All language subtitles for A.cambio.de.nada.AKA.Nothing.in.Return.2015.720p.BluRay.x264-HANDJOB

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
nl Dutch
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
el Greek
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal)
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American)
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

Vertaling en synchronisatie: SmallBrother

VOOR NIETS

Hoi.

Jezus, weer hetzelfde? - Ik kan niets anders maken.

Doet het pijn? - Nee.

Darío, hoe vaak moet ik nog zeggen dat je je gezicht moet wassen?

Dat heb ik gedaan. - Hoe laat ging je slapen?

Vroeg.

Stop nou met die klotebaan. - Waar gaan we dan van eten?

Je moet met die advocaat praten.

Luister je wel?

Kunnen jullie het niet oplossen? - Hij moet betalen.

Ik krijg geld en kleren. - Ik niet.

Ik geef het toch aan jou?

Jullie moeten praten. - Geen sprake van.

Ik heb geen zin in de rechtbank. - Ga dan bij hem wonen.

Kom beneden, Luismi. - Dat kan niet.

Kom naar beneden. Ik zie je achter.

Dit is veel te vroeg.

Wat heb jij nou aan? We gaan aan het werk.

Dat had je eerder moeten zeggen.

Ga achterop. - Laat mij, eikel.

Later. - Bij jou komt later nooit.

Je hebt geen rijbewijs. -Jij ook niet.

Iemand kan ons zien.

Wat ben jij een klootzak.

110.

115.

115.

Je moet wat afvallen, makker. Zo halen we nooit 120.

Krijg nou wat.

Dat is gaaf. Ze zien er zo echt uit.

Dat voelt wel goed.

Een beetje strak, hè? - Ik ben een stevige jongen.

Die heb ik je niet zien jatten.

Ik oefen al heel lang.

Ouwe rukker.

Ze zijn cool, hè?

Kom morgen maar terug. - Morgen? Ik kom al twee weken.

Wat moet ik dan, jochie? Ik kan op niemand rekenen.

Ik heb gebracht wat je wilde, dus betaal nu gewoon.

Ik betaal jou als ik betaald word.

Ik kan niet wachten. Ik heb het geld vandaag nodig.

Wat kan ik doen? Ik ben helemaal blut.

Dat moet jij maar uitzoeken.

Daar gaan we weer. Ik heb het gewoon niet.

Ik zou je graag betalen.

Ik vind schulden verschrikkelijk.

Neem die onderdelen. Ik wil geen ruzie over geld.

Is dit de Bijenkorf of zo? Ik wil nu mijn geld.

Kut, dat deed pijn. - Gaat het?

Rot op. - Rustig aan, tijger.

Hou op met dat tijger-gelul. Betaal hem of wij gaan even babbelen.

O, daar hebben we de schildknaap.

Darío, ga naar bed.

Kom op, ik kan je niet dragen.

Kijk eens aan. Ik dacht dat je ziek was.

Dat was ik ook, maar ik ben beter nu.

Ga zitten.

Wat ga je volgend jaar doen als je het niet haalt?

Ik haal het wel. - Dat zei je vorig jaar ook al.

Deze keer is het anders. - Hoezo dat?

Omdat het zo is. - Omdat je het zegt.

Ik haal het wel. Denk ik.

Laat je ouders met me komen praten.

Die moeten werken.

Geef me dan hun telefoonnummer.

Dat weet ik niet.

Je weet hun nummer niet?

Alstublieft, thuis gaan dingen niet goed.

Op deze manier wordt het nog slechter.

Geef me een kans. - Alweer?

De kansen zijn op.

Hoi. - Alles goed?

Wat is er met je haar?

Hoe kan je moeder je zo naar buiten laten gaan? Wat spookt ze uit?

Ze werkt, verdomme. - Let op je woorden.

Heb je met haar gesproken?

En?

Niet te geloven.

Ze dondert me op straat en wil alles wat ik heb van me afnemen.

Nu gaan er problemen komen. Ik heb er genoeg van.

Ze gaat het huis kwijtraken.

Ze mag niet op straat komen. - Maar ik wel?

Hou gerust van je moeder, maar ga me niet naaien.

Ik ben niet partij aan het kiezen.

Schreeuw niet tegen me. Anders sla ik je verrot.

Ga maar met haar praten, dan weet je hoe ze is.

Hoe gaat het op school?

Prima.

Echt?

Gelukkig gaat het dit jaar beter.

Dat is bijna het enige waar ik plezier van heb.

Alleen voor jou.

Teken hier.

Tyson, hou op. Hou die hond van je in bedwang.

Hij neukt haar niet, hij is te klein.

Jij doet niks, vetzak.

Wegwezen, jij. - Geef ze een condoom, laat ze lol maken.

Dan ga ik lol maken met je zus. - Lik m'n reet.

Ophouden.

Als hij 'm erin steekt, ben jij de lul.

Hou op, vreetzak. - Zeikerd. Morgen neem ik drie zakken mee.

Dat zeg je altijd, maar doe je nooit.

En hou op met die calcium.

Jezus, wat goor. Hoe kun je die rommel drinken?

Het is zover.

Jezus, wat is Alicia mooi.

Nou en of. Wat een mooie tieten.

Kan je die zien? - O nee, dat was haar elleboog.

Ze wil het met ons allebei doen.

Ze is aan het vingeren. - Kun je dat zien?

Nee, maar dat zie ik aan haar gezicht.

We gaan wat suiker lenen. Dit is het moment.

Niet nu, haar vader kan zo thuiskomen.

Wat ben je aan het doen? - Ik ben uitgegleden.

