Afrikaans
Akan
Albanian
Amharic
Arabic
Armenian
Azerbaijani
Basque
Belarusian
Bemba
Bengali
Bihari
Bosnian
Breton
Bulgarian
Cambodian
Catalan
Cebuano
Cherokee
Chichewa
Chinese (Simplified)
Chinese (Traditional)
Corsican
Croatian
Czech
Danish
Dutch
English
Esperanto
Estonian
Ewe
Faroese
Filipino
Finnish
French
Frisian
Ga
Galician
Georgian
German
Greek
Guarani
Gujarati
Haitian Creole
Hausa
Hawaiian
Hebrew
Hindi
Hmong
Hungarian
Icelandic
Igbo
Indonesian
Interlingua
Irish
Italian
Japanese
Javanese
Kannada
Kazakh
Kinyarwanda
Kirundi
Kongo
Korean
Krio (Sierra Leone)
Kurdish
Kurdish (Soranî)
Kyrgyz
Laothian
Latin
Latvian
Lingala
Lithuanian
Lozi
Luganda
Luo
Luxembourgish
Macedonian
Malagasy
Malay
Malayalam
Maltese
Maori
Marathi
Mauritian Creole
Moldavian
Mongolian
Myanmar (Burmese)
Montenegrin
Nepali
Nigerian Pidgin
Northern Sotho
Norwegian
Norwegian (Nynorsk)
Occitan
Oriya
Oromo
Pashto
Persian
Polish
Portuguese (Portugal)
Punjabi
Quechua
Romanian
Romansh
Runyakitara
Russian
Samoan
Scots Gaelic
Serbian
Serbo-Croatian
Sesotho
Setswana
Seychellois Creole
Shona
Sindhi
Sinhalese
Slovak
Slovenian
Somali
Spanish
Spanish (Latin American)
Sundanese
Swahili
Swedish
Tajik
Tamil
Tatar
Telugu
Thai
Tigrinya
Tonga
Tshiluba
Tumbuka
Turkish
Turkmen
Twi
Uighur
Ukrainian
Urdu
Uzbek
Vietnamese
Welsh
Wolof
Xhosa
Yiddish
Yoruba
Zulu
Ze moet naar het paleis.
Odysseus.
Kom snel.
Het kind is op komst.
Breng me naar huis.
Laat ze alles gereedmaken.
Denk alleen aan ons.
Alleen jij en ik.
Liggend op het strand.
Tanden op elkaar.
Geef mij de pijn.
Het kind komt eraan.
Loop met me mee.
Kom maar hier.
Het kind komt eraan.
Snel, Penelope's kind is op komst.
Het kind komt eraan.
Wind je niet zo op, jongen.
Hou mij gevangen in je blik.
Een jongetje.
Ik hou van je.
Vertaling: Hoek & Sonépouse/Toonder Group
Kijk goed om je heen.
Ithaca.
Jouw koninkrijk.
Zie je hoe mooi 't is?
Zie je dat?
Kijk maar goed.
Nooit heb ik me in m'n leven zo trots gevoeld.
Mijn lieve Penelope en de goden schonken me een zoon.
Maar tegelijk was onze wereld...
voor altijd veranderd.
Slecht nieuws bereikte mijn kust.
Mijn dierbare Griekenland was in oorlog met Troje.
Een koninkrijk aan verre, vreemde kusten.
M'n machtigste collega-koningen…
Agamemnon en Meneleus, kwamen me zelf halen.
Ik had hun trouw gezworen en diende mijn land te beschermen.
Ik moest huis en haard verlaten.
Zonder te weten of ik mijn vrouw en kind ooit nog zou zien.
Ik ben Odysseus, koning van Ithaca.
En dit is mijn verhaal.
Die moet je hier laten.
De boog behoort nu toe aan je zoon, mijn kleinzoon.
Jij zult 'm leren die te spannen, als hij groot is.
Ik zie dat 't oorlog is.
Eurybates.
Waarschuw de kapiteins en waarschuw de bemanningen.
We varen naar Troje.
De goden sta ons bij.
Athene, mijn godin, u hebt me altijd beschermd.
Maar vandaag hoor ik niets van u.
Is deze oorlog echt niet te voorkomen?
Athene.
Zeg iets tegen me.
