All language subtitles for The War at Home DVDRip-XviD.640x352

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French Download
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German Download
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Mijn vaders overgrootvader, kolonel Stephen A. Collier...

vocht met generaal Lee tot Cold Harbor.

Hij stierf aan koudvuur. Hij weigerde medische hulp.

Zijn kleinzoon, mijn grootvader, vocht in WO I.

Hij hielp als soldaat de democratie te redden.

Daarna had hij een stomerij. Hij stierf voordat ik geboren was.

Mijn vader kreeg met WO II te maken, als vliegtuigmonteur in Hawa�.

Na zijn studie begon hij een succesvol autobedrijf. Amerika kon niet kapot.

Het verhaal van mijn familie is nauw verbonden met oorlog.

Hij breekt uit, eindigt, men herstelt. Met Vietnam zou het niet anders zijn.

Dat was het wel. Vietnams laatste gevecht vond elders plaats.

Ver van de bombardementen, de napalm, de vliegtuigen en mitrailleurs.

Mijn broer leverde dat gevecht toen hij thuiskwam.

Ondertiteling/SSA Scripting: Mooncrawler

Mis je iets? - Sinaasappelsap.

Eigenlijk moest Thanksgiving op een zondag zijn. Dat is veel religieuzer.

Zoals de eerste Thanksgiving. Dan konden we naar de kerk. Bidden...

en zingen en zo. Dat hebben die pelgrims vast ook gedaan.

En de Indianen dan? - Welke Indianen?

Die van de eerste Thanksgiving. - Wat hebben die ermee te maken?

Dat is 't feest: Zij hebben de pelgrims geholpen, tot die zelfstandig waren.

Na hun eerste oogst hebben ze samen feestgevierd.

Die Indianen waren dan in de tussentijd vast bekeerd.

Heus niet.

Dan zijn ze vast na de mis gekomen om zich te bedrinken.

Waar heb ik het over? Het zou leuk zijn als Thanksgiving op een zondag was.

Waarvoor zouden de Indianen dankbaar moeten zijn?

Dat weet ik ook niet.

Pap.

De ouders van Donald, hijzelf eigenlijk, nee, z'n ouders ook...

hebben me gevraagd voor Thanksgiving.

Kun je daar niet 's avonds naartoe?

Ze gaan 's middags weg, snap je, naar Waxahachie.

Goeiemorgen, schat.

Ze hebben een huis aan het meer.

En ze hebben mij meegevraagd. Wil jij het aan mam vragen?

Dat kun je toch zelf? - Wil jij het niet doen?

Daar begin ik niet aan. - Alsjeblieft, pap?

Ik kan mezelf net zo goed doodschieten.

Ik ga al niet meer. - Prima.

Pap, toe nou, alsjeblieft. - Ik zei: Ik begin er niet aan.

Daar is je vriendje. Hup, naar school. - Grappig hoor.

Je bent natuurlijk veel te volwassen om om papa's grapjes te lachen.

Hou je mond. Ik haat je.

Wie zegt nu zoiets? - Het is wel zo.

Wat was er aan de hand? - Niets.

Ben je er klaar voor?

Mijn aanbod geldt nog. - Wat bedoel je?

Fatsoeneer je, zoek een baan, en je krijgt van mij een tweedehands auto.

Maar ik zit op school. - Je gaat maar twee dagen per week.

Kijk nou. Pak dat doekje eens, in het handschoenkastje.

Je kunt ook vrijwilligerswerk doen. Als je maar ergens mee bezig bent.

Ik wil het er nu niet over hebben.

Dat gaan we ook niet doen. Dat was niet m'n bedoeling.

Kijk, ik vraag je ook niet om die auto. - Ik begrijp het wel.

Jezus had ook geen baan. - En geen auto. Hij deed alles te voet.

Let vooral op de tekst. Dingen worden veel leuker als je hun achtergrond kent.

Dit stuk staat in mineur. Het was door de kerk verboden...

om iets in mineur te componeren. Luister wat Melissa aan het einde doet.

Is deze les verplicht voor je hoofdvak? - Ik heb geen hoofdvak.

Ik moet dit spelen. Het hoort bij mijn voordrachtsevaluatie.

Ik moet het programma instuderen dat zij wil. Dat programma is moeilijk.

Mijn punt hangt ervan af. - Wat wil je dat ik doe?

Laat het vak vallen.

Je kunt het zo overslaan. Het slaat nergens op dat je daar bent.

Wat doe ik dan?

Behalve zitten.

Wat doe ik? - Je doet dit om me te straffen.

Ik wist niet dat je in die klas zat. - Dat is een leugen. Je liegt.

Ik lieg niet.

Het spijt me heel erg hoe dingen soms lopen. Maar ik heb je al gezegd...

dat ik dit niet meer kan. Ik wist niet hoe ik die dingen moest schrijven.

Waarom doe je me dit aan? - Maar wat doe ik dan?

Ik heb je niet gevolgd, ik heb niet met je gepraat. Ik ben er alleen maar.

Laat me met rust.

Waar is Karen? - Ze is uit.

Weet je of er iets op tv is?

Kunnen we niet samen televisie kijken? - Er is een film op met Walter Matthau.

Waar hij tandarts is? Met lngrid Bergman, die wil ik niet zien.

Waarom niet? - Ik mag lngrid Bergman niet.

Waarom niet?

Dat weet je heus wel. - Hoe moet ik dat nou weten?

Ze leeft verkeerd. - Wat weet jij daar nou van?

De hele wereld weet hoe ze leeft.

Ze is een trendsetter.

Ik vind haar fout, dus ik kijk niet.

Het zal haar een zorg zijn of jij kijkt.

Jij kunt toch niet kijken. Je moet voor Marjorees foto's zorgen.

Mag ik opstaan?

Ze staat om die foto's te trappelen. - Ik doe het dadelijk.

Collier.

Yankee 340, over.

Er nadert een verkenner over de verste brug.

Dekking, bominslag.

Geweren in de aanslag.

Poe.

Jeremy.

Hospik.

Ik wou even weten waar je was.

Achter in de tuin.

Wil je een glas cola?

Kom binnen, televisie kijken.

Liever niet.

Je kunt ook... - Ga naar hem toe of laat hem met rust.

Wacht eens eventjes.

Kom binnen even pianospelen.

Laat hem nu. - Wacht nou.

Daar heb ik nu niet zo'n zin in.

Genoeg nu. - Ik heb niets gedaan.

Behalve geschreeuwd. - Ik heb alleen m'n harde stem gebruikt.

Wat het ook was, hou ermee op.

Ik ga die piano verkopen. - Waarom?

Als ik hem zie word ik al kwaad. Karen speelt er niet meer op, Jeremy niet.