Wat is ze aan het doen? - Vingeren.

Wat doe je nou? - Dat was ik niet, echt.

Mijn god.

Zo staat het ervoor.

Als hij het examen niet haalt, dan moet hij van school.

Ik ben geschokt. Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Ik zou afraden om met school te stoppen. - Natuurlijk, dat is duidelijk.

Ik zweer dat ik... - Hou je kop.

Je hebt al genoeg verknald.

Wat doe je nou? - Spreek je je vader tegen?

Al die problemen thuis, en dan ook nog dit erbij?

Mijn hele leven lig ik krom om jou een opleiding te geven en nu krijgen we dit?

Maar dit is een openbare school. - Spreek me niet tegen.

Wil je net zoals ik in de bouw belanden?

Is dat wat je wilt?

Waar hebben we het verknald, jongen? Zegt het me.

Wat hebben we verkeerd gedaan?

Ik zit heel diep in de put.

Rustig maar.

Rustig maar, rustig maar.

Hebt u kinderen?

U hebt geen idee hoe ik me voel.

Ik ben...

Ik weet niet meer waar ik ben.

Dan staan we nu quitte. - Hoe bedoel je, quitte?

Ik heb de winkel moeten sluiten om hierheen te komen.

Jij hebt wel lef. - Kom op, jochie.

Ik heb je uit de stront gered. Een win-win-situatie.

Zorg jij nou maar dat je je examens haalt, anders ga je spijkers schijten.

Wat doe je nou? - Ze kijken naar ons.

Schei uit met die onzin.

Jij komt steeds vroeger. Heb je al gegeten?

Kom binnen.

Alles goed, sukkel?

Kom, we gaan, vetklep. - Meisje, Alicia is er.

Wat doe jij nou, eikel? - Niets. Een verslaving.

Pas maar op, ik neem je te grazen. - Je bent altijd zo gewelddadig.

Over een uur weer teug, Luismi. Zorg dat ik je niet moet gaan zoeken.

Schiet op, ik moet naar huis. - Het duurt niet lang, alles is geregeld.

Oké, neem haar te pakken. Je kunt het. Kom, meer.

Nee, tijger. Je kunt het niet. Maar je zou wel willen, hè?

Wat doe jij hier?

Ik wacht op Darío. Hij haalt iets op bij een klasgenoot.

Naar huis. - Ik kom zo.

Nu meteen. Moet ik je vader halen?

Ik kom zo. - Nu meteen, of je krijgt een pak slaag.

Klotehonden.

SOCIALE WETENSCHAPPEN EXAMENS JUNI

Bingo.

Morgen ga je maar bij je vader wonen. Ik ben klaar met jou.

Sorry, Santos. We gaan later wel verder. Kom binnen.

Hallo. - Gaat u zitten, alstublieft.

En uw echtgenoot?

Geen idee. Ik heb hem een bericht gestuurd.

Sorry? - Ik heb hem een bericht gestuurd.

Maar ik denk niet dat hij gaat komen.

Goed. Het spijt me wat er is gebeurd.

De school zal geen aanklacht indienen.

Maar de directie...

Kan ik u helpen? - Ik ben de vader.

De vader? - De vader van Darío.

Komt u binnen.

Neem plaats.

Ik zei net tegen uw vrouw dat de school geen aanklacht zal indienen.

Maar de directie heeft besloten om hem van school te sturen.

Dat is een nogal drastisch besluit. Een goede leerling had een slechte dag.

Heeft u zijn resultaten wel in aanmerking genomen?

Dat was juist een van de redenen voor dit besluit.

Wat?

Mijn zoon haalt goede cijfers.

Ik ben bang van niet. Hij heeft het hele jaar gefaald.

Als u wilt dat Darío op school blijft...

stuur hem dan naar de derde klas van een privéschool.

U bedoelt de vierde klas.

Nee, ik bedoel de derde.

Darío, in welke klas zit je?

Ik snap er niets van.

Klootzak. - Nu krijgen we het.

Dit is allemaal jouw schuld. - Ga zitten. Maak nou geen scène.

Laat je gezicht zien, vuile klootzak. Ik schijt op je moeder.

Blijf van me af. - Je bent helemaal gek geworden.

Kijk wat je hebt gedaan. - Alstublieft.

Kijk eens naar je zoon. Je bent zo gek als een deur.

Als je klaar bent, veeg de boel dan even aan.

Justo, kan ik een voorschot krijgen?

Nu al? Het is nog niet eens twee weken.

Ik heb het nodig. - Ja, ik ook.

Denk je dat dit allemaal niets kost? Jij hoeft tenminste geen huur te betalen.

Het zijn zware tijden, makker. Die dealers nekken me.

Je hebt geen idee wat ik moet doen om open te blijven.

Ja, maar ik moet... - Als er een klusje komt, krijg je die.

Zal ik even helpen?

Oké.

Pittig dingetje.

Ja, een grotere carburateur. Opgevoerd.

Je zorgt er goed voor. - Al 20 jaar. Hij loopt als een trein.

Deze is oud. - Alles wat oud is, is waardevol.

Geef maar, ik help wel even.

Wanneer moet je naar huis? - Ik heb geen vast schema.

Jullie studenten hebben een makkelijk leventje.

Ik ben monteur.

Zit je niet op school? - Ik ben gestopt. Ik verdien liever geld.

Mag je van je ouders zo laat wegblijven? - Ik heb geen ouders.

O, dat spijt me.

Was dat lang geleden? - Kijk dit eens.

Wat een avond. Je hebt me geluk gebracht.