Geen tranen.
Net zo sterk als jij. Hij huilt niet.
Beloof me dat je terugkomt. - Dat kan ik niet.
Troje geeft zich niet snel gewonnen.
Ik hou van je.
Penelope, als ik niet terugkom…
Als ik faal..
En als ik sterf...
Zeg dat woord niet. - Laat mij dan ook in jou sterven.
Leid je leven niet alleen.
Je zult altijd mijn vrouw zijn.
Als hij een baard op z'n kin heeft en ik nog niet terug ben…
Neem dan een ander.
Trouw met hem.
En schenk onze zoon een koninkrijk.
Alles waarvoor we gewerkt hebben.
Beloof me dat.
Ik hou van je.
Ik blijf leven.
Ik blijf leven zoals deze boom.
Waaromheen we deze wereld gemaakt hebben.
Ik zal wachten.
Antiphus, speel mee met het afscheidslied.
Hijs de zeilen.
Maak Troje met de grond gelijk.
Keer terug met de buit van de vijanden die je gedood hebt.
Dan zal mijn hart zich verheugen.
Geef Penelope alle kracht.
Ik zal zorgen voor uw zoon zoals ik voor u gezorgd heb.
De goden van zee en hemel voerden me naar Troje.
Mijn krijgers aan m'n zijde. Maar ik was alleen.
Je bent ziek, Eurylochos. Hij heeft de leugenziekte.
Het is echt waar.
De muren van Troje reiken tot aan de wolken.
Ik zie dat u niet meer bij me bent, Athene.
Het geeft niet.
Ik kan alles wel alleen af.
Schaam je om zo tegen je beschermvrouwe te praten.
De wijn is je naar het hoofd gestegen, mijn Odysseus.
Drink je omdat je de toekomst vreest?
Ik ben voor niets bang. - Ik plaag je. Je bent kwaad op me.
U had me kunnen helpen om Agamemnon om te praten.
Ik ben een godin. Ik heb nog meer te doen.
En vergeet niet: ik vertoon me alleen aan wie ik wil.
Ik wou niet dat je afzag van deze reis.
Ik wil dat je deze reis maakt.
Ik wil dat jij, mijn dappere Odysseus…
De Trojanen verslaat.
Ik heb genoeg gevochten.
Je bent voorbestemd slag te leveren zodat je naam eeuwig zal voortleven.
M'n naam hoeft niet eeuwig voort te leven.
Tegen me liegen heeft geen zin. Ik weet hoe je bent.
Ik weet hoe trots je bent.
Hoe ijdel je bent.
En je mannen volgen je blindelings.
Kijk maar. Ik beklaag je.
De reusachtige Polites, onbeschrijflijk koppig.
Hij geeft nooit op.
Eurylochos liegt, net als jij. - Hij is de beste smid.
Anticlus met z'n eeuwige nieuwsgierigheid.
Ik kan Troje zien.
Dat maakt 'm onbevreesd. - Je ziet alleen hun goede kant.
Gebruik hun talenten tegen de Trojanen.
Je moet dapper zijn, mijn Odysseus.
Ik ben niet bang.
Zolang u bij me bent.
Jaren vochten we voor de muren van Troje.
Ik vocht naast de machtige Achilles.
Zij aan zij tegen Hector.
De felste krijger van de Trojanen.
En zijn troepen.
Duizenden mannen stortten dood ter aarde.
Terwijl moeders en echtgenotes niet konden slapen.
En niemand wist aan wiens kant de goden stonden.
Blijf staan.
Spelen.
Vechten.
Achilles. Luister naar me, Griek.
Ik, Hector, verdediger van Troje, daag je uit.
Hier, tegenover de goden en je eigen mensen…
Zal ik je borstkas openscheuren…
Je kloppende hart verslinden…
En je bloed in het gezicht van je slaven spugen.
Laat Hector aan mij over.
Ik heb Hector gedood.
Ik zal Troje begraven.
In het zevende jaar van bloed werd Achilles...
god onder de mensen, omgebracht.
Alle hoop was verloren.
Onze beste krijgers waren dood en Troje bleef onneembaar.
Één woord lag elke Griek op de lippen: overgave.
Maar dan zou alles voor niets zijn.
Ik had een plan.
