All language subtitles for House.of.David.S01E08.720p.x264-FENiX

af Afrikaans
ak Akan
sq Albanian
am Amharic
ar Arabic
hy Armenian
az Azerbaijani
eu Basque
be Belarusian
bem Bemba
bn Bengali
bh Bihari
bs Bosnian
br Breton
bg Bulgarian
km Cambodian
ca Catalan
ceb Cebuano
chr Cherokee
ny Chichewa
zh-CN Chinese (Simplified)
zh-TW Chinese (Traditional)
co Corsican
hr Croatian Download
cs Czech
da Danish
en English Download
eo Esperanto
et Estonian
ee Ewe
fo Faroese
tl Filipino
fi Finnish
fr French
fy Frisian
gaa Ga
gl Galician
ka Georgian
de German
gn Guarani
gu Gujarati
ht Haitian Creole
ha Hausa
haw Hawaiian
iw Hebrew
hi Hindi
hmn Hmong
hu Hungarian
is Icelandic
ig Igbo
id Indonesian Download
ia Interlingua
ga Irish
it Italian Download
ja Japanese
jw Javanese
kn Kannada
kk Kazakh
rw Kinyarwanda
rn Kirundi
kg Kongo
ko Korean
kri Krio (Sierra Leone)
ku Kurdish
ckb Kurdish (Soranî)
ky Kyrgyz
lo Laothian
la Latin
lv Latvian
ln Lingala
lt Lithuanian
loz Lozi
lg Luganda
ach Luo
lb Luxembourgish
mk Macedonian
mg Malagasy Download
ms Malay
ml Malayalam
mt Maltese
mi Maori
mr Marathi
mfe Mauritian Creole
mo Moldavian
mn Mongolian
my Myanmar (Burmese)
sr-ME Montenegrin
ne Nepali
pcm Nigerian Pidgin
nso Northern Sotho
no Norwegian
nn Norwegian (Nynorsk)
oc Occitan
or Oriya
om Oromo
ps Pashto
fa Persian
pl Polish
pt-BR Portuguese (Brazil)
pt Portuguese (Portugal) Download
pa Punjabi
qu Quechua
ro Romanian
rm Romansh
nyn Runyakitara
ru Russian
sm Samoan
gd Scots Gaelic
sr Serbian Download
sh Serbo-Croatian
st Sesotho
tn Setswana
crs Seychellois Creole
sn Shona
sd Sindhi
si Sinhalese Download
sk Slovak
sl Slovenian
so Somali
es Spanish Download
es-419 Spanish (Latin American) Download
su Sundanese
sw Swahili
sv Swedish
tg Tajik
ta Tamil
tt Tatar
te Telugu
th Thai
ti Tigrinya
to Tonga
lua Tshiluba
tum Tumbuka
tr Turkish Download
tk Turkmen
tw Twi
ug Uighur
uk Ukrainian
ur Urdu
uz Uzbek
vi Vietnamese
cy Welsh
wo Wolof
xh Xhosa
yi Yiddish
yo Yoruba
zu Zulu

Original subtitles

WAT VOORAFGING

De Filistijnen hebben zich tegen ons verenigd.

Ze hebben een reus. -Wat?

Waar is jullie koning?

Hij is maar een man. -Is dat zo?

Vader.

De stam van Zebulon heeft besloten onze strijd op te geven.

We moeten iets doen.

Weet je waar Elah is? -Ik vind het wel.

Ik heb de ezel bepakt met proviand. Dat moet je meenemen.

Waarheen? -Naar het slagveld.

Je valt 's nachts aan en doodt die reus in zijn slaap.

VALLEI VAN ELAH BUITEN HET FILISTIJNSE KAMP

Waar kom je vandaan?

Endor. Ook al ben ik er niet meer geweest sinds ik een kind was.

Ze zeggen dat niemand Endor ooit verlaat. Hoe ben je eruit ontsnapt?

Ik heb leren doden.

Ik zie vuurputten en rook.

Ja, vaders kamp. We zijn in de buurt.

STAM VAN ZEBULON WEGTREKKEND VAN HET ISRAËLISCHE KAMP

Het spijt me, mijn prins. Zij betaalden meer.

Jonatan.

Ik heb hier jaren op gewacht.

Sinds jouw vader de mijne doodde.

Mirab, kijk.

Wacht. Stop.

Nee, er is iets mis.

Er is iets mis. Stijg af.

