Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Familie Kerst in kabouterland.
Ik heet Hugo Kerst en ik hou van kerst.
- Dat is fantastisch. - Gaan we nu naar huis toe?
- Moet je die daar zien. - We gaan nu sluiten.
- Morgenochtend zijn we weer open. - Komen we dan weer terug.
- Au. - Ho. Gaat het een beetje?
- Ja. Gelukkig is hij niet stuk. - Niels, kom mee.
- Kom je mee? - Mijn vader heet Niels Kerst.
Eerst hield hij helemaal niet van kerst, maar nu wel.
Omdat er een kabouter bij ons heeft gewoond die Pixy heette.
Hij is mijn beste vriend. Ook al is hij een kabouter
en leeft hij in een andere wereld. Hij komt alleen met kerst naar ons.
Waarom heb je Pixy's muts de hele tijd op?
- Ik mis hem. - Misschien komt hij nooit terug.
- Doet hij wel hoor. - Natuurlijk komt hij.
Hé. Het is nog veel te vroeg voor een kerstboom.
Ja. Dat heb je nu éénmaal als je familie Kerst heet.
Hier wonen wij. De familie Kerst.
Pixy kieke.
Pixyke.
HIJ ZUCHT
- Blijf eens van mijn spullen af. - Dat was ik niet.
- Was je wel. - Nee. Dat zweer ik.
- Hoe vind je mijn haar zitten? - O euh, best.
- Hallo, je keek niet eens naar me. - Oké. Weet je wat je bent?
- Nee, wat? - Een stoere bink.
- Help even mijn spullen opruimen. - Ik heb ze niet aangeraakt, oké?
Alfred, je moet het opruimen.
- Pixy? - Hoi, Hugo.
Je bent er al. Ik dacht dat je pas op kerstavond zou komen.
- Mijn beste vriend. - Mijn zelf beste vriend.
- Hier. Deze vergat je vorig jaar. - Tiektak.
- Pixy's kabouterbal. - Zat die er de hele tijd in?
- Dat is supergaaf. - Kabouterbal is heel belangrijk.
- Pixy's magie zit erin. - Waarom kom je dan nu pas?
Rendieren vliegen alleen in december.
Vliegeri.
Oh.
Wow.
Pixy's kabouterbal mag nooit stukgaan.
Je mag hem nooit aanraken. Oké, Hugo?
Oké.
Echt supercool.
- Wil je mijn nieuwe speelgoed zien? - Pixy haalt kabouterbal.
- Nu naar huis. Cadeaus maken. - Blijf nog even.
Dan kunnen we spelen met Alfreds nieuwe drone.
Zullen we snoep gaan halen?
Kom.
Is het lekker?
Dat mag je niet doen, Pixy. Je moet het eerst wegen.
Hugo?
- Wanneer zie ik je weer? - Ik kom morgen.
- Ik zie je. - Tot later.
- Doei. - Doei, Vera.
Wat vind je ervan? Is hij niet prachtig?
Pap... Heb je nu al... Dat zouden we toch samen doen?
- Ik heb er maar een paar in gehangen. - Niels?
We hadden afgesproken dat we dat samen zouden doen. Ja, toch?
Ja.
Wat wil je dat ik doe dan? Alles er weer uit halen?
Kijk eens wie er is.
- Hillo. - Pixy. Nu ja, zeg, ben je er al?
- Wat een verrassing. - Pixy, ouwe jongen.
Wat goed je weer te zien.
Heb je ons gemist?
- We hebben jou heel erg gemist, hoor. - Zeker weten.
Je gaat nog niet naar huis, toch?
Hebben jullie het een beetje naar je zin?
Kijk eens wat ik voor je gekocht heb. Vind je het wat?
- Trek even aan. Kijk of het past. - Je mag mijn kleren ook lenen.
- Pixy, kun je heel even helpen? - Hij wil dit net passen.
Ach, dat kan later wel. Pixy?
Oh.
- Pixy, wil jij de auto even optillen? - Mm-hm.
Hihihi, hahaha.
Dat is perfect.
Zo.
Even kijken.
Vliegeri.
Vliegeri. Nu.
Goeie vlucht gehad? Geen jetlag of dat soort dingen?
Wat is er? Hou je het niet meer?
Pixy, gaat het wel goed?
Pixy!
- Het spijt me ontzettend. - Hij heeft de hele nacht gereisd.
Gewoon even wat slapen en je bent zo weer op krachten.
Hugo, jij bent de enige die Pixy's kabouterbal kan maken.
- Zal ik een verhaaltje voorlezen? - Doe ik wel.
Nee, ik doe het.
- Welk verhaaltje wil je horen? - Snappen jullie het niet?
Pixy is zijn krachten kwijt omdat ik zijn bal heb stukgemaakt.
- Dan kopen we toch een nieuwe. - Dat kan niet.
Hij is magisch.
- Oh. - Ik moet met hem mee naar huis.
- Mm-hm. - Nee, dat kan niet.
- Waarom niet? - Omdat het niet kan.
Hij moet naar huis en ik moet mee. Dat zijn de kabouterregels.
Hij krijgt baardgroei. Ach, wat lief. Kijk nou, Niels.
Dat is niet goed.
Pixy, je raakt in de pubertijd.
Dat is waarschijnlijk wat er aan de hand is.
Nee pap, Pixy is een kabouterkind. Hij is pas 103 jaar oud.