En ik overtuigde m'n kameraden...
dat we Troje wel binnen konden komen.
Koning Priamus.
Gemaakt van hun oude schepen. Een mooie trofee.
Nee, laat me los.
Heb mededogen met een oude man, goede koning.
Ik heb ze aangeraden op te geven.
Ik heb ze gezegd dit geschenk voor u te maken.
Na tien jaar hebt u gewonnen. Niemand komt ooit nog in Troje.
Dit geweldige paard symboliseert hun overgave.
Ze noemen mij een lafaard en hebben me als een bedelaar achtergelaten.
Grote Priamus, laat me leven. Dan zal ik uw slaaf zijn.
Je ziet meteen dat hij liegt.
Laocoön, de waarzegger. Hij wordt onze ondergang.
Hij heeft nog nooit een waar woord gesproken.
Ik zweer 't U.
Hoed u voor de Grieken en hun geschenken.
Pas op, Poseidon heeft z'n Zeeslang gestuurd.
Het is een teken. Hij beledigde Poseidon met z'n leugens.
U moet hun geschenk aannemen.
Sleep 'm naar de poort.
Laat het touw zakken.
Grieken…
Kijk dan, goden van zee en lucht: ik heb Troje veroverd.
Ik, Odysseus, een sterveling van vlees en bloed.
Van bot en geest.
Ik heb jullie niet nodig.
Ik kan alles.
Waarom tart je mij?
Wie bent u? - Ik ben 't. Poseidon.
God van de donkere zee.
Je bent al vergeten dat ik je geholpen heb.
Me geholpen?
Tien jaar lang hebt u met ons gespeeld.
Tien jaar van bloedvergieten.
Maar mijn slang heeft Laocoön het zwijgen opgelegd.
Anders was je paard verloren geweest.
Maar je weigert dank te betuigen.
Je vergeet dat een mens niets is zonder de goden.
Je zult boeten voor deze belediging.
Voor je hoogmoed.
Je zult eeuwig ronddolen op mijn zee.
Nooit zul je Ithaca nog weerzien.
U houdt me niet tegen.
Ik zal je laten boeten.
Niemand.
Niemand houdt mij weg van Ithaca.
De woorden van Poseidon waren niet tot me doorgedrongen.
Zegevierend, trots op mezelf, voer ik weg van Troje.
Ik dacht slechts aan het land...
dat ik tien jaar lang niet gezien had.
Zie je wel, Telemachus? Het is makkelijk.
Waar ben je?
Je krijgt me toch niet. - Reken maar van wel.
Je krijgt me toch niet.
Mam, red me.
Red me. - Je mag mij redden.
Waar hoor je nu te zijn?
Buiten, schapen scheren.
Eumaeus, neem Telemachus weer mee.
Wegwezen.
Hij is nog te klein voor mannenwerk.
Omdat jij 'm klein houdt. - Hij is mijn zoon, niet de uwe.
Mijn zoon was voorbereid. Op alles.
Uw zoon had z'n vader.
Die van jou straks ook.
Ik verlang ernaar. Elke dag zonder Odysseus lijkt een eeuwigheid.
Maar als hij niet terugkomt… - Zeg zoiets niet.
Je kunt je er niet voor verstoppen.
Als Odysseus dood is…
Dan moet je dat dragen en verder gaan.
Dan moet je leven voor je zoon.
Zoals ik heb gedaan.
Je moet een koning grootbrengen.
U hebt een hart van steen.
Maar dan wel steen dat beeft en bloedt.
Kom bij me terug.
Poseidon wachtte niet lang met zijn wraak.
Hij hulde z'n zee maanden in mist.
Ik had geen contact met de rest van de vloot.
Ik wist niet waar ik was.
Anticlus.
Niets. Mist en verder niets.
Antiphus, ik heb zin om jou en die fluit van je in zee te gooien.
Land. Ik zie land.
Aan de riemen.
Het is Ithaca niet. - Roeien.
Als 't bewoond is, weten we snel hoever we afgedwaald zijn.
Laat de anderen eerst op verkenning uitgaan, meester.
Perimedes.
Ik hoor 't.
Schapen of geiten. - Ik ga ze zoeken.
Elpenor, haal de geschenken voor onze gastheren.
