Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Toen we die nacht Transsylvanië doortrokken...
had professor Abronsius niet door dat hij...
het doel van z'n mysterieuze onderzoek had bereikt.
Hij had daarvoor door Midden-Europa gereisd...
vergezeld door z'n trouwe leerling, Alfred.
Als wetenschapper wiens kennis niet gewaardeerd werd...
had hij alles opgegeven om zich te kunnen storten...
op wat hij een heilige missie noemde.
Hij verloor z'n baan aan de universiteit van Konigsberg...
waar hij door z'n collega's 'de Gek' werd genoemd.
Welkom.
Professor.
Snel, snel.
Schiet op. - Hier.
Nee, hier. - Niet duwen.
Niet bij de kachel, dan krijgt hij koudvuur.
Warm bier met kaneel.
Voorzichtig. Het breekt als glas.
Een mosterdbad voor z'n voeten. - Z'n neus ook.
Nee, z'n neus niet. - Help hem overeind.
Waar is de bikos voor de heren, Rebecca?
Het is klaar.
We rijden door tot Bubuski...
Nu gaan we naar Fulidnish...
Knoflook.
Knoflook, jongen.
Denk je? - Zonder twijfel.
Alsjeblieft. - Is het afgelopen?
Ja. - Wacht. Gaan we naar Brevarsky?
Naar Brevarsky. Gaan we niet naar Iski?
Nee, niet naar Iski.
De hele winter als dat nodig is. En de zomer ook.
Het is een eigen stek.
Zeg eens... - Ik zeg het al.
Luister, je hebt... - Knoflook.
Knoflook. - Nee.
Waarom hangt die knoflook daar? - Waar?
Daar.
Alstublieft geen knoflook.
Is er misschien een kasteel in de buurt?
Ik zweer u. Er is hier net zomin een kasteel als een molen.
Kent iemand hier een molen in de buurt?
Nee? Zie je wel? En weet iemand een kasteel?
Er is een kasteel aan... - Zie je wel?
Geen kasteel, geen molen. Eet.
Vind je de bikos lekker? Eet. Kijk die kleine zit te eten.
Zie je wel?
Je hebt de beste kamer. Met een eigen badkamer. Kom.
Je zult het warm en comfortabel vinden.
Kom maar kijken.
Ik was Sarah vergeten.
Het bad is vrij als... Ik beloof dat hij morgen vrij is.
Morgen, professor.
Gebruik de faciliteiten in de gang. Laatste deur links.
Goedenacht, heren.
Lieve jongen. Al die aanwijzingen.
Al die aanwijzingen.
We naderen eindelijk ons doel.
We naderen ons doel.
Laatste deur links.
We naderen ons doel.
Nee.
Ik zei dat je in je kamer moest blijven.
Maar je neemt altijd een bad. - Nee.
Ik zal je dat bad geven. - Dat doe ik niet. Nee, papa.
Ik zeg dat steeds als je in bad gaat. - Ik doe het niet.
Ik zeg: 'Niet in bad.'
Ben je nu tevreden.
Ongelooflijk.
Lees dit eens.
'Volgens Elibori...
hebben ze geen spiegelbeeld.
Dus je ziet ze niet in een spiegel. Zij zichzelf ook niet.'
In een spiegel.
'Ook niet in iets anders dat hetzelfde effect heeft...
zoals water, ruiten, enz.'
Water, ruiten...
En verder? - Er loopt iemand door de gang.
Snel. Haal ze eraf.
Altijd aan het zingen.
Wat doet m'n kleine elfje? Waar is ze mee bezig?
Je kleine elfje repareert je nachthemd.
Is dit nachthemd van mij? Nee. Ja?
Goed. Het is mooi zo. Ik zal hem aantrekken.
Als je dat in mijn kamer doet, ga ik gillen.
Yoyneh.
Schiet op. Laat de knopen maar zitten.
Die gebochelde, Alfred. Zag je dat? - Afstotelijk.
Waarom zat je onder de tafel?
Volgens mij hebben we een spoor.
Ik wil dat je hem volgt.
Ik ben niet helemaal krankzinnig.
Ik zeg je dat iemand me vannacht op m'n hoofd sloeg.
Ik zie geen bult.
Ik stoor jullie toch hopelijk niet? - Helemaal niet.
Ik weet niet wat ik met mezelf aanmoet.