- Pixy? - Ja. We hebben hoog bezoek.
- Hillo. - Hillo.
- Ben je niet veel te vroeg? - Nee hoor, helemaal niet.
Nee. Tuurlijk niet.
Welkom.
Pixy?
Pixy?
VADER GRINNIKT
Vera?
Vera?
VERA ZUCHT
- Wat is er? - Jij bent zo slim.
Kan je misschien iets aan me uitleggen?
ZE ZUCHT
Het mocht niet stukgaan, maar het ging wel stuk.
Pixy zijn magische krachten zijn verdwenen en nu krijgt hij een baard.
Oké.
Euhm... Misschien houdt de bal de kabouters wel jong.
En als hij stukgaat, dan worden ze oud.
Dus Pixy wordt nu heel snel oud door mijn schuld?
- En op het eind gaat hij dood? - Ja. Ik denk het wel.
PIXY SNURKT
- Hoi. - Goedemorgen.
Mag ik een heel, heel warme jas lenen?
- Waarom? Het vriest niet buiten. - Ik moet mee naar kabouterland.
- Dan kan Pixy zijn magie terugkrijgen. - Veel plezier.
PIXIE SNURKT
- O nee. - Goedemorgen.
- Goedemorgen. - Goedemorgen.
- Pixy wordt heel erg snel oud. - Oh, arme Pixy.
Ik moet echt met hem meegaan, want anders...
Wat... Wie is dit nou?
- Waar komt zij vandaan? - Wat kom je hier doen?
Pixyli, persuarere.
Ik denk dat ze me komt halen. Met Pixy.
Oké.
Dan vind ik wel dat we met zijn allen moeten gaan.
- Maa.. - Er zit niets anders op.
- Kom, dan gaan we inpakken. - Dat menen jullie niet, hè?
Je moet wel warme laarzen aantrekken.
- Ik ga niet mee hoor. - Wel. We gaan met zijn allen.
Ik moet naar een feestje toe.
We doen het voor Pixy.
Ik vind omgaan met kabouters helemaal niks.
Pixy heeft jouw leven gered. Ben je dat soms vergeten?
HIJ ZUCHT
- Pixyli. - Hoi. Ik heet Hugo.
Je kunt Pixy redden als je beste vrienden bent. Anders niet.
Dan wordt Pixy oud en gaat hij dood.
Echt waar?
HIJ ZUCHT
Hoi, Pixy. Ik ben klaar om mee te gaan.
We zijn beste vrienden. Toch, Pixy?
Goed. Zijn jullie klaar?
Oké, waar gaan we naartoe?
Kijk, mam.
Dat zijn echte kabouters.
- Ze zien er wel uit als kabouters. - Wij zijn echte kabouters.
Kom, schat. Kom, Pelle.
Hé, we kunnen hier niet zomaar ingaan.
Kom nou, mam.
Oh. Te gek.
Pixy.
Gaan we daarin rijden?
- Hillo. - Hillo.
- Hillo. - Hillo.
- Jullie niet. Alleen mensenkinderen. - Natuurlijk gaan we mee.
- Klevereschoen. - Wat gebeurt er opeens?
- Niet doen. - Hou op.
Dat mag je niet zomaar doen met mijn ouders.
- Je gaat daar niet alleen heen. - Je weet niet wat er kan gebeuren.
- Pixy heeft onze hulp nodig. - We sturen wel een sms.
Kom je mee, Alfred?
Alfred.
- Luister naar je vader. - Kom er onmiddellijk af.
Kijk uit!
Wow!
- Keer om! Kom terug! - Tot gauw.
Doe rustig aan.
- Dat zijn onze kinderen! - O man, dit is hoog.
We zullen jouw kabouterbal maken, Pixy. Dat beloof ik je.
Daar gaan ze.
Ze redden het wel.
KERSTGEZANG
Nènènè.
Ik heb nog nooit zo'n mooi uitzicht gezien.
Oké. Het zijn maar gewoon sterren, hoor.
Wow.
VERA GEEUWT
PIXY GEEUWT
Oh.
- Dit is Vera. Spreek iets in... - Goedemorgen, Niels.
Dit is papa. Ik hoop dat je dit bericht zult ontvangen.
We missen jullie. Groeten ook van mama. Doei.
Heeft iedereen zijn dienstrooster al gelezen? Mooi.
Ah, daar is Agnete. Dan is iedereen aanwezig. Mooi.
Ik wil Martin welkom heten. Dit is zijn eerste dag. Welkom.
Dank je. Ik zal mijn best doen.
Het gaat er soms pittig aan toe, maar daar wen je aan.
Komt wel goed.
We hebben twee meldingen gehad van ongewoon luchtverkeer.
Een dame dacht dat ze drie vliegende rendieren zag.
Het is bijna kerst,
maar er zijn grenzen aan wat we aannemen.
Het kunnen wel illegale dronevluchten zijn. Onderzoeken jullie dat?
Ja. Natuurlijk.
- Dit is een supergave vette plek. - Ja. Het is magisch.
Het is gewoon maar een bos, hoor.
Heb je het niet koud in die schoenen? Stoere bink.
- Hou op. - Sst.
- Wat is er? - Sst.
Waarom moeten we stil zijn?
Niet alle kabouters houden van mensen.
Versettet wat klik-klik-ie-klak.