Jij blijft bij het schip. - Moet ik u alleen laten?
Ik heb een lege grot gevonden. Geen vrouwen, maar kaas in overvloed.
Best lekker.
Ze houden hun schapen in de grot.
Geen gereedschap.
Geen wapens.
En Ze zijn met heel veel.
Geen graan, geen olie. Alleen kaas.
Breng de wijn. - Wilden.
De wijn.
We ruilen 't voor water.
Leng de wijn aan. Anders is 't te sterk.
Ik ben geen klein kind meer.
Straks rollen we je de heuvel af met je dronken kop.
Daar heb je de herders.
Wie zijn jullie?
We zijn soldaten.
Verdwaald.
En jullie eten van mijn voorraad. - Nou en?
Het is waar. We hebben toegetast.
Als uw gasten.
We hebben geschenken voor u, zoals 't hoort.
Dat is volgens de wet.
We hebben hier geen wet. We doen wat we willen.
U bent…
U bent niet alleen?
M'n broers hebben de grote grotten. - En uw ouders?
Onze moeder is een zeenimf, onze vader de machtige god Poseidon.
Ik ben de jongste. Polyphemus.
Wat hebben jullie meegebracht?
Geschenken. Die willen we graag ruilen voor enkele schapen van u.
We kunnen een feestmaal voor U maken.
Kaas?
Ik heb trek in vlees.
Waarom niet?
Omdat mensen elkaar niet mogen opeten.
Maar cyclopen wel.
Antiphus, wind je niet op.
Wie is de volgende?
Nee, ga rustig zitten. Gewoon blijven zitten.
Neem mij maar eerst.
Maar dan eet u natuurlijk wel alle magie in mijn hoofd op.
Weet u wel hoeveel magie ik hier heb zitten?
Ik spuug je hoofd uit. - Daar wordt u niet wijzer van.
De zonen van Poseidon zijn niet achterlijk.
Als u mij opeet, doodt u alle geheimen van de wereld.
Welke geheimen?
Anticlus, de wijn.
Wat is dat? - Het is wijn.
Het is de drank van de goden.
Proef maar.
Ik vind 't lekker.
Nog een.
Hoe heet jij?
Hij is de koning van…
Ik heet Niemand.
Niemand.
Goed dan, Niemand.
Morgen vertel je me nieuwe geheimen, zodra ik heb gegeten.
Ik kan 'm meteen doodsteken.
En als hij dood is, wie krijgt dan de steen opzij?
Het moet anders kunnen.
Het kan anders.
Mijn oog…
Mijn oog. Wat heb je me aangedaan?
Ik zie niets. Help me. Ik kan niets meer zien.
Broers, hij heeft me blind gemaakt.
Niemand heeft me blind gemaakt.
Waar ben je?
Ik maak je dood en eet je stukje bij beetje op.
Waar ben je?
Ik zal je krijgen. Waar ben je?
Ik zal je krijgen. Ik hoor je. Ik laat je niet ontsnappen.
Ik zal je krijgen. Waar ben je?
Wat is er gebeurd?
Aan de riemen.
Wat is er gebeurd? Vertel op.
Aan de riemen. - Een monster.
Polyphemus, ik had geen keus.
Geef je vader Poseidon de schuld. Door hem ben je nu blind.
Ik leef nog. Odysseus leeft nog en jij houdt me niet tegen.
Vader. Wreek me.
Vader...
Maanden voeren we, van Cyclopeneiland naar zonsondergang.
Verdrietig over het verlies van Antiphus en zijn fluit.
Onze mond droog van de dorst. We snakten naar water.
Zo naderden we opnieuw een onbekend eiland.
Blijf stromen.
Kijk je hiervan op? Geef maar toe, ik zie je verwarring.
Wie bent u?
Ik ben Aeolus, god van de wind. Dit is mijn eiland.
Hier begint elk briesje en elke woeste storm.
Het is me een voorrecht. Maar waarom mag ik niet drinken?
Omdat ik je ken, Odysseus, koning van Ithaca.
Wees maar niet bang. Loop door het water.
Ik heb iets voor je.
Loop maar door.
Je hoeft niet bang te zijn.
Kent u mij? - Iedereen kent Odysseus.
De grote held van het paard van Troje.