Hij staat daar maar. Ik ga hem verkopen.

Ik koop er een bontjas voor.

Dan moet je alles aan die kant van het huis verkopen.

Zonde, dat geld voor pianoles.

Je bent op een pelgrim gaan staan.

Nu is zijn hoofdje eraf.

Wat is er?

Bij griezelfilms heb je toch vaak zo'n klapperende deur aan ��n scharnier?

Daarachter is het donker, en een idioot gaat er dan naar binnen. Dan denk je:

Waarom doet ze dat? Wie gaat daar nu naar binnen? Snapt ze dat dan niet?

Laat me niet naar binnen gaan.

Ik ben thuis.

Kijk eens aan. - Wat ben jij aan het doen?

Foto's van oma aan het zoeken voor tante Marjoree voor... wat was het?

Voor een collage. - Waarom?

Voor een cursus. - Wat ruikt zo lekker?

Mama's pindakoek. - Waar?

Ik heb ze verstopt tot Thanksgiving. - E�ntje dan?

Nu niet, en niet meer vragen.

Hoe was de film? - We zijn niet gegaan. Het was te druk.

Dus heb je elkaar wat afgelebberd. - Wat ben jij een viezerik.

Wat heb je dan gedaan?

We zijn naar Donalds vaders club geweest om te darten. Interessant, h�?

Hoeveel wiet hebben jullie gerookt? - Wat heb je toch?

Het was maar een grapje, hoor.

Als je zoiets zegt met Donald erbij, praat ik nooit meer met je.

Nee hoor, ik draag m'n clownspak, vindt ie vast leuk.

Hij kan beter thuisblijven. - Was je chique genoeg voor die club?

Zie je, daarom zeg ik nooit wat ik heb gedaan.

Ik ben er gewoon nog nooit geweest. Ik weet niet wat ze dragen.

De hele beschaafde wereld draagt jeans.

Schat, kijk nou toch eens.

Die heb ik na al die jaren helemaal vergeten. Jeremy in z'n Paladinpakje.

Een cowboypak uit een tv-serie. Hoe heette die ook weer?

Have Gun, Will Travel. - O ja.

Hier, nog een. Hoeveel zijn er wel niet?

Je hebt er toen veertig van besteld. - Kom nou.

Je hebt ze nog uitgedeeld op de zaak. - Daar weet ik niks meer van.

En dan zei je: Weten jullie, ik ben bevriend met een beroemde cowboy.

Zie je, je lacht. Je weet het heus wel.

Hij is ook zo leuk. Kinderen groeien op, eerst zijn ze schattig...

en dan worden ze zoals jij. - Mijn ondankbare dochter kwetst me.

Waar is Jeremy? - Ik denk buiten. Ga even naar hem toe.

Ik moet nog lezen. - Je gaat er toch niet dood van?

Laat hem maar liever alleen.

Er zijn er inderdaad veel van.

Je moet die van je moeder zoeken. - Dat weet ik ook wel.

Wie is dit? - Eens kijken. Wie denk je dat het is?

Weet ik veel, oom Hal? - Ik ga maar 's naar bed.

Nee, dat ben ik op m'n examen-picknick.

Dit ben jij toch echt niet.

Pas op, straks zijn ze niet meer mooi. - Welterusten.

Wie weet had ik er wel veertig. - Er is iets met haar.

Ze is zenuwachtig. - Waarom?

Omdat er veel bezoek komt. - Alleen het gezin van oom Hal.

Dat zijn vier mensen, evenveel als anders.

Jeremy heeft weer geschreeuwd in z'n slaap.

Pap? - Ik heb hem gehoord.

En mam? - We hebben het er niet over gehad.

Waarschijnlijk wel. Daarom is ze ook zo...

Sodeju, pap...

Waar is die pindakoek? - Laat nou.

Ze is naar bed. - Ze kan het horen.

Ik ben met Donald op een symposium over autoriteit geweest.

E�n spreker was een veteraan. Hij had het over de problemen als je thuiskomt.

We hebben over Jeremy gepraat. Hij kent jongens die er zijn geweest...

en die hebben ook aanpassingsproblemen.

Het laatste wat we nodig hebben is dat jij onze vuile was buiten hangt.

Ik heb alleen maar gezegd... - Maakt niet uit, je zegt niemand iets.

Aanpassingsproblemen. Heb je die psychologische larie van school?

Ik ga maar even met Jeremy praten. - Ja, ga hem eens fijn analyseren...

of hoe je het ook noemt, daar zijn we mee geholpen.

Heb ik iets fout gedaan?

Misschien heeft hij juist iemand nodig.

Wie weet. Maar wij zijn het zeker niet.

Ben je bezig?

Ben je bezig?

Zie ik er druk uit?

Wat ben je aan het doen?

Niks bijzonders. Ik doe maar wat.

Dan ga ik hier zitten en doe met je mee.

Zullen we een gesprek voeren?

Weet je Karen, ik...

Ik hou niet van dat soort gesprekken. Ik hou er gewoon niet van.

Wat voor gesprekken?

Geforceerde.

Dan voeren we het soort gesprek waar je wel van houdt.

Ik praat graag met mezelf.

Met andere woorden, je praat liever met jezelf dan met mij.

Dat zei ik niet. - Niet erg, ik ga wel.

Sorry dat ik om je geef.

Fijn dat je niet boos bent. - Geen punt.

Weet je? Ik word niet boos, want ik weet dat je problemen hebt,

En welke zijn dat dan? Welke problemen heb ik dan?

De medische term ken ik niet. Maar ik noem je een terminale hufter.

Ik schrok me rot. - Ik wilde geen lawaai maken.

Wat ben je aan het doen? - Niets, ga maar weer slapen.

Er lukt ook nooit iets. - Hoezo?

Ik wou pindakoek. - Heeft mam die gemaakt?

We moesten er afblijven. - Waarom?

Het is voor Thanksgiving. Maar ja, nu heb jij me betrapt.

E�n troost: Ze heeft vast eerst alle stukken geteld.

Morgenvroeg gaat ze ze natellen. - Denk je?

Waarschijnlijk wel.

Wil je een stuk?

Welterusten.

Ik heb het vak laten vallen. - Dat vind ik lief van je.

Kunnen we niet samen koffiedrinken? - Beter van niet.

Gewoon om te praten. - Dat snap ik, maar ik wil het niet.

Heb je het vak echt laten vallen?

Die koffie.

Wil je die nu?

Alsjeblieft.

Ik weet het niet.

Daar geef ik geen antwoord op. - Toe nou.

Ik wilde je steeds niet recht aankijken. - Zo moeilijk is het niet, h�?

Een beetje wel.

