Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Portuguese (Brazil)
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Mito.
Mito.
Mijn vriend.
Hoe zou het daar zijn helemaal vanboven?
Daar, in dat appartement?
Dat zal een mooi uitzicht zijn. -Dat is waar.
Wat doet die hond? Wat doet die hier?
Hij is zes jaar. -Oké.
Wat heb je deze middag gegeten? -Je moeder.
Waarom neem je je broer niet terug mee?
Ik ben haar broer niet. Ik ben een vriend.
Wat dan ook.
Oké, maar moet hij niet aan de leiband?
Kom, we gaan. -Dag. Doei.
Kom met ons mee, Mito.
What the fuck was dat?
Mito.
Dawn.
Dawn.
Fuck you, Trolly.
Hij komt buiten en doet de deur dicht. -Zoals iedereen.
Amai, het stinkt hier ineens. -Ja, die geur.
Ik wou je even spreken
omdat je resultaten mij de laatste tijd een beetje zorgen baren.
Je lijkt ook een beetje afwezig in de klas, dus...
Ik wou eens weten of alles oké is.
Voel je je goed hier op school?
Heb je veel vrienden?
Alleen maar mijn zus en Bart.
Holly, word je weleens gepest?
Soms. Maar niet als mijn zus erbij is.
Hoe voel je je naar die mensen toe?
Ik weet het niet.
Ik denk niet dat die echt...
Ik vind dat wel erg voor hen.
Ik besef dat het misschien een vreemde vraag is,
maar ik vang natuurlijk wat dingen op hier en daar.
Noemen ze je weleens de heks?
Nee.
Holly Meyers.
3C2.
Ik kan echt niet naar school komen.
Mijn mama is al weg.
Nee.
Ik kan echt niet naar school komen vandaag.
Ik heb echt een slecht gevoel.
Het gaat gewoon echt niet.
Ik denk... Ik denk gewoon...
Ik denk gewoon dat het beter is dat we niet naar school komen vandaag.
Er gaan echt slechte dingen gebeuren vandaag.
Ik heb echt... Het is echt een slechte dag.
Ik heb Holly aangeraakt. De smet van de heks.
Ieuw, de smet van de heks.
Raak me niet aan. Ik wil het niet.
Holly's vloek. -En die geur van Holly.
Gaat het niet?
Voel je je niet goed?
Misschien moet je even binnen zitten?
Erik, stoor ik? -Nee.
Ik vroeg mij gewoon af of je nog had nagedacht
over mijn voorstel van die busreis? -Ja...
Ik ben natuurlijk geen traumapsycholoog, maar het lijkt me niet verstandig
om herinneringen aan die brand weer aan te wakkeren.
Al die gevoelens gaan naar boven komen.
Absoluut, dat is waar, je hebt gelijk, maar...
Mensen hebben er ook nood aan hun verdriet te kunnen delen.
Oei, sorry.
Ja, ja.
Ja? -En...
Ja, ja.
De natuur heeft zo'n helende kracht.
Dat is zo belangrijk dat we die kracht gebruiken.
Natuurlijk, de natuur is heel... -Ik geloof daarin.
Dat de natuur ons kan helpen.
Zeker, dat kan zeker.
We gaan verder met onze les. -Nee, hè.
Ik moest op de gang gaan staan.
Dat gaat niet. Ga nog maar even de klas in.
De Franse Revolutie...
Maar wat krijgen we nu?
Ik mocht er niet staan van de schoonmaakster.
Terug naar de gang.
Het ging vorige week over de Franse Revolutie...
Nog niet heb ik gezegd.
...de vergelijking... Hé.
Robespierre was dus de leider van de revolutionairen en creëerde een commune.
Oké, Holly. Ik ga je uitleg geven over onze projecten.
Ikzelf en nog een paar andere vrijwilligers
bieden hulp en bijstand aan mensen die het heel erg nodig hebben.
