier om een misverstand.

- Zo is het genoeg. Ga hem halen. - De ouwe komt niet zonder haar.

Haal hem en laat hem langs achteren binnen.

- Mijn vrouw was hier, zeiden ze. - Ze komt zo.

Goed, opnieuw.

Als er op de deur geklopt wordt, legt de helderziende de kaarten.

Ze duwt u de keuken in. Wat doet ze met de kaarten?

- Laat ze ze op het tafeltje liggen? - Dat zei ik al.

Inspecteur?

U weet zeker dat Jeanne als helderziende geen kaarten legde?

Ze gebruikte een pendule en een kristallen bol.

Het doet me pijn dat ik hem op een fout betrap. Hij is echt goed.

Ik geloof Mr Le Cloaguen, en hij zegt het omgekeerde.

Ik laat u alleen. Vecht het maar onder elkaar uit.

Zing het bekende liedje.

- En? - Mr Le Cloaguen vergiste zich.

Mijn vrouw heeft gelijk, ik ben gek.

Laten we eerlijk wezen...

...u hebt geen gelukkig huwelijk.

Ik snap best dat u elders wat genegenheid zoekt.

Alle mannen zijn gelijk.

- U was daar niet als klant. - Waar is mijn vrouw?

U was bevriend met de helderziende.

En u bent de enige die ons kan helpen.

Ik weet niets.

Ik begrijp uw discretie, maar we zoeken een moordenaar. Zeg op.

- Gaf u Mlle Jeanne financiële steun? - Nee.

U bent rijk. Dertig jaar geleden was u scheepsarts op een passagiersschip.

Er brak gele koorts uit, en het schijnt dat u fantastisch was.

U redde een rijke Argentijn en zijn dochter. Zij keerden u een lijfrente uit.

En toen bent u opgehouden met werken.

U hebt u geïnstalleerd in St Raphaël.

En dat mooie leventje hebt u geruild voor een bekrompen leven in Parijs.

Mijn vrouw zei het al, ik werd ziek.

En met de leeftijd werd uw vrouw gierig en dominant.

Waarom laat u dat gebeuren? Het is uw geld.

Ze zorgt voor mij.

Het is net zoals dat stomme ongelukje.

- Met de bijl gehakt in Parijs, klopt dat? - Nee, het was in St Raphaël.

Een van uw vrienden vertelde het.

Kent u hem?

U kent die man niet die u goed kent? En die Mlle Jeanne kent.

Monsieur Blaise.

Hij zag hoe u de sleutel door het raam gooide.

Dat is niet waar.

We hebben de sleutel gevonden.

U weet dat dat niet waar is.

Het is echt een arme drommel.

Ik ken niemand die zo gesloten is.

Mr Le Cloaguen...

...u hebt haar vermoord. In een vlaag van waanzin. En u sloot uzelf op.

Maar nee, ik ben wel gek, maar ik heb Marie niet vermoord.

U noemde haar Marie, bij haar echte naam.

U hoort bij haar intieme vrienden.

Ik heb hoofdpijn, ik ben moe, en ik heb dorst.

Ga twee biertjes halen.

Ga zijn vrouw halen.

Mr Maigret, uw methodes zijn ontoelaatbaar. Dit is pesterij.

Maar, wat doet hij hier?

Als de politie u oproept, komt u, met of zonder geweld.

U hebt hier niets te zoeken. Ga naar huis.

- Als u wilt, kunt u met haar meegaan. - Kom mee, Octave.

Bij oude koppels denkt de een dat ie weet wat de ander wil.

Nog even. Bobet wint bijna de gele trui.

- Hoe zit het met die cabriolet? - Ik zoek nog.

Heb je al nieuws van Mascouvin? Bel dan.

Als het niet te erg is, bel je zijn halfzus.

En verder wil ik dat iemand van jullie contact opneemt met St Raphaël...

...met de collega's. Ik wil een paar vragen stellen.

Eindelijk een kantoor waar de radio niet aan staat.

Ik zocht je, Maigret. Hoe staat het met de zaak Picpus?

