Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
- Commissaris Maigret. - Mijn beste.
Fijn dat u zo snel kon komen.
- U klonk alsof u van de kaart was. - Dat valt wel mee. Gaat u zitten.
Nee, niet van de kaart, maar ik zit wel in de penarie.
Al gaat 't niet om mijzelf, maar om mijn zuster...
U kent mijn zuster nog wel? Zo'n zeurkous vergeet je niet snel.
Ze was wat opdringerig, maar niet onaangenaam.
U bent veel te aardig. Het is 'n secreet.
Maar goed. Daar gaat 't nu niet om. Ik heb 'n verzoek.
Mijn zuster woont al twintig jaar in België.
Ze is getrouwd met 'n Belg, Etienne Naud.
Goede familie, veel geld. Hij is paardenfokker.
O ja, dat vergat ik even.
Het is 'n aardige vent. Ik snap niet hoe hij 't met haar uithoudt.
- En wat is uw zuster overkomen? - Haar niets. Haar man wel.
Dat zit zo: Vlak bij hen is 'n man vermoord.
En nu zou mijn zwager de moordenaar zijn.
Is hij gearresteerd?
Nee. Volgens de politie was het 'n ongeluk.
Maar er gaan praatjes. Het begint op 'n lastercampagne te lijken.
Wat zou ik daaraan kunnen doen?
U zou kunnen kijken wat er aan de hand is en wie die praatjes rondstrooit.
Maar ik heb in België geen opsporingsbevoegdheid.
Dit moet ook geen officiële zaak worden.
Maar ik kan ervoor zorgen dat u verlof krijgt.
- Het is mooi daar op 't platteland. - Het platteland vind ik niet echt...
Bezet.
Maar dat is Cavre. Hallo, Cavre.
Kent u mij niet meer?
- Maigret? - In eigen persoon.
- Etienne Naud. - Aangenaam.
- Hebt u een goede reis gehad? - Uitstekend.
- Kent u die man? - Die daar?
Nee, ik zag hem even voor u aan. Mijn auto staat voor.
Ik ben u dankbaar dat u gekomen bent. Ik zit in 'n zeer onaangename situatie.
- Kende u 't slachtoffer? - Helemaal niet. Dat is juist 't absurde.
- Wie was 't? - Hij heette Albert Retailleau.
Een ploegbaas op de melkfabriek.
- Wat is hem overkomen? - Hij is 's nachts onder de trein gekomen.
- Was u toen thuis? - Om die tijd lig ik in diepe slaap.
Verdorie.
Het houdt ook nooit op. Niet te geloven.
Hebt u dat gezien? Iemand plakt dit 's nachts overal aan.
En stuurt brieven naar de onderzoeks- rechter vol valse beschuldigingen.
- Hebt u vijanden? - Tja, jaloerse mensen heb je altijd.
Mijn dochter Geneviève.
Meneer Maigret, fijn u weer te zien.
We hebben elkaar ooit bij mijn broer ontmoet.
Nu wil ik 'n beroep doen op uw kundigheid.
- Voor wat die waard is. - U kunt ons vast en zeker helpen.
Gaat u mee naar binnen.
Ik wil u aan iemand voorstellen.
Maigret, over wie ik je vertelde. Dit is Groult-Cotelle, 'n huisvriend.
- Daar ben je. - Ik ben gisteravond teruggekomen.
- Mooi zo. Blijf je eten? - Nee, ik wil niet storen.
Etienne vertelde me over die praatjes. Volslagen absurd.
Wat de mensen niet allemaal bedenken...
- U wilt zich vast wel even opfrissen. - Heel graag.
Dan breng ik u even naar uw kamer.
- Wil je iets drinken? Een whisky? - Lekker.
- Dit is uw kamer. Naar genoegen, hoop ik. - Uitstekend.
- De badkamer is hier tegenover. - Prima.
Het is afschuwelijk wat ons overkomt, meneer Maigret.
Etienne is zo gevoelig.
- Dit vreet aan hem, begrijpt u wel? - Jazeker.
Onze goede naam ligt in uw handen.
- Ik doe mijn uiterste best. - Dank u, meneer Maigret.
Bedankt.
- Heerlijk. Hoe noemt u dit? - Paling in 't groen.
- Uit de kunst. - Ik heb een erg goede kokkin.
U zult zien dat 't hier goed eten en goed slapen is.
- Eet jij niks? - Nee.
- Wat heb je? - Die slijmerige beesten zijn vies.
Hou op, Geneviève.
- Waar ga je heen? - De frisse lucht in.
- Etienne, zeg nou iets. - Een kwartier en geen minuut langer.
- Hoe hou je 't met haar uit, Edouard. - Dat is nu juist haar charme.
- Jouw evenbeeld. - Hoe bedoel je dat?
- Als compliment natuurlijk. - Dat mag ik hopen.
- Dochters... Hebt u dochters, Maigret? - Nee, nee.
Prijs u gelukkig.
Hierheen.
- Goed geslapen? - Slecht. Zoals altijd op 't platteland.
Ach, die Parijzenaars ook.