Ikzelf organiseer of kies die projecten
en dan ga ik op zoek naar mensen die willen of kunnen meehelpen.
Ik vroeg me af of jij ook een van onze vrijwilligers wil worden?
Wat moet ik dan doen?
Het volgende project dat wij organiseren, is een busuitstap.
We organiseren dat met de school
voor de naasten en de familie van de slachtoffers van de schoolbrand.
Ik heb eigenlijk gewoon praktische hulp nodig.
Dingen helpen dragen, helpen uitdelen, broodjes maken.
Dat soort dingen.
Oké. -Ja?
Jij wilt dat doen? -Ja.
Dat is heel fijn.
Dat vind ik echt geweldig. Dat is leuk.
Fijn.
Meisjes, dan is Holly vanaf nu deel van ons team.
En dan heb ik deze nog. Die is voor jou.
Dank je.
Het is nu het goede moment.
Mag ik eerst eten?
Ik moet wel over 15 minuutjes weg.
Eerst en vooral wil ik jullie allemaal hartelijk welkom heten
op deze toch heel bijzondere uitstap.
Het is een uitstap die wij samen maken
om na te denken, maar ook om dankbaar te zijn.
En vooral om dichter te zijn bij degenen die wij hebben verloren.
Het verschrikkelijke drama op onze school heeft onze geliefden van ons weggenomen.
Maar ik ben er ook van overtuigd dat de tijd nu rijp is
om verder te gaan en om vertrouwen te hebben in de toekomst.
Ik wens je een heel fijne dag.
Kun je iets anders opzetten?
Dank je.
Fijn, hè? De zon.
Herinner je je dat meisje van dat vreemde telefoontje de dag van de brand?
Ze is met ons meegegaan als vrijwilliger.
Ze heeft iets heel speciaals.
Alsof ze...
mensen op een of andere manier van hun verdriet kon verlossen.
Ik weet dat dat raar klinkt.
Mevrouw? Hoe noem je een zwarte man op de maan?
Dat weet ik niet.
Een astronaut.
Wat anders? Racist.
Bart, blijf... We blijven kalm.
Denk terug aan dat moment. Wat is er verkeerd gegaan?
Niks.
Nee, dat kun je niet zeggen. -Maar jawel.
Dat kun je niet zeggen. -Kijk naar je mama. Bart.
Denk aan de tip die ik gaf. Tel tot vijf. -Eén, twee...
Drie, vier, vijf. Voilà.
Oké? -Nee, niet oké.
Ik wil naar huis.
Genoeg. Blijf kalm. Ademen.
Ik doe altijd alles goed. -Adem in en uit.
Bart, nee, dat kan echt niet. -Ja, ja.
Je kunt niet elke keer als er iemand iets verkeerd zegt
gewoon woede-uitbarstingen krijgen, dat mag echt niet.
Ik doe niets verkeerd.
Kunnen we er nu weer over praten? -Nee.
Bart, rustig.
Oké, we gaan gewoon rustig worden.
Probeer te gaan zitten. Nee, Bart.
Dat zijn echte klassiekers. Assepoester, Pinokkio en zo.
Vijf euro.
Schraal.
Ja of nee? -Ja, oké, geef die vijf dan.
Ik wil dat dat opengaat. -Als het niet gaat, dan gaat het niet.
Kom, we gaan daar eens kijken.
Als we dat dicht bij elkaar houden, dan connecten we.
We zijn connect.
Ja, kijk.
Hoeveel kost dat, meneer?
Vijftien euro.
Jammer.
Dit is van de sportdag. Drie weken voor de brand.
Sofie staat daar wat alleen. Een beetje triest.
Daar is Holly.
Ze pakt in.
En nu gaat er iets gebeuren.
Kijk wat er gaat gebeuren.
Wacht, nu gaat het gebeuren.
Kijk.
Holly raakt haar aan en...
Ineens verandert heel haar gemoed.