Je bent onderscheiden.

Je stond in de krant.

Je hebt een sluipschutter gedood.

Ik kan me dat van jou niet voorstellen. - Doe het dan maar niet.

Het maakt me bang. - Denk er dan niet aan.

Ga je weer met muziek beginnen? - Ik denk het niet. Weet ik veel.

Ik heb de techniek in huis, maar of je nou kunt rondkomen met Bach spelen?

Wie weet word ik wel toetsenist in een band.

Daar heb je nooit iets over gezegd. - Er is wel meer wat je niet weet.

Je moest je brieven eens zien.

Ik heb ze nog.

Ze zijn geschreven door iemand die ik niet ken.

Ze waren angstaanjagend, die brieven van jou.

Dat kwam doordat �k bang was.

Ik had er letterlijk geen antwoord op.

Heb ik nog steeds niet.

Weet je...

m'n hoofd staat niet zo naar films...

maar ik dacht, misschien kunnen we ergens naartoe gaan. Een concert...

als je dat wilt. Ik bedoel, ik in elk geval wel.

Dat kan ik niet doen.

Ik...

woon met iemand samen.

Todd Martin. Ken je Todd nog?

Hij heeft op Lamar gezeten.

Ja, nu weet ik het weer.

Het spijt me.

En, hoe is het met hem?

Geweldig. Hij studeert dit jaar af.

Dan mogen we hem wel 's feliciteren.

Ik wil echt dat het beter met je gaat.

Toe nou maar, op Todd.

Je hebt het avondeten gemist.

Sorry, ik had moeten bellen. - Anders maakt ze zich zorgen.

Ik ben bevriend met een beroemde cowboy.

Heb geweer, ben bereid om te reizen, staat op zijn kaartje.

Een ridder zonder harnas in een land van barbaren.

Ken je dat nog?

Nee, die mag je houden. Ik heb vast nog wel ergens een.

Wacht, moet je zien. - Ik heb honger.

Heel eventjes maar. Daar is ie al.

Als je dit ziet, ga je me toch niet voor dom verslijten, h�?

Hier dan.

E�n lichtpuntje: 'n 8 voor geschiedenis. - Dat was een 3.

Ik heb het veranderd. Kijk eens achterop.

Zie je iets aan de handtekening? - Heb je oma's handtekening vervalst?

Nee, gekopi�erd noem ik dat. - Meen je dat nou?

Hoe oud was ik, welk jaar staat erop? -1 941.

Ik heb flink geoefend voor ik durfde, maar hij is best goed geworden...

vind je niet, voor een eerste keer? Ik ben wel de hele zomer bang geweest.

Als ze boos was dacht ik: Ze weet het, of: Ze gaat de school bellen, maar nee.

Toen je klein was, hebben we Karens verjaardag eens bij haar gevierd.

Toen had ik net dat rapport gevonden. Ik dacht: Nou laat ik het haar zien...

voor de lol. Toen we in de kamer zaten, met die oude televisie, weet je nog...

wou ik het rapport pakken. Ik kon het niet. Daarna heb ik het thuisgelaten.

Maar als ik oma zag, dacht ik eraan. Zelfs op haar begrafenis, de hele tijd.

Tante Marjoree huilen, en in mijn kop dat rapport dat ik niet had laten zien.

Als ik er zo naar kijk, heb je dat goed gedaan.

Jij hebt nooit zoiets gedaan, h�? - Ik was zo goed als perfect.

Nergens spijt van, dus?

Behalve van die reis.

Ik heb ooit een reis willen maken...

en ik heb 't niet gedaan.

Weet je wat ik denk?

Waarover?

Over jou.

Laten we er maar niet over beginnen. - Doen we ook niet, maar...

je wordt steeds moeilijker. Misschien heb ik het mis, maar zoals ik het zie...

heb je zo veel zelfmedelijden dat het je bijna verlamt.

En er zijn ergere dingen dan vechten in een oorlog.

Kom je nu met het aantal verkeersdoden per jaar?

Waar heb jij het nu over?

Dat was toch groter dan het aantal doden in Vietnam?

Kan zijn dat ik dat gezegd heb. - Het is zo.

Ik weet dat je het daar moeilijk had. - Daar.

Je kunt het niet zeggen. - Wat?

Vietnam. - Laten we tenminste beschaafd blijven.

Ik ben beschaafd.

Ik wil alleen maar zeggen, al dat gedoe met Vietnam, dat is nu voorbij.

Wat je er ook van denkt, het ligt achter ons.

Kun je het niet vergeten, en doorgaan met je leven?

Vergeten?

Weet je...

Ik was je niet...

Ik wou je niet bekritiseren. Dat was niet m'n bedoeling.

Ik wou alleen...

Het is moeilijk voor me.

Het is voor ons allemaal moeilijk.

Ik weet het wel. Ik weet dat je veel hebt doorgemaakt.

En wat ik zei, klonk misschien als kritiek op jou.

Misschien was het dat wel...

maar het was maar wat gepraat.

Ik mis je gewoon, dat is alles.

Ik mis het om met je te praten.

Welterusten.

Help me, hier zijn gewonden.

Zorg voor brancards.

Hoeveel doden zijn er?

Echo Bravo. Dit is Desert Foxtrot, over.

Hier Desert Foxtrot. We worden zwaar belegerd. Verzoek om een luchtaanval.

Ik hou van dat oude kruis waar de dierbaarsten en besten...

voor een wereld van verloren zondaars omgekomen zijn.

Dus ik koester dat oude, robuuste kruis.

Tijd voor ontbijt.

En op een dag ruil ik het in...

voor een kroon.

Ja? - Tijd voor ontbijt. Opstaan.

Ik ben al wakker.

Kom dan naar beneden, de tafel is zo gedekt.

Opschieten hoor.

Als ze me oproepen tot de strijd...

Jeremy, kom je, of hoe zit dat?

Als ze me oproepen tot de strijd zal ik er zijn.

Ik ben er al. - Goeiemorgen, we zijn allemaal...

Goedemorgen.

Jij blaakt ook niet van goede zin. - Ik blaak niet als ik net op ben.

Hoe laat is het? - Half negen ongeveer.

Het is kwart over acht. - Goed geslapen?

Ja. - Hoe laat ben je naar bed gegaan?

Half elf. - Bijna tien uur slaap.

Lang genoeg. Hoe laat ben je in slaap gevallen?

Als ik het een keer voel gebeuren, zal ik opstaan en de tijd voor je opnemen.

Ik zeg 's morgens niks meer.

Weet jij nog hoe die hymne heet? - Welke hymne bedoel je?

Je weet wel. Jij en Melissa hebben hem een keer gezongen...

We komen bijeen om de zegen van de Heer te vragen.