Deze merrie is nog maar twee, maar 't wordt 'n geweldig paard.
- Hebt u al ontbeten? - Ik wil eerst 'n wandeling maken.
- Wilt u me de onheilsplek laten zien? - Best. Hierheen.
Hubert, laat haar nog 'n paar rondjes lopen en dan naar binnen.
Via de tennisbaan is 't korter.
Die jongeman die hier gisteren was, Edouard...
Govaert. Je schrijft 't met AE, maar je zegt Govaart.
- Is hij de verloofde van uw dochter? - Haar verloofde? U maakt 'n grapje.
- Ze kijkt nog niet naar jongens. - Maar de jongens wel naar haar.
U bedoelt die arme Govaert? Die maakt meer kans bij mijn vrouw.
Pardon?
Ik bedoel dat mijn vrouw hem wel als schoonzoon zou willen hebben.
Maar Geneviève ziet niets in hem.
Hier is het gebeurd.
- Weet u dat zeker? - Absoluut.
Vreemd om hier onder de trein te komen. Die hoor en zie je al van verre.
Albert Retailleau was 'n drinker. Die avond was hij vast dronken.
- Heeft de politie dat onderzocht? - Ja, ze vonden het 'n ongeluk.
- Wie gaf toestemming voor de begrafenis? - Dokter Petit.
- Is hij van hier? - Uit Turbeek, het volgende dorp.
- Ik wil de familie van de dode spreken. - Zijn moeder is de enige.
- Weet u waar ze woont? - Ik zal 't voor u uittekenen.
U zei toch dat u Albert Retailleau niet kende?
Hiervoor niet. Maar sinds hij dood is wel.
- Strooit z'n moeder die praatjes rond? - Ik heb 't me afgevraagd.
Maar 't zou me verbazen. Ze is veel te gelovig.
- Kent u haar? - Van gezicht. Ik heb haar gecondoleerd.
- Was u dan op de begrafenis? - Om de praatjes de kop in te drukken.
Maar daarna werd 't nog erger.
- Hebt u 'n afspraak? - Ik dacht dat er vandaag spreekuur was.
Ik zal kijken of mijn man tijd heeft.
Komt u binnen. Ga zitten.
Een ogenblik graag.
Tot ziens.
Komt u maar, meneer.
Meneer, u kunt komen.
Gaat u zitten.
Wat mankeert eraan?
Ik zou graag meer weten over de dood van Retailleau.
- Bent u familie van hem? - Nee.
Ik begin schoon genoeg van die zaak te krijgen.
Als iemand onder 'n trein komt, is de doodsoorzaak toch wel duidelijk?
Hebt u bloed afgenomen?
- Waarom? - Omdat hij stevig dronk.
- U vertelt me hoe ik m'n werk moet doen? - Ik zou niet durven, dokter.
Overigens heb ik mijn beroepsgeheim. Wilt u nu gaan? De patiënten wachten.
O ja, uw wachtkamer zit stampvol. Fijn dat u zo meewerkt, dokter.
- Wat wilt u? - Ik kom in verband met uw zoon.
- Bent u van de politie? - Nee.
- Laat me met rust. - Mag ik? Ik kom van meneer Naud.
- Ik moet u echt spreken. - Kom binnen.
Die praatjes over hem komen niet van mij. Gaat u zitten.
Ik wil weten wat u daarvan denkt.
Niemand had 'n reden om Albert te vermoorden. Het was 'n goeie jongen.
Iemand strooit praatjes rond. Wie? Waarom?
Geen idee. Ik ben 't niet. Zeg dat maar tegen meneer Naud.
- Ik zag net iemand uit uw huis komen. - Een kennis van mijn zoon.
- Niet iemand uit de buurt, hè? - Albert kende 'm uit Brussel.
Hij kwam me condoleren.
Dat geloof ik best, maar als 't op klimmen aankomt...
- Maar op de kasseien... - Daar heb je die Fransoos.
- Wat moet die hier? - Die is hier voor die zaak met Retailleau.
Een biertje.
Ja, dat is 'm.
Klopt, dat ben ik. Hoe weten jullie dat?
Zo gaat dat als Naud en consorten iets te verbergen hebben.
- Heeft Naud iets te verbergen? - Dat weet u beter dan wij.
Is die fiets hier voor de deur van jou?
- Mooi ding. Rij je wedstrijden? - Ik ben een van de beste amateurs.
- Goed zo. Wil je geen prof worden? - Maar al te graag.
Rik van Steenbergen zei me ooit:
Om te winnen heb je kuiten nodig, maar vooral veel lef.
U kent Rik van Steenbergen? Waar kent u die van?
- En die daar? Kennen jullie die? - Nee.
- Maigret, kan ik u ergens afzetten? - Graag, maar ik weet niet waar.
Ga mee voor 'n aperitief.
- Zeg mevrouw dat er bezoek is. - Goed, meneer.
Ga zitten.
- Wat kan ik voor u inschenken? - Een whisky.
Lieveling, dit is meneer Maigret. Hij is hier met vakantie.
Aangenaam.