- Zijn ze bang voor ons? - Ze hebben nog nooit mensen gezien.
Oh.
Je woont hier echt te gek, Pixy.
Nee Vera, zo zien ze ons.
Stel je voor dat ik deze foto's kan posten.
Deze kant op.
Kom je ook, Pixy?
De kerstversiering is prachtig.
- Gaan we op zoek naar een pizzeria? - Respect voor de bewoners.
Maar er is hier niemand.
Hillo.
Hillo.
- Hillo. - Hoi. Ik heet Hugo Kerst.
Dat zijn Alfred en Vera. Wij komen uit de mensenwereld.
Pixy pom pom koegel hapilie.
Ah.
- Kedjadeta? - Betesos.
- Uw rijstpudding ruikt verrukkelijk. - Kèh.
En u woont mooi.
Je hoeft niet bang te zijn. Dat is een gsm. Kan niets gebeuren.
Ik heb Pixy's bal stukgemaakt. Ik zal hem weer maken,
maar ik weet niet hoe dat moet. Kunt u me helpen?
Elbe getmek. Essilletoegeta koelietkiet. Ke es liekt è èrotmiet.
- Hotolred. Tisj goed. - Wetter ta.
- Wat zeggen ze? - Het moet in de toverketel.
- In een toverketel? Waar dan? - Dat weet niemand.
- Hoi Pixy. - Hillo.
- Pixy. - Pixy.
Oh, Pixy.
KABOUTERTJES LACHEN
- Sjt. - Stop.
Nee, Pixy.
Pixy?
KABOUTERMEISJES LACHEN
Hoi Pixy. Ik snap heel goed dat je kwaad bent,
maar we zijn toch nog steeds vrienden?
Sorry.
- Ik kan je nog steeds zien, hoor. - Echt waar?
Pixy kan zich niet eens meer onzichtbaar maken. Je bent stom.
Pixy.
Pixy wil geen vrienden meer zijn.
Dit is een kaart.
- Alles verdwijnt. - Je kunt ze zien
- als je weer vrienden bent. - Wat voor kaart?
Ze laat je zien waar je de bal kunt maken. Waar de toverketel staat.
Hoi.
Kunnen we snel die kabouterbal maken en dan naar huis?
Kom mee.
We gaan daarheen. Ik zorg dat de slechte kabouters je niet herkennen.
- Oh. - Wat doen we hier?
- Moeten wij kabouterkostuums aan? - Mensen horen hier niet.
Als Pixy's bal weer gemaakt is, wordt hij dan weer zoals hij was?
Maar alleen als jullie vriendschap vanuit het hart komt.
Hillo.
- Hillo. - Mo to tiek han.
Hedik. Oei tittih.
Zeg hem dat hij moet ophouden.
- Wat doet hij nu? - Tsimpoh moe.
Hou eens even op jij.
- Je moet eruitzien als een kabouter. - Ik moet niks.
- Zo worden we niet ontdekt. - Ik ben niet bang voor die hobbits.
- Je broer is koppig. - Hij kan aardig zijn.
Hij moet oppassen voor de kwade magie.
- Dat ziet er gaaf uit. - Best wel.
Mijn eigen kabouterkostuum.
- Je ziet er supergoed uit. - Kabouter zijn is gaaf.
Let op.
Altijd-raakgarantie. Vet.
Tieka tieka boem.
- Tieka kerst. - Tieka kerst.
- Tieka boem boem. - Tieka boem boem.
- Tieka Kerstmis. - Tieka Kerstmis.
- Tieka boem. - Tieka boem.
Vera, we moeten Pixy vinden.
Ja.
- Alfred. - Haha. Haha.
Weet je wel hoe stom jullie eruitzien?
- Je eigen kleren dragen is stom. - En gevaarlijk.
- Ze hebben kaboutermagie. - Wat kunnen ze doen?
Mij in een sneeuwbal veranderen?
- Ik ga naar huis. - Dit moet samen.
Krijg je het niet koud in die dansschoenen?
- Hou op. - Je bent natuurlijk een stoere bink.
Kom. We moeten Pixy gaan zoeken.
Heb je hem gevonden?
Als we geen vrienden meer worden, gaat Pixy dood.
Pixy kan heel lang kwaad blijven.
Heeft elke kabouter een kabouterbal?
Ik kreeg hem toen ik geboren werd.
Is dat hoe je jouw naam schrijft?
Het is allemaal mijn schuld.
Waarom moest ik nu Pixy's kabouterbal stukmaken?
♪ Kabouterziel, een diamant, weet altijd wie liegt, en meer
♪ En ben jij een echte vriend, vindt het hart jou telkens weer
♪ Goede vrienden, hand in hand
♪ Nu is kerst hier in het land
♪ Ook kabouters zijn soms boos
♪ Het komt wel goed, al duurt het een poos
♪ We plagen graag, spelen graag
♪ En dan het liefst in de sneeuw ♪
Pixy?
♪ Versieren is o zo fijn
♪ Kerst is het feest van de eeuw
♪ Goede vrienden, hand in hand
♪ Nu is kerst hier in het land
♪ Nu is het Kerstmis ♪ Nu is kerst hier in het land
♪ Nu is het... ♪ Nu is kerst hier in het land
♪ Kom naar huis ♪
HAAN KRAAIT
GESNURK
Tieka tieka monnelie. SAMEN: tieka tieka monnelie.