- Het is ingewikkeld. - Anders hadden we u ook niet nodig.

Ik heb klachten over u. Ik heb een telegram ontvangen.

Monsieur, ik moet u vragen een paar dingen voor mij op te helderen...

...anders moet ik een klacht indienen.

In een herberg waar ik vaak kom, was dit weekend een man...

...die beweerde dat hij commissaris was, maar alleen pijp rookte...

...en aanpapte met de bazin, die het personeel vragen stelde over mij.

- Het gaat over jou, neem ik aan? - Dat neemt u goed aan.

Thuis bleek er een pseudo-inspecteur langs te zijn geweest bij de conciërge...

...met een vragenlijstje over mijn privéleven.

Ik merk dat ik achtervolgd en lastig gevallen word. Klopt dat?

Het gaat om die Blaise.

Die man denkt dat hij het slachtoffer is van een bende nepagenten...

...die hem willen oplichten, of dat zijn persoonlijke vrijheid in het gedrang is.

- Zou het die tweede hypothese zijn? - Dat zou je kunnen zeggen.

Hij nam contact op met het kabinet en de minister belde mij.

Je weet dat ik achter je sta, maar het moet ook niet te zeer escaleren.

Je moet uitkijken voor mensen met een zekere invloed.

- Heeft het te maken met uw Picpus? - Weet ik niet.

- Je volgt een spoor? - Was het er maar één.

Zoek het uit. En snel.

- Monsieur? - Voor monsieur Proud.

- Monsieur Proud? - Dat zei ik toch?

- Monsieur zelf? - Absoluut.

Mr Proud is vier jaar geleden gestorven.

Mr Drouin is toch ook niet gestorven?

Volgens de laatste berichten toch niet.

Als het om een klant gaat, ben ik gebonden aan absolute discretie.

Uiteraard.

Ik wou u alleen vragen, beschouwt u Mascouvin als een eerlijke bediende?

In het andere geval had ik hem niet in dienst gehouden.

Had hij hier een belangrijke functie?

Nou ja, gezien de wanhoopsdaad van die arme kerel, mag ik wel zeggen...

...dat ik hem vooral uit liefdadigheid hield.

- U had hem nochtans bevorderd? - Wie heeft u die onzin verteld?

Twee jaar geleden werd hij hoofdboekhouder.

Twee jaar geleden niet, en nu ook niet.

Hoor eens, u hebt vast gemerkt dat er geld ontbrak in zijn kassa?

- Baar geld, bedoelt u? - Ik heb het over 100.000 francs.

Alles gaat hier met cheque of overschrijving. Zo'n diefstal kan niet.

Een bediende kan toch geld verduisteren.

Mascouvin heeft nooit iets gepikt, omdat hij niet bij het geld kon.

- U bent erg overtuigd. - Het spijt me, u zit er glad naast.

Nog een laatste vraag, zonder dat u het beroepsgeheim prijsgeeft.

U telt een zekere monsieur Blaise onder uw klanten?

Heeft hij een grote portefeuille?

Hij heeft goede bankreferenties, maar voor ons is hij een hinderlijke klant.

De rentenier die uitblinkt in aarzelen en twijfelen.

Alles interesseert hem, maar hij verzilvert het nauwelijks.

Dat is een echte plaag voor ons.

In vijf jaar tijd heeft Mr Blaise een kleine villa gekocht in Nice...

...en een pachthoeve in Bretagne. Na tien eerdere pogingen.

Ik ben wat later.

Maak je vooruitgang bij het bridgen? Niet daar.

- Mag ik een biertje? - Voor mij ook nog een.

En, wat weet je over dat mens?

Ze noemen haar de gravin omdat zij het financiële graafwerk deed.

- Is ze zo knap als ze beweren? - Jawel, maar het is niet mijn type.

- En wat nog meer? - Ik heb een grote verrassing.

U zit toch goed? Joseph Mascouvin had geen schulden.

Hij heeft nooit schulden gehad.

- Weet je dat zeker? - Absoluut.