Maar slechts weinig Grieken weten dat jij niet naar huis kunt.
Poseidon denkt me tegen te kunnen houden.
Altijd Poseidon met z'n grote mond. Die arrogante neef van me.
De zee stelt niets voor zonder de wind.
En wie is de god van de wind?
Raad 's wie dat is.
Ik dus.
We nemen 'm te grazen. Geef hier.
Odysseus, bedankt.
We zullen hem 's even aftroeven.
Hier boven.
De oostenwind. Heel koppig type. Alleen de westenwind waait nu vrij.
Die blaast jou en je schip in negen dagen tijd naar Ithaca.
Vangen.
Waarom helpt u me?
Omdat jij de eerste sterveling bent die z'n verstand gebruikt.
En jij begrijpt dat er altijd iets te leren valt.
Ga nu maar.
En maak die zak maar niet open.
Odysseus is een bofkont. Wij vinden water.
Hij vindt goud.
Of nog iets mooiers.
Afblijven.
Wacht tot we in Ithaca zijn.
Spoedig, had Aeolus me beloofd...
spoedig zou ik Penelope weerzien.
Mijn familie, mijn huis.
Vlieg. Zeg Penelope dat ik niet zal slapen tot ik in haar armen lig.
Schiet op met het graan.
Tempo.
M'n hart gaat tekeer alsof…
Ik durf 't niet te zeggen.
Eindelijk. Hij slaapt. - Nu kunnen we de zak openmaken.
Die zit vast vol kostbaarheden. - We wedden erom.
Polites, wat denk jij dat 't is? - Geeft niks. Maar ik wil m'n portie.
Afblijven. Het is van de meester.
En dus van ons. - Odysseus mag 't houden.
Ik wil 't slechts zien. - Dan wil ik jouw portie.
Volgens mij zit er goud in.
We zijn thuis.
Ik moet de meester wekken.
Dan snij ik je oor eraf. Ik wil eerst weten wat er in die zak zit.
Ik werd wakker met een vreemd gevoel.
Hij is onderweg.
Schiet op.
We snijden 'm open.
Wat hebben jullie gedaan?
Reef de zeilen.
Jullie moesten wachten totdat we in Ithaca waren.
Wat hebben jullie gedaan?
Wat hebben jullie gedaan? Jullie hebben me bedrogen.
Jullie hebben me bedrogen.
Stommeriken.
Jullie hebben me bedrogen.
Eindelijk.
Is dat een schip?
Ik zag Ithaca voor me liggen.
Maar m'n hoop Penelope weer te zien…
Vervloog door de ontketende wind.
De storm sleurde ons mee. Al ons voedsel en water waren we kwijt.
We spoelden aan…
In een uithoek van de wereld.
Eten. - Afblijven.
Alstublieft, meester. Meer kan ik niet vinden.
Jullie krijgen niet één korrel van me.
Jullie mogen nu in je eentje creperen.
Ik zal kijken of ik wild kan vinden.
Maar ik laat m'n broeders er wel van mee-eten.
Polites, ga met hem mee.
Ogen open.
Goud en zilver. Jij moest die zak zo nodig opensnijden.
Ik kan jou ook opensnijden.
Dan maken we je meteen hapklaar.
Inbinden.
Doorlopen.
Eten.
Grijp 'm.
Grijp dat zwijn. Hou 'm tegen.
Ik zal 'm dat gillen afleren.
Niet doen.
Niet doen, meester.
Waar is de rest? - Gevangen.
Door wie? Krijgers, inboorlingen?
Nee. Dat is Polites, onze Polites.
Veranderd in een varken.
Geen geintjes. - Maar 't is echt waar.
Dit eiland is van een heks. Ze heeft iedereen in een dier veranderd.
Hij liegt. Het zijn smoesjes. Was je soms te laf om te vechten?
Laat 'm uitspreken. - We liepen die bergen in.
Ineens hoorden we een lieve vrouwenstem.
Ze zong ons toe. De heks.
Haar paleis was omringd door dieren: leeuwen, wolven.
We zagen haar in de verte van raam tot raam lopen.
Ze bood eten en wijn aan. Ze gingen naar binnen.
Maar jij niet. - Ik bleef buiten, ja.
En daar had ik groot gelijk in.