Precies, die bedoelde ik.

Hoe gaat hij verder?

Ik weet het niet meer.

Net zong je nog een stukje.

De rest heb ik vergeten.

Het hymnenboek ligt op de piano. Speel 't eens voor me.

Ik doe het wel een keer.

Kijk eens aan.

Ik had 't nog zo gezegd. Heeft toch iemand eraan gezeten.

Hoe weet je dat? Heb je de stukken geteld?

Zoiets doe ik niet, slimmerik. Het blik stond ergens anders.

Was het lekker?

Ik was het niet. - Waarom vroeg je dat dan?

Ik wou weten waarom je zo zeker was. - Kom nou, zo erg vind ik het niet.

Al at je alles op. Dan was je wel ziek. Ik was bang dat er te weinig zou zijn.

Je hoeft niet te liegen. - Waarom zou ik liegen?

Iemand heeft 't gedaan. - Logisch.

Wie was het dan wel? - Vraag het ze.

Zal ik zeker doen. - Prima.

Heb je het niet gewoon vergeten? - Wat is er, ben je doof?

Praat niet zo. - Beschuldig me dan niet de hele tijd.

Ik heb je helemaal niet beschuldigd. - Wel degelijk.

Ik hou erover op. Het is een feestdag.

Wat staat die plant er zielig bij.

Grapefruit of sinaasappelsap?

Sinaasappelsap. - Vraag je zus 's wat ze wil.

Sinaasappelsap. - Wat heeft iedereen toch slechte zin.

Wat wil je zo vroeg?

Ik stond vroeger altijd om vijf uur op om voor schooltijd drie uur te werken.

Koop een paar koeien om te melken. Ik wil best vroeg op, als er een reden is.

Misschien doe ik dat wel. Dan leer je verantwoordelijk te zijn.

Heb ik wel nodig. - Zou best goed zijn.

Ga eens kijken waar je vader blijft.

Hoe heet die Thanksgiving-hymne?

Ik wist niet eens dat die bestonden. - Jeremy zong er net iets van:

we komen bijeen om de zegen van de Heer te vragen

Dat ken ik wel, maar ik weet niet alles. - Het staat in dat boek, zoek het 's op.

Ja hoor, moet dat nu, al dat lawaai? - Mam wilde het horen.

Doe het dan maar na het ontbijt.

Wat is er met jou?

Je verandert nooit.

Weet je dat? Zolang ik je ken, ben je niet veranderd.

Je denkt altijd alleen maar aan jezelf.

Speel dat liedje 's voor je moeder. - Nee, het hoeft al niet meer.

Het tart elke beschrijving. Er zijn geen woorden voor. Ik geef 't op.

Sorry, ik dacht niet na. - Je denkt nooit, behalve aan jezelf.

Ik heb me toch verontschuldigd?

Laat nou maar.

Grapefruit of sinaasappelsap? - Doe maar grapefruit.

Je zou zeggen dat ik het na 27 jaar wel wist. Je was zo, en zo blijf je.

Waarom zou ik eigenlijk nog iets doen?

Dus laat maar.

Ik vraag niemand meer piano te spelen. - Moet die ruzie nou?

Ik maak geen ruzie, ik denk hardop.

Hij hoeft hij geen sorry te zeggen, wat mij betreft.

Dat hoeft niet steeds als je ergens niets aan kunt doen.

Lepralijders doen dat ook niet.

Het ontbijt zal nu wel steenkoud zijn.

Waar is Jeremy? Ik krijg jullie nooit 's samen aan tafel.

Hij is naar de wc. - Kom je gauw, voor de zegening?

Ik doe het. - Jeremy moet het doen.

Wat maakt dat nou uit? - We wachten.

Jij gaat voor in het gebed. - Waarom ik?

Het is jouw beurt. - Is dat nieuw?

Doe het nou maar. - Ik wil niet.

Dan wachten we tot je wel wilt. - Ik doe het graag.

Of Jeremy doet het, of we staren elkaar wat aan tot Kerstmis.

Ok�, ik doe het wel. - God zij geloofd.

Amen.

Wat stelde dat voor?

Een gebed. - Niks gehoord.

Ik zei niks. - Een gebed?

Ik heb 't niet hardop gezegd. Wat maakt het uit?

Zo dank je God niet. - Straks moet ik met een beitel eten.

Ik ga wel voor. Lieve Heer, wij danken en prijzen u. Zegen deze spijs...

als ons voedsel, door Christus, Amen. Ik ben het zat.

Ik deed niks. - Hoor je?

Jazeker. - Het is tijd voor koffie.

Ik bluf niet. - Wees nou vrolijk, het is Thanksgiving.

Trouwens, heb je het ze nog gevraagd? - Wat bedoel je?

Dat wat je zou vragen. - Wat dan?

Hou je me voor de gek?

Ik ben toch de domste ezel op aarde, dus vertel het me maar.

Waar ga je heen? - Wat nu weer?

Wacht nu, wat vragen? Zeg me wat ik moet vragen en ik vraag het ze.

Je weet maar al te goed waarover ik het heb.

Ik moet nodig op kamers.

Waar ging dat nou allemaal over? - Geen idee, maar dan ook geen idee.

Hoe dan ook, het zal wel weer mijn fout zijn. Hier is alles altijd mijn fout.

Dat is niet zo. - Wel waar.

Ik doe alles fout. Ik kan niet eens per ongeluk iets goed doen.

Jawel hoor. - Wat is er toch?

Je had een hulpje moeten nemen en mij eruit moeten schoppen.

Dan waren jullie veel gelukkiger. - Dus je weet niet wat er is?

Vraag mij niks, ik werk hier alleen maar. Als ik slimmer was ging ik.

Ik ben het beu.

Ik wil niet als vuil behandeld worden door m'n eigen kinderen.

Waar ga jij heen? - M'n kamer.

Ga zitten. Ga zitten, zei ik. Ik ben zo terug.

Mam, laat dat nou. - Ik kan er niets aan doen.

Mij is geleerd: Eer je vader en moeder. Dat heb ik jullie ook willen leren.

Ik zal dat respect wel niet verdienen. - Natuurlijk wel.

Ik moet de oven voorverwarmen. - Ik doe 't wel.

Op hoeveel graden wil je hem? - Op 450.

Wat is er misgegaan?

Hij was altijd zo volwassen, zo beleefd. - Oorlog verandert mensen.

Je hoeft er nog niet brutaal van te worden.

Neem jij de telefoon op.

Zeg maar dat ik dood ben.

Met Karen Collier. Hallo oma, jij ook een fijne Thanksgiving.

Oma voor jou.

Heren.

Het is omatijd.