Ik heb samen met Julio Iglesias gevoetbald.

Als ik een peetvader had gehad, zou ik de top gehaald hebben.

Misschien niet als zanger, maar wel als voetballer.

Mijn linkerbeen was iedereen te vlug af.

We gaan wel een keer een balletje trappen, dan zul je het wel zien.

Justo, ben je weleens gearresteerd?

Ja, wie niet? Ik ben één keer gepakt, voor iets wat ik niet had gedaan.

Twee jaar de bak in, tijdens Franco. Je hebt geen idee hoe het toen was.

Ze probeerden steeds je hol te neuken.

En is ze dat gelukt? - Bij mij? Nee.

Kansloos om mij in m'n kont te pakken. Echt niet.

Mijn god, moet je dat eens zien.

Wat een godin, maar niet zoals die Grieken.

Zag je dat? Zij wil dolgraag een worst.

Prinsesje, wacht. Geef me je nummer. Ik wil je een geheimpje vertellen.

Heb jij ooit je worst gedipt? - Ja, talloze keren.

Toen ik zo oud was als jij, kon ik elke meid krijgen die ik maar wilde.

Ik had toen wel wat meer haar.

Ze hebben me uitgewoond. Neuken, neuken en nog eens neuken.

Maar er gaat niets boven een mooie hoer.

Ben je getrouwd? - Ik?

Zo'n feestbeest als ik? Natuurlijk niet.

Shit.

Alles goed, makker?

Ik ga even kijken.

Afblijven. - Ik kijk alleen even.

Kijk nou eens wie we daar hebben.

Waar heb jij gezeten? - Je weet wel, bezig met overleven.

Jij? Dat geloof ik niet. - Het zijn zware tijden.

We moeten wat regelen. - Deze week kom ik langs.

Dat zei je vorige maand ook al. - Ik heb een paar motorfietsen te koop.

Alstublieft, meneer.

Top.

Als je deze spullen wilt, moeten we wat regelen.

Kom nou, Matías. We kennen elkaar al 20 jaar.

Het komt wel goed. We zijn oude makkers. - Dat is het nou precies, Justo.

Ik zei toch, dit is voor die motoren. Ik heb dit nodig.

Betalen of geen deal.

Maar het is voor jou. - Maak je om mij geen zorgen.

Pech gehad, dan.

Ik heb jeuk. - Omdat je je niet wast, sukkel.

Daarom ben ik hier. - Wanneer ga je naar huis?

Nooit. Ik werk, betaal geen huur en ik verdien geld.

Geen gezeik meer. Ik heb niemand nodig.

Wil je alleen verdergaan?

Ik heb mijn ouders niet nodig. Ik red het wel alleen.

Ik ben op vakantie. Ik heb alles gehaald.

Iedereen kan een vak leren. - Dat zeg jij.

Ik weet alles al. - Ja, en daarom heb je niets gehaald.

Studeren is klote. Ik wil niet vastgebonden zitten.

Niemand bindt me vast.

Je bent sowieso te dik om te bewegen. - Jij slikt calcium om te groeien, dwerg.

Kalm aan, vetzak.

Hou op met me vet te noemen. - Val dan af.

Zeg dat maar tegen je vader. - En je moeder.

Jouw moeder heeft een ladder nodig om bij het aanrecht te komen.

Wat is dat? - Voor het geval dat.

Niet nodig. Ik word wel betaald. - Betaal me dan maar terug.

Je bent gek, makker.

Jezus, wat stinkt die parfum.

Ik heb maar twee keer gespoten.

Hoi, alles goed?

Ik heb je een tijd niet gezien hier. - Wat?

Ik heb je al een tijdje niet gezien. - Dit is de eerste keer voor ons.

Ja, dat bedoel ik.

Wil je wat drinken? - Hij vraagt of we wat willen drinken.

Kom. Luismi. We halen een paar verbena's.

Kom hier, man.

Hoi, knapperd.

Heb je zin in een worst? - Wat?

Of je een warme worst wilt.

Wat is er? - Ben je gek?

Ik dacht dat je dat wilde. -Je bent gestoord.

Wat moet jij, eikel? - Rot op.

Laat me los, klootzak.

Blijf van me af. Wat is er grappig? - Laat hem.

Vergis je niet in mij. - Hou je kop nou.

Hou zelf je kop. Ga naar binnen, stelletje mietjes.

Kom, we gaan.

Eikels.

Ik ga het die flikker betaald zetten. Ik laat niet met me sollen.

Voorzichtig.

Niet te geloven.

Moet je mijn trui zien. - Ja, en moet je jezelf zien.

Zag je me pareren?

Als ik hem vol had geraakt, was hij knock-out gegaan.

Zie je wel? Ik zei toch dat hij zou komen. Hij is van de oude garde.

Het was een totale verrassing. Het ging zo snel.

Ik ging achter hem aan, maar hij vluchtte naar binnen.

Beter. Anders is hij flink de lul.

Rustig maar. Hij komt morgen wel weer.

Dat is 'm.

Kijk. Met die helm.

We pakken hem. - Niet hier. Te veel getuigen.

Oké, we pakken hem ergens anders.

Rustig aan. We hebben alle tijd.

Wat een gelul. Laat je hem zomaar gaan?

Kom, Luismi.

Laat me los. Dit mag niet ongestraft blijven.

Wacht nou even. Je moet dit goed aanpakken.

Ben je soms bang voor hem? - Wat zeg je me nou?

Hé, jij daar.

Zeg het eens.

Ken je die jongens?

Nee. - Nee?