Ga verder. - Ik kroop dichterbij.
Er klonk muziek en de heks maakte gebaren met haar handen.
En ik zag met eigen ogen hoe zij de mannen veranderde in dieren.
Onmogelijk.
Alleen Polites wist te ontsnappen.
Hij ziet er wel uit als Polites.
Meester, moeten we verhongeren door zijn leugens?
Als je dat zwijn iets doet, wurg ik je.
Hou op.
Is dat allemaal waar? - Ik zweer 't u.
Als ik niet bij zonsopgang terug ben…
Vertrek dan zonder mij.
Meester, blijf hier. Straks betovert ze u ook.
Ik heb ze op pad gestuurd. Ik haal ze terug.
Afblijven. Kom niet dichterbij.
Waar zijn de anderen?
Pas op dat je je zwaard niet verliest. Dat heb je nodig.
De boodschapper van de goden. - Goed gezien.
Athene heeft u gestuurd.
Pak mijn zwaard.
Sorry, ik mag niets aanraken.
Ik kan je alleen woorden bieden. Luister goed. Grijp die steen vast.
Welke? - Deze.
Eet dit op.
Nee, dat onkruid is giftig.
Ik geef 't aan jou: van een god aan een sterveling.
Nee, ik moet 't niet.
Best, hoor.
Maar alleen zo kun je de betovering van Circe verbreken.
Vertrouw je mij niet?
Ze wacht op je. Maar als je nu haar honingdrank drinkt, blijf je mens.
Daar rekent de heks niet op.
Trek je zwaard, alsof je haar wilt doden. Laat haar schrikken.
Dan zal ze je vragen om met haar naar bed te gaan.
Een godin kun je niets weigeren.
Pas dan laat ze je mannen vrij.
Vaarwel.
Kom maar. Je bent er al bijna.
Kom. Je hoeft niet bang te zijn.
Je hebt vast honger en dorst.
Wijn met honing.
Schenk 's bij.
Heel zoet.
Ik had bij zo'n man gehoopt op een leeuw.
U kunt mij niet veranderen.
Wat ga je doen met dat mes?
Uw leven beëindigen. - Doe maar.
Dan Zie je je mannen nooit meer.
Ik maak pas weer mannen van je soldaten…
Als jij met me naar bed gaat.
Dappere Odysseus.
Ben je nog mans genoeg?
Jullie zijn een stelletje laffe moordenaars.
Maar we hebben zo wel een volle maag.
Ik geloof je, maar ik kan ze niet tegenhouden.
Ik neem jouw portie erbij. - Kijk dan, sukkel.
Kom dichterbij.
Herken je me niet?
Zie je wel dat hij 't is.
Ik zal zorgen dat jullie me niet vergeten.
Dat vergeten ze niet meer.
Haal je mannen hierheen.
Dan kunnen ze eten en uitrusten.
Circe vulde onze oren met muziek.
En ons hoofd met haar magische lotusbloesem.
Haar drank verslapte ons lichaam en benevelde onze gedachten.
Ik ga jagen. - Niet daarmee.
Nog niet. - Maar hij is van mij.
Ik ben oud genoeg om te jagen met de boog van m'n vader.
Als je 'm kunt spannen, is ie van jou.
Zo niet, dan berg je 'm op totdat ik 'm aan je geef.
Anticlea loopt naar de zee. Kom snel.
Als Odysseus dood is, kom ik hem tegen in zee.
Hij leeft. We wachten samen op hem. Samen.
Laat me begaan.
Ik schaam me, maar m'n stenen hart is gebroken.
Ik heb nu niets meer om uit te bloeden.
Maar uw gezin dan? En ik dan?
U bent zijn moeder, maar ook die van mij. U bent mijn vader.
U geeft me kracht.
Je bent alleen sterk genoeg.
Je zult m'n aanwezigheid voelen.
Zelfs vanuit het land van de doden.
Je kunt me niet tegenhouden.
Geen tranen.
Je ligt naast mij, maar je denkt aan je vrouw.
Waarom?
Toen we dit bed deelden, was je haar wel vergeten.
Je hebt me veel gegeven, Circe.
Maar geen bed kan mij Penelope doen vergeten.
Niet in een heel leven.
En niet in deze vijf dagen.