- Bent u hier voor de moord op Retailleau? - Het doel van mijn reis was geheim.
- Ik ken alle geheimen van mijn man. - Cognac, lieveling?
U hebt me geen antwoord gegeven. Onderzoekt u die moord?
- Maar er is niets wat op moord wijst. - Zeker wel.
Hij was knap, had succes bij de vrouwen. Dat wekt jaloezie.
- Had hij succes... - Ze waren wild van hem.
Schandelijk zoals Geneviève Naud achter hem aanzat.
- Wat weet jij daar nu van? - Vrouwelijke intuïtie.
Ik wist meteen dat ze alle vrouwen als rivalen ziet.
- Een heel vrouwelijk trekje. - Het is een slet en daarmee uit.
- Bourbon of pure malt? - Pure malt.
Alstublieft, dit zal u wel smaken.
- Ik zie u zo vaak, dat is geen toeval meer. - Hoe minder ik u zie, hoe beter.
Ga gerust naar Groult-Cotelle, Cavre. Ik ben er klaar.
Bedankt, maar ik ga waarheen ik wil.
Wat komt u hier doen, inspecteur Cadavre?
Het spijt me, maar ik hoef me tegenover u niet meer te verantwoorden.
Commissaris Maigret.
Zes uur 's morgens.
De ideale wandeltijd.
Ik kon niet slapen.
Ik hou ook erg van dit moment. Alles is nog in rust, je komt niemand tegen.
Behalve dan iemand met wie je hebt afgesproken.
- Vertel dit alstublieft niet aan m'n ouders. - Waarom zou ik?
- Dag, meneer Maigret. - Morgen.
- Meneer Maigret, goed geslapen? - Niet echt.
De uil van half vier, de trein van kwart voor vijf...
U krijgt 'n kamer aan de andere kant. Dan hoort u de trein minder.
Doet u vooral geen moeite.
- Ik zal Hubert vragen ervoor te zorgen. - Niet nodig.
Mijn kamer bevalt me prima.
- Ik wil graag instructies voor de lunch. - Neem me niet kwalijk.
Bedankt dat u niets hebt gezegd.
Ik wil niet stoken in de familie.
Eend, dat is 'n goed idee.
- Lust u graag eend, meneer Maigret? - O ja, heerlijk.
Ben jij 't.
Nu begrijp ik waarom jij ook niet kon slapen.
- Zo, flink aan 't trainen? - Voor de wedstrijd van zondag.
Is er dan een wedstrijd?
Ja, en als ik win, sta ik aan kop voor 't kampioenschap.
- Maak je 'n goede kans? - Ja, alleen is m'n fiets te oud.
- Ik wil er een met twee kettingbladen. - Twee kettingbladen...
U had me laatst wel bij de neus, hè? U kent Van Steenbergen niet.
- Jawel, van de wielerbaan in Parijs. - Kon u dan in z'n buurt komen?
Hij was bedreigd en ik moest op hem letten.
- Maar bent u dan van de politie? - Precies.
- Nou, tot 'n andere keer. - Ho, doe maar niet zo onschuldig.
Jij hebt die affiches geplakt. Hou je maar niet van den domme.
Ik zag 't aan de bandensporen. Je moet slimmer zijn als je prof wilt worden.
Ik ben niet de enige met zo'n fiets.
Je staat wel als enige met Albert op de foto die zijn moeder heeft staan.
Waren jullie bevriend?
- Bent u Fransman? - Ja, heb je iets tegen Fransen?
- Wat moet de Franse politie hier? - Helemaal niets.
Ik ben hier op persoonlijke titel.
- In opdracht van Naud. - In opdracht van niemand.
Als Naud onschuldig is, help ik hem. Is hij schuldig, dan ligt 't anders.
- Waarom zou ik u geloven? - Omdat Albert je vriend was...
...en je niet wilt dat die moord ongestraft blijft.
Maar je kunt je vergissen. Wie weet was 't echt 'n ongeluk. Of zelfmoord?
Of hij is niet door Naud vermoord. Want daarvoor heb je geen bewijs.
- Dat heb ik wel. - Wat dan?
- Dat zeg ik niet. U bent hier niet officieel. - Daarom juist.
Waarom denk je aan moord? Hij is onder de trein gekomen en hij dronk.
Hij was al dood voor hij onder de trein kwam.
- Hoe kom je daar bij? - Door zijn pet.
Iemand heeft 'm verderop gevonden. Onder 't bloed.
Wilt u hem zien?
- Heb jij die dan? - Ja, thuis. Gaat u maar mee.
Waarom ligt ie niet bij de politie?
Toen Desiré 'm bracht, was de zaak gesloten.
- Wie is Desiré? - De wegwerker die 'm heeft gevonden.
Hier is 't.
Komt u maar.
Is 't hier feest? Kunnen we weer op krediet kopen?
Als je iemand meeneemt, zeg dat dan. Wie is 't?
- Een vriend van Van Steenbergen. - Mevrouw.
Ik wil hem iets laten zien. Wacht u even?
- Bent u ook wielrenner? - Nee, ik kijk alleen.