Eén daarvan is mijn zoon.

Fijn. En?

Kom even mee, dan leg ik het even uit.

Deze gast is niet te geloven. Die laat niet met zich sollen.

Wat is er?

Wat zou je denken van nieuwe zadeltassen voor je motor?

Wat?

Het leer is topkwaliteit.

Jullie kunnen gewoon naar die discotheek.

Is hij er erg aan toe? - Valt mee, Ik heb me ingehouden.

Je moet weten hoe je dingen moet aanpakken, tijger.

Als de hypotheek is afbetaald, verhuur ik de winkel...

koop een strandhutje en krab ik de hele dag m'n ballen.

Ik heb het allemaal al gepland. - ik zie het.

Patser.

Wat wil je worden? - Ambulance-chauffeur.

Om levens te redden? - Nee, om door rood licht te rijden.

Prachtig.

Pluk de dag, jochie. Het leven vliegt voorbij.

En wat wilde jij worden? - Ik? Precies wat ik ben: geslaagd.

Lekker muziekje, hè?

Luister, Darío. Ik wil je om een gunst vragen.

Zeg het maar.

Hier is het, op de tweede verdieping.

Ga je mee? - Er moet iemand op wacht staan.

Oké.

Dat ging makkelijk, hè?

Nou, niet echt.

Het starten lukte niet. - Je moet het nog leren.

Ik zou je moeten laten betalen. - Zou jij niet op wacht blijven staan?

Nu ga je echt geld verdienen.

Ik heb bestellingen. We zijn op weg omhoog.

Neem morgen maar een dag vrij.

Maar morgen is een feestdag. - Ja, daarom.

Sorry, hoeveel kost dit? - Hoi, Darío.

Antonia, hoe lopen de zaken? - Nogal tammetjes, niet zo goed.

Er zijn te veel winkelcentra.

Je hebt wel een prachtig stalletje. - Het is te veel op mijn leeftijd.

Sorry mevrouw, is dit de prijs? - Nee, dat is de productiedatum.

Krijg de pest. - Misschien is het te duur.

Hoe meer je vraagt, hoe meer je krijgt. - Ja, dat is waar.

Je bent afgevallen, hè?

Dat was verrukkelijk. - Dat is nou de vierde keer. Wil je meer?

Nee, het is goed zo. Bedankt. - Geef me je bord.

Dank je.

Kom maar wanneer je maar wilt. Ik ben alleen.

Sommige dagen praat ik met niemand.

Is dat je familie? - Ja.

Ik was wel af. - Laat maar. Dan heb ik wat te doen.

Jij houdt nooit op, hè? - Nee. Je moet in beweging blijven.

Waarom? - Dat houdt je jong.

Ik ga het nieuws kijken.

Wat is dat nou? - Van mijn baas geleend.

Kom, stap in. - Waar gaan we naartoe?

Waar we al heel lang naartoe moeten. - Mag ik rijden?

Later. - Ja, die later die nooit komt.

Haal eerst je rijbewijs maar. - Haal jij 'm maar eerst.

Die heb ik niet nodig.

Wat is dat nou voor shitherrie?

Je hebt geen idee. Die gast is een poëet.

ik ben een schurk, maar ook een heer

een zwerver en ik droom steeds meer

Wat vind je daarvan? - Wat een lekkere meid.

Die zou ik wel willen pakken.

Is dat geen travestiet? - Ja, het is je vader.

Zie je die tieten niet? - Ja, die zie ik wel.

En we zouden ze kunnen betasten.

Ik trakteer. Ik heb een voorschot gekregen.

Ik moet naar huis. - O, moet je nu naar huis?

Kom nou, we moeten deze echt pakken.

Hoe gaat het, prinses?

Gewoon een beetje rondhangen.

Mooie avond, hè?

Oké.

Je bent erg mooi. - O, ja?

Dank je wel, prins.

Hoe pakken we het aan?

Wat?

Alles.

Je bent erg jong, lieve schat.

Maar ik ben een kanjer. Je gaat het vast leuk hebben.

Daar twijfel ik niet aan.

Een momentje. - Wat jij wilt, prinses.

Hoi. - Hoe gaat het ermee, schat?

Kom nou.

Wordt later niet ook zo'n engerd.

Nou?

Kom over een paar jaar maar terug en dan zien we wel verder.

Over een paar jaar zijn we getrouwd, koningin.

Het is feest, makker. - Je meent het.

Ik weet hoe je zoiets aan moet pakken. We neuken haar in het busje.

Ben je schoon? - Ik heb afgelopen donderdag gedoucht.

We gaan haar pakken. - Wij allebei.

Dit gaan we nooit vergeten. - We gaan haar gek maken.

Kom nou, anders zijn we te laat.

Was dat je vader? - Nee, man.

In het weekend rijdt iemand anders.

Het is maandag vandaag.

En soms ook door de week. Ze wisselen af.

Ik denk ook dat hij het niet was.

Wat vind je? - Hij is als nieuw.

Natuurlijk. Wij leveren kwaliteit.

Deze zijn allemaal te koop. En ik heb er nog meer.

Deze is echt helemaal te gek.

Als je iemand weet... - En ook een beetje goedkoop?

Natuurlijk. Net als die van jou.

Als ik iets hoor, laat ik je dat weten.

Jongen.

Haal 'm maar tevoorschijn. De motor, bedoel ik.

Deze is sneller dan Billy the Kid.

Ik moet gaan, ik heb een beetje haast. - Oké, tot ziens.

Je weet ons te vinden. Laat je niet naaien.

Tijger.