Ze ziet er zo gelukkig uit en opgelucht.
Ongelooflijk, hè? Gelukkig.
Hoe ze lacht. Dat moment.
Ik ga het nog eens laten zien. Ik kan er naar blijven kijken. Kijk.
Holly, ik wil jou heel even iets vragen.
Herinner je je Sofie nog, die overleden is in de brand?
Haar mama was met ons mee op de busreis en ze zou jou heel graag nog eens willen zien.
Is dat oké voor jou? -Waarom?
Ze zou gewoon nog eens met jou willen praten.
Ik kan met jou meekomen als je dat wil. -Oké.
Oké? Dan regel ik dat.
De nacht na de busreis had ik een speciale droom.
Sofie kwam naar mij en ze zei dat ze oké was.
Dat je bij haar was en voor haar zorgde.
En toen ik haar zei dat je hier was en niet in de hemel,
antwoordde ze dat je haar af en toe bezocht...
en dat je heen en terug kon gaan tussen hier en de hemel.
Het klonk allemaal zo logisch en het voelde zo echt.
Alsof het geen droom was.
Weet je wat?
Nu stelt het me gerust dat je bij haar was.
Daarom wou ik je zien.
Om je te bedanken.
Mag ik je hand vasthouden?
Ik mis haar zo hard. Ze was zo'n mooie engel.
Mama is hier, schatje.
Mama is hier.
Kunt u mij helpen, alstublieft? -Wat is het probleem?
Ik heb geen familie. Ik weet niet waar ik naartoe moet gaan.
We gaan je helpen. Ik ben hier voor je. Ik beloof dat ik ga helpen.
Alstublieft, mevrouw. -Ik ga je helpen.
Melk? Suiker? -Nee, zwart.
Het is warm. Alsjeblieft.
Holly?
Holly.
Zeg, ik schrik mij dood.
Hoe ben je hier binnen gekomen? -De deur was open.
Ja maar, jongen. Je kan hier niet zomaar binnenwandelen.
Mijn hond is hier ergens. Heb je haar gezien?
Je hond? Komaan.
Zet die hond buiten, alsjeblieft. -Mag ik nu naar Holly?
Schatje, ga buiten met die hond. Nu.
Hij zit daar. Hop, woef, woef.
Rustig. -Kom, hop.
Je weet dat ik geen honden mag houden van de huisbaas.
Hij gaat plassen. Hem niet stresseren, anders plast hij.
Oké.
Zet hem nu buiten, alsjeblieft. -Mag ik eerst naar Holly?
Je gaat eerst zorgen dat die hond buiten is. Nu.
Ah, daar is hij.
Wat is zijn naam? -Mito.
Mito, kom, naar buiten. -Mito, kom.
Naar buiten. -Mito, kom.
Pak hem mee. -Kom, we gaan naar huis.
We moeten naar buiten. -Met al dat haar hier, komaan.
Het is een hond, hè.
Naar buiten ermee. -Rustig, ik ga naar Holly.
Moet je niet meelopen naar huis met die hond?
Mag ik nu naar Holly? -Ja, kom.
Kun je me zeggen waarom de leerlingen nog altijd op de gang wachten?
Ik wacht tot degene die op de muur heeft geschreven zich komt melden.
Ah, oké.
Maar het ziet er niet naar uit dat dat gaat gebeuren.
Ze staan er al bijna een uur.
Dat is spijtig voor hen, maar degene die verantwoordelijk is,
weet dat hij nu de hele groep straft.
Dat snap ik, maar ik zou graag willen dat ze terug naar hun klas gaan.
Dat wil ik ook, maar zolang de schuldige zich niet bij mij komt melden...
Maar het ziet er niet naar uit dat dat gaat gebeuren.
Als wij nu zeggen dat ze gewoon terug naar de les kunnen gaan,
is alles wat ik daarvoor heb gezegd van geen enkele waarde geweest
en ik denk dat ze juist die dingen moeten begrijpen.