Waar is die kartonnen doos in mijn kast gebleven?
- Welke doos? - Die met de pet van Albert.
- De pet van Albert? - Ja, die Desiré heeft gevonden.
- Ik weet van niks. - Je weet 't best.
- Ruim dan ook beter op. - Heb ik gedaan. Maar waar is ie nu?
Weet ik 't.
- Haal niet alles overhoop. - Heeft ie soms pootjes gekregen?
- Is hier onlangs iemand geweest? - Niemand.
- Ik snap er niks van. - We kunnen wel zonder.
Dit is een gekkenhuis. Kom mee.
Tot ziens, mevrouw. Eet smakelijk.
- Eet jij niet? - Nee.
Daar hoeven we niet achteraan.
- Wie is dat? - Desiré, de wegwerker.
Die is tot niets meer in staat.
Bier maakt de tongen los.
We zullen hem 'n afzakkertje geven.
Georges, een rondje voor iedereen.
Honderd, tweehonderd, driehonderd... Ook voor de dames.
- Heb je in de loterij gewonnen? - Precies.
- Alles goed, Desiré? - Louis, jongen, neem er eentje van me.
Eerst wil ik je aan iemand voorstellen.
De vrienden van mijn vrienden zijn mijn vrienden. Wat drinkt u?
- Hetzelfde. - Goed zo.
Vertel ons eens over de pet.
- De pet? - De pet van Albert.
Die je had gevonden.
- Ik snap 't niet. - Hou me niet voor de gek.
Pas op, jongen. Zo hoor je niet tegen mij te praten.
Je hebt 'm vlak bij Naud gevonden.
Nooit van m'n leven. Ik heb nooit kwaad van meneer Naud gesproken.
Best gezellig hier, maar ik moet weg.
- Wacht nou, Desiré. - Nee, ik moet gaan.
- Wacht. - Laat maar. Die zegt toch niks.
- Denk niet dat ik u in de maling neem. - Ik geloof je wel, hoor.
Ik moet naar m'n werk op de melkfabriek.
- Werk je daar? - Dat heeft Albert geregeld.
U hebt gelijk. Die zegt niks meer.
- Vertelt u 't me, als u iets hoort? - Dat zal ik doen.
Verdomme, verdomme.
Tienduizend, elfduizend twaalfduizend, dertienduizend...
Zeventienduizend, achttienduizend frank.
Zo, vul hier 't bedrag in en dan teken je hier.
Een nul te weinig. Dat is een stuk minder.
Je ziet hier verdomme ook niks.
- Je zoon is vast blij met zo'n cadeau. - Maar hij verdient 't niet, die lamzak.
Morgen heb je spijt van wat je nu zegt.
Waarom zou ik? Hij is echt 'n lamzak.
Bedankt, meneer.
De deur is daar.
Het spijt me, mevrouw.
Het geeft niks.
Hij is vaak zat, maar dit slaat alles.
Wegwerkers verdienen goed in dit land.
- Hoe komt u daar bij? - Vanwege die postwissel van daarnet.
Inderdaad, dat is een bedrag van vier keer z'n maandloon.
- Zozo. Hebt u daar een verklaring voor? - Daar begin ik niet aan.
- Het gaat me ook niks aan. U wenst? - Twee postzegels voor Frankrijk.
- Voor brieven of briefkaarten? - Briefkaarten.
Telefoniste van Valbecq, spreekt u maar.
Telefoniste van Valbecq, een gesprek voor u.
Krijgt u een dubbel salaris?
- Waarom denkt u dat? - Omdat u postkantoor én telefoon doet.
Zo gaat dat in kleine dorpen.
De onderwijzer doet alle klassen en hij krijgt ook niet zes keer uitbetaald.
Pech voor hem.
- En voor u. Wat krijgt u van me? - Eén frank.
- Zal ik even? Bedankt. - Tot ziens.
Meneer.
- Tot ziens, juffrouw Gilberte. - Tot ziens.
Naar landgoed Froidmont graag.
- Uw klant van daarstraks, kent u die? - Nee, die is niet van hier.
Ik heb hem rondgereden. Hij was op jacht naar onroerend goed.
- Weet u waar hij logeert? - In Le coq rouge in Turbeek.
Stop.
Terug. Snel.
Keren en die auto op afstand volgen.
- Komt die auto u bekend voor? - Helemaal niet.
Zet de motor af.
- Wilt u op me wachten? - Al is 't de hele dag. Als u maar betaalt.
- Er is geen spreekuur helaas. - Maar er kwam net iemand naar buiten.
- Dat was 'n speciaal geval. - Toch zou ik uw man graag spreken.
Ik zal u 't adres van de dienstdoende arts geven. Momentje.
- Ik heb u niet meer nodig. Wat krijgt u? - 220 frank.
Ik weet 't weer. Die auto was van mevrouw Groult-Cotelle.
Bedankt. Hou de rest maar.
- U bent van de politie, hè? - Nee, in zit in 't onroerend goed.
Wat wilt u?
Wil je me niet over je problemen vertellen?