Ik verveel me zo. Je weet niet hoe erg dat is.
Ik ben gewoon niet gewend om opgesloten te zijn.
Ben je dan altijd opgesloten?
Op school was het leuk. We sprongen altijd over de muur.
We deden van alles. Je begrijpt me wel.
Ik weet niet wat er met papa is gebeurd.
Mijn kamer hangt vol knoflook.
Hij zegt dat het mooi staat. Mooi.
Dat heb ik van school meegenomen. - Het is een goeie.
Zacht.
Luister.
Ik vind het heerlijk.
Ik raakte er op school aan gewend.
Papa doet vreemd.
Je kunt je gewoontes toch niet zo snel veranderen?
Bovendien...
is het goed voor je haar.
In ieder geval één keer per dag. Vind je niet?
Ja.
Mag ik het dan even snel doen?
Dat vind ik prima, maar... - Dank je. Je bent erg aardig.
Wil je warm water halen?
Waar ga je heen? - Goed. Ik kom al.
Dank je.
Ben je gek geworden?
Ik zag hem. Daar.
Graaf von Krolock. Geef me m'n dochter terug.
Geef haar terug.
Graaf. Kleine Sarah.
Shagal. - M'n kleine meid. Ik smeek u.
Voorzichtig. Pas op.
Wat?
Yoyneh.
Kijk. Ze hebben hem in een oogwenk leeggezogen.
De beesten zijn deze winter nogal kwaadaardig.
We moeten een klopjacht organiseren. - Ik vond er één in het woud.
Z'n keel lag open. - Ze verslinden elkaar.
Arme Shagal vond z'n einde tussen de kaken van een wolf.
Een wolf? Blinde stumpers. Doe je ogen open.
Je weet heel goed wie dit gedaan heeft.
Opengereten.
Jullie zijn slachtoffers van je eigen lafheid.
Waar moet ik dat steken?
Ik heb u al uitgelegd...
dat Mr Shagal dood is, maar z'n ziel kan gered worden...
door dit erin te steken.
Dit erin steken? Waar? - In het hart.
Volgens Elibori en mijn onderzoek...
is dat de enige manier. Zo, in één keer.
In het hart. De werken van Elibori.
In wiens hart?
In het hart van m'n Yoyneh steken?
Hoor je dat? Dit zwijn wil dat ik deze wig in je hart steek.
Domme ouwe geit.
Steken? Ik steek dit dwars door je heen.
Je bent ziende blind.
Eén, twee, drie.
Mooi. - Is hij weg?
Geen slecht wijntje.
Je hebt de verkeerde vampier.
Daarbinnen.
Dat dacht ik al.
Madam Jackal... Shagal. We moeten nu aan het werk.
We hebben wel uw hulp nodig. Eerst het raam blokkeren.
Goed zo. En nu overal veel knoflook.
En wat kruisen. U mag er een paar van me lenen.
Morgen zorg ik voor een bloedtransfusie.
Is dat allemaal duidelijk? Ik zal het herhalen.
De knoflook, het raam blokkeren, kruisen...
hier, daar en daar.
Andersom, professor. Andersom.
Ik voel iets zachts. - Waar ben je?
Hier.
Het is een gordijn.
Er zit een deur achter.
Ik heb het gevoel dat we bespioneerd worden.
Nu je hier toch bent, kun je me misschien vertellen...
Dus zo wurmt men zich m'n kasteel binnen.
Om precies te zijn... - Graaf von Krolock.
'Professor Abronsius. Universiteit van Konigsberg.'
Dit verandert alles. Ik heb uw werk gelezen:
De vleermuis en z'n geheimen.
Echt waar? - Verbazingwekkend.
Ik heb een exemplaar liggen en zou willen dat u dat signeert.
Dat is erg vriendelijk.
Dus u bent verdwaald? - Eigenlijk zaten we achter...
U zat achter...
Een pteropus aan. Ja, we zaten achter een pteropus aan.
Stel je voor.
Ik dacht dat vleermuizen een winterslaap hielden.
Niet altijd.
Maar dat las ik in uw boek.
Juist. Daarom zult u onze verbazing ook kunnen begrijpen.
We geloofden onze ogen niet. Toch?
Nee. Het was alsof... - Stel je voor. Een chiroptera...
die rondfladdert in december. Ongelooflijk.