Als hij verloor, pakte hij zijn leren portefeuille en betaalde contant.

Mascouvin zei dat hij schulden had. Vindt u dat normaal?

Nee, dat is niet normaal. Maar er is niks normaals in die zaak van jou.

Ik heb een foto van Blaise getoond en ze kennen hem vaag van vroeger.

Dat is alles.

Nee maar, wat een ezel. Een driedubbele ezel.

- Wat heb ik gedaan? - Niks.

Als ik die brief schrijf, moet ik een naam hebben, maakt niet uit wat.

Kijk eens om je heen.

Hij heeft het niet ver gezocht. Picpus.

- Denkt u...? - Iedereen zoekt Picpus, en daar is ie.

Daar moet je een ezel voor zijn.

Zeg maar niks, anders staan wij voor schut.

Hallo, Christiani? Tuurlijk wist ik dat je sliep.

- We zijn bij u langs geweest. - Terwijl u naar uw werk was.

We wilden u nieuws brengen over uw halfbroer.

Hij is ontwaakt uit de coma, maar praten mag nog niet.

Hartelijk dank, ik was zo ongerust.

Wacht even. De conciërge liet ons binnen in uw kamer.

- Bent u bij mij geweest? Waarom? - We wilden een bericht achterlaten.

Het is mooi bij u, echt chic.

U hebt stromend water, warm water zelfs.

Ik wil niet indiscreet zijn, maar hoeveel verdient u per maand?

Zo'n 12.000. Dat is normaal, ik ben nog jong.

Ik ken er niks van, maar mijn collega was echt onder de indruk.

Die kast bijvoorbeeld is prachtig. Dat is toch eik? Kost zo'n 3000, denk ik.

Dat weet ik niet.

Die canapé betaal je minimum 15.000 en dan die ladekast in empirestijl.

Die hebt u niet onder de 40.000. Hoe kunt u dat allemaal betalen?

Dat... dat gaat u niet aan.

Laat de mademoiselle met rust. Kom, maak u geen zorgen.

Kom mee.

Neem het ze niet kwalijk, ze onderzoeken een moordzaak.

- Ik heb niks verkeerds gedaan. - Daar twijfel ik niet aan.

Ze waren een beetje verrast door uw meubels.

Joseph heeft ze me gegeven. Alles wat bij mij staat.

Zijn promotie. Flinke promotie.

- Hij is wel erg rijk. - We hebben niks verkeerds gedaan.

Niet huilen, mademoiselle.

Niemand beschuldigt u.

We willen alleen begrijpen...

We zijn bij hem thuis geweest, en het is er minder gezellig dan bij u.

Ik weet het. Ik zeg vaak dat hij zijn geld voor zich moet houden.

Hij zegt dat niks te mooi is voor mij.

- Hij is erg bezitterig. - Hij houdt niet van mijn vriendjes.

Maar vaak moet ik hem achteraf gelijk geven.

Ik denk dat hij een beetje verliefd is op u.

Dat heeft hij me nooit gezegd.

Dank u wel.

- U kunt weer aan het werk. - Dank u, Mr de commissaris.

Mademoiselle, nog een laatste vraag.

Kent u monsieur Blaise?

Blaise? Nee, ik denk het niet.

Dank u.

Chef, de onderzoeksrechter wil u spreken. Dringend.

- De nieuwe? - Ja.

- En, hoe is hij? - Nieuw.

U zoekt een beetje overal?

Dat is mijn werk.

Zoals Sherlock Holmes?

Die had de pers niet in zijn nek. Nu wil men vooral resultaten.

- Ik ben het helemaal met u eens. - Mooi zo.

Uw dossier is zonneklaar. Alles wijst in de richting van Le Cloaguen.

Ik geef u alle elementen die ik bij elkaar krijg.

U beslist wie u in beschuldiging stelt.

Uw Le Cloaguen is gek. Ik vraag een psychiatrisch onderzoek om half elf.

- Daar hebt u toch niks op tegen? - Nee, het zal de zaak bespoedigen.