Waarom zou ik? Die los ik zelf wel op.
Ik heb je net bij de dokter gezien. Ik zag ook dat Groult-Cotelle je bracht.
Alban heeft er niets mee te maken. Hij helpt me alleen.
Wat moest je bij dokter Petit? Ben je ziek?
Of ben je misschien zwanger?
Zeg 't niet tegen mijn ouders. Die weten van niks.
- Weet alleen Groult-Cotelle ervan? - Ja.
Die ken ik al m'n hele leven. Hem vertrouw ik.
Ging je naar de dokter voor 'n abortus?
Op het laatste ogenblik durfde ik het toch niet. Ik kon het niet.
Je kunt toch ook naar 't gemeentehuis gaan? Dan is alles ook geregeld.
Wil de vader dat niet?
Kan hij dat niet?
Hij is dood.
Dood?
Albert Retailleau is de vader.
En nu is hij dood en ik weet niet wat ik moet doen.
Kwam hij bij jou vandaan op de avond dat hij stierf?
- Enig idee wat hem is overkomen? - Hij kwam onder de trein, dat weet u.
- En niemand wist van jullie verhouding? - Nee, niemand.
- En Groult-Cotelle? - Die ook niet.
- Nu vertel je me de waarheid. - Die kent u al.
- Hield je van Albert? - Ja.
- Wie ontmoet je dan 's nachts telkens? - Niemand.
Ik heb je gezien.
- Edouard Govaert voor je aan de telefoon. - Ik kom.
- Wat is er gebeurd? - Dat vertelt ze zelf wel.
Nee, ik krijg er geen woord uit. En u voert hele gesprekken met haar.
- Ik luister vooral. - Waarom praat ze wel met u?
Omdat ik niet haar moeder ben.
Morgen kan ik niet.
Hoe laat? Goed.
Ik ook.
- Ken je me nog? - Ja, ik heb u bij de Nauds ontmoet.
Ik kom zeggen dat Geneviève morgen niet kan.
Kan ze zelf niet bellen?
- Haar telefoon doet 't niet. - Zij weer. Nu moet ik iedereen afbellen.
- Had ze niet alleen met jou afgesproken? - Nee, met vrienden, om te tennissen.
- Juist. Wel, dat was het. - Tot ziens. En bedankt.
Ik wil niet onbescheiden zijn, maar ken je Geneviève goed?
- Met tennissen is ze niet slecht. - Maar voor de rest?
Voor de rest ken ik haar niet echt goed.
- Heb je 'n oogje op haar? - Bent u een koppelaar of zo?
Nee, maar haar ouders denken dat ze met verkeerde vrienden omgaat.
Vast en zeker. Maar als ze nog niet bezet was, deed ik 'n gooi.
- Bezet? Wie is 't dan? - Geen idee en 't laat me koud ook.
Juist ja.
- Er zit hier een roestplekje, hoor. - Bedankt.
- Kan ik Louis spreken? - Hij is er niet.
- Hoe laat komt hij thuis? - Hij heeft me niks gezegd.
Ik kom later wel terug.
- Louis, je moeder zei dat je er niet was. - Ze heeft me niet zien thuiskomen.
Ik wilde je wat vragen.
Albert had een verhouding met Geneviève Naud, nietwaar?
- Geen idee. - Had hij je gevraagd dat stil te houden?
Je belofte geldt niet meer. Geneviève heeft 't me zelf verteld.
Ik wil alleen weten hoe 't vlak voor Alberts dood met hen stond.
Was hij jaloers? Koesterde hij argwaan?
Ik heb geprobeerd u te helpen. Nu moet ik weg.
Ho ho, ik wilde jou helpen. Jij hebt toch die affiches geplakt?
- Ik bemoei me er niet meer mee. - Waarom niet?
Het is ingewikkelder dan ik dacht. Ik heb niet nagedacht bij wat ik deed.
Arme Retailleau. Zijn liefje heeft al 'n ander en z'n vriend laat hem vallen.
Zo mag u niet praten.
Trouwens, de politie zei toch dat 't een ongeluk was?
- Een ongeluk, ja. Heb je 'n nieuwe fiets? - Ja.
Mooi karretje. Dat kost wel wat. Heette de Sinterklaas meneer Cavre?
Het geld komt van mijn club. Als ik zondag win, betaal ik 't terug.
Je club. Dat ik daar niet meteen aan heb gedacht.
- Meneer, bezoek voor u. - De deur is open.
Gaat u maar naar binnen.
Dank u wel, meneer.
- Hoe hebt u me hier gevonden? - Ik heb me wat moois over u gehoord.
Vertel eens. Het is vast leuk.
Hebt u Desiré betaald om te zwijgen?
- Desiré? Wie is dat? - U hebt ook de beroemde pet gekocht.
En u hebt zelfs Louis omgekocht, die de eerlijkheid zelf is.
Knap, hoor. Heel knap.
U moet wel veel geld hebben.
Kunt u bewijzen wat u zegt? Nee. En dat is nu net uw probleem.
U bent hier niet bij de recherche en ik hoef tegen u niks te zeggen.