Bovendien was hij wel zo groot. Toch, Alfred?
Zo... - Maar dat is niet uniek.
In deel twee, dat bij de drukker ligt...
behandel ik vergelijkbare zaken van goede collega's...
zoals Falkman in Munchen en dr Athener in Praag.
Eigenaardig. - Ja, maar niet onverklaarbaar.
Ik denk dat de oorzaak ligt in de behoefte...
om de luiheid van de winterslaap tegen te gaan...
en de circulatie op gang te houden door beweging...
en te zorgen dat de vitale delen werken zonder hersenactiviteit.
Dit zorgt ervoor dat ze vliegen...
zonder dat ze het weten.
Het gaat om de zeldzame soorten...
die zich niet schikken in een winterslaap.
Zoals slaapwandelaars?
Ze vliegen dus eigenlijk in hun slaap.
Een tante van me wandelde in haar slaap.
Ze rende 's nachts over de kantelen...
wat ik niet zo gek vond, omdat ze de grond raakte.
Maar dat is geen vliegen.
Hoe kun je een obstakel omzeilen als je vliegt tijdens je slaap?
U bent een kenner.
Ik had belangstelling voor natuurwetenschappen...
toen ik nog jong was.
M'n bibliotheek.
U mag er gebruik van maken.
Vliegen in je slaap. Hoe is het mogelijk?
De golven.
Golven?
Koukol zegt dat uw bedden zijn opgemaakt.
We hebben u wel lang wakker gehouden.
Ik ben een nachtmens. Ik hou niet van daglicht.
Ze hebben een soort mechanisme in hun hoofd. Een soort...
Het mechanisme zendt golven uit, die ik niet ken...
maar het is zeker dat deze in aanraking komen...
met ieder obstakel onderweg. Dan kaatsen ze terug...
naar hun hoofd en dat waarschuwt ze.
Daarom kunnen ze in het donker vliegen.
Precies.
M'n zoon, Herbert. - Goedenavond.
Goedenavond.
Hier is uw kamer. En deze is voor u.
Wat? - De kamers...
staan met elkaar in verbinding.
Welterusten, heren.
Die man is niet gek hoor.
Hoorde je hoe hij zich niet liet kennen toen we het over de vleermuizen hadden?
Steekhoudende argumenten.
Niet zoals die debielen van Konigsberg.
Begrijp je? - Ja.
Gaan we de boel niet blokkeren? - Dat is niet de juiste werkwijze.
Ik dacht dat we moesten blokkeren.
Het is beter een oog open te houden...
of om de beurt de wacht te houden.
Wat is er?
Wat doe je nou?
Ik ga slapen.
Wat denk je wel? Ga naar je eigen bed.
Alleen? - Opschieten.
We kunnen de deur openlaten.
Als er iets aan de hand is, roepen we elkaar.
Ik stoor niemand, Mr Koukol.
Er is genoeg ruimte. Iedereen kan erlangs.
Wat doe je nou? Waar gaan we heen?
Alstublieft.
Wat doet u met me?
Ik smeek u.
Kijk, ik...
Het is hier niet behaaglijk.
Het is vies. Kijk, het wordt dag.
Het is hier veel te licht.
Ben je nu tevreden?
Wat moet je nou met zulke mensen?
Gebocheld varken.
Wat maakt dat uit? Maakt het hem iets uit?
Hij had me daar moeten laten. Waarom ben ik hier?
Sarah.
Hij heeft lef.
Lef? - Von Krolock is brutaal.
Herinner je je gisteravond nog?
'Ik ben een nachtmens. Ik hou niet van daglicht.'
Dat zei hij. - Nou en?
Het is duidelijk. Overdag slaapt hij. Hij rust.
Rust? - In de grafkelder met z'n vrienden.
Misschien is er geen grafkelder?
Een kasteel zonder grafkelder is als een eenhoorn zonder hoorn.
Je wilt me toch niet tegenspreken zoals m'n collega's?
Prima bed.
Heb je lekker geslapen?
Ik hoorde zingen.
Dat is niets om je druk over te maken.
Ik weet zeker dat het Sarah was.
En wie is Sarah? - De dochter van Shagal.
Ja, natuurlijk.
Ik moet zeggen dat ik deze luxe wel prettig vind.
Al die jaren de paden op...
en de lanen in, discussiëren met debielen.