Je eerste salaris. - Dank je.

Hoezo, bedankt? Je hebt het verdiend.

Vraag het voortaan eerst even voordat je wat pakt.

Geef niet alles meteen uit.

Schiet op. Je verbruikt al het warme water.

Ik kom.

Ik kom eraan.

Politie. Liggen.

Alicia.

Is je vader thuis? - Nog niet.

Wat is er? Is het carnaval? - Mag ik...

Jezus, Darío. - De laatste keer.

Ik krijg problemen. - Alsjeblieft.

Dit is de laatste keer. - Mijn vader komt zo.

Echt, de laatste keer. Alsjeblieft.

Oké, kom maar binnen.

Weet je vader alles wat je doet?

Je maakt jezelf nog eens van kant. - Nee, ik heb te veel te doen.

Kom op, jochie.

Jochie? Geef me vijf minuten en je bent in de hemel.

Vijf minuutjes maar? - Oké, een half uur dan.

Hartstikke bedankt. Ik sta bij je in het krijt.

Hoi, Darío. - Hoi, Antonia.

Heb ik je wakker gemaakt? - Nee, hoor.

Ik was radio aan het luisteren. - Kan ik m'n rugzak hier laten?

Het is dicht vanwege de vakantie.

Wat ga je doen? - Geen idee. Ik moet iets vinden.

Dank je wel. - Wil je cornflakes of koekjes?

Cornflakes is beter.

Voorzichtig, het is misschien te heet. Die magnetron doet raar.

En je familie?

Ik heb een tante, in het buitenland. - Waar ga je dan slapen?

Drink je melk op.

Ga je slapen? - Ja.

Slaap lekker. Tot morgen.

Welterusten, Antonia.

Hoi, mafkees. Hoe gaat het hier?

Prima, eigenlijk. Ik heb hier wat toffe gasten ontmoet.

Ik had hier eerder moeten komen. Ik heb hier mooie contacten gemaakt.

Ik heb hier alles. Televisie, videospelletjes.

En ik ben aan het trainen. - Ja, het is te zien.

Ja, ik zie er 20 jaar jonger uit. - Je bent hier beter af dan buiten.

Natuurlijk, tijger. Je moet alle kansen benutten.

Wat is er gebeurd? - Ik moest even wat dingen uitleggen.

Je bent afgevallen.

Dat komt vast van al het neuken. - Ach, ik mag niet klagen.

Ik wacht nog eventjes.

Zeg eens. Hebben ze nog over mij gevraagd?

Rustig maar. Ik heb mijn erecode.

Maar het is beter om maar even uit de buurt te blijven.

Wat zei de advocaat?

Dat het prima gaat, maar dat ontsnappen beter is.

Wat een eikel. Ik kan hem wel schieten.

Die lul zegt dat ik schuld moet bekennen om een lagere straf te krijgen.

Ik heb niets gedaan, maar ik moet er wel voor boeten.

Ik heb gezegd dat hij de pot op kan. Hij doet helemaal niets.

En nu? - Ik hoorde iets over een topadvocaat.

Tien ruggen en je staat buiten. Hij werkt ook voor de koning.

Dat klinkt verdomde goed. - Ja, absoluut.

Maar mijn zaak komt deze week voor en ze hebben me alles afgenomen.

Waar haal ik zoveel geld vandaan?

En niemand die je een handje kan helpen? - Ja, om mijn nek.

Jij bent de enige met een ere-code.

Ik moet hier nu meteen weg.

The bank wil mijn winkel afnemen en wat moet ik buiten op mijn leeftijd?

Mijn hele leven geploeterd en moet je me nu zien.

Geen zorgen, we vinden wel wat.

Wat kan ik doen vanuit hier?

Ben je gek?

Het is een makkie. En een grote kans.

Ja, om in de gevangenis te komen, idioot.

Het gaat wel goed. - Vergeet het maar.

Het is gestoord. - Ik moet hem eruit krijgen.

Ga je je nek voor hem riskeren? - Hij heeft mij ook geholpen.

Ik heb een ere-code. - Je hebt een gaatje in je kop.

Wat is dat nou? Ik zit vol. - Dat is voor mij.

Krijg je thuis niets te eten? - Ik eet al de hele week alleen groente.

Ga gewoon met me mee, even kijken. - Vergeet dat maar. Ik ken je al langer.

Kom op nou. - Laat me even rustig eten.

Ik moet langzaam eten om af te vallen.

Ik ga even naar de wc. - Echt niet.

Zonder dit ding is mijn leven voorbij.

Je ziet er goed uit. - Omdat ik nooit stop.

Heb je dit altijd gedaan? - Nee, ik was naaister.

Maar met al die winkelcentra is kopen goedkoper dan het zelf maken.

Wat heb je liever, nu of vroeger?

Nu is het veel comfortabeler.

Maar vroeger leefde men beter samen.

Zou je terug in de tijd willen gaan?

Voor één ding wel.

Waar heb je dit gevonden? Het is nieuw. - Een straat verderop.

Mensen gooien dingen makkelijk weg. Ik ben zo terug.

Niet slecht, hè? - Nee, we doen het goed.

Steeds als jij er bent, dan vinden we wel wat moois.

We zijn een goed team, hè? - Ja, je bent een geschenk uit de hemel.

Goedenavond.

Reed ik te hard? - Nee, maar u bent een beetje overladen.

Hij kan het wel hebben. - Vast wel, dit zijn goede karretjes.

Hij loopt prima.

Wist u dat de lading niet breder mag zijn dan het voertuig?