- Wat zeggen ze? - Waarschijnlijk goedemorgen.
- Net slapen in een luciferdoosje. - Alfred, doe eens aardig.
Au. IEDEREEN LACHT.
- Hou op met lachen. - Het zijn maar kinderen.
Ze zijn honderd of ouder.
Ze horen niet te lachen als iemand zich pijn doet. Au.
GESMAK
Eten jullie elke dag rijstpudding? Het smaakt echt goed.
Ja, absoluut.
De beste rijstpudding die ik ooit geproefd heb.
Elke dag rijstpudding eten is ongezond.
Jij weet niets van kabouters af.
- Je ziet toch dat ze dik zijn? - Ze zijn helemaal niet dik.
Mijn broer zegt soms weleens domme dingen. Sorry.
Sorry voor wat? Jullie zijn een stel puddinghoofden.
IEDEREEN LACHT
Hou eens op jullie.
Tieki. Ja.
Pixy?
Pixy?
Pixy?
Weet u waar...
Weet u waar Pixy is?
Miauw. Miauw.
Miauw.
Hoi.
Ik heet Hugo.
- Wat ben jij voor een diertje? - Miauw. Miauw.
Miauw.
- Weet jij waar Pixy is? - Miauw. Miauw.
- Is hij daar? - Miauw.
Dank je wel.
Daar ben je.
Hoi, Pixy.
Is dit jouw schoolklas?
- Waarom draag je hetzelfde als Pixy? - Omdat we vrienden zijn.
Je bent mijn beste vriend, Pixy.
Pixyli zegt dat we vrienden moeten zijn met ons hart.
Anders kunnen we je kabouterbal niet maken.
- Wees nu toch eens niet zo boos, Pixy. - Ga, Hugo.
Pixy wil je helemaal nooit meer zien.
LAAT SCHEET
Oh.
Weet je wat? Anders maak je die bal maar lekker zelf!
Stomme Pixy!
- Ik heb er genoeg van. - Wat is er gebeurd?
Ik wil geen vrienden meer met Pixy zijn.
- Moet hij doodgaan? - Stomme kabouter.
- Zeg dat nu niet. - Ik meen het.
Blijf hier. Ik ga wel met hem praten.
Hillo.
Kerstanee.
Hillo. Pixy is boos op je. Maar dat moet je hem vergeven.
- Iemand heeft net het hart vernield. - Dat zag er toch altijd zo uit?
Kom op. Ga mee Pixy zoeken en zorg dat je weer vrienden wordt.
Even kijken of we hem vinden.
Misschien is er ook magie die kerstversiering laat verdwijnen.
Zie jij hem ergens?
- Nee, en Pixy kan me ook niets schelen. - Pixy is je beste vriend.
En jij hebt wel zijn kabouterbal stuk gemaakt.
Oh. Pixy.
Dat zet ik je betaald.
Kijk daar eens. Hij kijkt naar ons.
Hij heeft het kersthart zwart gemaakt.
Heb je in de ogen van Evol gekeken?
- Evol? Nee. - Beloof dat je dat nooit zult doen.
- Je weet nooit wat er kan gebeuren. - Waarom doet hij eigenlijk zo?
- Zijn bal is behekst door kwade magie. - Houdt hij niet van mensen?
Pixy, zullen we weer vrienden worden?
Ze neemt niet op.
- Ik vind wel dat ze lang wegblijven. - Ach. Zo lang zijn ze niet weg.
Maar we hebben geen idee wat ze doen.
- Haha. Grappig. Ha. - Vind ik niet.
- Onze kinderen kunnen het aan. - Straks raken ze gewond.
Hai.
Zeg, Frida vertelde dat Hugo heel erg ziek is.
Ja. Hugo voelt zich niet helemaal lekker.
En zijn grote zus zorgt zeker voor hem?
Je kinderen zijn groot genoeg om op zichzelf te passen.
Je denkt dat ze klein blijven,
maar voor je het weet, vliegen ze het huis uit.
Ja. Ik wens jullie een fijne dag. Kom, Pelle.
Tikkie Pixy. Oh.
Ik hoop dat je heel snel je krachten terug zult krijgen.
Je moet opstaan, Pixy. We moeten gaan.
Misschien moet je wat trainen. Probeer dit eens te breken.
Kom op, Pixy.
Kom op.
Ja. Goed.
Weet je waar we heen moeten?
- Ik wil graag naar huis. - Gaat niet.
We moeten eerst de toverketel vinden.
Maar dan wil ik toch wel een paar warme laarzen lenen.
Nu zal je snel weer jezelf zijn. Toch, Pixy?
Kun je hier even naar kijken? Dit is niet helemaal duidelijk.
Oh. Wat zit je daar alleen, Niels?
- Is het oké dat ik even kom praten? - Ja.
Het gaat over het kerstfeest.
De leerlingen vragen of we er dit jaar iets meer aan willen doen.
Oké. Goed.
Zo.
Ja, we willen een kabouterthema. De kinderen worden kabouters.
Kabouters? Oh. Goed idee.
Please? Wil jij de schoolkerstman zijn?
Ik?
Echt waar, jij zou een heel goeie kerstman zijn.
- Natuurlijk. - Mm?
- Dus we hebben een deal? - Ja.
Ik kijk er nu al naar uit.
- Oeh. - Ja. Waarom niet?
Leuk.
Sû.
Tjeulie.