En tegen justitie?
Justitie doet pas iets na 'n aangifte. Wie doet er aangifte?
Van wat? Er is helemaal geen zaak. Er is niks. Alleen lucht.
Door wie wordt u betaald?
U bent de recherche-tovenaar, de man die alles weet, dus u mag 't zeggen.
Nee Maigret, dat is niet uw stijl.
U denkt altijd maar dat u alles mag.
Denkt u soms dat u god bent? Dat u het recht altijd aan uw kant hebt?
Ook u kunt zich vergissen. In mij bijvoorbeeld.
- U hebt ooit 'n ernstige fout begaan. - Bewijs 't.
U liet 'n vrouw gaan die haar man had vermoord.
Wat wist u er wel van? Hij sloeg haar, buitte haar uit, bedroog haar.
Het recht staat niet altijd aan de kant van 't goede.
- Hebt u dat ooit bedacht? - U denkt te veel.
U was briljant tot u uw carrière naar de knoppen hielp.
Ik ben overgestapt en mijn detectivebureau loopt heel goed.
Met dat bureau van u verdonkeremaant u bewijsstukken, koopt getuigen om...
- Bespaar me uw gepreek. - Best.
Zeg me door wie u wordt betaald, en u krijgt verder geen problemen.
Die problemen hebt u me tien jaar geleden al bezorgd.
Hier in 't buitenland bent u niemand en kunt u niets tegen me beginnen.
We zullen zien.
- Je kunt nu niet weggaan. - Ik moet naar huis.
Geef me nog even de tijd.
Je zegt al een half jaar dat je bij haar weggaat. Ik hou 't niet meer vol.
Het kan nu niet. Mijn vrouw is niet in orde.
Een half jaar geleden was je vrouw geen enkel probleem.
Ze is ziek. Jij hebt je hele leven nog voor je. Je moet wachten...
Het kind in mijn buik wacht niet. Over vijf maanden is 't er. Zonder vader.
Ik heb je zelf naar de dokter gebracht en dan zie je er opeens van af.
Je snapt 't niet. Ik wil dit kind. Ons kind.
Ik hou evenveel van dit kind als van jou.
Ik hou van je. Ik hou van je...
- Dag, meneer. - Is meneer Groult-Cotelle thuis?
- Meneer is niet thuis. - Ah, meneer Maigret...
Mijn man is er niet, maar kom binnen.
Gaat u zitten.
Zeg maar niets, ik weet waarom u hier bent.
U denkt dat mijn man Retailleau heeft vermoord, nietwaar?
- Hoe komt u daar bij? - Daar had hij alle reden toe.
- Welke dan? - Hij is de minnaar van Geneviève Naud.
Maak u geen zorgen, ik weet ervan.
Ik heb het van haarzelf.
Via deze brief.
Een onbeschaamde brief, zoals u ziet.
Al is ze jong en knap, ze moet nog leren hoe laf mannen zijn.
Wat vindt u ervan?
Ik denk dat ze hiermee probeert u tot echtscheiding aan te zetten.
Dat is wel erg naïef.
Weet u, ik ben ook naïef geweest.
Ik ben uit liefde met Alban getrouwd, maar hij trouwde me om mijn geld.
Hij heeft me bedrogen en bespot. Ik heb bewijs genoeg dat hij niet van me houdt.
Dus als hij nu geld wil, moet hij voor mijn wil buigen.
Ik weiger te scheiden. Dat kind krijgt hem niet. Nooit.
- Hebt u de brief aan uw man laten zien? - Nog niet.
Ik wacht op een geschikt moment, om er echt van te genieten.
Als het me lukt te bewijzen dat uw man Retailleau heeft vermoord...
...dan bent u hem misschien voor altijd kwijt.
Ik zie hem liever in de gevangenis dan met die valse kat.
Maigret, waaraan heb ik uw bezoek te danken?
Vraag maar aan uw vrouw waar we 't over hebben gehad.
- Wat doet u nu? - Mag ik even?
Dat is verboden.
- En u dan? - Ik doe mijn werk.
- Afgelopen. - Wie waren 't?
- Geen idee. - Dat is niet waar. U zit mee te luisteren.
Zelfs 's nachts. Ik heb u wel gezien.
- Laat me, ik heb werk te doen. - Hiermee kunt u grote problemen krijgen.
- Dan ontken ik 't gewoon. - Wilt u 't erop aan laten komen?
Meneer Groult-Cotelle belde meneer Naud.
Ik begrijp u best. Ik zou de verleiding ook niet kunnen weerstaan.
Telefoniste van Valbecq, ik luister.
Meneer Naud belt internationaal.
- Waarheen? - Naar Parijs.
Hier Valbecq, 'n gesprek voor u.
- Geef eens hier. - Afluisteren is bij de wet verboden.
Dan zitten we allebei fout.
Vraag jij hem maar naar Parijs terug te gaan.
Maar mijn zuster smeekte me juist hem te sturen.
Door hem heb ik bijna ruzie met 'n paar goede vrienden.
- Het moest toch uit zijn met die praatjes? - Maigret sturen was geen goed idee.