Ik heb genoeg van die zaak. Ik had met vakantie moeten gaan.

- Dat meent u niet. - Tuurlijk niet.

Het is mijn Le Cloaguen zoals de rechter zegt. Ik mag hem wel.

Hij doet maar wat en zegt tegen iedereen dat ie gek is.

Commissaris?

Is er niemand naar buiten gekomen?

- Het is één minuut voor elf. - Zo laat al?

In dienst van de gemeenschap moeten we stipt en efficiënt werken.

U hebt gelijk. De tijd gaat tegenwoordig steeds sneller.

Hij gaat sneller dan wij.

Maar zo komen we nog te laat.

- Dag heren. - Madame.

Waar is hij?

Wie? Mijn man? Dat weet ik niet.

- U kreeg toch een officiële brief? - Mijn man, ja.

- U hebt hem niet opengemaakt? - Ik lees geen post die niet voor mij is.

In die brief werd een psychiatrisch onderzoek aangekondigd.

Is dat het? Ik heb geen expert nodig om zijn geestestoestand te kennen.

- Heeft hij die brief gelezen, ja of nee? - Ik denk het wel.

Daarna sloot hij zich op in zijn kamer.

Dat lijkt me moeilijk in een kamer met een grendel aan de buitenkant.

Ik ben niet gediend van de uitlatingen van uw commissaris.

Ze zijn ronduit beledigend.

Mijn man is ziek. Met die grendel wou ik beletten dat hij zich opsloot.

Dat is toch voorzichtiger?

- Absoluut. Maar waar is hij nu? - Ik weet het niet. Hij is vast weg.

Ja, maar waar naartoe?

Uw agenten horen dat te weten. Ze houden ons dag en nacht in het oog.

- Is hij echt niet thuis? - Laat het appartement doorzoeken.

Haal uw collega die hem heeft laten ontsnappen.

U hebt een goede reputatie, maar hier hebt u slordig werk geleverd.

- Geeft u zich daar rekenschap van? - Jawel.

Het spijt me dat ik u voor niets heb laten komen.

Vignon was alleen even weg om rapport uit te brengen.

Dat is voldoende. Wie de wacht houdt, doet dat zonder ophouden.

- Hoe wilt u... - De onderzoeksrechter heeft gelijk.

Mooi zo.

- Doorzoek het gebouw. Je weet nooit. - Je kunt niet grondig genoeg zijn.

Niemand heeft iemand gezien.

Ik neem het initiatief. Een gek die al gedood heeft, loopt vrij rond in Parijs.

- Had uw man geld bij zich? - Ik denk het niet.

Ziet u? Hij moet eten en onderdak vinden. Hij is opgejaagd wild.

Ik vrees het ergste.

We moeten snel handelen. Hebt u een foto van uw man? Zijn paspoort?

Ik weet niet of hij er nog een heeft.

Stuur het signalement van Octave Le Cloaguen door.

Meteen, zodat het ook nog in de avondkranten komt.

Ik vraag Parijs niet, ik bén Parijs.

Ja, ik vraag 121 in St Raphaël. Meester Larignan.

Alstublieft.

Jawel, ik wacht.

Meester Larignan? Ja, dit is Maigret.

Ik wilde alleen een bevestiging.

U hebt de som toch overhandigd aan Mr Le Cloaguen zelf?

En dat bleef u ook in Parijs doen?

Ja, precies zoals het in de akte staat.

Niet ophangen.

En, hebt u hem gesproken?

Hij komt vier keer per jaar naar Parijs om het geld aan Le Cloaguen te geven...

...en hij weigert het aan zijn vrouw te overhandigen.

Hij had het gevoel dat hij zijn herstel op die manier bespoedigd had.

- Hij mag haar ook al niet. - Ze is niet goed voor hem, vindt hij.

Hij herkent hem niet meer. Zo geniaal, en ineens een oude man geworden.

En wat de villa betreft...

- Nog altijd geen nieuws? - Niks nieuws.

Kijk, zo komt het wel voor elkaar.

De zaak Picpus: een jonge rechter gebruikt moderne methodes.