Dat begrijp ik, maar ze staan er al bijna een uur
en ik wil dat de lessen verder gaan. -Ja, dat wil ik ook.
Maar ik kan er niets aan doen dat zij zo koppig zijn
en het zijn die dingen die ze moeten begrijpen.
Oké, wie heeft dat hier op de muur geschreven?
Het kan me niet schelen of je het gedaan hebt,
je krijgt geen straf, steek gewoon je hand op
zodat we verder kunnen gaan met onze dag. -Maar niemand van ons heeft dat gedaan.
Kan me niet schelen, steek je hand op zodat we terug naar de les kunnen gaan.
Jij, steek je hand op. -Ik heb niets gedaan.
Kan me niet schelen. Steek je hand op of je krijgt straf.
Perfect. Doe dat nooit meer. Kom, allemaal terug naar de les.
Wat is dat hier? -Wat is dat nu weer?
Ik heb iets gevonden dat beter zal werken.
Gaat het?
Hé.
Alles komt goed.
Voilà. Houd maar vast.
Deze ga je iets meer voelen. Dat is een hogere dosis.
Voilà. -Ja, dank je.
En zoals altijd je temperatuur goed monitoren en nu maar duimen.
Ik denk echt dat ze jou ook zou kunnen helpen.
Sinds die brand ben jij zo...
Zo wat? -Ik weet het niet, je hebt het moeilijk.
Zij zou dat kunnen. Ze zou je echt kunnen helpen.
Hier, cola. -Dank je.
Geef mij ook eens een glas.
Lekker.
Niet te veel eten van die chips. -Waarom niet?
Dat zijn de lievelingschips van mijn moeder.
Wat zijn niet haar lievelingschips? -Het zakje gaat dicht.
Af. -Maar nee.
Voilà, hier.
Maar wat zijn niet de lievelingschips van je moeder?
Alle chips zijn de lievelingschips van je moeder.
Mijn moeder is ook dik. Ze eet veel.
Ze is echt wel dik. -Ze houdt van eten.
Ik ken vijf dikke mensen en je moeder is er drie van.
Ik heb me verslikt.
Ze kan hem helpen. Ze kan hem genezen.
Hallo. -Hallo.
Normaal moet ik dat niet betalen. -En waar heb je dat gepakt?
Daar vooraan, bij de spullen die al kapot zijn.
Mag ik eens kijken?
Ja, 't is goed. Alsjeblieft. -Dank je wel.
Ik zag gewoon al die pijn, paniek, gekrijs.
Het was gewoon echt...
Het was echt verschrikkelijk.
Ik wist echt niet wat ik moest doen.
Ik ben geen brandweerman.
Maar als ik niet had gepanikeerd, had ik misschien mensen kunnen redden.
Ik weet hoe het is om alleen in zo'n donkere plek te zijn...
en bang te zijn om het aan iemand te vertellen.
Maar...
die mensen lijden niet meer.
Het breekt hun hart ook om jou zo ongelukkig te zien.
Het heeft geen zin om zo te lijden. Je hebt gedaan wat je kon.
Ze zijn oké nu, het is voorbij.
Het is een geslepen agaat.
Zo lief.
Voel je je beter?
Ja, ik denk dat ik oké ben. -Ik zie het.
Het is een jaar geleden sinds ze is gestorven.
Ik heb gedroomd van je moeder.
Ja?
In m'n droom was je mama gelukkig.
Alles was oké, omdat ze wist dat haar familie van haar houdt.
Heb je dat bij veel mensen?
Waarom heb je dat bij m'n moeder gehad?
Ik weet niet.
Het was niet echt een droom, want ik sliep niet.
Maar het voelde wel zo.
En wat heeft ze nog gezegd?
Ze zei dat ze heel veel hield van spook.
Hoe weet je dat ze mij spook noemde?