Halt.

Wacht. Halt.

Wat gebeurt er?

Wat is dat?

Vuur.

Rennen.

Hoor je dat? Ze zijn omsingeld.

We moeten naar huis gaan. Laten we omkeren.

Nee. Mirab, vader heeft ons nodig.

Kom op.

Waarom rouw je om wie je in de steek liet?

Wacht.

Je bent verslagen.

Kniel of ik dwing je te knielen.

Joab, het is scherp genoeg.

Geweldig. Nu vechten we tegen elkaar.

Uitgehongerde mannen doen alles.

Daar komt hij weer.

Precies op tijd.

Dit zijn de hoofden van de moordenaars...

die jullie me gisteravond hebben gestuurd.

Welke moordenaars?

Lafaards.

Jullie nemen het overdag niet tegen me op...

maar proberen me te doden als ik slaap.

Dus zo zullen jullie allemaal sterven.

Net als jullie prins.

Abner, waar is Jonatan?

Kijk uit.

Vandaag daag ik het leger van Israël uit.

Ik daag de koning van Israël uit.

Ik daag de God van Israël uit.

Kies een martelaar onder jullie.

Of stuur me jullie Jahweh.

Misschien dood ik hem wel.

Tenzij hij ook laf is.

Jij, mijn vriend, hebt geen tijd meer.

Vandaag ontmoet ik de leiders van acht stammen.

Sluit je bij me aan of sterf met Saul.

Je hebt goed gevochten.

Zinloos, maar indrukwekkend.

Waar is je God?

Ik zie geen rook van offers uit je kamp opstijgen.

Heeft de grote ziener jullie verlaten?

Zo ja, waarom?

Wil je brood met me breken?

Ik eet niet met lafaards.

Ik heb je moed altijd bewonderd.

Maar het maakt je zo voorspelbaar.

Dit is het spel, zoon van Saul.

De stukken op het bord...

Ik heb niet vier Filistijnse legers verenigd.

Ik heb ze alle vijf verenigd.

Ekron bevindt zich achter jullie met nog meer reuzen.

Jullie zijn volledig omsingeld en ik heb drie keer zoveel man.

Als dat waar is...

waarom val je ons niet aan?

Vanaf alle kanten. Maak er een einde aan.

Eeuwen geleden kwam mijn volk van over de grote zee.

Zonen van koningen, vorsten, gestuurd om Egypte en deze landen te veroveren.

Gestuurd met brons en staal...

door de goden gegeven.

Vijfhonderd jaar geleden, maar Egypte blijft bestaan.

Omdat je vader... -Een mindere man was.

Jij en ik delen dit.

Mijn vader is koning. De jouwe is dood.

Jouw voorouders waren slaven in Egypte.

Dat weet ik uit de vele verhalen van jullie grote.

Mozes.

Weet je hoe vaak hij schrijft dat je volk gelukkiger was als slaven?

Verlangend om terug te keren, dat de Filistijnen heersen.

Hebreeërs zijn gemaakt om te dienen.

Jullie kwamen hier als slaven en als slaven zullen jullie terugkeren.

Dat is jullie lot.

We hebben Egypte zelf verlaten.

Toen ze ons wilden tegenhouden...

verdronk onze God hun leger in de Rode Zee.

Wat heeft jouw God gedaan? -Waar is Hij dan?

Waar is Jahweh? -We spreken Zijn naam niet uit.

Vrees je Hem? -Ja.

Dat moet jij ook.

Weet je nog, jaren geleden...

toen we tegenover elkaar op het slagveld stonden...

en mijn vader de jouwe onthoofdde?

Zie je het nog voor je? Hoor je zijn geschreeuw nog?

Ik zag die dag angst in zijn ogen.

Zoals ik die nu zie.

Angst gemaskerd met woede.

Je honger naar wraak maakt je zwak, Achis.

Een reus verandert dat niet.

Kijk naar het oosten.

De zon komt op.

Zodra zijn volgende cyclus begint, zal mijn geduld op zijn.

Dan geef ik mijn leger het bevel om je van alle kanten aan te vallen...

en ik zal niemand sparen.

Geen vrouwen, geen kinderen.

Noch je moeder noch je zussen.

Ze zullen langzaam sterven door mijn toedoen.

En heel Israël zal rouwen, als er überhaupt een Israël over is.

Ga terug naar je vader. Overtuig hem zich over te geven.