En maar proberen die gekken te overtuigen.
En de kosten. Altijd maar kosten. - Ik weet zeker dat het Sarah was.
Weet je wat Shagal rekent voor logies en verblijf?
Haar vader? - Vier dollar.
Per dag, potverdorie.
En zonder ontbijt. De schurk.
Ben je in goede vorm? We hebben het druk.
Gaan we Sarah zoeken? - Eerst de grafkelder.
Maar Sarah dan?
We moeten het paard niet achter de wagen spannen.
Wat is hij aan het doen? - Aan het zagen.
Maar dat is een doodskist.
Voetsporen. - Ze is dood.
Eureka. - Dood.
Wie is dood?
Sarah. - Sinds wanneer?
Hoezo wanneer? - De dood van Sarah.
Waar is ze? - Dat weet ik niet.
Wat klets je nou? Hoe kun je zeggen dat ze dood is als je het niet weet.
De doodskist is voor haar. - Nee, daar zijn ze nog mee bezig.
Als dat zo was, zou ze er al in liggen om zich te beschermen tegen het licht.
Is ze niet dood? - Denk daar maar eens over na.
Ze zullen haar zo lang mogelijk bewaren.
Dat vinden ze leuk. - Voor wie is die kist dan?
Voor haar of...
Kijk niet naar hem. Gedraag je normaal.
Noem de twaalf tekens van de dierenriem.
Leeuw, maagd...
tweeling, kreeft, de witte beer.
Waar heb je het over?
Geen paniek.
Die pummel bewaakt de grafkelder als Cerberus.
We moeten een list bedenken.
Fluit alsof er niets is gebeurd en dan gaan we terug.
Niet zo snel.
Ik zit vast. Je moet me helpen.
Imbeciel.
Ik kan me niet schrapzetten.
Je zult het alleen moeten doen.
Alleen? - Wat moet er dan gebeuren?
De wiggen, jongen.
Deze wiggen? - Wat zijn er nog meer voor wiggen?
Die moeten erin gestoken worden.
Door mij? - Ze doen het niet vanzelf.
Dat niet. Alstublieft niet. - Kom op. Wees eens moedig.
Ik ben bij je. Je moet eerst de deksels verwijderen.
O, mama. De deksels verwijderen? - Het is een bevel.
Toe dan. Maak hem in hemelsnaam open.
Dat kan ik niet.
Voor de dochter van Shagal. Maak hem open.
Doe je ogen open.
Wie is het?
De graaf. - Mooi. En nu de andere.
En dat is?
De zoon van de graaf.
En...
En wat?
Shagal.
Is hij daar?
Goed dan. Doe de tas open.
Pak een wig...
en een hamer.
Ga naar de graaf.
Zoek de juiste plek tussen de zevende en de achtste rib aan de linkerkant.
Plaats de wig boven de plek.
Niet ondersteboven.
Zo, ja.
Hef de hamer op...
en...
Sla.
Verzet? Er zwaait wat als je opstandig bent.
Kom op, lieverd. Sla.
Je bent een goede huisknecht.
Ga je nou slaan of niet, deugniet?
Goed dan. Stop alles maar terug in de tas.
Het heeft geen zin.
Je zult me eruit moeten trekken. Vanaf de andere kant, sufferd.
Pas op dat hij je niet te pakken krijgt.
Jij bent het.
Ik zal je redden. We gaan er samen vandoor.
Waar gaan we dan heen?
Ik weet het niet. Misschien naar je ouders.
Ze zeggen dat papa me binnenkort komt opzoeken.
Zeggen ze dat?
Ja. Heb je m'n jurk gezien?
Mooi, vind je niet? - Heel mooi.
Die hebben ze me gegeven voor het bal.
Bal?
Het bal om middernacht. - Is er vanavond een bal?
Rond middernacht? - Ze zullen er allemaal zijn.
Maar we kunnen wel samen dansen. - Je moet me volgen.
Je volgen? - Ik smeek het je.
Morgen misschien.
Maar morgen is het te laat.
Draai je om.
Mag ik me omdraaien?
M'n hoofd tolt.
Ik ben hier te oud voor.
Kijk eens hoe prachtig de natuur is.
Ja. Prachtig.
De zon gaat onder. Schitterend. Fantastisch.