Zo zei ze dat.
Dus ze heeft gezegd dat ze me graag ziet?
Heel graag.
Dat moet echt niet. -Jawel, pak maar.
Dank je.
Laat maar weten als je nog eens van haar droomt.
Heb je Holly gezien? -Nee, waarom?
Ik vind haar nergens.
Hebben jullie Holly gezien? -Nee.
Hebben jullie Holly gezien? -Wat is er, mongool?
Heb je Holly gezien? -De heks?
Meneer, ik heb een vraag. -Wat is er met je gebeurd?
Hebt u Holly gezien? -Heb je een bloedneus gehad?
Weet u waar ze is? -Heb je je handen gewassen?
Nee. -Hallo? Ja.
Ja, dat is in orde. Ja.
Heb je je handen gewassen? -Nee, dat is niet belangrijk.
Ga je handen wassen, dan praten we. -Ik moet weten waar Holly is.
Eerst je handen wassen. -Antwoord eens op mijn vraag.
Ja? Nee, dat is al geregeld.
Ga eerst je handen wassen. -Nee.
Eerst je handen wassen. -Heb je Holly...
Ik kan Holly niet vinden. -Ga eerst je handen wassen.
Nu niet.
Was je handen, dan kunnen we praten.
Maar allee. -Handen.
Ik heb dus geen goed nieuws. -Ja.
Het follikel was niet sterk genoeg,
waardoor de bevruchting ook niet kon doorgaan.
We gaan de hele procedure herstarten.
Maar we gaan verder, hè? We geven niet op, toch?
Waarom kunnen al die kutmoeders die nooit iets goed hebben gedaan in hun leven
gewoon kinderen krijgen en ik niet?
Ik haat al die moeders zo hard.
Ze bekijken mij dan alsof ze mij begrijpen.
Ik weet dat ze denken dat ze beter zijn dan ik.
Het is zo oneerlijk.
Vanwaar heb je dat?
Ik heb dat gekocht met geld dat ik heb gekregen.
Geven mensen geld?
Mensen geven geld om met je te praten?
Oké.
Ja, 'Vrienden in de ronde'.
Dat is het eerste liedje.
Het koor begint te zingen. 'Vrienden in de ronde'.
Als dat koor aan het zingen is,
mogen jullie allemaal... Het is goed, dank je.
Als het koor aan het zingen is... Dat mag je daar zetten.
Als het koor... Ja, oké, dank je.
Ja, dat is... Stop, dank je wel.
Als jullie dat lied horen, mogen jullie met z'n allen hierheen gaan.
Is dat duidelijk? Goed.
En dan zingt het koor verder. Zing maar verder.
Lukt dat? -Nee, het zit vast.
Zo mooi.
Dat is de eerste keer in m'n leven dat ik bloemen krijg.
Kijk toch eens. Ze zijn prachtig.
Ze zijn echt magnifiek. En het zijn echte.
Voor een moeder. Voor een fantastische moeder,
die een engel op de wereld heeft gezet.
Ik weet zelfs niet van wie het kaartje is.
Echt.
Dawn? Hier, lees eens.
Voor een fantastische moeder.
Dawn, maak eens een foto van ons.
Ik met de bloemen.
Pak eens een foto.
Dat interesseert mij niet.
Dawn, het is de eerste keer dat ik bloemen krijg.
Ja, en dan?
Die zijn mooi. -Ja.
Alsjeblieft, meneer.
Beetje pasta.
Alsjeblieft.
Alsjeblieft. -Dank je wel.
Smakelijk.
Ik heb gezien dat je een nieuwe armband hebt.
En ook nieuwe sneakers?
Ik denk dat het een beetje verwarrend zou kunnen zijn voor de mensen hier.
Ze hebben niets en dan zien ze jou met nieuwe schoenen en juwelen.
Neem je samen met mij de bus?
Nee, ik moet iets gaan doen.