- Oh es teh. Sjo die die. Sjo. - Die zien er warm uit.
- O sie tie. - Ga je ook een kaboutermuts maken?
- Si, si. - Oké.
Eh, iejeda, tieda. Ha.
Renstienie.
Wat gebeurt er?
GEMENE LACH
GEMENE LACH
Eh jeh. Entiejoch. Eentawunta. Hai joch.
Woi, Hitsjeun. Volta je hoejteh. Eteh hoejteh.
Hoejteh. Hoejteh. Hoejtetata. Hoejteh.
Het zal fijn zijn als Alfred een paar warme laarzen heeft. Hillo.
- Hillo. - Eh. Hillo.
Is mijn broer Alfred nog binnen?
- Eh... Nee, nee, nee. Nee. - Dat is hij niet?
Oh, wat een lief klein rendier.
- Hoe gaat het, lief klein rendier? - Zullen we hem dan gaan zoeken?
Hillo.
Hugo, Vera, wacht op mij.
Ja maar... Hé, ik kan praten? Oh.
O nee.
Aaah.
♪ Hinkie salie, nie da jerst ♪
Waar zou hij toch zijn?
Ze zullen heel boos zijn als we zonder thuiskomen.
- We vinden hem heus wel. - Hillo.
- Hillo. - Hillo.
O, moet je kijken. Voor kleine kabouterbaby'tjes.
Kom nou, Vera.
En moet je dit eens zien.
- Kijk, hij laat zien van wie je houdt. - Hé, schat.
Vera, kom nou.
Ik mis hem zo.
Zo jammer dat ik geen kaboutergeld heb.
Evol.
- Vera, kom! Deze kant op! - Kerstanee.
Oh. Vera, kijk! EVOL LACHT GEMEEN.
Kom.
Hugo, Vera, waar zijn jullie?
ALFRED SNUFFELT
Ugh.
Hugo.
- Hillo. Kom, we gaan die kant op. - Oké.
SCHOOLBEL GAAT
Ga zitten.
Ga zitten allemaal.
Zitten.
Sonja is ziek vandaag, dus ik zal haar vervangen.
- Ik ben Niels. - Hoi, Hugo's papa.
- Hoi. - Waar is Hugo?
- Die is ziek. - Wat heeft hij dan?
- Hij heeft griep. En nu stil zijn. - Waarom?
Omdat ik het zeg.
- Waarvan heeft hij de griep? - Euh. Stil, Frida.
- We werken met kansberekening. - Komt hij morgen?
- Nee, hij komt morgen niet, Frida. - Waarom komt hij niet?
Is er iemand van jullie goed in kansberekening?
- Kan je mama en papa bellen? - Dat lukt niet.
- Kan je geen sms sturen? - Ook niet. Ik heb geen bereik.
Dan kunnen we beter teruggaan.
Ik weet alleen niet zo goed hoe we terug moeten.
We kijken wel op de kaart.
O nee.
Heb je het boek niet bij je?
Ik wou dat mijn gps het deed.
GERINKEL VAN BELLETJES
Ik wou dat Pixy hier was. (ECHO)
Kom.
Hugo, mijn beste vriend.
Zijn we verdwaald, Vera?
Vera, jij bent de oudste. Wat moeten we doen?
Het wordt zo donker. Misschien moeten we een grot zoeken.
We hebben ook geen eten.
Als we dorst krijgen, eten we sneeuw.
Ik wou dat iemand ons kon helpen.
Pixy!
Je bent gekomen.
- Weet jij waar we heen moeten? - Ik ben zo blij je te zien.
- Kom. Deze kant op. - Weet jij waar Alfred is?
Miauw.
Miauw.
Hillo. SAMEN: hillo.
- Wilkom. - Is dit een kabouterhotel?
Eh.
- Tieka kerst. - Zegt hij 'fijne kerst'?
- Tieka kerst. - Oh, ja ta nieta.
Joeta mina tai. Joeta hoejoetah jai.
De baas van dit hotel houdt vast veel van kerst.
Kerstanee.
BONS OP GLAS
GEMENE LACH
Waarom wil Evol alle kerstdingen vernietigen?
- Evol is stom. - En hij is ook heel gemeen.
Pixy, je hebt nu nog meer haar.
Oh... Ik heb zo'n honger.
Misschien hebben ze hier eten.
Hé, dat is die kabouter die me veranderde.
IEDEREEN LACHT
Ik zal wel voor altijd een rendier moeten blijven. En dat is vet balen.
Welke kant moeten we op?
Het is daar.
Weet je het zeker, Pixy? Moet Vera even gaan kijken?
- Laat haar toch. - Noh.
- Hé. Pixy. - Niet doen. Stop nu.
Geen ruzie maken, ja?
Miauw. Miauw.
Hoi. Dat diertje zag ik bij jullie thuis, Pixy.
- Dat is een mambi. - Een mambi?
- Ons geluksdier. - Brengen mambi's kabouters geluk?
- Miauw. Miauw. - Hij is zo lief.
- Kom, we moeten gaan. - Ah, kleine mambi.
- Miauw. Miauw. - Hier zijn erg veel mambi's.
Nana nana nanana.
Ik hoop dat we Alfred snel zullen vinden.
- Ik ook. - Ook Pixy.
- Hé, hallo! - Wacht. Hoorden jullie dat?