De kalkoen moet in de oven, dan de vulling, en klaar.

Het andere toestel.

Ik heb niet te veel te doen. We zitten wat na te tafelen na het ontbijt.

Hallo Norma. - O, daar is ie.

Wanneer kunnen we bij mam op bezoek gaan?

Weet ik niet, ik denk met Pasen.

Nee, dan ging ik toch met Karen naar Lake Texoma, naar Myrtle.

Dat heb je me niet verteld. - Jawel.

Ik ben blij dat je belde. Hij zou de FBl achter ons aan hebben gestuurd.

Nu heb ik een getuige.

Vertel haar over die jonge haai in Marineland. Hij vertelt het zo leuk.

Kom hier en praat met je oma. - Waarom?

Omdat ze van je houdt. Als ze belt, wil ze dat je met haar praat, en ik ook.

'Waarom'. Hoe komt iemand erop.

Ooit zoiets schattigs gehoord?

Hij staat hier. Hij kan niet wachten. Wil je hem spreken? Hier is hij.

Hoi oma. Hoe is ie? -'Hoe is ie'?

Ja, dat is lang geleden. Ik kom vast een keer alleen, voordat zij komen.

Zo snel niet. Ik heb geen geld. - Waarom zeg je dat nou?

Je hoeft niks te sturen. Het lukt best. Met kerst ga ik een baantje zoeken.

Nu slaapt ze de hele week niet.

Ik beloof dat ik kom voordat ik naar Californi� ga.

Wat zei je daar? - Na Kerstmis.

Laat mij met haar praten.

Honden trimmen. Een vriend in Los Angeles doet dat. Hij vind het leuk.

Laat mij nou.

Mam wil met je praten. Ja hoor. Ik mis jou ook. Dag.

Hij is je aan het plagen. Ik weet niet waar hij het over heeft.

Daar is niet eens sprake van.

Zo is dat. Vanmorgen hadden we het erover of hij weer muziek ging smaken.

Hij is wat depressief. Dat heeft iedereen wel 's.

Onvoorstelbaar. - Stil, zwerver die je bent.

Sorry, ik verstond je niet. Nee, maak je daar nou maar geen zorgen over.

Wens iedereen een fijne Thanksgiving. Pas ook goed op jezelf. Hier is Bob.

Waar ben jij mee bezig? - Nergens mee.

Wat is er toch? - Jij bent er toch.

Fijn hoor. Heb ik kromgelegen voor je opvoeding, kleren, pianoles...

tennis, heb ik zo lang gevreesd voor je leven om me zo te laten behandelen?

Ik behandel je op geen enkele manier. - Dit slaat alles. Weet je wat ik wou?

Ik wou dat ik je stem kon opnemen op een cassetterecorder.

Dan kon je de wrok in je stem horen. - Koop er een.

Zal ik doen. - Dan weet je weer wat je zelf zegt.

Begrijp ik je goed? - Een selectief geheugen.

Dat laat ik me niet zeggen. Ik laat me door jou niet zomaar uitmaken...

voor een lager wezen. - Ik ben het zat.

Ik wil ook niets meer horen. - En ik heb van de pindakoek gegeten.

Ja, nou en?

Jij bent een mooie. - Hou je mond.

Hij had niks gepakt, en jij liet merken dat je 't niet geloofde.

Niet waar. - Wel waar.

Hou toch op. Is er iets dommers om ruzie over te maken?

Ruzie? Ik heb hem gezegd dat ik het niet erg vond.

O, God. - Zeg dat niet waar ik bij ben.

Nou luister eens even heel goed naar mij. Komt ie. Mondjes dicht, allebei.

Waarom kies je partij voor hem? - Doe ik niet.

Ik weet wel wat beters dan ruzie over wie wie pijn doet vanwege wat koek.

Ik heb met niemand ruziegemaakt. Laat me met rust.

Doe het voor mij. Alleen vandaag. Werk een beetje mee.

Ik kan het niet.

Ik wil in dit huis geen ruzies meer. - En waarom zeg je dat tegen mij?

Ik waarschuw iedereen. - Bij deze dan, kan ik nu verder?

Het zal me worst wezen.

Mag ik nu iets zeggen? - Dat kun je vast wel.

Die pindakoek interesseert me niet.

Dat wilde ik je laten weten. - En jij moet weten dat ik het zat ben.

Er moet iets gebeuren, en snel ook. Ik neem het niet langer.

Heb je niet gewoon slechte zin?

Straks is m'n zus hier. - Dat weet ik ook wel.

Val me niet in de rede. Ze komen hier voor hun plezier.

Ik wil het ook leuk hebben, hoe de rest zich ook voelt.

Als ze er is, wil ik iedereen zo vrolijk zien als vliegen op een hoop stront.

De zoveelste vandaag. - Gaat er een bus naar Nome?

Nome, in Alaska.

Zeker wel.

Ik ben niet boos, maar moet je je niet klaarmaken voor het bezoek?

Ik ben klaar.

Draag je dat bij het diner? - Vindt u dat goed?

Ik weet het, je wilt dit niet horen, en je vindt me dom.

En je wilt zeker niet met me praten. - Kennis is macht.

Ik voel me verplicht om te zeggen... - Tegenover wie?

Mezelf.

Ik wil hier ook liever niet wonen, net als jij.

Maar, omdat ik hier toch woon...

probeer ik met iedereen op te schieten. - Aardig van je.

Indien mogelijk, als je nog eens zoiets flikt als de laatste keer...

Iicht me er dan van tevoren over in, dan ben ik �f mentaal voorbereid...

�f fysiek afwezig. - Waar heb je het over?

Je kleren. Wat je draagt bij het diner.

Met die kleren is niets mis. Ik droeg ze vorige Thanksgiving ook.

Heb ik gezegd dat er iets mis mee was? Nee, helemaal niet.

Wij kleden ons voor Thanksgiving. Anderen misschien niet, maar wij wel.

Sociale verantwoordelijkheid heet dat.

Sociale verantwoordelijkheid heet dat. - Juist, ja.

Je moet het zeggen als ik me vergis, jij studeert immers psychologie...

verwar je dat niet met dubbelgestikte kleding?

Je haat me, h�?

Heb je die broek ooit opgehaald bij de stomerij?

Heb ik gedaan, ja. - O ja?

Weet je...

die staat zo mooi bij dat shirt dat je van je tante hebt.

Dat blauwe met die lange mouwen.

Dat staat je zo mooi.

Ze krijgt 'n zenuwinzinking. - Ze wil er een.

Dat is niet grappig. - Ze is pas tevreden als ze er een heeft.

Ik begrijp niet wat er met je gebeurd is.

Wat is er met je gebeurd?

Wat er met me gebeurd is?