Moet je iets doen voor school?
Nee, voor Dawn. -Welke dingen doen?
Waarom maakt dat uit?
Ik wil dat het oké is tussen ons.
Oké.
Bedankt voor je bezoekje.
Je hebt zo'n goed hart.
Dat is voor jou.
Voor je moeder, voor je zus. Voor je bezoekje.
We moeten er zijn voor elkaar.
Merci.
Mevrouw, alstublieft, wat geld. -Alstublieft.
Alstublieft. -Nee.
Dat is voor de kinderen.
Hebt u geld? -Mevrouw?
Het is voor de kinderen.
Dat is speelgoed voor de kinderen.
Pas op.
Mevrouw, alstublieft.
Mevrouw, sigaretten? -Geen sigaretten.
Alsjeblieft, sigaretten. -Geen sigaretten.
Mevrouw, sigaretten.
Dat is voor de kinderen.
Kinderkleding, voor kinderen.
Voor kinderen.
Gisteren was er een man
en die kwam naar mij om te vragen of ik zijn pet wou zegenen.
Wat heb je gedaan?
Ik heb mijn hand erop gelegd. -Dat is mooi.
Dat is echt mooi. Je moet daar niet om lachen.
Heel mooi, Holly. -Dat is mooi van je zus.
Ze heeft iemand gelukkig gemaakt. -Inderdaad, goed gedaan.
Dat is mooi. -Supermooi.
Je moet daar niet mee spotten.
Meneer? Meneer, gaat dat open?
Je kunt dat niet opendoen. -Waarom niet?
Omdat dat zo is gemaakt. -Spijtig.
Ik zou het tof vinden als dat opengaat.
Dat gaat niet. -Waarom niet?
Ik zou dat heel leuk vinden.
Gaat dat echt niet open?
Ik zou echt heel graag willen dat dat opengaat.
Awel, Bart.
Hé, mongool.
Kom, negeer hem. Dat hebben we al meegemaakt.
Hé, wat was dat? -Fuck you.
Waarom doe jij zo stoer?
Tegen wie was die fuck you? -Nee.
Maak dat je wegkomt.
Blijf lopen, gast.
Bart.
Bart.
Bart, stop.
Stop.
Bart, wacht.
Bart. Waarom daag je die gasten uit?
Het is oké.
Ze konden mij niets doen.
Wat? -Er kon mij niets overkomen.
Jij was bij mij. Jij beschermt mensen.
Is dat wat je denkt? -Ja.
Doe dat nooit meer, oké? Die gasten zijn losers.
Oké.
Ik zie je graag. -Ik jou ook.
Dat is van mijn verjaardag.
Ik weet nog dat het zo koud was.
Excuseer. Ja.
Holly, ik had je herkend en we zijn heel blij dat je komt eten.
Daarom zouden we graag een drankje aanbieden van de zaak.
Dank je wel. -Graag gedaan, het is echt een hele eer.
Echt waar, dat hoefde niet, maar dank je.
En een colaatje.
Holly?
Dank je wel. -Schol.
Santé. -Ja.
Ik wou echt niet storen hoor, maar we zijn gewoon heel blij dat jij er bent.
Natuurlijk, voor ons is het ook een eer.
Dank je. Holly, dat is voor ons ook...
Santé.
Meneer, dank je wel. -Schol.
Echt.
Allee, Holly.
Doe een keer enthousiast, dat is voor jou. Ja, dank je, echt.
Excuseer, de mensen aan die tafel zouden echt graag Holly willen zien.
Sta eens op, zodat de mensen je kunnen zien.
Komaan, trut, doe dat gewoon.
Dan kunnen ze Holly zien.
Ze is een beetje verlegen. -Dat is oké.
Ze is heel bescheiden opgevoed. -Sta op je stoel.
Voor de mensen. Komaan, Holly.
Doe dat gewoon. -Holly, komaan.