Dat klonk heel erg als Alfred. SCHAAP BLAAT
Alfred?
- Alfred, waar zit je? - Ik ben hier.
Waar dan?
Hier.
- Ben jij dat? - Ja. Ik ben het, Alfred.
Hoi, Hugo. SCHAPEN BLATEN.
Geef me een bewijs dat jij het echt bent.
Ik ben stoere bink.
- Alfred is veranderd in een rendier. - Echt?
Lachen, Alfred.
- Eet je nu dan ook rendiervoer? - Ja.
- En poep je ook rendierdrollen? - Dat is niet grappig.
- Alsjeblieft, niet zo snel lopen. - Is het leuk om rendier te zijn?
Het is best lastig om op vier poten te lopen.
- Je bent een schattig rendier. - Hou op met me te aaien.
Dat is ontzettend irritant. Pixy, kan jij me weer veranderen in Alfred?
- Dat kan Pixy nu niet meer. - We zijn wel allemaal vrienden.
- Je hebt dienst op kerstavond. - Ja.
- Is dat niet moeilijk met de kinderen? - Klopt.
- Ik wil die dienst wel overnemen. - Dank je. Dat is erg aardig.
- Heeft je jongste nog steeds van die appelwangetjes? - Hugo?
- Ja, die heeft hij nog steeds. - Mijn jongste heeft een snor.
William?
- Wat kom jij hier doen? - Waar is Vera?
- Die is nog steeds ziek. - Ze reageert niet.
- Heeft ze iemand anders? - Absoluut niet.
- Is er iets gebeurd? - Nee.
- Of ja, maar het is nogal... - Het is nogal wat?
- ...moeilijk uit te leggen. - U moet het uitleggen.
Kom maar mee.
Kom mee.
Hallo daar.
Weet jij waar mijn kinderen zijn? Ik hou heel veel van ze.
Het was geweldig om ze te zien opgroeien.
Maar ik mis ze echt ontzettend.
Dus als je me zou kunnen helpen. Ik wil ze zo vreselijk graag weer zien.
Kunnen ze naar huis komen?
Daar ben je.
- Wat ben je aan het doen? - Ik praat wat met hem daar.
- Waarover praat je dan? - Ah, niks.
Wat?
Liefde. Hoe geweldig onze kinderen zijn.
Je bent een geweldige vader, Niels.
Zullen we naar huis gaan?
Ja.
Doei.
- O, dat ziet er goed uit. - Die zien er echt lekker uit.
- Ja. - Eet jij maar gras.
- Maar ik wil ook een taartje. - Mm. Oh.
Het lekkerste taartje dat ik ooit heb gehad.
- Mag ik van jouw taartje proeven? - Liever niet.
Van jou dan, Hugo?
- Daar word je ziek van. - Ik eet geen gras meer.
- Het is goed voor je maag. - Juist.
Hou op. Ik wil niet meer rondlopen op vier poten
- en er zo raar uitzien. - Je bent schattig.
Ik wil dat alles weer wordt zoals het was.
Ringen! Hier te koop.
Kijk, de ringen die je laten zien van wie je houdt.
Ik wil zo'n ring hebben. Kan ik wat geld van je lenen?
Dank je, Pixy.
Vera.
William.
Lieveli.
Wat gebeurt er?
Evol. Mijn liefste.
- Zeg, wat doet ze daar? - Vera? Kom je nou?
- Ik hou van hem! - Ze heeft thuis toch een vriendje?
Evol.
- Het is een val. - O nee.
Ik wou dat ik mijn magische krachten had.
- Waarom heb je mijn zus betoverd? - En mij in een rendier veranderd?
Verali.
- Ze heet Vera. - Lieveli.
Kijk uit.
- Laat ons niet alleen! - Ik zal je redden.
Wat doe je nu? Dit hele ding is jouw schuld.
GEMENE LACH
Coole toverstaf.
Sorry. Maar hij probeerde me te pakken.
- Jij bent geen kabouter. - Mijn beste vriend is er een.
- Hij heet Pixy. - Pixy?
Ik brak per ongeluk zijn kabouterbal.
Ik moet de toverketel vinden. Maar dat gaat niet.
Want hij is boos op me. En we moeten beste vrienden zijn.
Waar is Pixy?
Evol heeft hem gevangen. En mijn grote zus en broer.
Weet je ook waar hij woont?
Moet ik dit opzetten?
Evol gevaarlijk. Pas op voor Evol.
Hoi. Wat doe jij hier?
Evol heeft Alfred, Vera en Pixy gevangen.
Kerstanee?
Zo zullen de kwade kabouters me niet ontdekken.
Hij woont daar in het bos.
- Pixyli gaat met je mee. - Ik moet het alleen doen.
- Hillo. - Hillo.
♪ Kabouterziel en diamant weet altijd wie liegt en meer ♪
Je laat je vrienden in de steek, Hugo.
♪ En ben jij een echte vriend, vindt het hart jou telkens weer
♪ Goede vrienden, hand in hand, nu is kerst hier in het land
♪ Ook kabouters zijn soms boos
♪ Komt wel goed, al duurt het een poos
♪ We plagen graag, spelen graag
♪ en dan het liefst in de sneeuw
♪ Versieren is o zo fijn
♪ Kerst is het feest van de eeuw ♪
Ik ben zo bang dat ze nooit meer terugkomen.
Ze komen wel.
Ze komen wel terug.