U kent de journalisten. Ze vergroten alles uit.

Wilt u een bevel sturen om een villa in St Raphaël te doorzoeken? Totaal.

- Een nieuw spoor? - Nee, het vervolg van een oud spoor.

- En? - Hij is niet teruggekomen.

Dat zint me niks.

- Werkt de conciërge mee? - Als je hem onder druk zet.

Een kelder vol kolen en kapotte meubels, maar er is niemand.

Goed. Dan zijn er alleen nog de bediendekamers.

Als hij dood is, vergeef ik het mezelf niet.

- Ga ik naar boven? - Wacht.

En stop dat weg. Hij komt wel alleen naar beneden.

Le Cloaguen, ik weet dat u daar bent.

U bent niet dood, want twee vrouwen kunnen geen lijk naar boven brengen.

Roep de brandweer.

Kom naar beneden, Le Cloaguen.

Er is geen gevaar meer.

Chef, het is dringend. Er is telefoon uit St Raphaël.

Ik kom straks.

Kom mee.

U hebt geluk. Als ik u niet had bevrijd was u van honger omgekomen.

- Hebt u ze aangehouden? - Wie?

Uw vrouw en uw dochter?

U hebt hem teruggevonden. Godzijdank.

- Waar was hij? - Doe maar of u thuis bent.

Wat heeft hij gedaan? Waar was hij? Mijn dochter is op haar kamer.

Christiani? Ga maar zitten en wees niet bang.

- Doe maar of u thuis bent. - Mag ik mijn overjas uittrekken?

Hij is flink gevoerd. Dat is om te compenseren.

Ik wist niet dat u zo koket was.

Het heeft toch geen belang meer.

Christiani, ik moest toch dringend St Raphaël terugbellen?

Goed, ik kom zo terug. En niemand verroert een vin.

Mr Le Cloaguen mag alles doen wat hij wil. Dat hoort u goed.

Hebt u een sigaretje voor me?

Hebt u zin in een beetje port? Ik wil er wel eentje.

Ik weet waar ze hem verstopt. In de buffetkast. Achter het tafellinnen.

De sleutel van de buffetkast ligt in de la.

Ik weet ook waar de mooie glazen staan. In die kast. Het spijt me.

- Mag ik, madame? - U doet maar.

Vindt u het erg als we even naar de radio luisteren?

O ja, de radio. Dank u.

Ik begrijp niet waarom ze ons zo laten wachten.

Hij is ons toch niet vergeten?

Wat is er? Ik kreeg een bericht dat ik dringend moest komen.

- U hebt hem gevonden. - Hij zat onder het dak.

- Wat deed hij daar? - Weet ik niet.

U denkt toch niet dat iemand iets zegt. Uw commissaris laat ons wachten.

Het is hier complete anarchie.

Le Cloaguen bekent u de moord op de helderziende?

Bobet ligt twee minuten voor op Van Est en vier op Mallejac.

Die man is gek. Je moet niet langer hopen op een normale reactie.

Gaat u maar, Mme Biron.

Wat moet die komedie?

- Goedenavond Antoinette. - Gaat u staan, Mr Le Cloaguen.

Dat is Octave niet. Die man is mijn broer niet.

Dit is Mme Biron, geboren Le Cloaguen.

De politie van St Raphaël vertelde me over haar.

- Vertel ons over uw broer. - Ik heb u alles verteld.

Onze ouders waren niet rijk, maar Octave was zo intelligent.

Ze spaarden zich het brood uit de mond om hem dokter te laten worden.

Hij was altijd heel lief voor mij. Zo lang hij in St Raphaël was.

Daarna was hij boos op mij en ik snapte niet waarom.

Wat voor bestaan leidde hij daar?

Hij woonde in een mooie villa met twee bedienden.

Hij was rijk, door die rente.

Maar dat is hij niet. Het is niet die man.

Is mijn broer iets overkomen?

Had zijn vrouw er belang bij om hem te vermoorden?

U spreekt alleen als u iets gevraagd wordt.