Holly, Holly.
Komaan, sta op.
Zet die stoel opzij, dan kan ze opstaan.
Allee, hup.
Jullie krijgen dessert van het huis. Iedereen krijgt dessert van het huis.
Holly, Holly.
Allemaal.
Mevrouw, mag ik even iets vragen?
Natuurlijk.
Ik... Ik voel me niet zo goed.
Ik...
Toen ik belde, de dag van de brand...
Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik toen voelde.
Ik denk ook niet dat het speciaal was.
Ik zei gewoon wat ik zei en dat was het.
Hoe je je voelde, bleek in elk geval het juiste voorgevoel te zijn.
Iets moet je gewaarschuwd hebben.
Maar zelfs dan nog, Holly,
het voelt alsof je beslissing een veel diepere betekenis had.
Het was gewoon uit de hand gelopen.
Het was nooit mijn bedoeling om...
Ik voelde mij gewoon slecht.
Je moet jezelf niets verwijten, Holly. Je hebt goedgedaan.
Dat is heel moeilijk voor je om dat te begrijpen.
Zelfs voor ons is dat moeilijk.
Je doet speciale dingen.
Ik denk dat je moet aanvaarden dat je iets hebt dat andere kinderen niet hebben.
Misschien is dat een bepaalde gevoeligheid,
of misschien komt het van bovenuit, dat weten we niet, maar...
er is iets heel bijzonders aan de hand met jou.
Ik ben gewoon zo moe.
Dat snap ik.
Het moet lastig zijn om zo'n taak te dragen.
Dat gaan ze niet op voorraad hebben. Dat moet je gaan bestellen.
Hebben we nog paracetamol nodig?
Doe maar een gram. -Tot zo.
Ik zou je willen bedanken. Ik zou je willen bedanken voor Holly.
Zij is fantastisch.
Ze is thuis langs geweest en sindsdien is er zoveel veranderd.
Wat zij doet is zo mooi, dus...
Heb je haar gezien? -Ja, het was zeker zijn geld waard.
Bedank haar nog eens. -Ja.
Dag. -Dag.
Heb je hulp nodig? -Nee.
Meneer? -Ja.
Moet ik u ergens mee helpen? -Nee.
Meneer, kan ik u ergens mee helpen?
Holly.
Waarom ben je niet op school?
Waarom ben je niet op school? -Ik voel me niet goed.
Hoezo, wat doe je dan hier?
Niets. -Jawel.
Ik wil gewoon alleen zijn.
Dat maakt me niet uit.
Ik praat tegen je. Wat is er mis?
Hé. -Laat me gewoon met rust.
Nee, ik ga je niet met rust laten.
En hoe gaat het met Bart vandaag?
Voel je je oké?
Kan je vertellen hoe je je voelt?
Heb je nog nachtmerries?
Ja.
Kun je proberen te vertellen wat er dan gebeurt?
Er is een ramp en mensen zijn in paniek
en ik probeer ze te redden.
Jij probeert ze te redden?
Ja. -En lukt dat dan ook om ze te redden?
Ja, en dan ben ik een held. Ik wil heel graag een held zijn.
Lijden deze mensen? Hebben ze pijn?
Ja.
En hoe voel je je dan?
Goed, want ik red ze.
Het is goed dat ik ze red.
Oké.
Heb je dan ook dat gevoel van vorige keer, dat je je schuldig voelt?
Ik voel mij niet schuldig. Maar ik weet gewoon dat er mensen zijn
die het spijtig vinden dat ik nog leef,
en dat er goede mensen zijn gestorven in de brand.
Waarom denk je dat, Bart?
Ik denk dat niet. Ik weet dat. Zo denken ze.
Heeft iemand dat tegen je gezegd?
Nee, ik weet dat gewoon. Ik ben niet dom.
Wat kom je hier doen?
Ik kom helpen.
Ik had je toch niet gevraagd om te komen?