Dat weet je.

Iedereen weet het.

Je geeft niks om andere mensen, h�?

Niet om mij, niet om mam, niet om pap.

Je geeft helemaal niets om wat anderen voelen.

Precies. Dat kan me geen kloot schelen.

Met jou valt niet te praten.

Zal ik je wat vertellen? Ik heb spijt dat ik voor je gebeden heb. Echt waar.

Ik had nooit gedacht dat zoiets mogelijk was.

Ik heb er spijt van dat ik gebeden heb dat je veilig terugkwam.

Wat ben jij een zelfgenoegzame trut. - Dit neem ik niet van je.

Je bent om te kotsen, iedereen zegt dat. Hoor je dat? Je bent een freak.

Vrienden op school vragen me naar m'n gekke broer. Ik schaam me voor je.

We schamen ons allemaal. Ik wil absoluut niets met je te maken hebben.

Je bent niets. Hoor je wat ik zeg? Je bent een absolute nul van een mens.

Je bent een slappe, ondankbare zak. Je bent m'n broer niet meer.

Wat heb ik vanmorgen gezegd?

Je zei... Het spijt me. - Heb ik je gevraagd of het je speet?

Wat heb ik vanmorgen nou gezegd?

Dat er geen ruzie meer zou zijn. - En wat hoor ik? Wat was dat daarnet?

Het spijt me. - Dat niet.

Ik wil dat er gedaan wordt wat ik zeg. Ik heb dat niet zomaar gezegd.

Jeremy, ga naar boven en kleed je om. - Ik hou dit aan.

Niets ervan. Dit is mijn huis, je zit aan mijn tafel, maar niet in die kleren.

Dus ga naar boven en kleed je om, nu.

Wat was er? - Ik noemde alleen het feit...

dat z'n kleding niet gepast was.

Ten eerste gaat dat jou niks aan.

Ten tweede begint hij al maanden geen gesprek met ons.

Als je je ermee bemoeit, kun je dit verwachten.

Dat zei ik vanmorgen toch? Wat zei ik?

Ik wilde helpen. - Jouw hulp is niet gevraagd.

Hou je erbuiten. Dit gezin wordt geleid door je ouders.

We doen het al 26 jaar alleen. We hebben je ook nu niet nodig. Ok�?

Wat wil je? - Zeggen dat ik niet mee-eet.

Wat bedoel je? - Precies wat ik zeg.

Omdat je wou dat ik gesneuveld was, omdat ik zo'n freak ben...

en Thanksgiving voor het gezin is en ik je broer niet meer ben...

zul je geen last van mijn aanwezigheid hebben. Geniet ervan.

Je wilt dat ik de schuld krijg. Richt je woede liever op pap.

Ga bij mijn deur weg.

Aan deze kant is het jouw deur niet. Probeer me hier maar weg te krijgen.

Doe die deur nou maar gewoon open of ik trap hem in, ik zweer het.

Ik hoop dat hij je kop verbrijzelt.

Doe open. - Wat ben je nou weer aan het doen?

Het is mijn schuld. Ik heb het gedaan. - Wat heb je gedaan?

Hij heeft zichzelf ingesloten, hij komt niet aan tafel.

Heb je niks uitgelokt?

Ik heb absoluut niets gedaan om hem kwaad of vijandig te maken.

Het maakt niks uit. Ik krijg de schuld, maar hij doet alles.

Ik kan echt geen tweede Jeanne d'Arc gebruiken. Weg daar.

Ben je andere kleren aan het aandoen? - Die die mam wilde?

Geef antwoord. - Nee.

Waarom niet? - Ik eet niet mee.

Waarom niet? - Ik heb goed ontbeten.

Ik maak geen grapjes. - Ik lach niet.

Hij wil alleen mij pakken.

En nu luister je: Kleed je om en kom uit die kamer, en snel.

Lik m'n reet.

Wat zei je? Ik zei: Lik m'n reet. Krijg de tering.

Als ik jou in m'n vingers krijg.

Is alles in orde? - Alles is prima hoor, lieverd.

Hoe laat zouden ze komen? Ik ben bijna zo ver, ik heb 't niet goed gepland.

Maurine. - Wacht heel even.

Wat heb je aan? - Nog steeds hetzelfde.

Je zou hem zeggen zich om te kleden. - Heb ik gedaan.

Je vader had je gezegd om te kleden. - Ik eet niet mee.

Zei hij dat hij niet mee-eet? Waarom zegt hij dat? Hij is toch niet ziek?

Ben je ziek? Voel je je niet goed?

Z'n deur is op slot.

Hoezo, 'ik eet niet mee'? - Vraag maar aan Karen.

Ik vraag het toch aan jou?

Hoezo? - Ze hebben ruzie.

Hebben ze ruzie? - Ja, ben je doof?

Hou op. Dit is een crisis. Geen grofheden nu.

Karen, kom eens hier.

Jeremy, kom nu uit je kamer.

Wat heb je gezegd?

Het ging over z'n kleren. - Het liep anders dan ik bedoeld had.

Moet je je verontschuldigen? - Dat hoeft ze niet.

Was je erbij? Laat haar uitmaken wat ze moet doen.

Ik doe het wel. - Daar komt niks van in.

Laat haar toch sorry zeggen. - Nee. Wij niet, niemand zegt sorry.

Ik zeg sorry zo vaak ik wil. - Niets daarvan.

Het spijt haar. Ze meende niet wat ze zei.

Ze wil dat je aan tafel komt. - Genoeg zo.

Dat was 't. Weg daar. Wie bij mij woont, gedraagt zich niet zo.

Je komt naar buiten en verontschuldigt je, of je kunt je spullen pakken.

Hij heeft ons nu nodig. - Hij moet volwassen worden.

En wij moeten hem daarbij helpen.

Niemand is kwaad. Het spijt me dat ik op je gescholden heb.

Straks hebben we een heerlijk diner. Tante Marjoree en oom Hal, iedereen...

wil je zien. Moet ik zeggen dat je op je kamer zit als een klein kind?

Zo praat je wel tegen hem. - Jouw manier was niet beter.

Kom alsjeblieft.

Antwoord als ik iets tegen je zeg. Kom onmiddellijk hier.

Zo gedraagt een veteraan uit het leger zich niet.

Het is de deurbel. - Doe nou maar rustig.

Ze zijn er, Jeremy, ze zijn er.

Wat doen we nu? - Ze binnenlaten.

Wacht. - Verman je.

We zeggen wel dat hij ziek is.

Wacht. Ik zal het ze zeggen.

We doen de deur open.

Na twintig jaar zijn ze een keer op tijd.

Fijne Thanksgiving.

Jeremy is ziek.