Beter nog, overtuig hem mijn reus te trotseren.

Om eervol te sterven.

Je kunt mijn reus niet verslaan en je kunt deze strijd niet winnen.

Maar jullie kunnen als slaven leven, net als in Egypte.

En als je antwoord nee is...

dan beloof ik je...

dat mijn pijl de volgende keer je hart zal doorboren.

Kezia.

Kom even.

Heb je m'n dochters gezien?

Niet in hun kamers?

Daar heb ik als eerste gekeken.

Ze zeiden dat ze op zoek waren naar de oude Leviet, Ahimelech.

Waarvoor?

Een gebed voor hun familie in oorlog.

Een gebed?

Een gebed? Mirab?

Ik vertrouw erop dat je me verdere leugens bespaart.

Nogmaals: waar zijn mijn dochters?

Ik moest zweren niets te zeggen.

Ik geloof dat ze weg zijn gegaan.

Weg? Waarheen?

Naar het slagveld.

Om de koning te helpen in zijn tijd van nood.

Naar het slagveld?

En je zei niets?

Ik dien de prinsessen en ben loyaal.

Je hebt een plicht jegens mij.

Stuur me alstublieft niet weg. -Ga.

Verdwijn uit mijn ogen.

Kom. We zijn dichtbij.

Halt. Identificeer je.

Prinses...

Breng ons bij de koning.

Natuurlijk. Deze kant op.

Mirab.

Kijk ze nou. -Wat?

De wanhoop.

Jij gaat naar vader.

Zorg voor hem. Oké? Ga nu.

En jij?

Ik ga Abner en Jonatan vertellen wat we hebben gezien.

Breng haar bij de koning, mij bij Abner. -Hierheen.

Vandaag...

voeg je je bij me.

Samuel?

Vandaag...

lijd je samen met mij.

Vader.

Nee.

Nee.

Michal.

Ik heb iets voor je.

De schriftgeleerden zouden me vervloeken als ze wisten dat ik deze had meegenomen.

Maar ik wilde ze je voorlezen.

Zoals we zo vaak hebben gedaan.

'We zijn beheerders van een groot voorrecht.'

Denk eraan.

Dit zijn Gods woorden aan Mozes.

'Wees niet bevreesd of ontsteld.

De Heer jullie God, die altijd voor jullie uit gaat...

die zelf voor jullie zal vechten...

en in de wildernis, waar jullie zagen hoe Hij jullie droeg...

zoals een goede vader...

een kind zou dragen.'

Zoals jij mij hebt gedragen...

heeft Hij jou gedragen.

Hij zal je de weg wijzen.

Je hoeft alleen maar te kijken.

Kijk.

Word wakker.

Keer terug naar Hem.

Keer terug naar ons.

Word wakker.

Word wakker. Vader, alsjeblieft.

Alsjeblieft. Ik heb je nodig.

Word wakker, vader. Alsjeblieft.

Ben jij het echt?

Mijn lieve kind.

God...

God zal opstaan en ons redden.

Dat doet hij altijd.

Mijn koningin.

Mijn koningin. U moet hier niet blijven.

Ik ken mensen om u te helpen ontsnappen.

Ik ga me niet verstoppen.

Waarom niet?

U wint er niets mee door hier te blijven.

Toen ik jong was...

bracht mijn vader...

mijn familie naar Egypte.

Ik weet niet meer waarom, maar er was wel een grootse optocht.

De straten waren vol mensen. Duizenden.

Ze waren daar voor één man.

De Farao.

En ze stonden daar uren te wachten om een glimp van hem te zien...

en toen hij eindelijk verscheen, helemaal in het goud gekleed...

zweer ik...

dat hij straalde als de zon.

Maar toen we thuiskwamen...

besefte ik dat wij zulke leiders niet hadden.

We hadden zieners en rechters die regeerden zoals ze wilden.

Sommigen goed en rechtvaardig.

Velen niet.

Allen beweerden voor een God te spreken die nooit tegen mij sprak.

Maar een koning...

een koning...

kon ik met eigen ogen zien. Dus...

ik waagde het me een koning voor te stellen...

die onze stammen zou verenigen.

Zie je...

Ik heb die droom geproefd.

Gecreëerd vanuit niets. Dit huis.

En nu zie ik het afbrokkelen onder mijn voeten.

Mijn koningin.

Laat ze maar komen, zodat ik sterf met mijn droom.

Stop.