Nee, dat wist ik niet. - Mag ik uw papieren even zien?

Uw rijbewijs is verlopen.

Echt waar? Dat ben ik vast even vergeten.

U bent het al vijf jaar vergeten.

Vijf jaar? De tijd vliegt voorbij.

U mag niet meer verder rijden.

Sorry, meneer.

We kunnen 'm niet volgeladen achterlaten met al dat tuig hier.

Mogen we terugrijden en 'm parkeren totdat ze haar rijbewijs heeft?

Dat is een goed idee.

Hallo. Ik kom namens Justo.

Om zijn schulden te betalen?

Kan ik u even alleen spreken?

Wat is er?

Ik zoek werk. Heeft u misschien iets voor mij?

Hoe oud ben je? - Ik ben bijna 16.

Ik heb niets voor je. - Het maakt me niet uit wat het is.

Het spijt me. - Ik leer snel. Elk salaris is oké.

Ik heb gewoon niemand nodig.

Oké.

Ik kom later dan wel weer een keer.

Tot ziens.

Sorry.

Mag ik even naar de wc? Ik moet erg nodig.

Rechts bij de banden. - Bedankt.

Hoe gaat het?

Prima.

U hebt erg veel onderdelen, hè?

Ja, natuurlijk.

Voor motorfietsen? - Ja, voor motoren.

Heb je gezien hoe makkelijk het is? - Er is geen kluis.

Nee, de kassa, slimmerik. - En het alarm?

Ben je blind? - En jij? Achterlijk of idioot?

De zekeringenkast is in de wc. In het ergste geval hebben we 15 seconden.

En hoe ga je naar binnen? - Door de deur.

Die deur is niks. Die gaat open met een scheet.

En hoe maak je de kassa open?

Voorzichtig, zodat het papiergeld niet stuk gaat.

Idioot. Ik doe niet mee.

Zeur niet zo. Je praat alsof je net azijn hebt gedronken.

Wat heb je vandaag gedaan, Antonia?

Niet veel. Een beetje tv gekeken.

Dat is niet goed. Je moet in beweging blijven, weet je nog?

Ik heb niet meer zoveel te doen. - Er is altijd wel iets te doen.

Heb je werk gevonden?

Ik heb een oogje op iets.

Wil je morgen met me meegaan naar het stadhuis, om mijn stalletje te sluiten?

Godv... Ik bedoel, dat meen je niet. Dat stalletje is je leven.

Ik wil ervan af. Het is te veel voor me.

Niet doen, Antonia. We verzinnen wel wat.

Morgen is een speciale dag. Dat moeten we vieren.

Zet maar op het aanrecht. Ik was het morgen wel af.

Ik help wel even. - Ik kan het zelf wel.

Het is geen moeite.

Dank je wel, jongen. - Graag gedaan.

Je had je niet hoeven op te dirken. - We gaan toch feesten?

Heb je wat voor me meegenomen?

Tof. Als alles goed gaat, betaal ik je terug.

Doe je je helm niet op? - Nee, dan gaat m'n haar in de war.

117.

118. 119.

Wat een gelul. - Het komt door de wind.

Te veel wind, m'n reet.

Waar gaan we naartoe? - Zeik niet zo, je gaat het zien.

Daar zijn we dan. - Wat leuk. Kom binnen.

Dit is de enige muziek die ik heb.

Helemaal goed, Antonia. Het is vrolijk.

Wat wil je drinken?

Wat doen we hier? - Een beetje lol maken.

Lol maken? Wie is die dame in godsnaam?

Een geweldige vrouw die heel aardig voor me is. Ze is helemaal alleen.

Let even op.

We nemen een drankje terwijl we wachten. - Wachten waarop?

Op de triomf.

Kennen jullie elkaar al lang? - We woonden jaren in hetzelfde gebouw.

Nu niet meer. - Ja, dat zei hij.

Jammer van zijn ouders. Hij is jong en heeft het moeilijk.

Zijn vader is nu twee jaar weg.

En zijn moeder ook? - Zijn moeder?

Hoe gaat het feest hier? - Goed. Ik babbel wat met je vriend.

Dat is vreemd. Als er eten is, zegt hij nooit zo veel.

Hoi.

Wat vind je van mijn meesterzet? - Je bent gestoord.

Ja, gestoord. Zeg dat nog eens na drie drankjes.

Ik ga ervandoor. - Mooi niet.

Heb je gezien wat ze aan heeft?

Ze heeft zin. Na een paar drankjes doen we een zet.

Let even op.

Ik moet even rusten.

Hoe vind je het feestje? - Gaaf. Ik had dit niet verwacht.

Het beste is om je gewoon te laten gaan. - Ja, precies.

Proosten?

Hoe gaat het? - Heb je plezier, Antonia?

Heel veel. Bedankt voor dit feestje. - Jij ook bedankt.

Nooit gedacht om elkaar bij het afval te ontmoeten.

Inderdaad. - We zijn een goed team, hè?

Je kunt zo lang blijven als je wilt.

Alles goed, Antonia? - Uitstekend.

Ik ben erg moe. Ik wil wel gaan slapen.

Oké, we gaan ervandoor. - Jullie mogen best blijven.

We nemen nog één colaatje en dan gaan we. - Prima, wat je maar wilt.

Dank je wel, Antonia.

Wat wil je gaan doen?

Ik weet het niet.

En jullie?

Heb je zin in iets bijzonders?

Hier in de badkamer? - Wat zou je willen?

Vraag maar en je krijgt het.

Zoen elkaar.

Denk je dat jullie de enigen zijn die willen kijken?