Vijf dagen?
Onnozele Odysseus.
Hij denkt dat hij hier vijf dagen is, maar 't zijn al vijf jaar.
Speel je een spelletje?
Jullie stervelingen begrijpen zo weinig.
Hier, in mijn paleis, heeft de tijd geen betekenis.
Ze verstrijkt, verglijdt en vergaat zoals ik dat wil.
Wat jij hield voor een dag of een Uur…
Was buiten deze muren een jaar.
Ik zag de zon op- en ondergaan.
Geloof je 't niet? Je zult je schip onder 5 jaar getijden bedolven zien.
Zou het geheugen van je vrouw net zo sterk zijn als het jouwe?
Of zou ze een andere partner gevonden hebben?
Wakker worden.
Opstaan.
Ik zie dat je 't nu wel gelooft.
Je spant samen met Poseidon.
Laat de goden erbuiten.
Je had je mannen terug, maar je bleef in mijn bed.
Vijftien jaar heb ik m'n zoon niet gezien.
Noch mijn huis. Noch mijn moeder.
Noch je eenzame vrouw aangeraakt.
Je verliest meer dan vijf jaar als je je ogen sluit voor jezelf.
Nee, jij moet je ogen openen en zien wie ik ben.
Help me de weg naar huis te vinden.
Anders breng ik je echt om.
Ik ken één man die de weg naar Ithaca kent.
Vertel 't me.
Tiresias de profeet. - Tiresias is dood.
Als je naar huis wilt, moet je…
Eerst de onderwereld betreden.
Alleen daar vind je de antwoorden op je vragen.
Hades.
Het dodenrijk.
Je angst is terecht.
Hoe vind ik 'm?
Steek de vuurrivier over en offer een ram.
Dan treed je het vuur binnen.
En zul je Tiresias vinden.
Ga nu maar.
Vijf jaar weggespoeld met het getij.
Vijf jaar lang hunkeren naar Penelope.
En mijn zoon? Hij moet inmiddels vijftien zijn.
En zijn vader is er nog steeds niet.
De jongen.
Heer Antinous, Heer Eurymachus, edelen van Ithaca.
Hebt u nieuws over m'n vader?
Je vader is allang dood.
Zeg dat niet. Het is nooit bewezen.
Iedereen die in Troje heeft gevochten, is weer thuis.
Koning Odysseus is dood, verdwenen in Poseidons golven.
Of hij heeft van z'n terugkeer afgezien.
En zich afgekeerd van je moeder, zijn koninkrijk..
En van jou.
Je moeder zal nu een keuze maken en met een van ons trouwen.
Moeder, er zitten mannen in de hal.
Ze komen voor jou en Ze zeggen dat mijn vader dood is.
Ik moet ze ontvangen. Jij ook.
Zo is het gebruik: toon gastvrijheid.
Ik respecteer dat en jij ook.
Dat weiger ik.
Maak 't af, Melanthe.
U bent nog steeds mooi.
De edelen van Ithaca kruipen voor u in het stof.
Ik zal die mannen ontvangen. Verder niets.
Ze krijgen niets dat van Odysseus is.
Zijn bezittingen niet.
En zijn vrouw niet.
De vuurrivier.
Ik ga met u mee.
Ik moet 'm alleen oversteken.
Uw ziel zal verbranden.
Ik weet dat jullie met me mee zouden gaan.
Jullie zijn me altijd gevolgd.
Jullie zijn m'n krijgers.
Maar jullie kunnen dit huis nog niet betreden.
Dit huis des doods.
We hebben vele verliezen geleden. Samen.
We hebben 't overleefd.
Samen.
En nu zien we elkaar misschien nooit weer.
U komt terug. - En zo niet?
Zonder u komen we nooit in Ithaca. - Ja, het lukt jullie wel.
Alleen ik ben dolende.
Als ik niet terugkom, roei dan. Roei zonder ophouden.
Jullie komen terug in Ithaca.
Kom niet dichterbij.
Deze ram is niet voor jullie.
Kom niet dichterbij.
Antiphus, wijs me waar ik Tiresias kan vinden.
Alsjeblieft, breng me naar 'm toe.
Can't find what you're looking for?
Get subtitles in any language from opensubtitles.com, and translate them here.