Zegt u 't maar, madame.

- Is hij dood? - Geef antwoord op mijn vraag.

Hem vermoorden?

Ik denk het niet. Alleen hij krijgt de rente.

Dat is het drama, meneer de onderzoeksrechter.

Als Le Cloaguen ineens sterft, verliest zijn vrouw de rente.

Wat moet er dan van zijn dochter worden?

En stel dat iemand in de streek rond Cannes heel veel op hem lijkt.

U hebt te veel fantasie, dat telt niet voor het gerecht.

De politie van St Raphaël heeft de villa van Le Cloaguen doorzocht.

Ze vonden Octave, ingemetseld in de kelder. Waar is hij aan gestorven?

Hoe moet ik dat weten?

Ik heb hem dood gevonden. Dat is alles.

De echte Le Cloaguen is tien jaar geleden gestorven.

Ze heeft een dubbelganger voor hem gevonden.

Picard, een arme drommel die het zat was om onder bruggen te slapen.

Hij kreeg een bed op voorwaarde dat hij zijn identiteit opgaf.

En hij moest de fameuze rente innen.

Maar de notaris wil het geld alleen aan hem overhandigen.

- Niet, Picard? - Het was geen makkie.

Ik moest de hele tijd die overjas aan, vanwege mijn scheve schouder.

Hij kan niet lezen of schrijven, hij kan dus zijn handtekening niet nabootsen.

Dus dwingen ze hem om zijn vinger af te hakken.

Dat is heel sterk van u, commissaris.

Omdat ze bang was dat ik herkend zou worden, aan de kust...

...verhuisden we naar Parijs.

Maar in Parijs kan ze hem niet opsluiten.

Op een dag ontmoet hij toevallig zijn dochter. U hebt een dochter.

Ik was lang geleden getrouwd. Ik had haar in geen twintig jaar gezien.

Ze was helderziende geworden, en werkte als Mlle Jeanne.

Bekent u de moord op Mlle Jeanne?

De moord is gepleegd door een stevige man. Volgens de experts toch.

Bekent u dat u uw man hebt ingemetseld?

En dat u onterecht zijn rente hebt geïnd?

Ik heb mijn man begraven. Is dat een misdaad? Het geld raakte ik niet aan.

Het was die man.

- Aan wie hebt u die 200.000 gegeven? - Dat zeg ik... Welke 200.000?

U hebt ze opgenomen bij de bank. Waar was u vorige zondag?

Dat gaat u niet aan, dat is privé.

En als de man die u ontmoet hebt nu eens de moordenaar was?

U mag mij beschuldigen van oplichterij, dat raakt me niet.

Daarvoor kan ik drie maanden krijgen. Artikel 368.

Schrijft u een aanhoudingsbevel uit voor haar en haar dochter?

Waarom? Ze heeft niks gedaan. Ze is gehandicapt.

Voor gehandicapten wordt niet gezorgd. Als ik het niet doe, wie dan?

Legt u het maar uit als u haar erbuiten wilt houden. Breng ze weg.

Zo krijgt u de tijd om na te denken.

Is het mogelijk dat een goddelijk schepsel zoiets doet?

Bedankt. Misschien zien we elkaar nog wel terug. Ga jij mee met haar.

U kunt hier blijven als u dat wilt.

Grijp uw kans.

Ze komt niet zo snel terug, dat weet ik wel zeker.

Waarom bent u nooit bij ze weggegaan?

Ik was bang.

Ze dwong me haar man mee in te metselen. Ik was medeplichtig, zei ze.

Als ik haar verraadde, ging ik eraan, zei ze.

En u hebt geen idee wie uw dochter heeft omgebracht?

Als ik dat wist...

Het was daar zo goed.

En toen?

Op een dag was er iemand die me herkende.

Een gangster uit Toulon, uit de tijd toen ik daar woonde.

Ik dacht dat alles verloren was, maar Marie zei, voor mij is ze altijd Marie...

...voor de klanten was ze Jeanne. Marie zei me:

Dat is een kerel die raad komt vragen voor hij een slag slaat. Dat loog ze.