Moeder.

Sluit je ogen...

en luister beter.

Niet alleen met je oren, maar met je ziel.

De roep van vloed naar vloed.

En in de stilte en rust zul je God horen.

Luister naar Hem. Hij zegt je wie je bent.

Niet zij.

Ik doe dit aanbod voor de laatste keer.

Jullie kunnen niet ontsnappen.

Er is geen hoop.

Mijn broers omsingelen jullie.

Stuur me jullie kampioen... -Wat doen ze?

...of jullie worden allemaal gedood.

Vandaag daag ik het leger van Israël uit.

Ik daag de koning van Israël uit.

Ik daag de God van Israël uit.

Wie is die reus dat hij de legers van God uitdaagt?

Niemand kan hem aan, jongen.

Waarom niet? Het is maar één man.

Een god onder de mensen.

Er is maar één God. En Hij vecht met ons.

David, wat doe jij hier?

Hoeveel dagen luisteren jullie al naar hem? Wie is hij?

Hij heet Goliat. Hij dient Achis, koning van Gat.

En vecht niemand tegen hem?

Wil jij dat doen?

Deze kampioen wil tegen de reus vechten.

Eliab. Je broer.

Abinadab, kom kijken. David is er. -Mijn broer.

David, wat doe je hier? -Vader stuurt proviand voor jullie.

Proviand? Echt? Ik ken je. Je wilt de strijd zien.

Als een jakhals. -Mag ik niets zeggen?

Je zou thuisblijven. Als vader wist...

Vader heeft me gestuurd en me zijn zegen gegeven.

Als niemand tegen deze reus vecht, doe ik het.

Moedig hem niet aan. -Ik vecht tegen hem.

Waarom vecht jij niet tegen hem? Je bent de beste krijger van Juda.

Heb je gezien hoe groot dat ding is?

Nou en? Hoe kun je het vergeten, broer?

Jullie allemaal. -Wat vergeten?

De grootsheid van God.

Ik ga tegen 'm vechten.

Nee, je gaat naar huis. -Ik vecht tegen hem.

Je gaat naar huis. -Nee.

Zoon van Jesse. -Commandant.

Niet jij, Eliab.

Muzikant, je hebt je lier bij je. Mooi.

Je gaat naar de koning en speelt voor hem.

Je zult hem troosten.

Yoav.

David, je hebt hem gehoord.

Je speelt voor de koning. Geen woord meer over de reus.

Kom op. -Ik ga wel.

Mijn koning. De muzikant is er.

Herder.

Wat een verrassing.

Kom je voor me spelen?

Ik kom vechten.

Vergeef ons.

Mijn broer kan dwaas en overhaast zijn.

Ik trotseer de reus. -Laat hem praten.

Mijn koning, ik zal tegen de reus vechten.

Je bent nog maar een jongen. Je kunt hem niet aan.

Uw dienaar heeft zijn vaders schapen jarenlang gehoed.

In die tijd heb ik zowel een beer als een leeuw gedood.

David. -Genoeg.

Toen een leeuw mijn kudde aanviel en mij uitdaagde...

achtervolgde ik hem, pakte hem beet, trof en doodde hem.

Dat heeft hij inderdaad gedaan.

Abinadab.

Ik heb hem altijd geloofd. -Je helpt niet.

Deze reus beledigt de Heer der heerscharen.

Maar dezelfde Heer die mij gered heeft van de leeuw...

en de beer, zal me van deze Filistijn redden.

Dat monster is een krijger.

Hij is hiervoor gemaakt.

Ik ben hiervoor gemaakt, voor dit moment.

Geloof me, mijn koning. Ik zal hem doden.

Je spreekt met grote overtuiging.

Het vervult me van een moed die ik niet meer heb gevoeld sinds...

Vader...

Mijn koning.

Ga.

Mijn koning. -Kom.

Ik zal hem doden. -Kom.

Kom. -Laat me los.

Ga tegen deze reus vechten.

Vecht met dezelfde energie die je in deze kamer brengt.

Mijn koning, we moeten dit bespreken.

Waarom? Ik heb besloten.

Geen andere man heeft zich ervoor aangeboden.

Je bent nu kampioen.

Geef hem mijn harnas.

Hij hoort het harnas van de koning te dragen.

Ga nu.

Bedankt, mijn koning.

De stam van Zebulon heeft je vader verlaten.