De zon gaat onder en zij staan op. Zo gaat dat.
Honderd manieren om de liefde te verklaren aan een jongedame.
Wat jammer dat ik geen tijd heb.
Als ik eraan begin, ben ik een week bezig.
Deze kant op. - Wacht.
Wat een goede uitrusting.
Daar is Orion.
En daar Saturnus met z'n ring.
Kom kijken, jongen. Daar staat hij.
Houd moed, mevrouw.
Goeie genade.
De duvel hale me.
Als ik zeg grondig barricaderen dan weet ik waar ik het over heb.
Ben je ziek?
Wat zie je bleek. - Ik ben niet bleek.
Dat ben je wel. Dat kan ik je verzekeren.
Je ziet zo wit als een doek. Jawel, Alfred.
Je hebt rust nodig.
Rust even en je zult je veel beter voelen.
Het is niet prettig om je zo te zien.
Zo dan. Gaat het al beter?
Is er vanavond geen bal?
Wat zijn ze lang.
Ze lijken op gouden draden.
Je wimpers.
M'n wimpers?
Goud.
Wie vertelde je over het bal vanavond?
Niemand. Dat raadde ik maar.
In zo'n groot kasteel als dit kan dat. - Je raadde het. Maar het is zo.
Dat heb je goed geraden.
Er is een bal en je kunt dansen.
Wat hou je zo stevig vast? Is het een schat?
Laat het me eens zien.
Laat het me zien.
Dus dat is het grote geheim. Er is iemand verliefd.
Iemands hartje klopt in z'n borst.
Tikketak, tikketak. Als een rat in een kooi.
'De zeventigste manier:
Doe de linkerarm om de schouder van de geliefde.
Leg je hand op haar schouder als een vogel die op een tak neerstrijkt.'
Mooi. Uitstekend.
'Laat dan een engel voorbijkomen.'
Zullen we een engel voorbij laten komen?
'Als de engel voorbij is...
buig dan het gezicht naar de lokken van het lief...
en borstel die met de lippen.'
Doe de deur dicht.
Is het een spelletje? - Doe de deur dicht.
Hij werd woest. Heb je hem gepest of zo?
Hij raakte vanzelf zo opgewonden. - Vanzelf.
O, dat wilde ik nog zeggen. - Wat?
De theorie van Elibori is juist. - Welke?
Die over reflectie.
In de spiegel was... - Wees duidelijk.
Ik zat voor een spiegel op de rand van het bed.
Ik was alleen, terwijl hij naast me zat. Maar ik zag hem niet.
Maar ik zag geen spiegelbeeld van hem.
Zelfs z'n kleding niet? - Zelfs z'n hemd niet.
Dat had ik graag willen zien. - Maar er valt niets te zien.
Heb je eten gevonden?
Ik niet.
Ik ruik knoflookworst.
Allemachtig.
Ik ben bang. - Dat is indrukwekkend.
Denkt u dat... - Ongetwijfeld.
Je had hier niet moeten komen.
Waarom zijn we hier dan? - Vraag dat maar aan de professor.
Dus daar ben je.
Als jullie dat niet erg vinden. Ik hou geen winterslaap.
Je kijkt niet blij. - Ik ben verbaasd.
Straks zul je verbaasd staan.
Dat staat vast niet in het tweede deel dat nog bij de drukker ligt.
Ik wil je onderzoek graag aanvullen.
Als je mijn niveau hebt bereikt...
hebben we de lange winteravonden voor onze discussies.
De lange avonden...
van vele winters.
Je assistent is goed gezelschap voor m'n zoon.
Hij is erg op hem gesteld.
Dat heeft hij me verteld. Hij is een vriendelijke en gevoelige jongen.
De komende eeuwen kunnen ze elkaar beter leren kennen, net zoals wij.
Zoals beekjes in stromen uitmonden en stromen in rivieren...
en rivieren in zee...
zo zullen ingewijden naar ons komen en onze gelederen vergroten.
Spoedig zullen we overwinnen en juichen.
Dan hebben we de macht over de aarde...
die onze komst verwacht, zoals de herfst, de winter.
Kijk nou, bijna een oude man met z'n flubberbuik en spillebenen...
die hondstrouw een nieuweling brengt...
die hij een paar nachten geleden nog beschermde.
Kijk naar deze man die een meisje nog beter wegstopte...
dan een vrek die z'n goud bewaakt.