Volgens mij waren ze samen iets aan het bekokstoven.

Hij heeft nooit iets tegen u gezegd?

Ik denk dat hij het was, die keer dat ik me moest verstoppen.

Kunt u hem beschrijven?

Hij was lang en bruin. Ja, hij was lang. Zo'n dertig, vijfendertig jaar.

Dat is alles.

- O ja, hij had een grote kar. - Een groene cabriolet?

Ja, groen.

Commissaris Maigret.

- Wie? - Commissaris Maigret.

- Wat is er? - Gelukkig, u leeft nog.

Waarom zegt u dat?

Uw vriend wordt gezocht. Hij had zich hier kunnen verstoppen.

Of u mishandelen.

Hij had u kunnen vermoorden.

- Welke vriend? - Die met zijn groene cabriolet. Justin.

Volgens mijn collega's heeft hij de helderziende vermoord.

Ze hebben 'm bijna te pakken.

Maar hij is het niet. Ik zei het toch al, hij is het niet.

Als u hem kende...

Ik wil u maar wat graag geloven.

Mijn collega's willen hem in de val lokken in een club waar hij komt.

Omdat hij gevaarlijk is, zijn ze in staat om hem zwaar toe te takelen.

U zou hem moeten waarschuwen.

Maar u weet niet waar hij is.

Ik weet het niet.

Goed.

Doe vooral voor niemand open.

Belooft u me dat?

Vrouwen kennende, komt ze zo naar buiten. Volg haar.

De kerel die ze ontmoet, hou je aan. Hij heeft de helderziende vermoord.

Rustig maar. Je pakt zijn arm, niet zijn hoofd.

Maar zelfs met de moordenaar is jouw zaak nog niet opgelost.

Ja, ik ben het.

Ja, ik maak je wakker. Als je straks merkt dat ik er niet ben, is het erger.

Ja, je had me moeten opsluiten. Nog meer mannen, trouwens.

Nee, ik maak een grapje.

Ga liever niet bij hem. Hij is wakker, maar u mag hem niet vermoeien.

Maak u geen zorgen.

Mascouvin, ik weet dat u me hoort.

Maar ik begrijp u. Soms heb je geen zin om te praten, te denken, te weten.

Zeg niks als u niet wilt, maar hou me tegen als ik me vergis.

U hebt geen schulden bij de gravin.

En u hebt geen 100.000 francs gestolen bij Proud & Drouin.

Maar u hebt daar wel ene monsieur Blaise ontmoet.

U kon het wel vinden, samen.

En hij heeft u gevraagd om een kopie te maken...

...van bepaalde compromitterende dossiers.

Hij zei dat niemand het ooit zou weten.

- En dat duurt al een poosje? - Twee jaar.

En u begon zich rijk te voelen.

- U hebt Blaise nooit teruggezien? - Nee.

Hij is erg op zichzelf. Hij sprak ergens af voor de papieren en betaalde me.

Justin. Hij maakte een afspraak bij de gravin.

Ik wilde voldoende geld om ermee te stoppen.

En op een dag, gelukkig, of juist niet...

...vertelde de babbelzieke Justin het verhaal van de helderziende.

Een helderziende krijgt alle geheimen te horen.

Die verklapte ze hem voor wat extra geld.

Ze merkte dat Justin haar vader herkend had van zijn tijd aan de kust.

En dat Blaise dat gebruikte om Mme Le Cloaguen af te persen.

Ze dreigde ermee dat ze Blaise zou aangeven.

Maar waarom vertrouwde Justin u toe dat hij haar wou vermoorden?

Om me bang te maken.

Hij wist dat ik ermee wilde kappen.

Hij zei dat ik te veel wist en dat ik wel zou zien wat hij deed met verraders.

Ik zat klem.

Omdat u dat niet wilde laten gebeuren...

...verzon u dat absurde verhaal, dat kant noch wal raakt...

...met dat vloeipapier in het café.

Ik kan niet zomaar naar de politie.