Meer zouden hen gevolgd hebben als we niet omsingeld waren.

De Filistijnen hebben niet één reus, maar meerdere.

Kunnen we meer mannen sturen?

We hebben er nog geen honderd om het paleis te beschermen.

Je kunt geen brand blussen door een druppel water toe te voegen.

Dan staat de uitkomst vast.

Ons leger wordt verslagen.

En als de koning valt, valt Israël ook.

De vijand zal naar onze poorten komen.

En als ze komen...

stel ik voor dat we op onze knieën gaan en om genade smeken.

Nee, we moeten snel weg.

Ik heb nieuwe vrienden die ons bij de noordelijke stam kunnen voegen...

om Israël op te bouwen.

Ik verlaat mijn huis niet.

De Filistijnen zullen geen genade tonen. Dat weet je.

Ze verbranden je rollen en maken mijn moeder tot hoer.

God zal ons beschermen. -Zoals mijn vader?

We moeten hier weg.

Zorgen dat onze troon het overleeft.

De overgebleven stammen hebben een leider nodig.

Kroon me tot koning.

Die hebben we. -Hij heeft verloren.

De strijd en mogelijk zijn hoofd.

Moeder, als wij de troon niet pakken, doet een ander dat.

Ik dacht dat je dood was.

Dat was ik een tijdje, moeder.

Wat is er met je gebeurd?

Het ene leven eindigde en een ander leven begon.

Ik heb geen tijd meer om in het verleden te blijven hangen.

Je weet dat het waar is.

Er komt niemand terug.

Alleen jij en ik overleven het van onze familie.

Wij zijn Israëls enige hoop.

Ik zal je koning en je beschermer zijn.

Geduld, mijn broeders. Na verloop van tijd wordt alles onthuld.

Dit is waanzin.

Waar ga je heen? -Naar de wapenkamer.

Voor een boog en pijlen. -Waarom?

Ik laat hem mijn broer niet martelen.

Oké.

Je lijkt op een koning.

Zo voel ik me niet.

Ik kom je dit geven.

Het zijn de woorden van God aan Jozua.

Voor een grote strijd...

zei Hij: 'Wees niet bang.

Wees sterk en moedig.'

Jozua.

Het is...

'Elke plek waar je voetzool op stapt...

Dit heb ik je gegeven.'

Maar het is een samenvatting.

Ik had geen ruimte meer.

Kun je het meenemen? Ja?

Wat zeggen ze?

Ze maken zich zorgen.

Terecht.

Wat ze niet begrijpen...

is dat God de onwaarschijnlijke dingen kiest.

Hij kiest de over het hoofd geziene vaten...

omdat hij ziet wat erin zit.

En wat er in jou zit...

is krachtiger dan duizend zwaarden.

Ik hoop dat dat waar is.

Ben je bang?

Doodsbang.

Ik ook.

Ik geloof in je.

Ik weet niet waarom. Het is gewoon zo.

Het spijt me dat ik zomaar was weggegaan.

Om je geluk te brengen.

Je doodt die reus en je komt bij mij terug.

Ik kan dit niet aan.

Ik moet gaan als mezelf.

En ik moet een rivier vinden.

Commandant. -Stop.

Jonatan.

Jonatan. Joab, neem mijn plaats in.

Je leeft nog.

Hoe is je dat gelukt?

Geef me je water.

Hier.

Hoe heb je het gered?

Achis wilde dat.

Zijn mannen en zijn reus minder.

Heb je hem gezien?

Ja, persoonlijk.

We zijn omsingeld.

De enige uitweg is erdoorheen.

Tenzij we ons overgeven.

We geven ons niet over.

Je vader heeft een kampioen gekozen.

Wat? Wie?

Achteruit.

Dit is een schande. Abner.

David...

Een herder?

Eerst de rivier.

Gekozen als kampioen? De koning is dus echt gek.

Hij moet nu met ons praten.

Hij wil niet gestoord worden.

Hij is al gestoord, Abner. Aan de kant.

Durf je je zwaard te trekken tegen de leiders van Israël?

Bedreig je de koning van Israël?

Hij spreekt nu tot ons of hij geeft zijn leiderschap op.

Wil je mijn kroon, Adriël?

Pak hem mij maar af.

Waar is die jongen?

Wat zoek je?

Stenen.

Wie ben je echt? -Je weet wie ik ben.

Is dat zo?

Je speelt muziek voor mijn vader.