Maar vanavond is hij blij. Kijk hoe hij huppelt.
Ik moet nu vertrekken.
Tot straks, heren.
Mediteer wat tot u aan de beurt bent...
want het zal lastig worden om hier weg te komen.
Tenzij u vleugels heeft.
Zoals een vleermuis.
M'n achting voor hem is omgeslagen in ergernis.
Wat zij verdienen is een kanonskogel recht in hun...
Snel, help me om hem om te draaien.
Nog een klein stukje.
Nog iets.
Help me even. Goed zo.
Leg die plank onder het kanon.
Onder het kanon.
Hij denkt dat ik een druiloor ben. Die necrofiel.
Een jaar geleden...
Een jaar geleden, in dezelfde nacht kwamen we samen in deze kamer.
Ik, jullie herder, en jullie, m'n kudde.
Met hoop in m'n hart, vertelde ik jullie...
dat er met hulp van Lucifer sappiger tijden zouden komen.
Denk eens terug.
We hadden ons toen triest en radeloos verzameld...
om die magere houthakker heen.
Een jaar is verstreken.
Alhoewel er nog zelden reizigers op deze plek komen, heb ik vanavond...
een grote verrassing voor jullie.
Geliefde broeders...
kom nader.
Maar dat is niet alles.
Er wordt op dit moment nog een ander mens voorbereid.
En we hebben nog twee mensen in handen.
Ga maar. Nu kun je in bad. - Draai je dan om.
Alle dames en heren wachten op je. Luister naar de muziek.
Kom, trek het uit.
Niet kijken. - Ik kijk niet.
Krijg ik de graaf ook te zien? - Ja, die ook.
Is die mooie jurk voor mij?
Ja, die prachtige jurk is voor jou. En de schoenen ook.
Ik vraag me af hoe de graaf eruitziet.
Wat doe je nou?
Ik ben oud genoeg... Ik ben nog steeds je baas.
Als je dat nog eens doet, zeg ik het tegen de graaf.
Vergeet die graaf maar even. - Shagal.
Wie was dat?
Ik.
Wie is dat?
Hoe durf je dat te vragen, geile beer.
Vergeef het me. Ik wilde geen vragen stellen.
Heb je het paard afgetuigd?
Paard? Ik ga meteen.
Nee, ik heb hem opgetuigd nodig, idioot.
En wat dat meisje betreft, Shagal... - Ja?
Raak haar niet meer aan. - Ik raak haar niet aan.
Je neemt me in de maling.
Dat doe je Yoyneh toch niet aan.
Geef eens antwoord.
Als ze naar me hadden geluisterd, was dit niet gebeurd.
Kunnen we niets doen? - Ze hoort al bij hen.
En Sarah?
Snel, professor.
De tas. Die vervloekte tas.
Waarom ben je die nou kwijtgeraakt?
Ik ben het.
Het leven krijgt weer betekenis.
We komen je redden.
Heb je haar gesproken?
Ik heb haar gesproken.
Na een bloedtransfusie...
en een paar dagen rust, ben je weer helemaal de oude, kindje.
We hebben een congres in Venetië.
De paleizen, de lucht. Venetië, Sarah.
De gondels, de zon en de zee.
Bij het volgende rondje rennen we naar de deur.
Licht, leven en liefde.
Als ik hup zeg, rennen we weg.
Onze liefde.
Grijp het meisje.
Scherp je tanden.
De vleermuizen.
Zo'n exemplaar heb ik nog nooit gezien.
Daar hebben we geen tijd voor. - Ik moet de details bekijken...
maar ik kan al bevestigen dat het een Pteropus Poliocephalus is.
Daar hebben we geen tijd voor.
Nu. Eén, twee drie, vier. Mooi zo.
Toe dan, Koukol.
Geef ze hel, vuur en bloed.
Toe dan. Pak ze.
Slaap maar.
Je slanke hand is bevroren.
Professor, ze is...
Haar slanke hand...
Ik dacht...
M'n kleine handje, m'n mooie handje. Binnenkort zal ik slapen...
De nacht dat hij vluchtte, had de professor niet verwacht...
dat hij het kwaad bij zich had dat hij eigenlijk wilde uitroeien.
Dankzij hem heeft dit kwaad zich over de wereld kunnen verspreiden.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.