En met die praatjes en die affiches is 't al uit.
Een storm in 'n glas water. En het blijkt toch 'n ongeluk te zijn geweest.
Nou, goed. Laat hij me maar bellen.
Bedankt voor de medewerking.
- Bent u die Maigret? - Inderdaad.
- Gaat u nu terug? - Dat moet ik nog bekijken.
Het was geen ongeluk. Hij heeft 'm vermoord, ik weet 't zeker.
Hoe komt u daar bij?
Op de dag dat hij stierf, belde Retailleau met Geneviève Naud.
- Hebt u meegeluisterd? - Ja, hij belde hier uit 'n cabine.
Ze hing twee keer op. Hij was woedend.
Ze wilde met hem breken. Hij begreep niet waarom.
Ze zei dat 't niks voorstelde dat ze een keer met hem had geslapen.
Dat ze 't uit medelijden had gedaan en dat ze 'n ander had.
Albert stampte woedend de deur uit. Hij vergat zelfs te betalen.
Bedankt voor de inlichtingen.
Ik vertel nooit door wat ik heb gehoord.
Het is alleen voor de afleiding. Ik leef een beetje met de anderen mee.
Want ik zal nooit 'n normaal leven hebben, begrijpt u wel?
Maakt u zich geen zorgen. Dit blijft onder ons, juffrouw Gilberte.
- Dag, meneer Maigret. - Goedenavond.
Maigret, mijn zwager heeft gebeld. Of u hem terug wilt bellen.
- Ik weet 't. - O ja?
- Ik neem morgen de trein van 18 uur 30. - Dat zal mijn vrouw jammer vinden.
Tja. De plicht roept.
Dan hebt u nog tijd om naar de kermis en de wielerwedstrijd te gaan.
Dat lijkt me geweldig.
Hebt u goed geslapen?
Voor één keer ben ik erg laat wakker geworden.
Ik heb vannacht niets gehoord.
Meneer en mevrouw zijn al naar 't feest.
- Wilt u koffie? - Graag.
- En Geneviève? - Die slaapt nog.
- De Nauds zijn er niet. - Ik kom ook voor u.
U verdenkt mij van de moord op Albert.
Maar ik was die nacht met m'n vrouw in Brussel. Hier is de hotelrekening.
Waarom zou ik die vent trouwens vermoorden? Uit jaloezie? Onzin.
Ze had met 'm moeten trouwen.
- Terwijl ze zwanger is van u. - Daarom juist.
- Had zij dat ook gewild? - Die gek weet niet eens wat ze doet.
Ze heeft zelfs mijn vrouw geschreven.
- Omdat ze verliefd op u is. - Ze achtervolgt me zelfs.
Ze chanteert me en dreigt alles van de daken te schreeuwen.
- Ik moet steeds zeggen dat ik van 'r hou. - En is dat niet zo?
Ze is jong, mooi en verliefd op me. Welke man valt daar niet voor?
- En u voelt niets voor haar? - Nee, dit is 'n nachtmerrie geworden.
Na 't vrijen wil ik nog maar één ding: naar huis.
En u hebt nooit bedacht dat ze onder de situatie kon lijden?
Daar zit ik niet mee.
Ik walg van u. U hebt niet gestolen of gemoord, maar u bent weerzinwekkend.
- Hoe durft u? - Zo denk ik erover.
- U kunt me toch niets maken. - Helaas niet.
Uw slag verdient 'n speciaal soort straf.
Ik kom gedag zeggen. Ik ga terug naar Parijs.
- U stopt met uw onderzoek? - Uiteindelijk kende ik Albert niet eens.
Wat zal ik me druk maken als z'n vrienden dat niet eens doen.
Succes met de wedstrijd.
Cavre heeft me omgekocht. Ik moet die fiets niet.
Ben je bereid onder ede te verklaren dat Cavre dat heeft gedaan?
Uitstekend.
En nu eerst die wedstrijd winnen. De rest komt morgen wel. Stap op.
Vooruit, trappen.
- Ik hoop dat ik u de eetlust niet beneem. - Geen schijn van kans.
Voor de draad ermee: Door wie wordt u betaald?
En u? Door wie wordt u betaald?
Niet door de Quai des Orfèvres, voor zover ik weet.
Als Louis van mening verandert, kunt u daar niets tegen inbrengen.
- Die jongen verandert niet van mening. - Toch wel.
- Hij wil u uw geld teruggeven. - Dat doet hij niet.
- Waarom niet? - Omdat hij 't veel te hard nodig heeft.
- U hebt geen hoge dunk van de mensheid. - Mede dankzij u, Maigret.
Louis wil voor de rechtbank verklaren dat u hem hebt omgekocht.
Dat kan ernstig worden: omkoping, vernietiging van 'n bewijsstuk...
Ik heb niks vernietigd.
- Wat hebt u er dan mee gedaan? - Het kan altijd nog nuttig zijn.
Luister goed, Cavre. Ik heb een dossier over u aangelegd.
Door Louis' getuigenis en de dingen die ik weet, raakt u uw vergunning kwijt.