Nu kiest hij jou als kampioen.

Waarom?

Alleen ik bood me aan.

Ik bewonder je moed.

Maar ik heb die reus gezien. Je kunt hem niet verslaan.

Ben ik de enige die de oude verhalen gelooft?

Wie dat beest heeft uitgedaagd?

Het gaat niet om de grootsheid van de reus, maar die van God.

God is niet met ons.

Hij is niet bij ons, waar we ons verstoppen.

Hij is bij ons als we onze angsten onder ogen zien.

Hoe ga je dit doen?

Je hebt geen harnas, geen training.

Je hebt ongewone moed.

Wat is je stam?

Juda.

Uit welke stad?

Bethlehem.

Is de profeet Samuel bij jullie geweest?

Hem raken is bijna onmogelijk.

Maar hij is kwetsbaar als hij zijn speer werpt.

Moge God je bijstaan.

Mijn geduld raakt op.

Waarom staan jullie strijdklaar als niemand tegen me wil vechten?

Kies een man en stuur hem naar mij.

Waar is hij?

Hij kan de reus niet aan. Dit is waanzin.

Nee.

Dit is verraad. Ik heb mijn keuze gemaakt. Accepteer die.

Stuur me een man...

Maak de weg vrij.

Hou hem tegen. Roep hem terug.

Nee, dat doe ik niet.

Dan doe ik het. -Je zei dat ik voor hem moest sterven.

Ik ben er klaar voor. En jij?

Je hebt ons allemaal verwoest.

Wacht.

Doe dit alsjeblieft niet. -Twijfel je aan me?

Ja. Het is onmogelijk.

Dat is het verschil tussen ons.

Waarom ben je niet bang?

Ik ben wel bang.

Ik daag het leger van Israël uit.

Ik daag de koning van Israël uit.

Ik daag de God van Israël uit.

Goliat.

Ga aan de kant.

Is hij niet wijs?

Een dwaas die rondloopt in deze hitte?

God, geef me deze grond.

Elke stap. Maar één stap.

Is dit hun kampioen?

Dit is een grap.

Het slavenras beledigt me met een jongen.

Ik vroeg om een kampioen. Ik vroeg om een koning.

Ze sturen een jongen.

Misschien is de koning echt gek geworden.

Vecht je tegen me met een stok?

Wat denk je dat ik ben? Een hond?

Goed dan.

Jij wordt het slachtoffer van mijn toorn.

Waar was je?

Een opstand sussen om die jongen.

Ik zal je vlees voeren aan je vogels van de lucht...

en de beesten van de aarde.

Als hij dit doet, volg mij dan.

Geef me een paard.

Je komt naar me toe met zwaard, met speer, met werpspies.

Maar ik kom namens de Heer der heerscharen...

God van de legers van Israël, die jij hebt beledigd.

Op deze dag zal de Heer je aan mij overhandigen.

Ik zal je verslaan en je je hoofd afnemen.

Op deze dag zal ik de karkassen van het kamp van de Filistijnen...

aan de vogels van de lucht en de beesten van de aarde geven.

Zodat de hele aarde weet dat er een God in Israël is.

Dan zal iedereen hier weten...

dat de Heer niet redt met zwaard en speer...

want de strijd is van de Heer en Hij zal je ons in handen geven.

Je verdient het niet om bij me te komen.

Geef me er nog een.

Nog een.

Nee.

Je verdient het niet om in mijn buurt te komen.

Ik laat je niet door hem doden, broer.

Het spijt me.

Achis.

Moge je vervuld zijn van de moed van Mozes...

en de kracht van Samson.

Sta op, David.

Voor mijn moeder.

Bewaker, pak mijn paard en mijn harnas.

Kom op.

Vecht met mij.

Voor de koning.

Voor God en Israël.

En God zei tegen Jesjoea: 'Wees sterk en moedig.

Leid deze mensen de Jordaan over naar het land dat ik je zal laten zien.

Niemand zal zich tegen je kunnen verzetten in je hele leven.

Zoals ik bij Mozes was, zal ik bij jou zijn.

Ik zal je niet in de steek laten.'

Blijf.

'Vrees niet...

want de Heer, jouw God, is bij je, waar je ook heen gaat.'

Hierbij zalf ik u in uw vaders plaats...

tot koning van Israël.

Aanvallen.

Vertaling: Brigitta Broeke.

Creatief Supervisor Bianca van der Meulen

Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.