Er is nog iets wat ik niet begrijp.

Hoe wist u dat de moord om vijf uur gepleegd zou worden?

De Tour. Justin zei dat je een moment moet kiezen dat je het gegil niet hoort.

Hij legde me uit dat iedereen aan de radio gekluisterd zat bij de aankomst.

Dus kocht ik voor het eerst de krant en de aankomst was gepland rond 5 uur.

Waarom hebt u dat allemaal gedaan?

Voor uw halfzus. U durft het niet te zeggen, maar u houdt van haar.

Als u haar kende...

Het is de enige vrouw van wie ik hou. Ik zal nooit van een ander houden.

Maak u geen zorgen. We gaan het hem niet moeilijk maken.

Hij heeft zo al genoeg betaald.

Zorg goed voor hem. Hij heeft u nodig.

U hebt het recht niet. Als mijn dochter iets overkomt, is het uw schuld.

Ik begrijp het niet. Ze komen me halen maar ik heb me niks te verwijten.

Het spijt me.

Ik wacht al twee uur, en ik dacht nog dat u mijn vriend was.

- Maak u geen zorgen. - Chef, de rechter wordt ongeduldig.

- Hoort bij het vak. - Hij windt zich wel op.

Waarom hebt u dat gedaan? Nu denkt hij dat ik hem verraden heb.

Leg het haar uit.

Ik ben het zat. U laat Blaise komen en u verdwijnt.

Hij heeft overal vrienden. Wat moet ik hem vertellen?

De waarheid. Dat die dekselse Maigret twee uur lang onvindbaar is.

- Daar bent u, Mr Blaise? - Ik zit hier al twee uur.

- Er zijn nog wetten in dit land. - Soms vergist de politie zich.

- Ik heb heel wat over u gehoord. - Ik laat dit niet over mijn kant gaan.

Ik dacht dat u voor rentenier speelde als dekmantel voor illegale praktijken.

Dat is belachelijk.

Ik dacht dat u deed of u ging vissen als alibi voor geheime ontmoetingen.

Zo is het welletjes. Moet ik dit nog verder aanhoren?

Ik dacht dat u de helderziende kende en dat zij dacht dat u van haar hield.

U vergist zich.

Ik dacht dat u van haar vertrouwelijke informatie kreeg over haar klanten...

...zodat u die mensen kon chanteren.

Dit is krankzinnig. Ik heb nooit een voet gezet bij die helderziende.

Weet ik. Daarom dacht ik dat u, terwijl u zelf onberispelijk was...

...iemand anders inschakelde voor die chantage.

Wie? De paus?

Nee, Justin uit Toulon, de kleine boef die de vuile karweitjes opknapt.

Hij zag misschien de valse Le Cloaguen die hij vroeger gekend had.

Hij kon de weduwe afpersen voor uw rekening.

En zij kon u 200.000 francs brengen terwijl u deed of u ging vissen.

Maar ik heb kennelijk te veel fantasie.

Maar toch, meneer de rechter, hebben we de moordenaar opgepakt...

...en hij heeft alles bekend. En toevallig is het een gangster uit Toulon. Justin.

Ik bezorg u het proces verbaal van het verhoor.

Gelooft u die leugens? Het woord van een boefje.

Zullen we nu maar iedereen binnenlaten?

Laat die drie vrouwen binnen die wachten op de gang.

Al te respectabele types kun je beter wantrouwen.

Goed, en Le Cloaguen?

Ik bedoel, Picard.

- Heb je onderdak voor hem gevonden? - Hij ging onder de Pont Neuf slapen.

Ik begrijp hem best.

Ik begrijp hem.

Maigret, er is toch nog iemand die ontbreekt. Een zekere Picpus.

O ja, Picpus. Die moeten we gaan zoeken.

- We moeten Picpus vinden. - Met een opsporingsbericht.

Dit is jouw zaak.

- Is de Tour afgelopen? - Nee, morgen komt er nog een dag.

En het is net als met een onderzoek, alles kan nog.

Mooi zo. Moge de beste winnen.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.