Ik hou meer van knuffelen.

Wil je wat kwaliteitsvlees?

We gaan nu meteen naar huis. - Dikke lul.

Is Luismi hier?

Volgens mij wel.

Nee, hij is er niet.

Hij is er niet.

Alicia heeft het aan m'n zus verteld en zij aan m'n ouders.

Zussen zijn niet te vertrouwen. Dat heb ik zo vaak gezegd.

Wat een zootje.

Ga je weer naar huis?

Ik ga m'n maat helpen en dan naar het strand.

Ik ben klaar met deze klotezooi. - Schei uit, idioot.

Je moet weer naar huis. Dit is belachelijk.

Ze kunnen de pot op. Ik ga niet naar die rechtbank.

Help me nou met die klus. - Ja, tuurlijk. Je bent gek.

Het duurt niet lang. - Ik zei nee.

Het is thuis een zootje. Dit wil ik er echt niet bij.

Ik kan hem niet laten stikken. - Wat kan mij dat nou schelen?

Ik zal niets meer van je vragen. - Nee, vergeet het maar.

Ik heb geen zin in gezeik. Ik doe niet mee.

Prima, dan doe ik het wel alleen.

Doe open.

Schiet op. Ik moet snel weer terug.

En hij? - Voor als mijn ouders wakker worden.

Waar is dat voor? - Voor de plus- en minpool van het alarm.

Mooi zo. Nu kan het echt niet misgaan.

Afgelopen met die herrie. Ik ben klaar met die eikel.

Je hebt 'm gesloopt.

Ik? Ik heb niets gedaan.

Kijk nou uit, lul.

Oké, hij is uit. Geef me de zaklamp.

Er zijn er twee. Knip de rode door.

Er zijn er vier en geen een is rood. - Dat kan niet. Kijk nog eens.

Was het de gele? - Ging het af?

Nee. - Mooi zo dan.

Let even op.

Kut.

Wat een gelul.

Snel, voordat het alarm doorkomt.

Ik snap het niet. - We zijn gek. Ik ben weg.

Wacht nou even.

Ik snap het niet. Hij zei dat ie hier zou zijn.

Wat ben je aan het doen?

Laten we gaan.

Waarom kijk je naar motoren? Kom, we gaan. - Hou je bek nou.

Kijk. Wat zei ik nou?

Hoeveel zit erin? - Ik weet het niet.

Breng me naar huis. Mijn ouders worden wakker.

Rustig nou. - Sneller.

Als je me niet meer ziet, kom me dan zoeken in Benidorm.

Shit. Mijn vader.

Heeft hij ons gezien?

Ik weet het niet. Misschien een beetje.

Ik ben grof de lul.

Zal ik je hier afzetten? - Nee, hij maakt me af. Kut.

Laat mij maar even.

Luismi, wakker worden. Het lukt.

Kijk. Ik zie enveloppen. Zie je wel?

Laat mij maar even.

Wacht.

Wat krijgen we nou?

Facturen. Krijg nou wat. Jij ook altijd met je goede ideeën.

Er is nog wat. Kom kijken.

Niet te geloven.

De vette smeerlap.

Krijg allemaal de pest.

Moet je kijken. Kom hier.

We zijn rijk.

We zijn schatrijk, eikel.

Hoeveel is het? Twintig?

Dertig?

Veertig?

Echt? Is het meer? Jezus, we zijn rijk.

Nu ben ik de tel kwijt.

Ja? - Meneer Maellas?

En wie ben jij? - Ik kom namens Justo. Een klant.

Kom binnen. - Bedankt.

Hij is steengoed. Hij behandelt zaakjes voor de koning.

Over een week is hij vrij. - M'n vader vermoordt me.

Die zaak kan hij ook doen.

Sorry, duurt het nog lang? - Hij is in vergadering.

En hoe laat ben je vrij? - Als jij 35 wordt.

Oeps. Ik heb het laten vallen.

Zag je hoe ze naar me keek?

Ja, geld werkt altijd.

Meneer Maellas.

Ik ben hier namens Justo. - Justo?

Een klant. Ik heb een voorschot bij me.

Kom maar binnen.

Wat ga je met al dat geld doen?

Geen idee. Bewaren tot ik ouder ben. En jij?

Ik betaal m'n moeder m'n vaders schuld. Dan is het allemaal voorbij.

Wat gaan we nu doen? - Ik denk dat we wat moeten eten.

Ik heb geen kleingeld, makker. - Bedankt.

Koop er maar wat leuks van. - Bedankt.

O, shit. Wat doen we nu? Ga je stoppen?

Sneller. - Hij kan niet sneller.

Als ze ons pakken, maakt m'n vader me af.

Komen ze? - Nee.

Jezus.

Ik moet kotsen.

Luismi.

Rustig. Op de grond.

Rustig. - Laat me gaan.

Ga van me af, klootzak. Laat me gaan.

Je hebt het goed voor mekaar, jongen.

Waarom ben je niet gestopt? - Ik werd nerveus.

Waarom? - Rijden zonder rijbewijs.

En nog wat anders. Hoe kom je aan al dat geld in het busje?

In het park gevonden.

En het busje? - Die is van een vriend.

En waar is die vriend nu? Hij is nergens te bekennen.

Volgens mij is hij op vakantie, ik weet niet waar.

Waarom ben je gaan rijden? - Om de hond van mijn vriend te zoeken.

Z'n hond? - Die was weggelopen.

Neem je me in de maling? - Nee.

Zie ik eruit als een idioot? - Helemaal niet.