We moeten rustig blijven.
♪ Goede vrienden, hand in hand
♪ Nu is kerst hier in het land
♪ Nu is het Kerstmis ♪ Nu is kerst hier in het land
- ♪ Nu is het Kerstmis ♪ - Help!
- ♪ Nu is kerst hier in het land ♪ - Help!
♪ Nu is kerst hier in het land ♪
Mama? Pap? Help me.
Help!
Mama?
Hallo? is daar iemand?
Help!
Ga je mee?
We kunnen de kinderen als vermist opgeven.
En mijn collega's vertellen dat ze naar kabouterland zijn gevlogen?
Ik zou willen dat dat kon.
Help.
Help me.
Mieuw. Mieuw.
Oh.
Kleine Mambi.
Miauw.
Wat ben ik blij om jou te zien.
Weet jij waar de kwade kabouters hun gevangenen bewaren?
Miauw.
- Miauw. Miauw, miauw. - Moeten we daarheen?
Vera?
Vera, kom mee. We moeten hier weg.
Ik heet Verali.
- Nee, je heet Vera. - Ik wil kabouter zijn,
- zodat hij van me houdt. - Hij is 300. Dump hem.
- Leeftijd doet er niet toe. - Hij kan je betovergrootvader zijn.
Vera, doe even normaal.
Kijk, je hebt thuis een hartstikke leuke vriend.
- Mijn Evol. - Verali.
Hij is een kwade kabouter die kerst en mensen haat.
Ga.
Maar we moeten Pixy en Alfred vinden.
Vera, kom nou.
Verali, door jou groeien mijn magische krachten.
- Verali houdt van jou. - Evol zal machtig zijn.
EVOL LACHT GEMEEN
Waar zijn Pixy en Alfred?
KWADE KABOUTERS LACHEN GEMEEN
Als je je magische krachten had, had je ons hieruit kunnen krijgen.
- Laat me los. Ik kan zelf wel lopen. - Daar komt iemand.
Doe even rustig..
- Hugo. - Hé. Daar zijn jullie.
Waarom draag jij een zwarte muts en tas?
- Die heb ik geleend. - Waar was je?
Overal en nergens.
Pixy.
Ben je gekwetst?
- Ben je boos? - Je liet je vrienden in de steek.
Nee, dat deed ik niet. Ik wilde jullie redden.
Kijk eens, wat schattig.
Je gaat toch niet weg? Je moet je kostuum nog passen.
Oh. Ik ben zo benieuwd hoe het je staat. Ik hoop dat het past.
- Dat lukt wel. - Ja.
- Frank en Henrik. - Hé.
- Moet dat niet al aan? - Daarom ben ik hier.
Ik wou vragen of jij het wil doen.
- Ik niet. Echt niet. - Jij misschien?
- Wil jij de baan van kerstman hebben? - Ik heb al dienst. Veel plezier.
Wil je het alstublieft niet van me overnemen? Ik heb hoofdpijn.
Hé Niels. Oh, je ziet er prachtig uit.
Dank je.
We hebben ons steentje bijgedragen om alles in kerstsfeer te krijgen.
- Het wordt vast een geweldig feest. - Vrolijk kerstfeest, Kerstman.
De Kerstman moet wel iets terugzeggen, nietwaar?
Vrolijk kerstfeest. Hohohoho.
- Stop nou toch met boos zijn. - Jouw schuld als we doodgaan.
- Nee, is het niet. - Jij brak zijn kabouterbal
en je liet ons in de steek.
Als we nu eens proberen hieruit te komen
- In plaats van tegen me te schreeuwen. - Juist.
Ik mis mijn benen en armen en mooie gezicht.
- Pixy mist zijn magische krachten. - En ik mis mijn vader en moeder.
Hé Kerstman, weet je wat ik wil hebben?
Hohohoho. Ja.
Een mooi jasje. Jaja.
- Zwarte sneeuw? Huh? - Niet aanraken.
Het is heel gevaarlijk.
Hugo, je weet niet wat er kan gebeuren.
- Wat ben je aan het doen? - Ik teken een kersthart.
Een kersthart? Oh, zodat we onze laatste kerst kunnen vieren?
- Nee, Hugo. - Het is onze enige kans, Pixy.
Ik wil geen sneeuwuil of ijsbeer worden.
Ik blijf liever een rendier.
Wow. Zwarte magie.
- Het werkte. - Huh?
We moeten vechten. Het zijn hobbits, die kunnen we aan.
Je bent een rendier. Je kan niet vechten.
Blijven jullie maar hier, ik doe dit wel.
Stoere, kleine broer.
En als jij je vrienden nu weer in de steek laat?
Dat doe ik niet, Pixy. Vertrouw me maar.
Evol. Mijn liefste.
Lieveli.
Evol.
GEMENE LACH
Evol zal machtig zijn.
- Evol, jij bent machtig. - Het is voorbij, Evol.
Evol!
ZE JUICHEN
Wow. Wat prachtig, zeg.
- Wat is er gebeurd? - Evols kwade magie is verbroken.
O ja?
Joehoe! Hugo, moet je zien!
Ik ben weer Alfred!
Zie je me? Moet je me zien. Kijk.
- Ik ben weer helemaal mezelf! - Hoi Alfred.
- Hoi Alfred. - Hoi.
- O nee. Het is zo erg voor Pixy. - Ja.