Ik zeg altijd: Geef me drie kwartier en een bijbel, dan kan ik bewijzen...

dat de ark niet in Turkije ligt. - Dat kan hij.

Ik moet vaker de bijbel lezen.

Ik weet niet exact waar, ik ben er niet zo in thuis, maar het is in de Alpen.

Wat 'n mooie vogel. Een prachtvogel. - Ik kan de pindakoek niet vinden.

Heeft die koek pootjes gekregen?

Heeft hij de griep? Ik heb gehoord dat de griep heel erg heerst.

Nee. Ja, weet je. Hij voelt zich al een tijdje niet zo goed.

Maar het is niet ernstig.

Lieve Heer, we zijn dankbaar voor zo veel in deze feesttijd.

E�n ervan is onze gave om de rijkdom aan zegeningen met anderen te delen.

We vragen u ook de Dallas Cowboys te zegenen. Opdat ze sterk zijn...

goed spelen, en hun best doen.

Heer, help ons ook om niet te vergeten waar dit feest werkelijk om draait.

Help ons te proberen om elkaar niet te veronachtzamen.

En te proberen uw wil te doen, altijd.

Zegen dit voedsel voor ons gebruik, en ons te Uwer dienst.

Hou ons opmerkzaam voor de noden van anderen in een tijd van schaarste.

Deze dingen vragen wij in de dierbare naam van Uw zoon, onze Heer...

Jezus Christus.

Amen.

Zullen we de kalkoen aansnijden?

Oom Bob.

O ja, natuurlijk.

Doen we.

Marjoree, wil je wit of rood vlees? - Wat het makkelijkst is.

Geef je bord maar.

Je moet het mes een beetje schuin houden, Bob.

Die erwten zijn een recept van je moeder.

Mama's erwten.

Wit vlees, alsjeblieft.

Als ik jou was zou ik die vogel in een andere richting snijden.

Het gaat goed. - Laat mij eens.

Ik heb 't. - Je moet een schuinere hoek nemen.

Laat nou. - Een beetje draaien.

Bobby, het... Gaat het? - Snij die kalkoen zelf, ouwe zeikerd.

Wat zei je?

Ik zei: Snij die kalkoen zelf, ouwe zeikerd.

Zo praat je niet tegen mijn vader.

299.

-299. Weet je niet wat dat betekent?

Je vader weet het wel, nietwaar Hal? Het is je verjaardag.

Het lotnummer voor je militaire dienst.

299 was het nummer dat je gered heeft van Vietnam.

Wil je weten wat Jeremy's nummer was? Acht.

Vertel me niet wat ik niet mag in mijn huis...

of ik pak die klotekalkoen en ram 'm in je smoel.

Behalve een nucleaire aanval kan er niet veel meer fout gaan.

We kunnen beter gaan. - We blijven.

Ik ben hier duidelijk niet welkom. - David, hou je mond.

Het was mijn fout.

Ik ben soms een ouwe zeikerd.

Alsjeblieft, ga zitten. Je vader heeft gelijk. En ik wil kalkoen.

Ok� mannen, oprukken. We gaan. Jij ook, Collier, lopen.

3B7500, ga over op geleid vuren. - Vuur, ��nmaal.

Kolonel, we hebben iets.

Ik wil dat je weet... Voordat je gaat...

wou ik zeggen dat ik vreselijke dingen heb gezegd.

Stomme dingen. - Ik wil het niet horen.

Voor jouw zelfbeklag heb ik geen tijd.

Ik weet...

dat ik nooit zal begrijpen wat daar gebeurd is.

Ik ben er niet geweest. Ik heb 't niet meegemaakt.

Ik kan onmogelijk begrijpen hoe het was.

Alsjeblieft, geef me niet de schuld. Haat me daarom niet.

Ik kan het onmogelijk weten.

Ik kan...

Ik kan het wel uitleggen.

Als je het echt wilt weten.

Ik ben doodgegaan.

Dat is wat daar gebeurd is.

Wacht.

Wat is er?

Ik wil je zeggen... - Wat?

Wacht nou even.

Ik wil je alleen zeggen...

hoeveel ik van je hou.

Ik weet...

Ik weet dat je me nu haat.

Ik weet...

dat je vindt dat ik je leven verpest heb. Maar alles wat ik gedaan heb...

deed ik omdat ik van je hou.

Zie je, ik hou zo veel van je dat ik verkeerde dingen doe.

Ik heb je nooit willen kwetsen. Ik heb m'n best gedaan.

Nu dan...

mag ik je alsjeblieft iets te eten maken?

Nee, dank je.

Je moet toch iets eten? Ik weet zeker dat je honger hebt.

Ik wil het niet.

Ze wil aardig zijn. - Dat wil ik niet.

Ok�, wat wil je dan? - Ik wil dat iedereen me met rust laat.

Dat is goed, dan laten we je alleen. Kom maar.

Als ik weg ben, dan pas laten jullie me alleen.

Ik neem wat kalkoen met vulling...

Ik wil je klotevulling niet, je kalkoen, of je verontschuldigingen, hoor je dat?

Snap je? Ik heb het gehad. - Ze wil aardig zijn, hou op.

Dringt het door in die dikke schedel? - Praat niet zo.

Hou je bek. Hou godverdomme eindelijk je bek, oud wijf.

Waar ben je geweest?

Zijn ze weg? - Na het eten zijn ze vertrokken.

En Jeremy? - Je kunt hem nu niet wegsturen.

Hij is boven, hij is... Hij doet heel raar.

Vertrouw me, het is niet onze schuld. - Daar gaat het niet om.

Ik ben jou geen verantwoording schuldig.

U zegt het maar.

Je hebt je spullen al gepakt.

Ik ga naar het busstation. Ik wil dat Karen me brengt.

Ik vind 't prima.

Ik geef je 21 00 dollar. Meer contant geld had ik niet op het kantoor.

Het is niet veel...

maar je kunt ermee vooruit. Het hoeft geen slecht begin te zijn.

Ik wil niet dat je denkt dat ik je uit huis trap, dat doe ik niet.

Het is voor jezelf het beste.

Het lijkt me de juiste keuze.

Als vader moet ik die beslissing nemen.

En volgens mij...

zul je, als je weg bent en het hebt laten bezinken, het met me eens zijn.

Dan kun je weer op jezelf zijn.

Ik wil het niet.

Ik wil het je graag geven.

Dat wil je niet.

Je wilt dat ik het pak. Zo ben je niet schuldig en niet verantwoordelijk.

Wat heb ik me in je vergist. Ik dacht dat je me zou bedanken.

Dacht je dat?

Je wilt een goed mens lijken.

Het interesseert me niet wat anderen denken.