Scheelt er iets?
Mag ik gewoon even hier blijven?
Ik heb je eigenlijk niet gevraagd om te komen.
Trouwens, we zijn met genoeg. We hebben geen hulp nodig.
Ik weet dat je mensen hebt gezien achter m'n rug om
en dat je geld hebt gevraagd.
Het zijn allemaal mensen die leven in verdriet en miserie
en jij hebt er misbruik van gemaakt.
Wat?
Ik heb ze geholpen. -Nee, je hebt er misbruik van gemaakt.
Ze zijn blij met wat ik doe. -Nee, je hebt ervan geprofiteerd.
Je denkt dat je het allemaal beter weet, dat je zo
speciaal bent dat je het allemaal alleen kunt.
Je bent niet speciaal. Je bent hetzelfde als de anderen.
Dat heb je bewezen, je hebt misbruik gemaakt van kwetsbare mensen.
Sorry.
Mevrouw, herinnert u zich mij nog? U hebt gezegd dat u mij zou helpen.
Ik ben van het opvangcentrum.
Ik ben Gabor. U zou mij helpen.
Ik kan je niet helpen, sorry. Het centrum kan misschien helpen.
Ik ben zo blij dat ik u heb gevonden, alstublieft.
Sorry, ik kan je echt niet helpen.
Mevrouw, u hebt dat beloofd.
Ik kan je echt niet helpen. -Mevrouw, alstublieft.
Kan ik je helpen?
Nee, het is oké. -Valt die jongen je lastig?
Nee.
Zal ik de politie bellen, dat hij weggaat? -Nee, het is oké. Ik regel het wel.
Mevrouw, u zei dat u mij zou redden.
Wat bedoel je met redden? Ik kan je niet redden.
Je moet hier niet binnenkomen. Val de mensen niet lastig.
Godverdomme.
Alarm in kamer 318.
Hé, wat ben jij aan het doen?
Die zijn heel louche. Die nemen je geld zo af.
Kom.
Iemand zoals jij bestelen ze direct.
Heb je alles nog? Je telefoon, je portefeuille?
Ja. -Ja? Kom met me mee.
Ze stelen. Ze zijn snel.
Kom. Je hebt geluk dat je me tegenkomt. Ze stelen hier alles.
De mensen zijn hier gevaarlijk.
Naar waar gaan we?
Ik voel me superslecht.
Je moet me helpen.
Kom. Je moet meekomen.
Alles oké?
Nee, ik moet even gaan zitten.
Ik heb hoofdpijn.
Waar gaan we zitten?
Kom.
Kom, het is langs hier.
Je zou me toch helpen?
In plaats van die anderen kun je mij toch ook helpen?
Mag ik je mobiel? Ik moet iemand bellen.
Wat is je code? -1107.
Geef je portefeuille.
Waarom? -Geef je portefeuille.
Waarom ben je boos?
Waar zijn je kaarten?
Je kaart?
Hoe heb je die jas en die schoenen dan gekocht?
Kom, doe je jas uit.
Doe je jas uit.
Kom, doe snel.
En je schoenen. Kom, snel.
Je schoenen ook, doe je schoenen uit.
Kom, snel. Sneller.
Eindelijk. Weet je hoe laat het is?
Holly, waar zijn je schoenen?
Kun je geen gedag zeggen?
Ga je dood, Holly?
Wat gebeurt er als je doodgaat?
Ik denk dat je naar de hemel gaat.
Ik bedoel, als jij doodgaat? Mag ik dan je spullen?
Ja.
Oké.
Word je nog gepest?
Je mag echt niet geloven wat mensen over je zeggen.
Als ze zeggen dat je raar bent, mag je dat niet geloven.
Dat is niet zo. Misschien speciaal, maar niet raar.
Voor mij ben je normaler dan al de rest.
Laat je niets anders wijsmaken, oké? -Ja.
Ja.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.