Ik moet snel de toverketel voor hem zien te vinden.
Pixy.
- Hier. Zullen we dit broodje delen? - Nee, dank je.
Oké.
- Heb jij je cadeautjes al gekocht? - Ja, dat heb ik.
Ik heb er nog niet één gekocht.
- Ik ga wel even kijken. - Heb je hulp nodig?
- Nee, blijf jij maar hier. - Oké.
HIJ SCHREEUWT
Agnete.
Hoi.
Wat doe jij nou hier?
Wat doe jij nou hier?
- Alles oké? - Jaja.
- Mag ik uw naam en gegevens? - Die dingen weet ik al.
Is hij je...
Ja, hij is mijn kerstman.
Ik denk dat het daar is.
- Mm. - Pixy.
Ja, maar..
Is het hier?
Hier ben ik al eens geweest.
Kom, Pixy.
Hè, maar...
Is dat de toverketel?
Maak jij dan de kabouterballen?
Hugo en Pixy, zijn jullie echte vrienden?
Ja, dat zijn we.
Zo niet, dan smelten de scherven en gaat Pixy dood.
Bedankt voor het lenen, Pixy, en het spijt me.
Het spijt me dat Pixy zo boos was.
Word je nu ook weer helemaal normaal?
Pixy wordt niet langer oud.
- Je lijkt nog wel een beetje oud. - Ja.
En wat vinden jullie? Zie ik er goed uit?
Nee eerlijk, wat denken jullie?
- Je bent een stoere bink. - Moet je me zien.
- Geen hoeven, geen vacht. - Geen rendierdrollen.
- Ik ben mezelf. - Als rendier was je ook best leuk.
Nee, was ik niet.
Je was veel makkelijker om mee om te gaan.
Ik kan niet wachten om naar huis te gaan.
- Zie ik eindelijk mijn vriendje weer. - Mag ik naar je ring kijken?
Mieuw, mieuw.
- Hoi. - Miauw.
Wat doe jij hier?
Bedankt voor je hulp.
- Oh. - Wow.
- Hoe kan jij nou Pixyli zijn? - Simpel.
- Meisjes zijn echt gaaf. - Dat ben jij ook, Hugo.
- Dank je. - Zonder jou was er geen kerst
en had Pixy zijn krachten nooit teruggekregen.
- We moeten naar huis. - Vaarwel, Hugo.
Kan je nog één wens vervullen? Mag Pixy mee naar huis vliegen?
Yes!
Alfred, wil jij met je Rudolfneus de weg naar huis verlichten?
Wow!
- We zijn thuis. - Ja.
- Heel erg bedankt voor alles. - Bedankt voor de rit.
Tot ziens.
Hillohillo.
- Hillo. - Hillo.
- Hoi. - Hoi.
Hoi.
Jullie zien er helemaal niet uit als kabouters.
Mama!
Mama!
Pap!
- Hugo? - Pap!
Vera, Alfred. Agnete! Mijn geweldige kinderen.
- Ik heb jullie zo gemist. - Ik jullie ook. - O, mama.
Ik heb jullie zo gemist. Ik ben zo blij dat je weer thuis bent.
We hebben zo vaak aan jullie gedacht.
Elke seconde.
- Wat is dat voor lucht? - Dat is een lang verhaal.
- Hillo. - Pixy, jij geweldige lieve kabouter.
Dat noem ik een gelukkig kerstfeest.
Kom jongens, laten we naar binnen gaan.
Verali, ik zie iemand die jij kent.
- William. - Vera.
- Ik heb je zo gemist. - Ik jou ook, Vera.
♪ Pak mijn hand nu stevig vast
♪ Nog niet snoepen, opgepast
♪ Eerst gaan we nog dansen ♪
Wie kan dat zijn?
Jullie zijn gekomen.
SAMEN: hillo.
Euh, kom binnen.
Ja, wees welkom.
- Hoi Pixyli. - We hebben meer rijstpudding nodig.
- Zijn al die cadeaus voor ons? - Ja, met Hugo.
HIJ SPREEKT KABOUTERTAAL
- Oké. - Gewoon ja knikken.
Hugo hettemeto to supa pahetetto. Pixy.
- O, Hugo en Pixy. Jaja. - Hugo, Pixy.
- Dit is voor jou. - Dank je.
Oh! Mijn eigen kabouterbal.
Ontzettend bedankt. Hij is echt heel erg mooi.
- Hugo is heel moedig. - Ja, dat ben je, Hugo.
- En Pixy's beste vriend. - Dank je, Pixy.
En jij van mij.
- Tieka kerst. - Tieka kerst.
- Tieka kerst. - Tieka kerst.
- Is dit voor mij? - Eh-eh.
Hahaho.
Buhuhu.
Is dit kabouterwax?
Is dat voor in mijn haar?
- Tieka kerst, allemaal. - Tieka kerst.
Tieka kerst, ja.
Tieka kerst!
Tot ziens, Hugo! Tieka kerst!
We zien elkaar volgend jaar.
Kabouters hebben geluk omdat ze in een magisch land leven.
Mensen hebben geluk omdat er kabouters zijn
en omdat er kerst is. Ik omdat mijn beste vriend een kabouter is
en omdat ik in zijn land ben geweest.
Oh.
Tot ziens, Hugo. Je bent mijn beste vriend!
Ondertitels: anneke Slosse (2020)
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.