Ik kwam hier 'n gerucht ontzenuwen. Ik wist niet dat 't om 'n misdaad ging.
Dus ze hebben zich niet aan 't contract gehouden.
- Wie zijn 'ze'? - Dat weet u even goed als ik.
Snel, Geneviève heeft zelfmoord gepleegd.
- Waar is ze? - Op haar kamer.
- Geneviève. - Zeg iets, liefje.
- Wat is er gebeurd? - Ze heeft zich vergiftigd.
- Is de dokter gebeld? - Die is onderweg.
Zeg toch iets, liefje.
Hou haar wakker, sla haar.
- Nee, niet zo. - Niet doen. Alsjeblieft.
- Laat haar braken. - Wacht. Waar blijft de dokter nu toch?
Braken lukt haar niet. Toe nou, kindje.
Aan mijn ouders.
Daar is hij eindelijk.
Snel, Alphonse. Kijk.
- Wat heeft ze ingenomen? - Dat daar.
Veronal?
Heeft ze gebraakt? Dat moet. We moeten haar maag leegpompen.
U gaat me daarbij helpen, mevrouw. Wil jij weggaan, Etienne?
Hoeveel zat er nog in 't flesje?
Het heeft geen zin hier te blijven. Kom.
Waarom heeft ze dit gedaan? Ze had nooit problemen.
Gelooft u echt in wat u net zei?
U bent 'n rare vader. Uw dochter heeft nooit echt met u kunnen praten.
U ging elk conflict uit de weg.
En zij durfde uw wereldje vol aardige, probleemloze mensen niet te verstoren.
- Maar de wereld is niet aardig. U evenmin. - Hoe durft u?
- Ik doe waarvoor ik gekomen ben. - Dit heb ik u niet gevraagd.
- Klopt, u hebt me niks gevraagd. - Dat was mijn vrouw.
- En dat had ze niet moeten doen. - Misschien niet.
- Wat hebt u Geneviève verteld? - Niets.
Ik geloof u niet. Dit is allemaal uw schuld.
Het is net zo min mijn schuld als de uwe. U weet echt niet wat haar dwarszat?
Helaas niet, nee.
U hebt Retailleau nooit gesproken, zei u. Dat klopt niet.
- Ik zie 't verband niet... - O, jawel.
Albert had 'n appeltje met Geneviève te schillen.
- Mijn dochter kende die vent niet. - Zeker wel.
U betrapte hem hier die avond en begreep dat hij haar kwam opzoeken.
U bent niet goed wijs.
- U greep hem en hebt hem vermoord. - U bent gek.
- Kom mee. - Goed. Hou op, alstublieft.
- Hier hebt u hem vermoord. - Niet vermoord.
U hebt hem vermoord.
Geef toe dat u 't was.
En u hebt 't lijk naar de spoorbaan gesleept, zodat het 'n ongeluk leek.
Ik wilde hem niet vermoorden, echt niet.
Ik kon niet slapen. Een van de paarden was niet in orde, dus ging ik erheen...
En liep hem tegen 't lijf.
Hij stond op 'n ladder onder haar kamer. Ik kende hem niet.
Hij deed vreemd en zei de vreselijkste dingen over mijn dochter.
Hij schold haar uit voor hoer en tegen mij riep hij:
Het zou je wel goed uitkomen als ik trouwde met die, met die...
En dat werd vechten.
Ik was razend. Ik verkocht hem een mep en hij sloeg met zijn nek tegen de lamp.
Als Geneviève dit overleeft, wil ik niet dat ze 't weet.
Van mij zal ze 't niet horen.
U weet er meer van dan ik.
Denkt u dat ze verliefd op hem was? Dat ze nu om hem...
Nee, daarom is 't niet. Ze vermoedt niets.
Maar waarom dan?
- En? - Kantje boord, maar ze haalt 't wel.
- Mag ik haar zien? - Nu niet.
- Ik moet 'n ambulance bellen. - De telefoon staat in de hal.
- Wat doet u daar? - Dit was haar afscheidsbrief.
Wat ze te zeggen had, hoort u wel van haarzelf.
Wat ze te zeggen had?
Haar geheim.
En luistert u nu vooral wel.
- Wat gaat u nu doen? - Wat ik meteen had moeten doen...
...als u via Cavre niet alles in de war had gestuurd.
- Waar gaat u naartoe? - Inpakken voor de trein van half zeven.
Belt u de politie niet?
Nee.
- En? Heb je gewonnen? - Ik ben derde geworden.
Niet slecht.
- En u? - Hoe bedoel je?
- Wat gebeurt er nu verder? - Ik ga terug naar Parijs.
Die was van jou, nietwaar?
Wat zal ik ermee doen?
Dat moet jij weten.
- Tot ziens. - Tot ziens.
Een paar maanden later stuurde Naud me bericht...
...van het huwelijk van zijn dochter met Edouard Govaert.
Drie weken daarna werd er 'n jongetje geboren...
...dat in zijn leven alles meekreeg:
Het geld en de achtenswaardigheid van een familie zonder problemen.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.