Je hebt geen idee waar je in terecht gekomen bent.

Je kunt drie jaar krijgen...

tenzij je zegt waar dat geld vandaan komt. En misschien...

krijg je dan strafvermindering.

Dat zei ik al. - Nog een keer.

Ik kwam mijn vriend tegen in het park.

Hij zei dat zijn hond weg was en vroeg mij om hulp.

Toen leende ik het busje.

We vonden zijn hond terug...

Vertel de waarheid.

Waar heb je dat geld vandaan? - Ik heb het in het park gevonden.

Waar heb je het vandaan? - In het park gevonden.

Waar heb je het vandaan? - In het park...

Waar? - Dat heb ik al duidelijk gezegd.

In het kutpark.

Wat begrijp je niet?

Je wilt me ervoor laten werken, hè?

Prima. Dan gaan we aan het werk.

Hallo?

Wat? - Hoe gaat het met mijn vriend?

Als je wat wilt weten, dan weet je wat je moet doen.

Raadslieden, mag ik uw pasjes?

U kunt naar binnen.

Ik ga nu, oké?

Darío Buendía Saiz, u zult worden berecht in overeenstemming met het jeugdrecht.

U wordt beschuldigd van inbraak, wederspannigheid en roekeloos rijden.

Begrijpt u deze aanklachten? - Ja.

Het woord is aan de officier van justitie. - Dank u, edelachtbare.

U en Luis Miguel Priego zouden een bestelwagen hebben geleend...

om uw vriends hond te zoeken die was weggelopen.

Klopt dat? - Nee. Ik heb het busje zelf geleend.

Waar was u de avond voor uw arrestatie?

Zo'n beetje overal, om die hond te zoeken.

Bent u bekend met het Motostión onderdelenhuis?

Waren u en uw vriend in de buurt van deze winkel?

Ja, we waren aan het zoeken in een park daar vlakbij.

Volgens een getuige hebben u en uw vriend...

een gebouw verlaten met iets in een karretje.

Kunt u mij vertellen waar u vandaan kwam en wat er in dat karretje zat?

We zagen een karretje met een deken erin. Daar hebben we die hond in gezet.

Ik adviseer u om de waarheid te vertellen om de situatie niet te verslechteren.

Waar kwam u vandaan en wat zat er in dat karretje?

Dat heb ik u al verteld.

Ik zag dat karretje in de hal en we hebben de hond erin gestopt.

Hoe kwam u aan dat geld dat in het busje is gevonden?

Gevonden in een tas, in de bosjes.

Geen vragen meer.

Het woord is aan de aanklager. - Dank u, edelachtbare.

Volgens mijn cliënt waren u en uw vriend twee dagen eerder in zijn winkel...

om vragen te stellen. Klopt dat?

Ja, ik kwam vragen voor werk.

En om de winkel van binnen te zien? - Nee, ik was er al eerder geweest.

Volgens de politie hebt u al eens vaker ingebroken. Klopt dat?

U bent gearresteerd, aangeklaagd en veroordeeld wegens inbraak?

Hebben u en uw vriend de kluis gestolen?

Nee.

Geen vragen meer. - Dank u.

De raadsman, alstublieft.

Mijn cliënt is inderdaad eerder gearresteerd voor inbraak.

Op de school waar hij leerling was.

Wat heeft u gestolen? - Een paar examens.

Voor uw arrestatie was u van huis weggelopen. Klopt dat?

Ja. - Waarom was dat?

Toen ik nog naar school ging, gingen mijn ouders scheiden.

Ze maakten steeds ruzie en mijn vader ging het huis uit.

Ik haalde steeds slechtere cijfers. Met die examens zou ik kunnen slagen.

Ik werd gesnapt en toen ben ik weggelopen. Daarna werd het steeds erger.

Nu willen mijn ouders dat ik in de rechtbank tegen elk van hen getuig.

Maar dat wil ik helemaal niet.

Het zijn mijn ouders. Ze begrijpen het niet.

Ik wil helemaal niets weten over hun problemen.

Ik wil alleen maar dat m'n vriend...

Ik weet dat het verkeerd was. Maar dat kan ik niet meer veranderen.

Ik vind het prima om naar een instelling te moeten. Maar ik wil niet naar huis.

Ik wil alleen maar dat het goed gaat met mijn vriend.

Geen vragen meer.

Darío Buendía...

hebben jullie tweeën dat geld uit de winkel gestolen? Ja of nee?

Ik heb dat in mijn eentje gedaan.

Wilt u verder nog iets zeggen?

Leid de verdachte even naar buiten.

Kunnen de ouders even naar voren komen?

Tot ziens.

Kom je ook?

Nee, een ander keer.

Kom, wakker worden.

Wat heb jij nou gedaan? Ik zie geen haar.

Hoe gaat het met je?

Je belt me nooit meer, dikzak. - Ik heb huisarrest.

Ga even zitten.

Dat kan niet, ik moet gaan. - Heel eventjes maar.

Alleen heel even.

Hoe gaat het? - Prima. Wat een eikel ben jij.

Weet je wat? Mijn ouders gaan die rechtszaak niet doen.

Dat is mooi.

Hoe is je werk?

Zwaar klote. Ik ga de rechter vragen of ik weer naar school mag.

Ik wil niet het hele jaar voor niets werken.

Ik weet waar hun nieuwe kluis staat.

Nee, hoor. Geintje.

Alhoewel, als je wilt...

Geintje.

Nou ja, misschien later een keertje.

Wat is er? - Je staat bij me in het krijt.

Vertaling en synchronisatie: SmallBrother

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.