Karen brengt je waarheen je maar wilt.

Ik hoop dat je ooit beter over me denkt.

Nu ga ik slapen God wake over mijn ziel

Sterf ik eer ik wakker word bid ik dat mijn ziel aan Hem behoort

Zei hij waar hij naartoe ging? - Karen brengt hem naar het busstation.

Ik moet weten waar we hem kunnen bereiken.

We zullen zien. Hij zal het Karen wel vertellen.

Misschien zien we hem nooit meer.

En? - Hij wil dat jij hem naar de bus brengt.

Je begaat een grote fout.

Wat is dit?

Je gebedsplaatje. - Dat weet ik. Wat doet dat hier?

Ik dacht... - Houdt dat nooit op? Wat willen jullie?

Leg het nou maar neer. - Wat denken jullie zo te bereiken?

Het is alleen... - Dat is wel duidelijk. Leg het weg.

Goed dan.

Eruit.

Schiet op, maak dat je wegkomt.

Ik kan het niet.

Jij gaat nu mijn huis uit of ik breek je nek, begrepen?

Terug. Achteruit jij, kereltje.

Rustig maar.

Je wou er weer onderuit komen. Je dacht: Hij gaat wel, net als toen.

Waar heb je het over? - Dat weet je maar al te goed.

Nee, echt niet.

Kijk niet zo naar me. - Ok�, dan kijk ik niet naar je.

Kijk naar beneden. Schiet op. - Waarom?

Doe het. Kijk naar beneden, nu.

Pap, hij vermoordt ons. - Doe wat hij zegt.

Jeremy, hij doet 't al. - Ik kijk naar beneden.

Weet je nog, ons laatste gesprek? Ik had de oproep gekregen.

Toen vroeg ik je... Ik smeekte je om iets. Weet je nog wat dat was?

Ik denk... - Je moet het weten.

Je wilde geld om naar Canada te gaan.

Juist. Zei je toen niet dat het om m'n eer ging? Dat het m'n plicht was?

Wat je wilde, was illegaal.

De wet kan me de rug op. Wat zei jij? Jij zei nee.

Toen wou je me geen geld geven. Maar nu wil je het wel afkopen.

Daarvoor is dat geld niet. - Leugenaar.

Doe dat pistool weg en luister even. - Ik heb genoeg geluisterd.

Jij hebt me gestuurd. We vochten alleen maar om te overleven.

Dus val dood met je eer. Het ging om jouw eer, dat weet je best.

Alsjeblieft, vermoord hem niet.

Zie je wel? Zij weet wat ik wil.

H� mam? Een moeder weet altijd wat haar zoon denkt.

Probeer over die heuvel te komen. Hou je ogen open. Ze zitten overal.

Kunt u dat herhalen?

Sergeant?

Wat zegt u?

Wat is de situatie?

Wat is er? - Hij zit hier ergens.

Kun je ons zeggen tegen wie je praat?

Denk goed na wat je doet. Zeg iets. Blijf praten.

Blijf staan, of ik schiet een gat in je, groot genoeg om doorheen te kruipen.

Dit wil je toch niet? Doe het niet.

Hou je kop. Ik ben gewend om dingen te doen die ik niet wil.

Stilte nu.

Stilte, verdomme.

Kijk uit waar je loopt.

Dit gebied is nog niet veilig.

Je hebt geen idee wat we zoeken, h�?

Vietcong, spleetogen. De heuvel is met napalm bestookt.

Maar ze graven zich in. Ze hebben tunnels tot aan Saigon, h� luitenant?

We hebben er een.

Een spleetoog.

Haal hem eruit.

Toen begonnen ze 'm te slaan, in elkaar te trappen, uit te schelden.

Die maffe Chinees is niet bang.

Ook niet om te sterven.

Waar is het kamp van de Vietcong?

We gaan. - Wat wilde de luitenant nu van me?

Je weet het wel.

Weet je wat ie wil?

Is er iets, Collier?

Hij is een gevangene. - Zo?

Gaan we moeilijk doen?

We breken op.

En die arme drommel kijkt me aan.

Die spleetoog wacht gewoon tot ik schiet.

Maar ik kan het niet.

Ik kan niet. Ik kon niet. Ik doe het niet.

Toen gebeurde er iets vreemds.

Iets heel erg vreemds. Die spleetoog...

was ineens geen spleetoog meer.

Hij was jou geworden.

Jij was het.

Jij met je gelul over plicht. Jij en je vervloekte eer.

Toen schoot ik hem door z'n kop.

Maar hij was jou. Ik heb jou gedood.

Waar ik je maar kon vinden.

En wat zie ik? Ik kom thuis en je bent er nog, nog steeds.

Pap, ik...

ik heb die mensen vermoord voor niets. Helemaal niets.

Ik heb ze voor niets gedood. En al die tijd was ik alleen naar jou op zoek.

Naar jou.

Pap.

Blijf van me af. - Het spijt me.

Geloof maar dat je hier spijt van krijgt, vuile schoft dat je bent.

Verdwijn, of ik doe je wat aan.

Pap, stop. - Je doet hem pijn.

Doe het niet, hij heeft hulp nodig. - Vertel dat iemand anders.

Hij interesseert me niet meer. Ik heb ook behoeftes.

En jij, en je moeder. Van nu af denken we alleen daaraan.

Het is mijn huis. Ik bepaal hier de regels, begrepen? Dit is mijn huis.

Mooi hoor, dus dit is jouw huis. Weet je wat? Je mag het houden.

Wat wil dat eigenlijk zeggen, 'dit is mijn huis'?

Is er...

Rijdt er een bus? Is er een bus die naar Californi� gaat, is die er?

Zeker, over vijftien minuten gaat er een bus.

Die neem ik.

Wil je niet weten waar in Californi�? - Enkele reis, h�? Heb ik genoeg geld?

Ga even zitten. Dan breng ik je het kaartje.

Ik kan het niet vergeten, snap je? Het lukt niet.

Is alles wel goed?

Weet je, ik ben bevriend...

met een beroemde cowboy.

Hoe heet hij?

Jeremy.

Is hij echt beroemd?

Echt waar.

Hij is toch gewoon een jongetje?

Dat is ie ook.

Hou jij hem maar. Je mag hem hebben.

Meneer, is alles goed met u?

Is alles goed?

Dat komt wel.

Het komt.

En dat was ook zo.

Op 1 3 november 1 982...

was er in Washington een herdenking voor Vietnam-veteranen.

E�n veteraan liep 5000 km om erbij te zijn. Een andere verkocht zijn witgoed.

Het was de grootste optocht in de hoofdstad sinds Kennedy's begrafenis.

Jeremy was er ook. Hij droeg zijn uniform.

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.